1804489

AI-samenvatting

Deze belastinguitspraak behandelt de toepassing van de Regeling functionele valuta (RFV) en de eisen voor het opstellen van de commerciële jaarrekening in een andere valuta. De conclusie is dat de RFV niet vereist dat de andere geldeenheid ook de functionele valuta is zoals gedefinieerd in de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

Kennisgroep Bijzondere Winstbepalingen VPB
2019 02 Toepassing RFV presentatie en functionele valuta

Aan
Van
Betreft
Datum
2e6 2e GO Maastricht
Kennisgroep Bijzondere Winstbepalingen VPB
Regeling functionele valuta artikel lid Wet VPB 1969
11 februari 2019

**VRAAG**
Volgens het beleidsbesluit, hierna het besluit, over de Regeling functionele valuta, hierna RFV, vereist de RFV onder andere dat de commerciële jaarrekening wordt opgesteld in de functionele valuta en dat dit wordt gerechtvaardigd door de werkzaamheid van de rechtspersoon of de internationale vertakking van zijn groep. Volgens de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving (RVJ) betekent het begrip functionele valuta “de valuta van de economische omgeving waarin de rechtspersoon actief is”. Moet deze RVJ-uitleg van het begrip functionele valuta ook in dit geciteerd besluitonderdeel worden toegepast, zodat de inspecteur zowel toetst of de commerciële jaarrekening wordt opgesteld in “de valuta van de economische omgeving waarin de rechtspersoon actief is” als daarnaast ook toetst of dit wordt gerechtvaardigd door de werkzaamheid van de rechtspersoon of de internationale vertakking van zijn groep?

**ANTWOORD**
Nee, de RFV eist niet dat de andere geldeenheid waar om wordt verzocht ook de functionele valuta is als bedoeld in de RVJ. De RFV verwijst enkel naar de eis van artikel 362 zevende lid van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek dat de andere geldeenheid wordt gerechtvaardigd door de werkzaamheid van de rechtspersoon of de internationale vertakking van zijn groep. Een aanvullende eis is niet beoogd, niet door de RFV en ook niet door het besluit. Dit blijkt uit de totstandkomingsgeschiedenis van zowel de RFV als het besluit.

**TOELICHTING**
**FEITEN**
NV is een naar Nederlands recht opgerichte tophoudster van het concern en beursgenoteerd aan de NASDAQ. NV moeder FE doet aangifte in euro. NV rapporteert daarnaast aan de NASDAQ in USD. De Nederlandse dochtermaatschappijen opereren in een euroomgeving. Partijen gaan ervan uit dat alle vennootschappen dezelfde valuta moeten hanteren om een fiscale eenheid (FE) VPB te kunnen vormen tussen NV en al haar dochtervennootschappen. Vandaar dat belanghebbende verzoekt om voor alle vennootschappen een functionele valutabeschikking af te geven met USD als functionele valuta, dit ondanks het feit dat de meeste vennootschappen in een euroomgeving opereren.

De adviseur betoogt dat de Nederlandse dochtervennootschappen deel uitmaken van een internationale groep met een moedermaatschappij waarvan de geconsolideerde jaarrekening wordt opgemaakt in USD. De internationale vertakking van de groep rechtvaardigt dan ook dat de jaarrekeningen van de Nederlandse dochtervennootschappen op grond van artikel 362 lid van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek worden opgemaakt in USD. Voor de toepassing van artikel 362 lid van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is het bestaan van de internationale vertakking van de groep op zichzelf immers voldoende om de jaarrekening in een andere geldeenheid dan de euro op te stellen. De adviseur is van mening dat daarmee wordt voldaan aan de eisen voor het afgeven van een functionele valutabeschikking.

De inspecteur is van mening dat in casu de presentatievaluta afwijkt van de functionele valuta, waardoor op basis van het besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 14 februari 2017 nr. 2017 1187 niet aan de eisen voor het afgeven van een beschikking functionele valuta wordt voldaan.

**BESCHOUWING**
Allereerst zal beschreven worden wat het verschil is tussen de functionele valuta en de presentatievaluta. Vervolgens wat de wetgever heeft opgenomen en bedoeld in de Regeling functionele valuta (RFV). Het onderscheid tussen de functionele valuta en de presentatievaluta komt voort uit het jaarrekeningenrecht. Deze begrippen worden als volgt gedefinieerd in de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving middelgrote en grote rechtspersonen:
– **Functionele valuta**: De functionele valuta is de valuta van de economische omgeving waarin de rechtspersoon actief is.
– **Presentatievaluta**: De valuta waarin de jaarrekening wordt gepresenteerd.

In de wettelijke bepaling van artikel lid Wet Vpb waarin wordt verwezen naar de Regeling functionele valuta (RFV) wordt gesproken over “een andere geldeenheid dan de euro”. Bij de totstandkoming van de Regeling Functionele Valuta (RFV) is aansluiting gezocht bij het Nederlands Jaarrekeningenrecht.

In de kamerstukken is dus opgenomen in welke gevallen een belastingplichtige zijn winst mag berekenen in een andere geldeenheid dan de euro. Hiervoor wordt verwezen naar de toetsing zoals deze wordt gehanteerd in het jaarrekeningenrecht. Hierin zijn regels opgenomen in welke gevallen het is toegestaan om de jaarrekening of de geconsolideerde jaarrekening in een andere geldeenheid op te stellen.

Met andere woorden, op basis van de kamerstukken bij de totstandkoming van de RFV mag er een andere geldeenheid worden gehanteerd indien aan dezelfde toets wordt voldaan zoals die is opgenomen in het jaarrekeningenrecht.

Vanuit deze gedachten is het volgende in de RFV opgenomen:
Op verzoek van de belastingplichtige wordt het belastbare bedrag berekend in een andere geldeenheid dan de euro indien de belastingplichtige de jaarrekening over het jaar dat aanvangt met het overgangstijdstip op de voet van artikel 362 zevende lid van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in die andere geldeenheid opstelt.

In casu zal in de toekomst de geconsolideerde jaarrekening opgesteld worden in USD op basis van de internationale vertakking van de groep. Daarmee is de keuze voor de USD als zijnde vreemde geldeenheid gerechtvaardigd. Dit wordt ook niet betwist door de inspecteur. Partijen zijn het erover eens dat dit de presentatievaluta is zoals we dit begrip kennen in het jaarrekeningenrecht.

In het besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 14 februari 2017 nr. 2017 1187 is de tekst van het BW letterlijk overgenomen.

De RFV eist onder andere dat de belastingplichtige in het eerste jaar waarin de RFV wordt toegepast ook de commerciële jaarrekening opstelt in de functionele valuta en dit wordt gerechtvaardigd door de werkzaamheid van de rechtspersoon of de internationale vertakking van zijn groep. De inspecteur zal deze rechtvaardiging slechts marginaal toetsen. Alleen als de rechtvaardiging evident afwezig is, zal hij het standpunt innemen dat niet wordt voldaan aan de eisen die de RFV stelt aan de commerciële jaarrekening.

Zoals de inspecteur terecht opmerkt, suggereert de huidige tekst dat de inspecteur aan separate elementen marginaal toetst:
– Wordt de commerciële jaarrekening in de gewenste vreemde valuta gepresenteerd?
– Wordt dit gerechtvaardigd door de werkzaamheid of internationale vertakking van haar groep?

Dit zou betekenen dat indien de functionele valuta uitgelegd moet worden conform het jaarrekeningenrecht, dit betekent dat er enkel een functionele valutabeschikking afgegeven mag worden als de functionele valuta gelijk is aan de presentatievaluta.

In de CPP2006 1094M versie van het beleidsbesluit die van toepassing was tot 20 mei 2011 was onmiskenbaar sprake van alleen de toetsing aan artikel 362 lid BW.

De huidige tekst met zijn ogenschijnlijk dubbele eis is ontstaan bij besluitversie Nr BLKB2011 392M. Daar is deze tekstwijziging ook uitdrukkelijk benoemd als alleen redactioneel.

Daarnaast is de functionele valuta regeling ingegeven ter voorkoming van administratieve lasten. Indien de commerciële jaarrekeningenrechtelijk terecht legitiem in de andere geldeenheid is opgesteld, leidt fiscaal vasthouden aan de euro juist tot administratieve lasten.

Gezien de ratio van de RFV en de tekst van de RFV is handhaving van criteria zoals het geldende besluit suggereert onhoudbaar. Alleen het van toepassing zijn van artikel 362 lid Boek BW rechtvaardigt qua ratio de toepassing van de RFV.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *