AI-samenvatting
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of aandelen van een Belgische vennootschap als beleggingsinstelling kunnen worden aangemerkt onder de Nederlandse Wet Vpb. De conclusie is dat deze aandelen niet voldoen aan de vereisten van artikel 28, waardoor de Belgische vennootschap niet als beleggingsinstelling kan worden beschouwd.
Kennisgroepstandpunt
Kennisgroep Bijzondere Winstbepalingen Vpb
BiizondereJWinstbepalingen Vpb Van
Aan
Betreft
Datum
Nummer vraaakpnni nrr pn
512e
Statutaire doeleis enbuitenlandse aandeelhouder fbi
21juli 2021
112021 06
Verkorte omschriivina vraaa
la
Dekennisgroep IBR vraagt iszuiver nationaalrechtelijk beschouwd sprake
van aandelen die berusten bijeen beleggingsinstelling alsbedoeld inartikel
28tweede lidonderdeel donder 2Wet vpb alsaandelen berusten bijeen
niet inNederland belastingplichtige Belgische vennootschap die voldoet aan
alle door artikel 28tweede lidWet Vpb genoemde kenmerken van een
beleggingsinstelling met uitzondering van devereiste statutaire
doelomschrijving waaraan door deBelgische aandeelhouder niet of
bezwaarlijk kan worden voldaan door bepaalde onderdelen van het Belgische
recht
lb
Dekennisgroep IBR vraagt voor hetgeval het antwoord opvraag la
ontkennend isziet dekennisgroep BWB Vpb dan wederom uitzuiver
nationaalrechtelijk perspectief reden om met toepassing van artikel 28
vijfde lidWet Vpb goedkeurend toegelaten aandeelhouderschap aanwezig te
achten
Antwoord
la
Nee zuiver nationaalrechtelijk beschouwd zijn deaandelen gehouden door
een dergelijke Belgische vennootschap geen aandelen gehouden door een
beleggingsinstelling alsbedoeld in28 tweede lid onderdeel donder 2Wet
Vpb
Primair omdat de indeze bepaling bedoelde beleggingsinstelling een lichaam
iswaarop deWet Vpb enmet name artikel 28Wet Vpb van toepassing isen
dit niet het geval isbijeen dergelijke Belgische vennootschap
Subsidiair omdat voor het zijn van beleggingsinstelling alsbedoeld inartikel
28Wet Vpb voldaan moet worden aan alle door artikel 28gestelde wettelijke
vereisten zodat ook het enkele feit dat niet wordt voldaan aan destatutaire
doelomschrijving meebrengt dat geen door artikel 28bedoelde
beleggingsinstelling aanwezig kan worden geacht Een eventuele
buitenlandrechtelijke belemmering om aan destatutaire doeleis tevoldoen
maakt dit niet anders
lb
Dekennisgroep gaat niet over toepassing van artikel 28 vijfde lidWet Vpb
Voor zover van belang ziet dekennisgroep zuiver nationaalrechtelijk
beschouwd geen gronden voor het adviseren totafwijking van dewettelijke
vereisten met toepassing van artikel 28 vijfde lidWet Vpb
1
1804270 00119
Kennisgroep Bijzondere Winstbepalingen Vpb
Onderbouwina
Feiten
•Biseen Belgische
aandelen houdt ineen iMeaerianase Deleggingsinstellingannootschap die 100 van de 67Awr
• InBelgie kwalificeert deze vennootschap alsGereglementeerde
VastgoedVennootschap envalt zijonder hetGVV regime deBelgische
versie van REIT Real Estate Trust Belgie stelt denodige voorwaarden
voortoegang totdatspeciale reginne waaronder financieringslinnieten een
uitdelingsverplichting eneen statutaire doeleis
•Afgezien van deaandeelhouderseis voldoet deNederlandse
deleggingsinstelling aan alle eisen voor een fiscale deleggingsinstelling ex
artikel 28Wet Vpb hierna fbi
•Destatuten van deBelgische aandeelhouder voor zover relevant luiden
alsvoIgt
Inhet kader van deterbeschikkingstelling van onroerende goederen kan de
vennootschap 67Awr
67Awr
67Awr venenen orverKnjgen
van opstalrechten vruchtgebruik erfpacht ofandere zakelijke ofpersoonlijke rechten
opvastgoed zoals hierboven beschreven het beheer endeexptoitatie van onroerende
goederen
BeschQuwing la
Primair
11Niet alleen dedeleggingsinstelling zelf moet aan bepaalde wettelijke eisen
voldoen om als fbitekwalificeren dewet stelt voor die kwalificatie ook een
aantal kwalitatieve enkwantitatieve voorwaarden aan deaandeelhouders van
het lichaam
Indevoorgelegde situatie worden deaandelen indeNederlandse
deleggingsinstelling niet aan een effectenbeurs verhandeld enbeschikt het
lichaam dan wel haar beheerder niet over een vergunning ofvrijstelling
daarvan onder deWet ophet financieel toezicht Derhalve isde
aandeelhouderseis van artikel 28tweede lidonderdeel dWet Vpb van
toepassing deaandeelhouderseisen voor een fbidie zich niet richt tot een breed
publiek
Inart 28tweede lidonderdeel dWet Vpb staat
indien deaandelen ofbewijzenvan deelgerechtigdheidindatlichaam niet zijn toegelaten tot
dehandel opeen markt infinanciele instrumenten alsbedoeld inartikel 11van deWet ophet
financieel toezicht ofhet lichaam dan we zijnbeheerder niet beschikt over een vergunning op
2
1804270 00119
Kennisgroep Bijzondere Winstbepalingen Vpb
grand van deaitlkelen 265of269b van diewet ofniet daarvan Isvrijgesteld opgrand van
deartikelen 266^ derde lid of269c derde lid van diewet geldt ten aanzien van deaandelen
ofbewljzen van deelgerechtigdheld dat
1 ergeen natuurlijke personen zijndie een aanmerkelijk belang hebben inbet lichaam
indezin van afdeling 43van deWet inkomstenbelasting 2001
2° zowei van bet totaal aantal aandelen ofbewijzenvan deelgerechtigdbeidals van de
aandelen ofbewijzen van deelgerechtigbeid die bijontbinding van bet iicbaam delen inde
reserves van bet iicbaam drie vierde gedeelteofmeer bijnatuurlijke personenberust bij
licbamen die niet zijn onderworpen aan een inenige vorm naar dewinst gebeven
belasting ofdaarvan zijn vrijgesteld enwaarvan dewinst niet ineenzodanige beiasting
wardt betrokken bijdegerechtigden totbet vermogen oftotdewinst van bet lichaam
dan wel direct ofindirect bijbeleggingsinstellingen waarvan deaandeien ofbewijzen van
deelgerechtigdbeid voldoen aan devoorwaarden bedoeld inonderdeel c
12Opgrond van deze bepaling moet dus kort gezegd ten minste driekwart
van deaandelen inhanden zijn van inatuurlijk personen zonderdat daarbij
een aanmerkelijk belang ontstaat iivan winstbelasting vrijgestelde lichamen
enof iii direct ofindirect beleggingsinstellingen waarvan deaandelen of
bewijzen van deelgerechtigdbeid voldoen aan devoorwaarden bedoeld inartikel
28tweede lidonderdeel cWet Vpb aandeelhouderseis voor
beleggingsinstellingen die aan een breed publiek worden aangeboden
13DeBelgische aandeelhouder isonderworpen aan deBelgische
vennootschapsbelasting enalszodanig geen niet onderworpen lichaam
alsbedoeld inartikel 28tweede lid onderdeel donder 2Wet Vpb
DeBelgische aandeelhouder isdaarmee alleen eenzogenoemde toegelaten
aandeelhouder als hijkwalificeert als beleggingsinstelling alsbedoeld aan
het slot van artikel 28tweede lid onderdeel donder 2Wet Vpb zie iiibij
punt 12
14Het begrip belegginginstelling heeft indeWet Vpb debetekenis van een
voor deWet Vpb belastingplichtig lichaam waarop artikel 28Wet Vpb van
toepassing isDe inartikel 28tweede lidonderdeel cWet Vpb debepaling
waarnaar inartikel 28tweede lid onderdeel dWet Vpb wordt verwezen
bedoelde uitzondering niet zijnde een beleggingsinstelling alsbedoeld inde
aanhef van ditonderdeel heeft dan ook betrekking opeen voor deWet Vpb
belastingplichtig iichaam waarop artikel 28Wet Vpb van toepassing isendie
bovendien voldoet aan deomschrijving van artikel 28 tweede lid onderdeel
caanhef Wet Vpb
141Ziebijvoorbeeld dememorie van toelichting bijinvoering van de
aandeelhoudersvereisten voor defbi
Tweede Kamer vergaderjaar 1987 1988 20701 nr3biz 10
Gelet ophetvoorgaande stel ikvoor aan hetaandeelhouderschapinde
beleggingsinstelling voorwaarden teverbinden
Indetweede plaats plegen ook verenigingenenstichtingen hun vermogen te
beleggen met alsintermediair een beleggingsinstelling Indien deze verenigingen en
stichtingenniet vennootschapsbelastingplichtig zijn speelthet belastingvrij oppotten
3
1804270 00119
Kennisgroep Bijzondere Winstbepalingen Vpb
van beleggingswinsten geen rol zodat het 75 criterium hier zijn doel voorbij zou
schieten Voorts plegen degrote beleggingsinstellingen dochtermaatschappijen
opterichten die ook destatus van beleggingsinstelling krijgen Hierdoor kan
een zekere concernopbouw tot stand worden gebracht Ook komt het voor dat de
ene beleggingsinstelling deelneemt indeandere beleggingsinstelling Voor zover het
hier gaat om terbeurze genoteerde beleggingsinstellingen acht ikhet 75 criterium
eveneens testringentnumet deze concernopbouw destrekkingvan hetregimeniet
wordt aangetast Aan deze bezwaren kan worden tegemoet gekomen door tebepalen
dat minimaal 75 van deaandelen inhanden moet zijn van natuurlijke personen van
lichamen die niet aan devennootschapsbelastingofeen buitenlandse winstbelasting zijn
onderworpen dan wel dat hetbelang bijhet lichaam dient teberusten bijeen terbeurze
genoteerde beleggingsinstelling
Ook deparlementaire toelichting ten tijde van deaanpassing van de
aandeelhoudersvereisten in2005 2006 wijstindezelfde richting hierna
opgenomen Daarin komt uitdrukkelijk de inhet buitenlandse gevestigde
beleggingsinstelling alsaandeelhouder aan deorde DeVVD fractie was van
mening dat alleen binnen Nederland gevestigde fbi smeer dan 45 ineen
andere fbimogen hebben Deregering antwoordt dat fbiaandelen ook voor
45 ofmeer mogen worden gehouden door buitenlandse vennootschappen
diedeze fbi status hebben
Voor niet inNederland belastingplichtige buitenlandse beleggingsinstellingen
die inhet buitenland onderworpen zijn aan een bijzonder regime zoals de
Bevak lijkt het deVVD niet mogelijk een toegelaten aandeelhouder tezijn als
bedoeld inartikel 28tweede lid onderdeel dWet Vpb Endit lijkt deVVD
mogelijk strijdig met EU recht Deregering antwoordt dat buitenlandse
regimes nooit exact vergelijkbaar zijn
Uitdeze wisseling blijkt dat zowel regering alsKamer veronderstellen dat de
wettelijke verruiming van deaandeelhoudersvereisten geldend voor
aandeelhouders die beleggingsinstelling zijn bedoeld isvoor
beleggingsinstellingen die zelf fbizijn
Kamerstukken I30533 Cp4
Deleden van deWD fractie constateren dat voor een inhet buitenland gevestigde
vennootschapdie voor haar Nederlandse vaste inrichtinghetregimevan fiscale
beleggingsinsteiling met uitdelingsverplichtingwilkrijgendezelfde
aandeelhouderseisen gelden als voor een inNederland gevestigde vennootschap Deze
leden vragen waarom het wetsvoorstel aan Nederlandse beleggingsinstellingen
met uitdelingsverplichting toestaat een belang van meer dan 45 tehouden ineen
fiscale beleggingsinstelling zoals genoemd inartikel 28 tweede lid onderdeel cvan
deWet Vpb 1969 terwiji debuitenlandse vennootschap met een Nederlandse vaste
inrichting dat niet zou mogen Dat zou strijdig kunnen zijn met hetEuropese recht
Demogelijkheid dat meer dan 45 van deaandelen ineen fiscale beleggingsinstelling
met uitdelingsverplichting worden gehouden door een andere vennootschap die deze
status heeft geldt ongeacht ofdelaatstgenoemde vennootschapinNederland ofin
het buitenland isgevestigd Ook voor dedoor deze leden genoemde toets van artikel
28 tweede lid onderdeel dten tweede ishet niet relevant ofdevennootschapdie
4
1804270 00119
Kennisgroep Bijzondere Winstbepalingen Vpb
als fiscale beleggingsinstelling met ultdelingsverplichting isaangemerkt InNederland
isgevestigd ofniet
Kamerstukken I30533 Ep1
Deleden van deWD fractie merken opdat het niet mogelijk lijkt dat een niet in
Nederland gevestigde vennootschapdie inhet land van vestiging onderworpenisaan
een belastingregimedatvergelijkbaarismet het Nederlandse regimevoor fiscale
beleggingsinstellingen met ultdelingsverplichting bijvoorbeeld Bevak enSicav 45
ofmeer houdt ineen fiscale beleggingsinstelling terwijieen dergelijke Nederlandse
fiscale beleggingsinstelling dat wel zou kunnen
Voor zover kan worden overzien zijn die buitenlandse regimes echter vrijwel
nooit exact vergelijkbaar met het Nederlandse regime voor fiscale
beleggingsinstellingen met uitdelingsverplichting
142Dat hetbegrip beleggingsinstelling alsbedoeld inartikel 28tweede lid
onderdeel dWet Vpb debetekenis heeft van belastingplichtig lichaann waarop
artikel 28Wet Vpb van toepassing isvoIgt ook uithetgebruik van datbegrip in
een reeks van andere bepalingen binnen deWetVpb alwaar hetook deze
betekenis heeft van belastingplichtig lichaam waarop artikel 28van toepassing
isDekennisgroep geeft devolgende niet limitatieve opsomming
Artikel 8bijv geen investeringsaftrek voor beleggingsinstelling Artikel 13
achtste lid geen deelnemingsvrijstelling voor belangen inbeleggingsinstelling
enartikel 15e achtste lidgeen objectvrijstelling voor beleggingsinstelling
143Concluderend met betrekking tothetprimaire punt deBelgische
aandeelhouder isgeen lichaam waarop artikel 28Wet Vpb van toepassing en is
alszodanig zuiver nationaalrechtelijk beschouwd geen belegginginstelling als
bedoeld inartikel 28tweede lidonderdeel dWet Vpb waar
beleggingsinstellingen onder aanvullende voorwaarden worden aangewezen
alstoegelaten aandeelhouder
Subsidiair
21Als bijvoorbeeld vanwege EU recht voorbij zou moeten worden gegaan
aan dehiervoor geschetste nationaalrechtelijke beperking van het begrip
beleggingsinstelling tot voor deWet Vpb belastingplichtige lichamen waarop
artikel 28van toepassing isgeldt subsidiair hetvolgende met betrekking totde
zogenoemde statutaire doeleis van artikel 28Wet Vpb
22Destatutaire doeleis volgens artikel 28tweede lidWetVpb slot van de
aanhef luidt
—welker doe enfeiteinke werkzaamheid bestaan inhet beleaaen van vermoaen en
welke lichamen voldoen aan devolgende voorwaarden
221Debeleggingsinstelling moet inhaar statuten hebben vastgelegd dat het
doel van devennootschap beleggen isVolgens vaste jurisprudentie voIgt dit uit
deparlementaire geschiedenis
Dekennisgroep wijst met name opdearresten HR 1101980 nr20043 BNB
1980 304 enHR06 121995 nr30593 BNB 1996 58 Uitdeze arresten
blijkt zowel dat het vereiste beleggingsdoelindestatuten moet zijn vastgelegd
5
1804270 00119
Kennisgroep Bijzondere Winstbepalingen Vpb
endat ditstatutaire vereiste zeer stringentisDestatuten mogen geen andere
doelstelling vernnelden dan beleggen Het vermelden van een andere activiteit
zoals bijvoorbeeld hetdeelnemen indochtervennootschappen staat aan defbi
status indeweg ook alsdebeleggingsinstelling dienevenwerkzaamheden niet
feitelijk uitvoert
Voor dewetsgeschiedenis waar deze jurisprudentie met name opgebaseerd
isverwijst dekennisgroep naar devolgende uitlatingen
Kamerstukken II1968 69 nr22 p16
Artikel 1Devraag van verscheidene leden ofbeleggingsmaatschappijen alleen
aangewezen warden opverzoek beantwoorden deondergetekenden ontkennend Zoals uit
artikel 1van hetvoorontwerp blijktishetregime imperatief voldoet een instelling aan het
geheel van voorwaarden dan iszijbeleggingsinstelling Kan een lichaam niet als
beleggingsinstelling worsen aangemerkt hetgeen zich bijvoorbeeld voordoet
indien niet wordt voldaan aan deelsmet betrekking totdestatutaire doelstelling
ofaan diemet betrekking totdeultdelingsverplichting dan wel zoals bij
houdstermaatschappijen defeitelijke werkzaamheden naast beleggen van
vermogen nog andere actlvUelten omvat bvhet besturen van ondergeschikte
vennootschappen dan wordt het opdenormale wijze aan deheffing van
vennootschapsbelasting onderworpen Langs deze weg kan deadministratleve recht
zijn oordeel geven over het aiofniet aanwezig zijn van destatus van beleggingsinstelling
Hetafgevenvan eenbeschikking met demogelijkheidvanberoepover devraagofeen
instelling alsbeleggingsinstelling wordt aangemerkt waaromtrent verschillende andere
leden een vraagstelden achten deondergetekenden dan ookoverbodig Hierbij zijnog
opgemerkt dat thans onder deBeschikking Beleggingsmaatschappijen een
overeenkomstige situatie bestaat welke indepraktijk nooit aanleiding totmoeilijkheden
heeft gegeven
Tijdens demondelinge behandelingishetbelang van destatutaire doeleis
nogmaals bevestigd
Kamerstukken II1968 69 6000 nr25 vraag 37
VraagIserindepraktijk geen twijfelmeer mogeiijkover het verschil tussen
houdstermaatschappijen enbeleggingsinsteliingen
Antwoord Debepalingenvan hetvoorontwerpBesluit beleggingsinsteliingen zijnhier
duidelijk Wordt niet alle winst uitgedeeld laat destatutaire doelstelling ook andere
activiteiten dan beleggen toe—bijv door tezeggen dat hetmede een doe is—ofis
defeitelijke werkzaamheid een andere dan zal ergeen sprake kunnen zijn van een
beleggingsinstelling
Handelingen Tweede Kamer 1968 1969 11juni 1969 p3184
Staatssecretaris Grapperhaus Hierop voortbordurend heeft degeachte af
gevaardigde deheer Van den Bergh nog eens mijn aandacht gevraagdvoor het
volgende Hijheeft gevraagd wanneer ersprake isvan een houdstermaatschappij en
wanneer van een beleggingsmaatschappij Naar ikmeen bestaan terbepaling hiervan
twee criteria Ten eerste destatutaire doelstelling Ten tweede defeitelijke
werkzaamheid
6
1804270 00119
Kennisgroep Bijzondere Winstbepalingen Vpb
222De fbi status isinbeginsel een fiscaal gunstigere regaling tenopzichte
van hetregime voor reguliere belastingplichtigen Het isindat kader logisch
dat aan destatusverlening door dewetgever cumulatieve eisen waaronder
destatutaire doeleis zijn gesteld
Het belang van destatutaire doeleis isonder meer gelegen inhet feit dat het
meer zekerheid geeft dat het lichaam daadwerkelijk alleen belegt endus een
lichaam isdat niet mede niet beleggingsactiviteiten verricht Dedoeleis had
enheeft voorts civielrechtelijk belang aangezien een bestuurder
aansprakelijk kan worden gesteld indien hij zijinstrijd met destatuten
handelt zie 29BW Ergo deeisheeft indeloop der tijd dus niet aan belang
ingeboet
23Concluderend met betrekking tothet subsidiaire punt destatutaire
doelomschrijving isincasu ruimer dan istoegestaan opgrond van de
Nederlandse statutaire doeleis die zoals blijkt uitdejurisprudentie strikt
wordt toegepast Zuiver nationaalrechtelijk beschouwd isdeBelgische
aandeelhouder ook daarom geen belegginginstelling alsbedoeld inde
aandeelhoudersvereisten van artikel 28 tweede lid onderdeel donder 2Wet
Vpb
Dat deze incasu teruime statutaire doelomschrijving noodzakelijk zou zijn op
grond van buitenlandse wetgeving leidt niet tot een andere condusie Vanuit
nationaalrechtelijk oogpunt iserimmers geen reden omrekening tehouden
met mogelijke buitenlandse beperkingen Noch detekst van destatutaire
doeleis noch de ratio zijnde hetborgen van het vereiste beleggingskarakter
geeft reden voor uitzondering alsvoldoening aan destatutaire eiswordt
belemmerd door buitenlands recht
Ook het feit dat deBelgische aandeelhouder deontwikkelingsactiviteiten in
kwestie feitelijk niet zelf verricht maar dat een regulier belaste
dochtervennootschap deze activiteiten verricht geeft nationaalrechtelijk geen
reden voor het maken van een uitzondering ophet moeten voldoen aan de
statutaire doeleis
EUrecht
31Hoewel detoepassing van het EUrecht het terrein van deKGIBR is
merkt dekennisgroep BWB Vpb dienaangaande hetvolgende op
32DeBelgische aandeelhouder kwalificeert zoals gezegd naar zuiver
Nederlands nationaal recht zelf niet als een beleggingsinstelling waar 28tweede
lidonderdeel dWet Vpb ontheffing voor geeft en isevenmin zodanig
vergelijkbaar met een fbidat het EUrecht gebiedt deze tebehandelen als ware
het een fbi
33Indien toch moet worden aangenomen dat deBelgische aandeelhouder
om EUrechtelijke redenen wordt gelijkgesteld met een artikel 28 fbi dan
nog isergeen reden destatutaire doeleis tematigen Bijde
toelatingsbeoordeling van deBelgische aandeelhouder gaat het immers om
alle eisen die artikel 28Wet Vpb stelt aan een fbi waaronder dedoeleis zoals
uitgelegd door deHoge Raad inBNB 1980 304 en1996 58
7
1804270 00119
Kennisgroep Bijzondere Winstbepalingen Vpb
35Uithet Persche arrest van het Hof van Justitie van 27januari 2009 nr
C318 07VN2009 813blijkt dat Nederland zelf mag bepalen welke eisen
zijstelt aan een bepaalde faciliteit mits deze niet
belemmerend discriminerend zijn
36Dekennisgroep gaat ervan uitdat defbi status dus ook geweigerd kan
worden aangezien deBelgische statuten ruimer zijn dan wat deNederlandse
belastingwet exartikel 28Wet Vpb maximaal voorschrijft
Beschouwinq lb
41Dekennisgroep gaat niet over toepassing van artikel 28 vijfde lidWet
vpb
42Voor zover van belang merkt dekennisgroep opdat erinhaar optiek
vanuit zuiver nationaalrechtelijk perspectief geen reden isincasu te
verzoeken om met toepassing van artikel 28 vijfde lidWet Vpb aftezien
van een van decumulatieve eisen Voor zover ereentegemoetkoming wordt
geboden kan wellicht worden gedacht aan het stellen van een bepaalde
termijn voor hetalsnog voldoen aan destatutaire doeleis ziepunt 4van het
Besluit van 18februari 2014 BLKB 2014 15M
8
1804270 00119
Geef een reactie