1804119

AI-samenvatting

Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of het deels kwijtschelden van een koopprijs voor een deelneming kan worden aangemerkt als een prijsaanpassing volgens artikel 13 lid 6 Wet Vpb 1969. De Kennisgroep concludeert dat dit niet het geval is, omdat prijsaanpassing en kwijtschelding elkaar uitsluiten.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

**Belastingdienst**
Kennisgroep
Deelnemingsvrijstelling
Per e-mail
Datum: november 2021
Ons kenmerk: 21 023 0002

**Betreft:** Vraag aan de Kennisgroep Deelnemingsvrijstelling

Beste,

Je hebt een vraag gesteld aan de Kennisgroep Deelnemingsvrijstelling. In de bijlage tref je het antwoord en de beschouwing aan op deze vraag. Als je over het antwoord of de beschouwing nog vragen hebt, aarzel dan niet om contact op te nemen. Mijn contactgegevens staan bovenaan deze brief.

Met vriendelijke groet,

**21-023-0002 Afwaardering vendor loan**
**Aanleiding**
[GEANONIMISEERD]

**Vraag**
Aan de Kennisgroep Deelnemingsvrijstelling (hierna Kennisgroep) is de vraag voorgelegd of in casu het deels kwijtschelden door [GEANONIMISEERD] de schuldig gebleven koopprijs voor de deelneming in de zin van artikel 13 lid Wet Vpb 1969 een prijsaanpassing is.

**Antwoord**
De Kennisgroep is van mening dat in casu niet zonder meer sprake is van een prijsaanpassing in de zin van artikel 13 lid Wet Vpb 1969. Allereerst is de Kennisgroep van mening dat een prijsaanpassing en een kwijtschelding elkaar uitsluiten. Dit in tegenstelling tot Rechtbank Noord-Holland, die een kwijtschelding als prijsaanpassing in de zin van artikel 13 lid Wet Vpb 1969 aanmerkte. Vervolgens zal aan de hand van de feiten en omstandigheden moeten worden bepaald of er in casu sprake is van een prijsaanpassing of een kwijtschelding. Alhoewel dit een aangelegenheid van de inspecteur is, geeft de Kennisgroep in de beschouwing een aantal overwegingen mee.

**Casus**
**Feiten en omstandigheden**
Bij de beantwoording van de vraag is de Kennisgroep van de volgende feiten en omstandigheden uitgegaan.

**Beschouwing**
**Inleiding**
Voor de toepassing van artikel 13 lid Wet Vpb 1969 is in de eerste plaats vereist dat de betreffende lening aangemerkt kan worden als onderdeel van de prijs waarvoor de deelneming is verkocht of verkregen. Indien dit het geval is, dient te worden bepaald of er in het jaar van vervreemding/verkrijging sprake is van onzekerheid met betrekking tot het aantal of de omvang van de te ontvangen te betalen termijnen. Indien hiervan geen sprake is, kan de eerste voorwaarde van artikel 13 lid Wet Vpb 1969, toepassing van de deelnemingsvrijstelling, toch van toepassing zijn indien sprake is van aanpassingen van de prijs waartegen de deelneming is vervreemd of verkregen.

**Jurisprudentie**
In het kader van deze beoordeling zijn in casu de Hoge Raad 28 juni 2018 en Rechtbank Noord-Holland 26 november 2018 van belang.

HR BNB 2018 151: In de casus van dit arrest verkocht een belastingplichtige verkoper in 2008 haar deelneming tegen schuldigerkenning van de koopsom. In de verkoopovereenkomst was onder andere bepaald dat de verkoper ten tijde van het passeren van de akte afstand zou doen van haar vorderingsrecht op de koper onder de verplichting de koper gelijktijdig aan de verkoper uit hoofde van lening een even groot bedrag schuldig te erkennen. Aldus werd de koopsom omgezet in een lening. In 2012 waardeert de verkoper de vordering uit hoofde van de lening af. Het hof weigerde het afwaarderingsverlies op grond van artikel 13 lid Wet Vpb 1969. Volgens het hof bestaat een zodanige samenhang tussen de bedongen koopsom, de kwijting daarvan en de lening dat deze transacties in economische zin als een geheel moeten worden beschouwd.

In Rechtbank Noord-Holland 26 november 2018 nr AWB_2261 ECLI NL RBNHO 2018 10152 komt de rechter tot een vergelijkbare uitspraak. In deze kwestie verkoopt belastingplichtige verkoper een deelneming. Tegelijkertijd sluit de koper een achtergestelde lening met de verkoper ter financiering van een deel van de koopsom. Na de transacties stellen de koper en de verkochte vennootschap de verkoper aansprakelijk wegens het niet nakomen van afgegeven garanties. Op grond van de schikkingsovereenkomst scheldt de verkoper een deel van de vordering van de achtergestelde lening kwijt. De inspecteur accepteerde dit kwijtscheldingsverlies niet omdat sprake zou zijn van een niet aftrekbare prijsaanpassing ex artikel 13 lid Wet Vpb 1969. De rechtbank stelt de inspecteur in het gelijk.

**Toegepast op de casus**
Op basis van de overwegingen van de Hoge Raad in BNB 2018 151 is de Kennisgroep van mening dat de lening in casu onderdeel uitmaakt van de prijs waartegen de deelneming is vervreemd/verkregen. Van een earn-out in de zin van artikel 13 lid Wet Vpb 1969 is volgens de Kennisgroep echter geen sprake. Uit de koopverkoopovereenkomst blijkt namelijk niets over enige onzekerheid met betrekking tot het aantal of de omvang van de te ontvangen te betalen termijnen.

Voorts is er nog de mogelijkheid van de balansgarantie. Voor zover de Kennisgroep heeft kunnen nagaan, zijn er in de koopverkoopovereenkomst geen balansgaranties of iets van vergelijkbare aard opgenomen. Dus ook via deze weg is in casu artikel 13 lid Wet Vpb 1969 niet aan de orde.

**Prijsaanpassing**
Toepassing van artikel 13 lid Wet Vpb 1969 kan dan alleen nog aan de orde zijn indien sprake is van een aanpassing van de prijs waartegen de deelneming is vervreemd/verkregen.

De rechtbank lijkt in deze uitspraak in feite te zeggen dat indien een lening onderdeel is van de prijs waartegen de deelneming is vervreemd/verkregen, een latere gedeeltelijke kwijtschelding van de betreffende vordering te gelden heeft als een prijsaanpassing in de zin van artikel 13 lid Wet Vpb 1969.

Hiervan uitgaande dient de kwijtschelding van een deel van de vordering, zoals overeengekomen in de VSO van 28 november 2012, aangemerkt te worden als aanpassing van de prijs in de zin van artikel 13 lid Wet Vpb 1969.

De Kennisgroep merkt allereerst op dat naar de mening van de Kennisgroep een prijsaanpassing en een kwijtschelding elkaar uitsluiten. Er kan alleen iets worden kwijtgescholden dat verschuldigd is. Een prijsaanpassing in casu verlaging betekent juist dat het bedrag van die aanpassing niet langer is verschuldigd.

De Kennisgroep neemt de uitspraak van Rechtbank Noord-Holland dus niet als leidraad. De Kennisgroep vindt deze conclusie van de rechtbank te algemeen.

Ter verdere ondersteuning kan ook nog de conclusie van AG Wattel bij BNB 2020 169 over de uitspraak van de Rechtbank in die procedure worden genoemd.

In casu zal dus aan de hand van de feiten en omstandigheden moeten worden bepaald of er sprake is van een prijsaanpassing of een kwijtschelding. Alhoewel dit een aangelegenheid van de inspecteur is, geeft de Kennisgroep de volgende overwegingen mee.

**[GEANONIMISEERD]**
**Datum:** november 2021
**Paginanummer van 1804119 00079**

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *