AI-samenvatting
In deze belastinguitspraak wordt vastgesteld dat een latent liquidatieverlies van een fiscale eenheid niet kan worden verrekend met de winst van een recent gevoegde dochtermaatschappij. Dit is in lijn met de ratio van art 15ab tweede lid van de Wet Vpb, die beoogt te voorkomen dat belastingplichtigen in een betere positie komen door het toevoegen van winstgevende vennootschappen.
Kennisgroepstandpunt
Belastingdienst
Beantwoording vraag kennisgroep Fusies enFiscale Eenheid
20320025 Nummer vraag
Datum 9oktober 2020
Verkorte
omschrijving
vraagEengevoegde maatschappij van een FEheeft een latent
liquidatieverlies
DeFEvoegt een sinds 1997 bestaande winstgevende dochter indeFE
De teliquideren vennootschap wordt vervolgens geliquideerd
Het liquidatieverlies wordt afgezet tegen onder andere dewinst van de
recent gevoegde winstgevende dochter
Deletterlijke tekst van art 15ab lid2Wet Vpb ziet alleen opvoeging
van een dochter met een latent liquidatieverlies
Kan dewinst van degevoegde dochter verrekend worden met het latent
liquidatieverlies van debestaande FE
Antwoord Nee gelet opderatio van art 15ab tweede lidvan deWet Vpbisdit niet
mogelijk
Samenvatting Inart 15ab tweede lidenvender van deWet Vpb iseen regeling opgenomen
die dient tevoorkomen dat latente liquidatieverliezen opteliquideren
deelnemingen van een belastingplichtige door voegingineen fiscale eenheid
verrekend kunnen worden met winsten van een andere belastingplichtige de
fiscale eenheid Naar demening van deKGheeft dewetgever willen regelen
dat een latent liquidatieverlies niet afgezet kan worden tegen dewinst van een
andere gevoegde maatschappij Door voeging indefiscale eenheid kan dus niet
ineen betere positie gekomen worden voor deverrekening van het
liquidatieverlies dan zonder voeging indefiscale eenheid
Ditstandpunt vindt steun inart 15ae eerste lidonderdelen cendvan deWet
Vpb omdat art 15ab tweede lidvoor latente liquidatieverliezen inwezen
hetzelfde beoogt teregelen alshetgeen art 15ae eerste lidregelt voor
bestaande voorvoegingsverliezen Door vlak voor liquidatie eenwinstgevende
maatschappijtevoegenenvervolgens het liquidatieverliesteverrekenen met
dewinst van depasgevoegde maatschappij wordt hetwetteiijke systeem naar
demening van deKGgeweld aangedaan De ratio prevaleert boven de
letterlijke tekst van dewetteiijke bepaling
Tevens kan worden opgemerkt dat bijeen fusie ofsplitsing inde
standaardvoorwaarden isgeregeld dat een latent liquidatieverlies alleen afgezet
kan worden tegen winst van deonderneming waartoe degeliquideerde
deelneming voor fusie splitsing behoorde Overigens bestaat indeliteratuur
geen consensus over deexacte reikwijdte van deworking van art 15ab tweede
lidvan deWet Vpb RJdeVries lijkt inWFR 2008 168 een enge interpretatie
voor testaan terwiji DCSimonis inMSB 2011 0203een ruimere interpretatie
omarmt
Pagina1van 4
1856245 00212
Nadere
OnderbouwingInait 15ab tweede lidenverder van deWetVpbiseen regeling opgenomen
die dient tevoorkomen dat latente llquidatleverliezen opteliquideren
deelnemingenvan een belastingplichtige door voegingineen fiscale eenheid
verrekend kunnen worden met winsten van een andere belastingplichtige de
fiscale eenheid Zonder deze regelingzou onduidelijk zijn ofhetmogelijkisom
een latent liquidatieverlies ontstaan indeperiode v66r voeging ten laste te
brengen van denavoegingswinst van defiscale eenheid alsgeheel zodra de
ontbinding envereffening van deteliquideren deelneming isvoltooid Het
tijdstip van devereffening wordt niet bepaald opgrond van bijvoorbeeld
goedkoopmansgebruik maar isveeleer ingegeven door invioeden van de
aandeelhouder enmet name het oude bestuur van debetreffende te
liquideren deelnemingiOphetmoment van vereffening endus hetmoment
van het nemen van het liquidatieverlies kan een dus een zekere mate van
invioed worden uitgeoefend doorde aandeelhouder endoor degroep viade
vereffenaars van devennootschap
Zonder de antimisbruik bepaling van art 15ab tweede lidvan deWetVpb
afgezien van demogelijkheid van fraus legis was hetmogelijk om het
liquidatieverlies opdedeelneming ten laste tebrengen van detotale winst van
defiscale eenheid Het voegenvan een belastingplichtige met een latent
liquidatieverlieskan interessantzijnwanneer debetreffende belastingplichtige
zelfstandig bezien niet over voldoende winstpotentie beschikt om het
liquidatieverlies optermijn volledig tebenutten Dehlervoor bedoelde bepaling
werpt eendam optegen demogelijkheid ommet een uitgekiende timing van de
ontbinding envereffeningendevoeging van een deelneming deverrekening
van het liquidatieverliestemaximaliseren Opgrond van debepaling komt het
liquidatieverlies slechts inaftrek voor zover dewinst van defiscale eenheid
toerekenbaar isaan demaatschappij met het latente liquidatieverlies
Erbestaat echter onduidelijkheidover deexacte reikwijdtevan deregelingvan
art 15ab tweede lidenverder van deWetVpb Inhetbijzonder devraag zoals
deze nuvoorligt bijdeKG namelijk devraag ofhetvoegen van een
winstgevende dochtermaatschappij zonder latent liquidatieverlies ineen
bestaande fiscale eenheid terwiji deze fiscale eenheid een latent
liquidatieverliesheeft welke opkorte termijn gerealiseerdzalworden getroffen
wordt door deze regeling
Devan belang zijndetekst van art 15ab tweede lidvan deWet Vpbluidt als
voIgt
Indien ophet tijdstip van voeging van eenmaatschappij tothetvermogen van
diemaatschappij eendeelneming behoort vaarvan deondememing geheel of
nagenoeg geheel isgestaakt dan wet daartoe isbesloten
Grammaticaie interpretatie
Indien dehlervoor aangehaalde passage puur grammaticaal wordt
geinterpreteerd dan zougesteld kunnen worden dat devoorgelegdecasus hier
niet onder valt Detevoegen maatschappij beschikt niet over eendeelneming
waarvan deondememing ophetvoegingstijdstip geheel ofnagenoeg geheelis
gestaakt De teliquideren deelneming behoort immers totdebezittingen van de
bestaande fiscale eenheid Devoeging van dereeds bestaande
dochtervennootschap zorgtervoor datdewinst van defiscale eenheid wordt
vergrootendaarmee ook demogelijkheid om hetliquidatieverliesten laste van
het fiscale eenheidsresultaat tebrengen
1Opgrond van art 223 eerste lidBWworden deoude bestuurders van deontbonden
vennootschap aangesteld alsvereffenaar tenzij derechter ofdestatuten van de
vennootschap anders bepalen
VERTROUWELIJK Pagina 2van 4
1856245 00212
Wetshlstorlsche Interpretatle
Debepaling inart 15ab tweede lidvan deWet Vpb komt overeen met hetgeen
was bepaaldinstandaardvoorwaarde 3gvan hetoude regimeInde
parlementaire geschiedenisisuiteengezet waar art 15ab tweede lidvan de
WetVpbvoor waakt^Wei kan worden opgemerktdatdewerkingvan art 15ab
tweede lid isuitgebreid tenopzichte van standaardvoorwaarde 3g Desituatie
dat demoedermaatschappij latente liquidatieverliezen binnen defiscale eenheid
brengt was niet geregeld instandaardvoorwaarde 3g Dat ismet deinvoering
van art 15ab tweede lidvan deWetVpb aangepast omdat art 15ab tweede
lidvan deWetVpb spreektover voeging van een maatschappij^DeKGmaakt
hieruit opdat dewetgever paalenperkwilde stellen aan gevallenwaar dewinst
van demaatschappij met het latente liquidatieverliesonvoldoende isom het
liquidatieverlies tegen aftezetten Naar onze mening heeft dewetgever willen
regelen dat een latent liquidatieverlies niet afgezet kan worden tegen dewinst
van een andere gevoegde maatschappij Door voeging indeflscale eenheid kan
dus niet ineen betere positie gekomen worden voorde verrekening van het
liquidatieverlies dan zonder voegingindefiscale eenheid
Ditstandpunt vindt steun inart 15ae eerste lidonderdelen cendvan deWet
Vpb omdat art 15ab tweede lidvoor latente liquidatieverliezeninwezen
hetzelfde beoogtteregelenalshetgeenart 15ae eerste lidregeltvoor
bestaande voorvoegingsverliezen Was incasu namelijk dedeelneming
