1804171

AI-samenvatting

Deze belastinguitspraak van de Kennisgroep Deelnemingsvrijstelling behandelt de vraag of de uitsluiting van de vestigingsplaatsfictie gerechtvaardigd is voor de deelneming Y. De Kennisgroep concludeert dat de deelnemingsvrijstelling kan worden toegepast, aangezien er geen sprake is van een misbruiksituatie.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

**Belastingdienst**
Kantoor Rotterdam
Kennisgroep Deelnemingsvrijstelling
Per mail
Datum: 26 februari 2021
Ons kenmerk: 20 023 0013

**Betreft:** Vraag aan de Kennisgroep Deelnemingsvrijstelling

Beste [GEANONIMISEERD],

Je hebt een vraag gesteld aan de Kennisgroep Deelnemingsvrijstelling. In de bijlage tref je het antwoord en de beschouwing aan op deze vraag. Als je over het antwoord of de beschouwing nog vragen hebt, aarzel dan niet om contact op te nemen. Mijn contactgegevens staan bovenaan deze brief.

Met vriendelijke groet,
[GEANONIMISEERD]

**20 023 0013**
Vestigingsplaatsfictie en deelnemingsvrijstelling

**Aanleiding**
[GEANONIMISEERD]

**Vraag**
De vraag aan de Kennisgroep Deelnemingsvrijstelling is of in casu de uitsluiting van de vestigingsplaatsfictie van artikel [GEANONIMISEERD] Wet Vpb 1969 voor de toepassing van de deelnemingsvrijstelling geldt voor de deelneming.

**Antwoord**
De Kennisgroep Deelnemingsvrijstelling is van mening dat in casu [GEANONIMISEERD] de deelnemingsvrijstelling op de deelnemingsdividenden vanuit deelneming kan worden toegepast omdat [GEANONIMISEERD] feitelijk is gevestigd in [GEANONIMISEERD] en er geen sprake is van een misbruiksituatie.

**Casus**
De Kennisgroep is bij het beantwoorden van de vraag van de volgende feiten en omstandigheden uitgegaan:
[GEANONIMISEERD]

**Beschouwing**
Algemeen
Allereerst moet de vraag worden beantwoord of de uitsluiting van de vestigingsplaatsfictie van artikel [GEANONIMISEERD] Wet Vpb 1969 voor toepassing van de deelnemingsvrijstelling geldt voor het belang waarin de deelneming wordt gehouden (dochter omlaag) en of de belastingplichtige in casu [GEANONIMISEERD] de deelneming houdt (moeder omhoog).

Op grond van de letterlijke wettekst is verdedigbaar dat de deelnemingsvrijstelling niet toegepast kan worden zowel op een naar Nederlands recht opgerichte maar feitelijk in het buitenland gevestigde en aldaar belastingplichtige vennootschap (dochter omlaag) als door een dergelijk lichaam (moeder omhoog).

**EU Verdrag situaties**
Daarbij merkt de Kennisgroep op dat in zoverre het de positie van de moeder omhoog betreft, in concrete gevallen de uitsluiting van de deelnemingsvrijstelling veelal zal worden verhinderd door [GEANONIMISEERD] het EU-recht omdat sprake is van een ongerechtvaardigde belemmering en of ii een bilateraal verdrag omdat het heffingsrecht is toegekend aan de andere staat.

**Misbruik**
Echter in deze EU- en verdragsrechtelijke gevallen blijft de uitsluiting van de deelnemingsvrijstelling bij de moeder omhoog toch in stand indien bijvoorbeeld [GEANONIMISEERD] sprake is van een rechtvaardigingsgrond zoals de noodzaak tot voorkoming van misbruik en of ii sprake is van misbruik onder het van toepassing zijnde verdrag.

Omdat uit de feiten en omstandigheden blijkt dat [GEANONIMISEERD] feitelijk is gevestigd in [GEANONIMISEERD] en ook geen sprake is van een misbruiksituatie, is de Kennisgroep van mening dat [GEANONIMISEERD] in casu de deelnemingsvrijstelling kan toepassen.

Tot slot
Opgemerkt wordt dat de zienswijze van de Kennisgroep nog niet volledig is uitgekristalliseerd buiten verzoek.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *