AI-samenvatting
In deze belastinguitspraak wordt vastgesteld dat een rentedragende vordering, ontstaan uit de verkoop van deelnemingen in het kader van een herstructurering, niet als belegging kwalificeert. De vordering vervult geen functie in de onderneming van de belastingplichtige, waardoor artikel 20a Wet Vpb niet van toepassing is.
Kennisgroepstandpunt
Kennisgroep Bijzondere Winstbepalingen Vpb
Kennisgroep Bijzondere Winstbepalingen Vpb
512e
Art ^ua lidbwet vpD oeieggingkoets samenstel
van handelingen
21September 2021
112021 09Van
Aan
Bet reft
Datum
Nummer vraaa
Verkorte omschriivina vraaa
Iseen rentedragende vordering diegeen functie vervult indeonderneming van
belastingplichtige geen belegging alsbedoeld inartikel 20a zesde lidWet Vpb
alsdeze vordering isontstaan uitdeverkoop van deelnemingen inhet kader van
een herstructurering met alssluitstukde liquidatie van belastingplichtige en
deze deelnemingen tot inieder geval kort voor dieverkoop geen belegging
vormden
Antwoord
Nee aan hetbeleggingskarakter van een vordering diegeen functie vervult inde
onderneming van belastingplichtige staat netindeweg deenkele omstandigheid
dat dievordering isontstaan uitdeverkoop van niet beleggingswerkzaamheden
inhet kader van een herstructurering waarvan deliquidatie van
belastingplichtige het sluitstuk vormt
Voor devraag ofeen vordering alsbeleggingindezin van artikel 20a Wet Vpb
kwalificeert moet worden gekeken naar defunctie diedevordering vervult In
casu oefent belastingplichtige geen onderneming meer uitenwordt devordering
aangehouden met hetoog ophetverkrijgen van rendement dat bijnormaal
actief vermogensbeheer mag worden verwacht Devordering moet voor
toepassing van artikel 20a lid6Wet Vpb daarom worden aangemerkt als
belegging De incasu aanwezige reorganisatie stakings enliquidatiecontext
maakt niet datsprake isvan een bijzondere situatie diemeebrengt dat aan de
functie van beleggen moet ofkan worden voorbijgegaan
Onderbouwina
Feiten
Belastingplichtige XBV istotmedio [67^deinNederland gevestigde
67Awr houdstervennootschap van een concern
67Awr
tussenholding
X 67Awr die een 100 belang heeft ineen 67Awr[werkmaatschappij
Tot aan deverkoop van deze werkmaatschappljlj
isbijXBVophaar belanginXC67Awrdedeelnemingsvrijstelling van
toepassing opbasis van deschakeldoctrine Vervolgens isde
deelnemingsvrijstelling tot aan deverkoop van XC[
hierna van toepassing opbasis van deonderworoenheidstoets
Verder heeft XBV100 van deaandelen ineen
XI|67Awr| die 100 van deaandelen ineen
heeftXBVheeft 100 van deaandelen ineen67Awr
ziehierna 67Awr
1zie 67Awr
tussenholding
Jwerkmaatschappij67Awr
67Awr
1
1804272 00122
Kennisgroep Bijzondere Winstbepalingen Vpb
•Een investeringsmaatschappij heeft bijna 90 van deaandelen inXBV Deze
investeringsmaatschappij isactief betrokken bijdebedrijfsuitoefening van de
werkmaatschappijen
•Alle aandelen inXBV csworden in
derde
•Ylimited isvanaf datmoment actief betrokken bijdebedrijfsuitoefening van
dewerkmaatschappijen
•Degezamenlijke omvang van dewerkzaamheden ten tijde van de
aandeelhouderswijziging isnietafgenomen totminder dan 30 van de
gezamenlijke omvang van werkzaamheden aan hetbegin van hetopdat
moment oudste verliesjaar
•Ylimited was ten tijde van deze aandeelhouderswijziging niet voornemens
XBVbinnen drie jaar nadeaandeelhouderwijziging teliquideren ofde
gezamenlijke omvang van deopdat tijdstip bijXBVaanwezige
werkzaamheden binnen drie jaar met meer dan 70 intekrimpen dit
voornemen bestond ook niet bijXBV
•in|67AwrIvindt ereen analyse plaats inhet kader van devraag hoe de
vennootschappen inhet concern van Ylimited gaan integreren
•Onderdeel van hetplan waartoe nog in|srAwr
|wordt besloten ishet elders in
het concern onderbrengen van dedeelnemingen van XBVgevolgd door de
opheffing van XBV Debelangrijkste stappen zijnverkocht aan Ylimited een 67Awr
wordt door XBVhetbelang inX16Awriverkocht aan Y
limited tegen schuldigerkenning indevorm van een|S7aWT^ lenings7Awr1In67Awr
67Awr
2^ verkoopt Xq67Awrhaar werkmaatschappij aan
Ylimited tegen schuldigerkenning indevorm van een vorderina met als
67Awr67Awr
rentepercentage
67Awr
3Daaropvolgend verkoopt XBVop
aan Ylimited tegen schuldigerkenningindevorm van een^67Awrlening
met alsrentepercentage
4Naast deonder 1en3genoemde vorderingen heeft XBVin|67Awr|aan
bezittingen alleen nog een vordering opdevoormalige deelneming X
C|67Awr vanhetbelang inXC67Awr 67Awr
67Awr
medio
opYlimited enliquide middelen □
5In 67Awr wordt besloten XBVteontbinden
6Opomgezet ineen vordering67Awr 67Awr
67Awr
vindt devereffening van hetvermogen van XBV
plaats enworden deliquide middelen van opdatmoment[67Awr
I67Awr^alsmede devorderingen van XBVopYlimited van opdat
moment intotaal
overgedragen XBVheeft geen invioed ophet bestuur van de
aandeelhouder67Awr
alsliquidatie uitkering aan Ylimited67Awr
•Hetboekjaar isgelijk aan hetkalenderjaar
• In167Awr^n |67Awr|worden met name uitrentebaten bestaande positieve
belastbare winsten behaald
•Deverliezen uit[
winsten afgezet]worden door debelastingplichtige tegen die 67Awr
2
1804272 00122
Kennisgroep Bijzondere Winstbepalingen Vpb
Beschouwlna
11Debeleggingstoets van artikel 20a Wet Vpb kwalificatie alsbelegging
Debeleggingstoets geldt voor zowel verliesjaren artikel 20a lid4aanhef Wet
Vpb als voor winstjaren artikel 20a lid6Wet Vpb Hierbij geldt eenzelfde
grotendeelscriterium
Artikel 20a lid4aanhef Wet Vpb luidt
Het eerste lid isvoorts niet van toepassing opeen verlies dat isgeleden ineen jaar waarin
debezittingen van debelastingplichtige gedurende ten minste negen maanden niet
grotendeels uitbeleggingen bestonden
Artikel 20a lid6Wet Vpb luidt
Een veriies waarop iiet vierde iidvan toepassing is issieciits verrekenbaar met de
belastbare winst onderscheidenlijk tiet Nederlandse inkomen van een jaar waarin de
bezittingen van debelastingplichtige gedurende ten minste negen maanden niet
grotendeels bestaan uitbeleggingen
Voor debeantwoording van devraag ofsprakeisvan beleggingenis
doorslaggevend ofdebezittingen een functie vervullen indeuitoefening van een
onderneming ofworden aangehouden met het oog ophetverkrijgen van
rendement dat bijnormaal actief vermogensbeheer mag worden verwacht Zie
onder meer deze wetsgeschiedenis
Kamerstukken II1999 2000 27209 nr3p57
Beleggingen zijn bezittingen diegeen functie vervullen indeuitoefening van een
onderneming maar dieworden aangehouden met oog ophetverkrijgen van rendement dat
bijnormaal actief vermogensbeheer mag worden verwacht
Voor devraag ofergrotendeels sprakeisvan beleggingen wordt uitgegaan van
dewaarde inheteconomische verkeer niet van defiscale waarde zie
hieronder
Besluit Staatssecretaris van Financien van 17aprii 2020 nr2020 19072 Stcrt 2020
23674 VN2020 289
42Niet aaneengesloten periods enwaarde inhet economische verkeer
Wat betreft dewaardering ligt het inderede dataangesloten wordt bijdewaarde
inhet economische verkeer van debezittingen endedaarvan deei uitmakende
beleggingen Dewaarde inheteconomische verkeer geeft deactuele aanwending van het
vermogen van devennootschap weer Daarbij kan worden uitgegaan van dewaarde van de
bezittingen zoais deze biijken uitdecommerciSle jaarstukken opgemaakt volgens de
bepalingen van titel 9boek 2van het Burgerlijk Wetboek dan welvolgens soortgelijke
buiteniandse wettelijke regelingenDitgeldt uiteraard ook voor toepassing van artikel
20a zesde ennegende lid
3
1804272 00122
Kennisgroep Bijzondere Winstbepalingen Vpb
12Debeleggingstoets enhoudstervennootschappen wetsgeschiedenis
Incasu issprake van een houdsterstructuur Uitdevolgende wetsgeschiedenis
blijkt datook deelnenningen totdebeleggingen kunnen behoren ofnusprake is
van een passieve ofeen actieve houdstermaatschappij Hetgaat erom weike
functie degehouden beiangen vervuilen isereen reiatie tussen de
bedrijfsuitoefening van beiastingplichtige endie van dedeeineming dan isgeen
sprake van beieggingen
Tweede Kamer vergaderjaar 2000 2001 27209 nr6p41en42
Deleden van deWD fractie vragen hoe hetbeleggingscriterium moet worden uitgelegd
bijholdingmaatschappijen Daarbij vragen zijhoe dat criterium uitwerkt bijeen passieve
holding met een actieve dochtermaatschappij respectieveiijk bijeen actieve
moedermaatschappij met eendochtermaatschappij waarvan hetvermogenvoor een
belangrijk deel uitbeleggingen bestaat
Beleggingen zijn bezittingen diegeen functie vervuilen indeuitoefening van een
onderneming maar dieworden aangehouden met oog ophetverkrijgen van rendement dat
bijnormaal actlef vermogensbeheer mag worden verwacht Bijeen zulver passieve
holding ishetmogeiijk datdeaandelen ineen actieve dochtermaatschappij een belegging
vormen ongeacht ofhetpakket aandelen eendeeineming vormt indezinvan artikel 13
tweede iid van deWet opdevennootschapsbelasting 1969 Indesituatie van deactieve
houdstermaatschappij kunnen erechter ook bezittingen waaronder deeinemingen zijn
die een belegging vormen Dathangt afvan defunctie diedebezittingen vervuiien Indien
dedeeineming wordt aangehoudeninverband met dereiatie tussen deeigen
bedrijfsuitoefening endebedrijfsactiviteit van dedochtermaatschappijisgeen sprake van
een belegging Indien dedeeineming niet zonfunctie binnen deonderneming van de
actieve houdstermaatschappij vervuit issprake van een beiegging
Bovenstaande wetsgeschiedenisisnog steeds relevant zoals ook blijkt uitde
parlementaire behandeling van de hier overigens niet van toepassing zijnde
spoedreparatiemaatregelen
Kamerstukken Ivergaderjaar 2018 2019 34959 Dp15
Verder vragen deleden van defractie van hetCDA terzake van debeleggingstoetsinte
gaan opdehuidige interpretatievan dewetsgeschiedenis met betrekkingtotzuiver
passieve holdingsenactieve houdstermaatschappijen Deinterpretatievan die
wetsgeschiedenisisongewijzigdalsgevolg van ditwetsvoorstel Hetgeen daarover inde
parlementaire geschiedenis van deWet ondernemerspakket 2001 [noot27 27
Kamerstukken II2000 0127209 nr6p4142]isopgemerkt blijft daarbij relevant
Inhetverlengde daarvan heeft destaatssecretaris ook hetvolgende opgemerkt
Kamerstukken Ivergaderjaar 2018 2019 34959 Dp15
Ook hetgeenisopgemerktindewetgeschiedenis bijdeOverige fiscale maatregelen
2010 [noot 28 Kamerstukken II2009 1032129 nr3p59Jmet betrekking tot artikel 13
negendelidWetVpb 1969 niet alsbelegging gehouden deeineming kan van belang zijn
voor deinterpretatie ten behoeve van detoepassingvan debeleggingstoets bijartikel 20a
WetVpb 1969
4
1804272 00122
Kennisgroep Bijzondere Winstbepalingen Vpb
Bijdebeoordeling vandeelnemingeninhet kader van debeleggingstoets van
artikel 20a Wet Vpb isdus ook devolgende wetsgeschiedenis van belang
Kamerstukken IIvergaderjaar 2009 2010 32129 nr3p59
Artikel 13negendelid niet alsbelegging gehouden
Eendeelneming wordt onder meer niet alsbelegging gehoudenalsdeondernemingvan
het lichaam waarin wordt deelgenomen inhetverlengde ligt van deonderneming van de
belastingplichtige
Ook Indien debelastingplichtige eenhoudstervennootschapisdie eenwezenlijke
functie vervult ten dienste van debedrijfeuitoefeningvan een groep zaldeze hetbelang
niet alsbelegging houden
Indien sprake isvan eentophoudster dieopgrond van haar activiteiten opbestuurlijk
beleidsvormend enoffinancieel terrein eenwezenlijke functie vervult ten dienste van de
bedrijfsuitoefening van degroep zaldeze tophoudster deaandelen niet alsbelegging
houden
Indien sprake isvan een tussenhoudster diedoor een schakelfunctie een relatie tussen
debedrijfsmatige activiteiten van demoedermaatschappij endeactiviteiten van de
kleindochtermaatschappij legt kan deze tussenhoudster worden geacht een wezenlijke
functie ten dienste van degroeptevervullen Detussenhoudster vervult ook een
schakelfunctie alsdemoedermaatschappij eentophoudsterisdie een wezenlijke functie
vervult ten dienste van debedrijfsuitoefeningvan degroependetussenhoudster een
deelneming heeft ineen lichaam dat een actieve onderneming drijft Van een
schakelfunctie kan eveneens sprake zijn indien een tussenhoudster niet rechtstreeks wordt
gehouden door een actieve moedermaatschappij oftophoudster maar door een andere
tussenhoudster Deze benaderingisontleend aan het beleid zoais datgold tot
2007 opgrond van BNB 1975 11
Een andere situatie die zich kan voordoen betreft een belastingplichtige diebelangen houdt
ineen ofmeerdere iichamen die niet middellijk ofonmiddellijk beleggen zonder dat
sprakeisvan een houdsterfunctie binnen een groep Een dergeiijke belastingplichtige
heeft dan meer het karakter van een participatiemaatschappijIndie situatie zal
moeten worden getoetst ofdebelastingplichtige alszodanigeenonderneming drijft
Daartoe moet worden getoetstofdewerkzaamheden van debelastingplichtigehet normale
vermogensbeheerteboven gaanEen belangrijkcriterium inditverband isofde
belastingplichtige bijvoorbeeld door zittinginhetdagelijks bestuur van devennootschap
waarin hetbelang wordt gehouden een beleidsvormende financiele enbestuurlijke
invioed kan uitoefenen
13Debeleggingstoets enhoudstervennootschappen relevante jurisprudentie
Met betrekking totdewezenlijke functie kan voorts worden gewezen op
jurisprudentie van deHoqe Raad waaruit volqt dat als een concern een
onderneminq uitoefent eneen onderdeel daarvan inhet concern een wezenlijke
functie vervult hetondernemerschap van het concern zich uitstrekt totdie
onderdelen
5
1804272 00122
Kennisgroep Bijzondere Winstbepalingen Vpb
Hoge Raad 26februari 2010 ECLI NLHR2010 BL5550i
33Met Hof heeft terecht alsuitgangspunt genomen dat bijdebeantwoording van de
vraag welke maatstaf moet worden aangelegd bijdebeoordeling ofsprake isvan een
ondernemingindezin van artikel 20 lid5van deWet aansluitingdient teworden
gezocht bijbetondernemingsbegrip van artikel 6lid1van deWet opde
inkomstenbelasting 1964 vgl HR25oktober 2000 nr35695 UN
AA7843 BNB 2000 388 enHR8december 2006 nr41711 UNAW2207 BNB 2007 83
Het Hof heeft vervolgens geoordeeld dat deactiviteiten van deGroep tezamen enin
verenigingnaar hun aard moeten worden beschouwd als hetdrijvenvan eenonderneming
zoals bedoeld inartikel 6van deWet opdeinkomstenbelasting 1964 endat deactiviteiten
diebelanghebbende uitoefende geheelenalplaatsvonden teruitvoering van debeslissing
van deGroep om een belangrijk activum van dieondernemingteverkopen Deze oordelen
worden incassatie niet bestreden Het Hof heeft aan deze oordelen deconclusie
verbonden datbelanghebbende eenonderneming dreef kennelijk omdat
belanghebbende ten dienste van debedrijfsuitoefening van deGroep een
wezenlijke functie vervulde Ditoordeel van het Hofgeeft geen blijk van een onjuiste
rechtsopvatting Het isvoor hetoverige van feitelijke aard enniet onbegrijpelijk zodat het
incassatie niet met vrucht kan worden bestreden
14Debeleggingstoets toegepast opdecasus
Zoals gezegd geldt debeleggingstoets voor zowel verliesjaren als voor winstjaren
zieparagraaf11Toegepast opdecasus kan onderscheid worden gemaakt
tussen vier periodes waarbij uiteindelijk dekwalificatie van debezittingen met
name de
laatste periode het winstjaar]ezAwr centraal staat endus artikel 20a lid6Wet
Vpbvorderingen opdeaandeelhouder inde 67Awr
141Periode tot eiAwr verkoop aan YLimited
Tot dekwalificerende belangwijziging medio|S7Awr|isxBVvoor de
investeringsmaatschappij een tussenhoudster met een wezenlijke schakelfunctie
met 100 tussenhoudsters Deze tussenhoudsters hebben 100 belangenin
werkmaatschappijen dieondernemingen uitoefenen waarvoor detophoudster de
investeringsmaatschappij actief betrokken isbijdebedrijfsuitoefening XBV
vervult hierin een wezenlijke schakelfunctie
XBVvervult een wezenlijke functie ten behoeve van debedrijfsuitoefening van
degroep alsbedoeld indewetsgeschiedenis endejurisprudence zieparagraaf
12enparagraaf13Debelangenindedeelnemingen vormen daarom geen
beleggingen XBVoefent eenonderneming uitendeaandelen inde
tussen houdsters behoren tothetondernemingsvermogen Verder behoren de
bezittingen diedienstbaar zijn aan dieonderneming bijvoorbeeld vorderingen op
detussen houdsters enwerkmaatschappijen tothetondernemingsvermogen
Opgrond van hetvoorgaande wordt aangenomen dat indeverliesjaren tot en
met 2015 aan hetgrotendeelscriterium van artikel 20a lid4aanhef Wet Vpb
zieparagraaf 11wordt voldaan
Hoge Raad 26februari 2010 ECLI NLHR2010 BL5550 BNB 2010 125
6
1804272 00122
Kennisgroep Bijzondere Winstbepalingen Vpb
142Periode67Awr
Nadeverkoop van XBVaan Ylimited gaat XBVvanaf
Ylimited alstussenhoudster met een wezenlijke schakelfunctie fungeren
Ylimited isvanaf dat moment deaandeelhouder die actief betrokken isbijde
bedrijfsuitoefening van dewerkmaatschappijen XBVvervult ook indeze periode
een wezeniijke functie ten behoeve van debedrijfsuitoefening van degroep en
debelangen indedeelnemingen vormen daarom geen beleggingen]voor67Awr
Opgrond van hetvoorgaande wordt aangenomen dat inhetverliesjaarlS7Awr
eveneens aan hetgrotendeelscriterium van artikel 20a lid4aanhef Wet vpb
wordt voldaan
In 67Awr wordt dequa economische waarde kleinste directe deelneming X
I|67Awr teg^ schuldigerkenning verkocht aan Ylimited Nudewaarde van de
resterende directe deelneming XQ67Awr|yeel hogerisdan debijverkoop van X
l67Awr|ontstane vordering leidt dieverkoop erniet toe dat XBVvanaf dat
moment grotendeels beiegt
143Periode vanaf 67Awr
Op2
Cl67Awr^deaandelen indegrote werkmaatschappij verkocht Nadeze verkoop
houdt XBVenkel nog hetbelang inde lege tussenholding XC|67Awr enheeft zij
geen indirect belang meer ineen ofmeer werkmaatschappijen XBVvervult
vanaf
bedrijfsuitoefening van Ylimited eneen werkmaatschappij]heeft deovergebleven direct gehouden tussenholding X 67Awr
derhalve geen schakelfunctie meertussen de67Awr
Vanaf datmoment zouden debezittingen dus kunnen worden aangehouden met
het oog ophetverkrijgen van rendement dat bijnormaal actief
vermogensbeheer mag worden verwacht Er isin67Awr|echter hoe dan ook nog
sprake van een situatie waarbij debezittingen van XBVgedurende ten minste
9maanden niet grotendeels uitbeleggingen bestaan aangezien de
werkmaatschappij van XCS7Awr|pas op
hiervan wordt in|67 Awr|sowieso aan hetgrotendeelscriterium voldaanisverkocht Opgrond67Awr
Door derentebaten opdedoor deverkoop van X 67Awr|enXC]67Awr
|ontstane
vorderingen opdeaandeelhouder ishetjaar[67 Awr|een winstjaar enbetreft het
dus hetgrotendeelscriterium van artikel 20a lid6Wet Vpb
144Periode vanaf iiquidatie XBV 67Awr
worden deaandelen inXC]s7Awr[door XBVtegen
schuldigerkenning verkocht aan Ylimited XBVheeft ophaar balans vanaf dat
moment alleen nog vorderingen opYlimited van intotaal[
eenvoudshalve alvast inclusief de
67Awr
Iaan liquide middelen67Awr
67Awr
omgezette vordering en 67Awr 67Awr
Deresterende vraagisofdegenoemde vorderingen wel ofniet beleggingen
vormen indezin van artikel 20a lid6Wet Vpb Zojadan wordt niet voldaan
aan het daar beschreven grotendeelscriterium in[67Awr
7
1804272 00122
Kennisgroep Bijzondere Winstbepalingen Vpb
Hoewel dekwalificatie van deliquide middelen incasu niet doorslaggevendis is
het van belang tewijzen ophetgeen hierover inhet 20a besluit isopgemerkt
Besluit Staatssecretaris van Financien van 17april 2020 nr2020 19072 Stcrt 2020
23674 VN2020 2892
51Begrip liquide middelen
Voor detoepassingvan artikel 20a worden onder beleggingen mede begrepen liquide
middelen artikel 20a achtste lidonderdeel aNaar mijn oordeel worden daarmee niet
bedoeld bedrijfsgebonden liquidemiddelen Voor debeleggingstoets moet onderscheid
worden gemaakt tussen debezittingen die een functie vervuiien indeuitoefening van de
ondernemingenbezittingen dieworden aangehouden met hetoog ophetverkrijgen van
rendement dat bijnormaal actief vermogensbeheer mag worden verwacht
Bedrijfsgebonden liquide middelen worden niet aangemerkt alsbeleggingen
Erkan dus alleen sprake zijn van bedrijfsgebonden liquide middelen alsde
liquide middelen een functie hebben indeuitoefening van eenonderneming
XBVheeft sinds
Zijhoudt vanaf [
aandeelhouder eneen relatief gering bedrag aan liquide middelen^echter geen wezenlijke schakel functie meer
alleen nog kortlopende vorderingen ophaar 10067Awr
67Awr
Inieder geval vanaf
deliquide middelen inieder geval vanaf datmoment geen functie inde
uitoefening van eenonderneming kunnen vervuiien Erkan dus ook geen sprake
zijn van bedrijfsgebonden liquide middelen alsbedoeld inhet20a besluitheeft XBVgeen onderneming meer zodat 67Awr
Hetvoorgaande heeft eveneens tegelden voor genoemde kortlopende
vorderingen in|67 Awr|is geen sprake meer van een wezenlijke schakel functie
noch van eenonderneming endus kunnen devorderingen ook geen functie meer
hebben indeuitoefening van eenonderneming
XBVhoudt zich indeze periode immers alleen nog bezig met het houden van
kortlopende vorderingen enliquide middelen Erisook geen sprake van
bijzondere rechten dieXBVbijvoorbeeld invioed zouden geveninhet bestuur
van Ylimited
Opgrond van hetvoorgaande isgeen rendement teverwachten dat meer isdan
men bijnormaal actief vermogensbeheer zou mogen verwachten Het
gehanteerde lage vrij reguliere rente percentage van devorderingen enkorte
looptijd duidt daar ook op
Kortom debezittingen in167Awr[worden aangehouden met het oog ophet
verkrijgen van rendement dat bijnormaal actief vermogensbeheer mag worden
verwacht Devorderingen opYlimited kwalificeren alsbeleggingen Inwinstjaar
67AwrIwordt niet voldaan aan hetgrotendeelscriterium van artikel 20a lid6Wet
Vpb
145Behandeling eventuele overfge standpunten
DeKennisgroep licht hierna toe waarom zijvan meningisdat denavolgende
eventueel door een belastingplichtige met betrekking tothetjaar|67Awr|inte
’Het hier opgenotnen citaat komt ook alvoor indevoorgangers van ditbesluit en isdus ook van toepassing op
deonderhavige fiscale jaren
8
1804272 00122
Kennisgroep Bijzondere Winstbepalingen Vpb
nemen endeels samenhangende standpunten niet aan het oordeel indevorige
paragraaf afdoen
•Standpunt Omdat de
liquidatieproces van XBV isafgewikkeld kan devordering niet als een
belegging worden aangemerkt Devordering maakt namelijk deel uitvan een
samenstel van rechtshandelingeninhetkadervan een reorganisatie en
deliquidate van XBVVordering opYlimited tijdens het 67Awr
Kennisgroep Incasu isniet toegelicht waarom anders dan om fiscale
redenen zijnde verliesverrekening isgekozen voor eenvervreemding tegen
schuldigerkenning ennog enige tijd renderende activa inplaats van voor een
uitdelinginnatura van debelangenindetussenhoudsters wat evenmin
additionele contante transacties totgevolg heeft gevolgd door onmiddellijke
opheffing van XBV ofuitdelinginhet kader van deliquidatie
Voor debeantwoording van devraag ofsprakeisvan een belegging gaat het
erom ofdebezittingen een functie vervullen indeuitoefening van een
onderneming Ofeenvennootschap diedebezittingen houdt binnenkort in
liquidatie treedt ofdat daar een voornemen toe bestaat pasisopgericht of
aleen tijd bestaat isgeen criterium endus niet relevant
•Standpunt De nadestaking van demateriele onderneming uiterlijk per
ontvangen rentebaten moeten worden aangemerkt als
nagekomen Dedrijfsbaten Vergelijk het arrest van 5oktober 2007^ enhet
arrest van 27maart 1991^Inhetverlengde hiervan moeten de
onderliggende vorderingen alsbedrijfsgebonden activa endus niet als
belegging worden aangemerkt67Awr
Kennisgroep Derentebaten kunnen niet alsnagekomen bedrijfsbaten worden
aangemerkt endevorderingen mitsdien niet alsnog als niet belegging
Allereerst wordt opgemerkt dat derentebaten incasu zijnopgekomen uit
bronnen devorderingen diejuist pas zijn ontstaan alsgevolg van de
verkoop van indirecte deelnemingen waaronder een
beleggingsdeelneming Wat betreft derentebaten opdevordering die is
ontstaan bijverkoop van XQ67Awr zien zedus opeen nieuw dat wilzeggen
nastaking ontstaan activum
Gewezen zijvoorts ophet feit dat vanwege het ontstaan van devorderingen
door verkoop van deelnemingen een parallel kan worden getrokken met de
situatie datsprake isvan vorderingen ontstaan door verkoop van
ondernemingen indeinkomstenbelasting Indat laatste geval wordt een
vordering namelijk inhetkadervan devermogensetikettering inbeginsel
gerekend tothetprivevermogen van deIBondernemer endus als een box
3belegging wordt aangemerkt^Dievorderingen behoren blijkens
onderstaande jurisprudentie alleen inbijzondere situates tothet
ondernemingsvermogen Dit isvolgens deHoge Raad aan deorde inde
situatie waarin ereengerede kans isdat tengevolge van een bijzonder bij
^Hoge Raad 5oktober 2007 ECLI NLHR2007 BB5001 VN2008 2513nagekomen bate naeinde firrna is
belast met inkomstenbelasting
Hoge Raad 27maart 1991 ECLI NLHR1991 ZC4541 BNB 1991 204 nagekomen bate uitvoormalige
Turkse vaste inrichting
^Cursus belastingrecht IB327Ad5Vordering wegens overdracht onderneming
9
1804272 00122
Kennisgroep Bijzondere Winstbepalingen Vpb
deverkoop gemaakte enmet debetaling verband houdend beding de
exploitatie van eenonderneming indetoekomst weer voor rekening van de
verkoper zou komen
Hoge Raad 14juli2000 ECLI NLHR2000 AA65146
322Voorzover deklachten zich tegen deze oordelen richten falenzijInhet
hierv66r in321als laatste vermelde oordeel ligt besloten het oordeel dat een
gerede kans dat tengevolge van bijzondere bijdeverkoop gemaakte enmet
debetaling verband houdende bedingen deexploitatievan deondernemingin
detoekomst weer voor rekening van deverkoper zou geschieden niet
aanwezig was Laatstbedoeld oordeel isvan feitelijke aard enniet onbegrijpeiijk
zodat het incassatie niet met vrucht kan worden bestreden Uitgaandevan ditaordeei
heeft het Hofterecht beslist datdevordering opbelanghebbendeszoon behoort tot
hetprive vermogen vanbeianghebbende zodat degestelde vermindering van de
waarde van dievordering niet inmindering komt opbelanghebbendes winst uit
onderneming
Indeaan deKennisgroep voorgelegde casus isniet gesteld ofgebleken dat
een dergelijke uitzonderingssituatie zich hier voordoet Dit zou overigens ook
onlogisch zijn aangezien hetjuist debedoeling isomXBVopkorte termijn te
liquideren Ten overvloede zijopgemerkt dat het niet XBV maar haar
onderliggende tussenholding X 6Awr|isdiedeaandelen indegrote
werkmaatschappij heeft verkocht
Devraag ofartikel 2lid5Wet Vpbindeweg staat aan dehiervoor
besproken parallel beantwoordt deKennisgroep ontkennend Artikel 2lid5
Wet Vpb schrijft voor dat onder meer besloten vennootschappen zoals XBV
worden geacht hunonderneming tedrijven met hun gehele vermogen Voor
artikel 20a Wet Vpb isdeze bepaling echter niet relevant Hetgaat bijartikel
20a Wet Vpb slechts omdevraag ofsprakeisvan bezittingen die een functie
vervullen indeuitoefening van eenonderneming Onder devoorganger van
artikel 20a Wet Vpb artikel 20 lid5Wet Vpb oud oordeelde deHoge Raad
dat bijdebeoordeling ofsprake was van een ondernemingindezin van
laatstgenoemde bepaling aansluiting moest worden gezocht bijhet
materiele ondernemingsbegrip van artikel 6Wet IB1964 zie het arrest van
26februari 2010 inparagraaf 13hiervoor
146Conclusie
DeKennisgroep isvan mening dat debezittingenin|6tAwr|worden aangehouden
met het oog ophetverkrijgen van rendement dat bijnormaal actief
vermogensbeheer mag worden verwacht De incasu aanwezige reorganisatie
stakings enliquidatiecontext doet daaraan niet af
Alsgevolg van hetvoorgaande kwalificeren devorderingen opYlimited als
beleggingen enwordt inhet winstiaar IsAwr|niet voldaan aan het
grotendeelscriterium van artikel 20a lid6Wet Vpb
®Hoge Raad 14juli2000 ECLI NLHR2000 AA6514 BNB 2000 321
10
1804272 00122
Geef een reactie