1804121

AI-samenvatting

Deze belastinguitspraak behandelt de aftrekbaarheid van niet daadwerkelijk betaalde maar schuldig gebleven rente in het kader van de deelnemingsvrijstelling. De Kennisgroep concludeert dat deze rente naar haar aard aftrekbaar is volgens artikel 13 lid 17 Wet Vpb 1969, ongeacht de kwijtschelding van de rente.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

**Belastingdienst**
Kennisgroep
Deelnemingsvrijstelling
per e-mail
Datum: 14 april 2021
Ons kenmerk: 21 023 0004

**Betreft:** Vraag aan de Kennisgroep Deelnemingsvrijstelling

Beste [GEANONIMISEERD],

Je hebt een vraag gesteld aan de Kennisgroep Deelnemingsvrijstelling. In de bijlage tref je het antwoord en de beschouwing aan op deze vraag.

Als je over het antwoord of de beschouwing nog vragen hebt, aarzel dan niet om contact op te nemen. Mijn contactgegevens staan bovenaan deze brief.

Met vriendelijke groet,
[GEANONIMISEERD]

**Aanleiding**
[GEANONIMISEERD] verstrekt een deelnemerschapslening aan een [GEANONIMISEERD] deelneming.

**Vraag**
Is in casu de niet daadwerkelijk betaalde maar schuldig gebleven en bijgeschreven rente in [GEANONIMISEERD] naar haar aard aftrekbaar in de zin van artikel 13 lid 17 Wet Vpb 1969? En maakt het daarbij uit dat de bijgeschreven rente uiteindelijk kwijtscheldt, waardoor deelneming niet meer in aanmerking kan komen voor de [GEANONIMISEERD] renteaftrek?

**Antwoord**
De Kennisgroep Deelnemingsvrijstelling is van mening dat in casu artikel 13 lid 17 Wet Vpb 1969 van toepassing is. De niet daadwerkelijk betaalde maar schuldig gebleven en bijgeschreven rente is in [GEANONIMISEERD] namelijk naar haar aard aftrekbaar. Daaraan doet niet af dat de kwijtschelding van de bijgeschreven rente betekent dat deelneming niet meer voor de [GEANONIMISEERD] renteaftrek in aanmerking kan komen. Dit antwoord geldt voor de jaren tot en met 2019.

**Casus**
Feiten en omstandigheden
Bij de beantwoording van de vraag is de Kennisgroep van de volgende feiten en omstandigheden uitgegaan.

**Beschouwing**
Naar haar aard aftrekbaar
De Kennisgroep interpreteert het [GEANONIMISEERD] op basis van de gegeven feiten en omstandigheden zodanig dat schuldig gebleven rente in [GEANONIMISEERD] in beginsel aftrekbaar is. Maar dat dit anders is bij een verdragsrechtelijk aan [GEANONIMISEERD] toekomend heffingsrecht. In dat geval kan de aan een buitenlander schuldig gebleven rente uiteindelijk wel in aftrek worden gebracht, maar niet eerder dan op het moment van de inhouding van de bronheffing. Deze inhouding van de bronheffing kan pas plaatsvinden op het moment dat de rente daadwerkelijk wordt betaald.

Feitelijk hanteert [GEANONIMISEERD] in verdragsverhoudingen het kasstelsel. Dit kasstelsel beïnvloedt echter enkel de jaarwinst. Omdat ervan uit kan worden gegaan dat de rente uiteindelijk zal worden betaald, waardoor op dat moment de bronheffing wordt ingehouden, kan de rente vervolgens op dat latere moment alsnog in aftrek worden gebracht. Het betreft slechts een timingverschil.

In de parlementaire behandeling is duidelijk aangegeven dat voor de vraag of een vergoeding of betaling naar haar aard aftrekbaar is, moet worden gekeken naar de totaalwinst. Het door [GEANONIMISEERD] in verdragsverhoudingen gehanteerde kasstelsel betreft zoals hier voor geschetst slechts een timingsverschil. Het beïnvloedt daardoor alleen de jaarwinst en niet de totaalwinst. De Kennisgroep is daarom van mening dat dit kasstelsel in verdragsverhoudingen niet afdoet aan het feit dat de rente naar haar aard aftrekbaar is. Hierdoor is artikel 13 lid 17 Wet Vpb 1969 van toepassing op de door [GEANONIMISEERD] bijgeschreven rente.

Feitelijk niet afgetrokken
[GEANONIMISEERD] kwijtscheldt de schuldig gebleven rente. Uit de feiten en omstandigheden blijkt dat deze kwijtschelding in [GEANONIMISEERD] geen fiscale gevolgen heeft. Er is geen sprake van een kwijtscheldingswinst. [GEANONIMISEERD] kwalificeert de kwijtschelding ook niet als betaling van rente. Hierdoor vindt geen inhouding van bronbelasting plaats en kan de rente niet alsnog worden afgetrokken.

Daarnaast is de rente door de kwijtschelding ook niet langer verschuldigd. Hierdoor is er geen gelegenheid meer tot inhouding van bronbelasting en geen mogelijkheid meer om aan het vereiste voor aftrek van de rente te voldoen. De Kennisgroep is echter van mening dat de kwijtschelding door [GEANONIMISEERD] van de bijgeschreven rente niets afdoet aan de conclusie dat artikel 13 lid 17 Wet Vpb 1969 van toepassing is. Ook hier is de parlementaire behandeling duidelijk. Als een vergoeding naar haar aard aftrekbaar is, hoeft dat namelijk niet te betekenen dat deze vergoeding al dan niet door een aftrekbeperking daadwerkelijk gedeeltelijk in aftrek komt.

**Bijlage: Parlementaire behandeling**
MvT Kamerstukken II 2015 16 34 306 nr.
Het gaat er daarbij om of de vergoeding of betaling naar haar aard in het andere land in aftrek kan komen bij de bepaling van de totaalwinst van dat lichaam. Het is niet van belang of de vergoeding of betaling in hetzelfde jaar in aftrek kan worden gebracht.

NV Kamerstukken II 2015 16 34 306 nr. 13
Artikel 13 zeventiende lid van de Wet Vpb 1969 is wel van toepassing op een betaling of vergoeding die naar haar aard bijvoorbeeld als rente in aftrek kan worden gebracht, ook als deze rente bij het lichaam waarin de deelneming wordt gehouden op grond van een renteaftrekbeperking niet volledig in aftrek komt.

NV Kamerstukken II 2015 16 34 306 nr. 13
Als een belastingplichtige een nog te ontvangen vergoeding of betaling reeds verantwoordt door deze bij te schrijven op het leningdeel van de deelneming, dan moet de belastingplichtige ook op dat moment winst nemen.

Brief Staatssecretaris van Financiën van 29 september 2017 nr. 2017 0000188796 2017 51 12
Aftrekbaar betekent dat de vergoeding naar haar aard voor aftrek in aanmerking komt, dat wil zeggen in aftrek kan worden gebracht. Aftrekbaar betekent niet dat de vergoeding ook daadwerkelijk is afgetrokken.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *