AI-samenvatting
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of artikel 15ae lid 5 Wet VPB nog van toepassing is na spoedreparatiemaatregelen. De conclusie is dat deze bepaling niet van toepassing is in de geschetste situatie, waardoor de verliesverrekening niet wordt beperkt.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
**Vraag van de KG FFE over toepassing van 15ae lid icm spoedreparatie FE en art 20a**
Geregistreerd als 2019 19
Bestej,
Onderstaande vraag over de werking van 15ae lid Wet VPB na de spoedreparatie is bij ons binnengekomen. Omdat het ook over 20a icm spoedreparatie gaat, deel ik een ingekorte versie van de discussie binnen de kennisgroep met je. Laat aub even weten of je onze conclusie deelt. Op- en of aanmerkingen zijn uiteraard ook welkom.
**Casus**
FE koopt FE. FE bestaat uit en FE beschikt nog over verrekenbare verliezen waarvan een deel dreigde te verdampen in 2018. Aan iedere vennootschap binnen FE zijn verrekenbare verliezen toe te rekenen. FE wordt per 2018 gevoegd in FE. Het voornemen bestaat om de activiteiten van en over te brengen naar en worden vervolgens ontbonden.
Op basis van art 15 lid 17 jo 20a lid Wet Vpb bestaat volgens de belastingplichtige voor en het voornemen tot inkrimping omdat alle activiteiten zullen worden afgestoten. Daarnaast is belastingplichtige ook van mening dat er ook op het niveau van inkrimping zal plaatsvinden door de integratie met de overnemende vennootschap.
Door toepassing van art 20a Wet Vpb zijn de openstaande verliezen van en niet meer verrekenbaar. Belastingplichtige doet dan ook een beroep op art 20a lid 12 Wet Vpb. Hierdoor kan de herwaarderingswinst worden afgezet tegen het verlies uit 2010 dat dreigt te verdampen. Op het niveau FE is er geen sprake van inkrimping van activiteiten.
De vraag is of artikel 15ae lid Wet Vpb nog toepassing vindt na de spoedreparatiemaatregelen. Door de werking van artikel 15ae vijfde lid Wet Vpb heeft de overdracht van activiteiten binnen een FE namelijk geen invloed op de toets van art 20a vierde lid Wet Vpb en zou de verliesverrekening in onderhavig geval niet worden beperkt en is herwaardering op grond van art 20a lid 12 Wet Vpb ook niet mogelijk. Daarnaast wordt ook de vraag gesteld of art 15ae lid Wet Vpb hier nog wel op gaat omdat in dit geval de overdragende vennootschappen worden ontbonden.
**Antwoord**
Zie nota naar aanleiding van het verslag 34 959 nr. Is de staatssecretaris ook van mening dat art 15ae lid tot en met Wet VPB 1969 en art 15af lid Wet VPB 1969 kunnen komen te vervallen zie par. reactie stas. Onder wordt gevraagd of de artikelen 15ae derde tot en met vijfde lid en 15af zevende lid Wet Vpb 1969 kunnen komen te vervallen. Deze bepalingen kunnen niet komen te vervallen onder andere omdat die bepalingen ook betrekking hebben op artikel 20 vierde en zesde lid Wet Vpb 1969 en wat betreft artikel 20a Wet Vpb 1969 bijvoorbeeld ook werking hebben voor de verrekening van voorvoegingsverliezen bij belangwijzigingen die vóór 25 oktober 2017 11:00 uur hebben plaatsgevonden.
Daaruit valt af te leiden dat art 15ae lid Vpb niet van toepassing is in deze situatie. Deze bepaling is in de wet gebleven voor oude gevallen en voor toepassing van art 20 lid en Wet Vpb. De kennisgroep komt tot de conclusie dat art 15ae lid Wet Vpb niet van toepassing is.
**GEACCEPTEERD ANTWOORD**
Betreft Casus 15ae lid icm spoedreparatie FE 20a
27 jun 2019
Ik heb vandaag onderstaand bericht aan 2e verzonden.
Bests 2e,
In eerste instantie leek mij het door jullie gegeven antwoord wat kort door de bocht. Jullie citeren het antwoord van de Stas op een vraag en leiden daaruit af dat art 15ae lid Vpb niet van toepassing is in deze situatie. Deze bepaling is in de wet gebleven voor oude gevallen en voor toepassing van art 20 lid en Wet Vpb. De kennisgroep komt tot de conclusie dat art 15ae lid Wet Vpb niet van toepassing is.
Bij nadere beschouwing vermoed ik dat de korte formulering wordt veroorzaakt doordat jullie al vaker met het spoedreparatiebijltje hebben gehakt. Art 15ae lid Wet VPB is niet afgeschaft en bestaat nog steeds maar mist in casu toepassing. Als gevolg van de toepassing van art 15 lid 16 Wet VPB moet in deze situatie art 20a Wet VPB worden toegepast als ware er geen fiscale eenheid. Nu dat in casu het geval is, mist art 15ae lid Wet VPB toepassing. Art 15ae lid Wet VPB veronderstelt immers dat art 20a Wet VPB van toepassing is in een fiscale eenheidssituatie. Maar in casu is de doorwerking van art 15 Wet VPB naar art 20a Wet VPB geblokkeerd door het zestiende lid van art 15 Wet VPB. Door de toepassing van art 15 lid 16 Wet VPB heeft art 15ae lid Wet VPB in casu geen effect.
Kortom, wij delen jullie conclusie dat art 15ae lid Wet VPB in deze situatie niet van toepassing is.
Geef een reactie