geliquideerdvoor voegingvan dewinstgevende maatschappij dan was het op
grond van deze bepaling niet mogelijk om het verlies aftezetten tegen dewinst
van degevoegde maatschappij Door vlak voor liquidatie eenwinstgevende
maatschappij tevoegenenvervoigens het liquidatieverlies teverrekenen met
dewinst van depasgevoegde maatschappij wordt hetwettelijke systeemnaar
demening van deKGgeweld aangedaan Zoals hiervoor alopgemerkt wordt het
tijdstip van devereffening niet bepaald opgrond vangoedkoopmansgebruik en
daardoor ishetmoment vanvereffeningbeinvloedbaar Door ophetjuiste
moment devereffeningtevoltooien werkt art 15ae eerste lidvan deWetVpb
niet voor liquidatieverliezen dieophetmoment van voeging allatent aanwezig
zijn Art 15ab tweede lidvan deWetVpb beoogt inwezen hetzelfde teregelen
alswat art 15ae eerste lidvan deWet Vpb regelt voor bestaande
voorvoegingsverliezen Dewerkingvan dit lid istebeperktals slechts wordt
uitgegaan van deletterlijke tekst van debepaling^
Tevens kan worden opgemerktdatbijeen fusie ofsplitsinginde
standaardvoorwaarden isgeregelddat een latent liquidatieverliesalleen afgezet
kan worden tegen winst van deonderneming waartoe degeliquideerde
deelneming voor fusie splitsing behoorde
Opvattingen indeliteratuur enbeleid
Indeliteratuur bestaat ook geen duidelijkeconsensus over deexacte reikwijdte
van deregeling van art 15ab tweede lidvan deWetVpb Bijvoorbeeld RJde
Vries lijkt inWFR 2000 49tesuggereren dat devoorliggende situatie wel onder
dewerking van art 15ab tweede lidvalt Maar ineen later artikel zijnde WFR
2008 168 lijkt hijterug tekomen van ditstandpunt Op 14december 2010 is
het verzamelbesluit FEgepubliceerden inonderdeel 4van het besluit iseen
onderdeel opgenomen over latente liquidatieverliezen Inhet besluit worden
twee situaties beschreven endeeerste situatie komt overeen met desituatie
zoals deze voorligt bijdeKG Het besluit keurt goeddatbijuitbreiding van een
bestaande fiscale eenheid een soort van clusterbenadering mag worden
toeqepast enqeeft een qoedkeurinq dat het liquidatieverlies van de
^ZieKamerstukken II1999 2000 26854 nr3p3637
5Zie Kamerstukken II1999 2000 26854 nr3p22
Overigens merkt deCursus Belastingrecht opdat heteigenlijk opdeweg had gelegen van
dewetgever om debepaling van art 15ab tweede lidvan deWetVpb meer aan telaten
sluiten bijdeformulering van art 15ae eerste lidonderdelen cendvan deWetVpb Zie
daartoe onderdeel Vpb 294CbIVvan deCursus Belastingrecht
VERTROUWELIJK Pagina 3van 4
1856245 00212
dochtermaatschapplj van debestaande fiscale eenheid mag worden afgezet
tegen dewinst van bestaande fiscale eenheid voor uitbreiding dus zonderde
winst van deonlangs gevoegde dochtermaatschappljIndeze goedkeuring
wordt impliciet bepaald datdestaatssecretaris vanmeningisdat dethans
voorliggendecasus ook getroffen wordt door dewerkingvan art 15ab tweede
lidvan deWet Vpb DeKG isvan mening datgezien deratio van art 15ab
tweede lidvan deWetVpbditeen juisteenwenselijke uitlegisDoor DeVries
enKok wordt deze zienswijze inWFR 2011 262 bekritiseerd Daar staat
tegenover dat Sirnonis inMBB 2011 0203geen kritiek uitopdeze zienswijze
Conclusie
Dewetgeverheeft dus willen regelendat een latent liquidatieverliesniet afgezet
kan worden tegen dewinst van andere vennootschap pen Dezelfde meningis
debesluitgever toegedaan Dekennisgroep vindt devoorgelegde situatie dan
ook niet gewenst enwildat deze situatie bestreden wordt opgrond van de
ratio van dewettelijke bepaling
Overige overwegingen toepassing fraus legis
Mocht uiteindelijk een beroep opderatio van debepaling niet slagen dan wilde
kennisgroep erop wijzendat subsidiair mogelijkfraus legisinstallingkan
worden gebracht DeKG heeft echter onvoldoende feiten enomstandigheden
om een volledigeenmet deKGformeel recht afgestemde analyse te
verstrekken
VERTROUWELIJK Pagina 4van 4
1856245 00212
Geef een reactie