1856093

AI-samenvatting

Deze ruling behandelt de vraag of de fiscale eenheid verbreekt bij de overgang van een binnenlandse naar een zuster fiscale eenheid. De conclusie is dat de fiscale eenheid inderdaad verbreekt, maar dat er mogelijkheden zijn voor een aansluitende fiscale eenheid onder de nieuwe wetgeving.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

**Casus**
67 AwBV vormt een binnenlandse fiscale eenheid met haar dochters en kleindochters.
Op 30 december 2015 verplaatst zij haar feitelijke leiding naar Luxemburg. Ook vindt die dag een grensoverschrijdende omvorming plaats en wordt de rechtsvorm BV gewijzigd in SARL. Hierdoor is SARL niet langer gevestigd in Nederland. Voor dit preadvies ga ik ervan uit dat er geen vaste inrichting is achtergebleven in Nederland. Op 17 maart 2016 is een verzoek gedaan om te komen tot de volgende zuster fiscale eenheid en te bevestigen dat er sprake is van een doorlopende fiscale eenheid. Er hebben overdrachten van vermogensbestanddelen plaatsgevonden waarop art. 15ai Vpb van toepassing is als er sprake is van verbreking van de FE.

**Vraag**
Verbreekt de fiscale eenheid als gevolg van de overgang van binnenlands naar zuster fiscale eenheid?

**Argumenten adviseur**
Naar onze mening is een doorlopende zustervariant Papillon fiscale eenheid bij verplaatsing naar het buitenland van de moedermaatschappij een gevolg van het EU-recht. Hoewel wij ons dus vooralsnog op het standpunt stellen dat er geen verbreking heeft plaatsgevonden en de fiscale eenheid gewoon blijft bestaan, maar dan zonder fiscale eenheid, leek het ons goed om ten behoud van rechten bijgaand verzoek te doen.

**Beschouwing**
**Oude wetgeving en besluit**
Onder de oude wetgeving verbreekt de fiscale eenheid op grond van art. 15 lid onderdeel Wet Vpb; er wordt niet langer aan de vereisten van art. 15 Wet Vpb voldaan. Het besluit bevat een goedkeuring dat verzoeken tot het aangaan van een Papillon of zuster FE vooruitlopend op de nieuwe wetgeving kunnen worden ingewilligd. Er is verder niets geregeld over overgangen van de ene vorm van de FE naar een andere vorm. Onder de oude wetgeving vindt er dus verbreking van de bestaande FE plaats en zijn de sanctiebepalingen van toepassing. Vervolgens kan een zuster FE aangevraagd worden.

**Nieuwe wetgeving**
In de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel wordt het volgende aangegeven: In voorkomende gevallen kan het zo zijn dat bij een herstructurering de structuur van een bestaande fiscale eenheid wijzigt, maar dat de samenstelling van die fiscale eenheid voor wat betreft de daarin opgenomen maatschappijen niet verandert. Dit is bijvoorbeeld het geval indien bij een bestaande binnenlandse fiscale eenheid waarbij alle aandelen in de moedermaatschappij worden gehouden door een vennootschap die als topmaatschappij zou kunnen kwalificeren, de aandelen in een dochtermaatschappij worden overgedragen aan de aandeelhouder van de moedermaatschappij.

Vervolgens is in de Nota van Wijziging het volgende daaraan toegevoegd: In paragraaf van de memorie van toelichting bij het onderhavige wetsvoorstel is in algemene zin opgemerkt dat er geen sprake is van een ontvoeging ingeval bij een herstructurering de structuur van een bestaande fiscale eenheid wijzigt, maar de moedermaatschappij en samenstelling van die fiscale eenheid voor wat betreft de daarin opgenomen maatschappijen niet veranderen.

**Uitwerking onder nieuwe wetgeving**
Ik heb moeite om de verbrekingsgrond onder de nieuwe wetgeving aan te duiden. Art. 15 lid 10 onderdeel Wet Vpb is niet van toepassing omdat de zuster FE mogelijk is op grond van art. 15 lid Wet Vpb. Art. 15 lid 10 onderdeel Wet Vpb liet op de situatie dat een topmij belastingplichtig wordt, maar hier wordt de belastingplichtige juist topmij.

**Conclusie**
Deze overgang vindt plaats onder het Papillon besluit. We hebben laatst bij een andere casus gelegd dat we verbrekingen overgangen onder het besluit zoveel mogelijk uitleggen zoals we doen onder nieuwe wetgeving. Alleen hier ligt de omzetting en verplaatsing voor het publiceren van de Nota Van Wijziging (16 maart 2016), waarin de nieuwe verbrekingsgronden zijn opgenomen. Het verzoek is 17 maart 2016 ingestuurd.

De fiscale eenheid verbreekt dus op grond van art. 15 lid 10 onderdeel Wet Vpb; er kan een aansluitende FE aangegaan worden en de voortzettingsbepaling is van toepassing. Mocht bij verplaatsing van de zetel naar Luxemburg toch een vaste inrichting in Nederland achterblijven, dan verbreekt de FE op grond van art. 15 lid 10 onderdeel Wet Vpb of lid onderdeel oud en bevat art. 40 BFE voor deze situatie een beperkte voortzettingsbepaling indien aansluitend een nieuwe FE tot stand komt.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *