Samenvatting
De handreiking biedt voorbeeldvragen voor het vaststellen van liquidatieverliezen volgens de liquidatieverliesregeling in de Wet Vpb 1969, ter ondersteuning van belastingplichtigen en adviseurs.
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
**HANDREIKING**
Voorbeeldvragen liquidatieverliesregeling
Kennisgroep Deelnemingsvrijstelling
3 november 2019
**Aanleiding**
Op grond van de liquidatieverliesregeling van artikel 13d Wet Vpb 1969 is een liquidatieverlies aftrekbaar. In artikel 13d, elfde lid, onderdeel c, Wet Vpb 1969 is opgenomen dat een liquidatieverlies slechts aftrekbaar is als de omvang van het liquidatieverlies is gebleken. Dit is een zwaardere vorm van bewijslast dan het gebruikelijke aannemelijk maken. In de praktijk blijkt bij behandelaars de behoefte te bestaan aan een handreiking om de juiste vragen te stellen bij een beroep op de liquidatieverliesregeling. Om in deze behoefte te voorzien heeft de Kennisgroep Deelnemingsvrijstelling deze handreiking opgesteld. In de bijlage zijn een aantal voorbeeldvragen opgenomen die bij het vaststellen van het juiste liquidatieverlies kunnen worden gebruikt. De Kennisgroep pretendeert niet volledig te zijn.
**Voorbeeldvragen zijn geen standaardvragen**
Deze handreiking is slechts een hulpmiddel en moet dan ook niet als een soort modelbrief worden gebruikt. De Kennisgroep benadrukt dat de voorbeeldvragen — het woord zegt het al – slechts dienen als voorbeelden en de daadwerkelijk te stellen vragen op de eigen specifieke casus moeten worden toegespitst. Het is dus nadrukkelijk niet de bedoeling standaard alle voorbeeldvragen uit de bijlage in een uitvraagbrief te gebruiken. De bijlage bevat namelijk een overzicht van vragen waarin veel gebruikelijke situaties zijn meegenomen. De Kennisgroep beveelt aan de voorbeeldvragen niet op te nemen als deze vragen op het eerste gezicht niet relevant zijn voor de te behandelen casus. Beantwoording van alle vragen vraagt namelijk veel van de belastingplichtigen en hun adviseurs. Dit neemt niet weg dat eventuele nadere vragen later alsnog kunnen worden gesteld. Een zorgvuldige afweging is dus op zijn plaats.
**Toelichting op de voorbeeldvragen**
Ter toelichting op de voorbeeldvragen in de bijlage wordt het volgende opgemerkt:
– Allereerst beveelt de Kennisgroep aan te vragen naar een omschrijving van de door het ontbonden lichaam uitgevoerde activiteiten. Hierdoor wordt een algemeen inzicht verkregen in de casus (zie vraag tweede alinea).
– Verder beveelt de Kennisgroep aan bij een deelneming die routinematige activiteiten heeft uitgevoerd nader te onderzoeken waarom een liquidatieverlies is ontstaan en waarom het opgeofferde bedrag hoger is dan de opbrengst. Hierdoor wordt inzicht gekregen of de activiteiten van deze deelneming wel adequaat zijn beloond door de (gelieerde) afnemers (artikel 8b Wet Vpb 1969).
**Voorbeeldvraag 1.a en 1.b**
– In vraag 1 wordt gevraagd naar verschillende soorten kapitaalstortingen, waaronder onzakelijke leningen. Definitief teniet gegane onzakelijke leningen, zonder aftrek bij de crediteur, verhogen namelijk het opgeofferde bedrag. Let hierbij ook op eventuele onzakelijke leningen die zijn verstrekt aan lichamen lager in de keten.
– In het kader van vraag 1 wordt tevens opgemerkt dat kapitaalstortingen die door de ontbonden deelneming zijn gebruikt om schulden aan gelieerde vennootschappen af te lossen, het opgeofferde bedrag van de ontbonden deelneming in de regel niet verhogen. Mogelijk is er sprake van een informele kapitaalstorting in of een uitdeling aan een verbonden (buitenlandse) vennootschap (die anders een verlies op de vordering zou realiseren). Bij vragen over dit punt wordt aanbevolen te overleggen met de VTA en indien nodig contact op te nemen met de Kennisgroep.
**Voorbeeldvraag 2**
– Vraag 2 wordt gesteld in het kader van de bijzondere wettelijke verhogingen van het opgeofferde bedrag (artikel 13d, tweede lid, Wet Vpb 1969).
**Voorbeeldvraag 3**
– Vraag 3 wordt gesteld in het kader van de verkrijging van een verbonden lichaam (artikel 13d, zesde lid, Wet Vpb 1969).
**Voorbeeldvraag 4**
– Vraag 4 wordt gesteld in het kader van de ontvoeging uit een fiscale eenheid (artikel 13d, achtste lid, Wet Vpb 1969).
**Voorbeeldvraag 5**
– Vraag 5 wordt gesteld in het kader van de op verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikkingen afgegeven beschikkingen (artikel 13d, twaalfde en dertiende lid, Wet Vpb 1969). Het betreft de beschikkingen die zijn afgegeven om de toename van het opgeofferde bedrag in een jaar resp. het liquidatieverlies van een voortgezette onderneming vast te stellen. Als deze beschikkingen in het Handdossier zijn opgenomen is opvragen niet nodig.
**Voorbeeldvraag 6 t/m 9**
– De vragen 6 tot en met 9 worden gesteld in het kader van het vaststellen van de hoogte van de liquidatie-uitkering (artikel 13d, derde lid, Wet Vpb 1969).
**Voorbeeldvraag 10**
– Vraag 10 wordt gesteld in het kader van de liquidatie van een tussenhoudster (artikel 13d, vierde en/of vijfde lid, Wet Vpb 1969).
**Voorbeeldvraag 11.a en 11.b**
– Vraag 11.a wordt gesteld in het kader van ‘enigerlei tegemoetkoming’ (artikel 13d, elfde lid, onderdeel a, Wet Vpb 1969).
– In het kader van vraag 11.b wordt opgemerkt dat het standpunt van de Staatssecretaris is dat er geen recht meer bestaat op aftrek van een liquidatieverlies als er op enig moment in het bestaan van de deelneming verlies is of had kunnen worden overgedragen in het kader van een group relief regeling. Zie ook het Besluit Deelnemingsvrijstelling, onderdeel 5.11.1.3. Overleg met de Kennisgroep wordt aanbevolen.
**Voorbeeldvraag 12**
– Vraag 12 wordt gesteld in het kader van de voortzetting van een onderneming (artikel 12d, elfde lid, onderdeel b, Wet Vpb 1969). Als sprake is van het voortzetten van een bijkomstig deel van de onderneming, is mogelijk het Besluit Deelnemingsvrijstelling, onderdeel 5.11.2.2 van toepassing.
– In het kader van vraag 12 wordt daarnaast opgemerkt dat als er sprake is van een voortzetting binnen het concern het aanbeveling verdient ook (de zakelijkheid van) de overdrachtsprijs van de activiteiten te beoordelen. Deze overdrachtsprijs komt ten goede aan de te liquideren onderneming en beïnvloedt bij deze deelneming de liquidatie-uitkering en daardoor het door te schuiven liquidatieverlies.
**Voorbeeldvraag 13**
– Vraag 13 wordt gesteld in het kader van het bepalen van het jaar waarin het liquidatieverlies fiscaal kan worden genomen (artikel 12d, elfde lid, Wet Vpb 1969).
**Voorbeeldvraag 14**
– Vraag 14 wordt gesteld in het kader van het bepalen of sprake is van een langlopende liquidatie. Als dit het geval is, kan — onder voorwaarden – vanaf het achtste jaar na staking het liquidatieverlies toch worden genomen. Deze vraag alleen stellen als er een vermoeden bestaat dat er sprake is van of een beroep wordt gedaan op een langlopende liquidatie. Zie verder het Besluit Deelnemingsvrijstelling, onderdeel 5.11.1.1.
**Tot slot**
Zoals hiervoor aangegeven pretendeert de Kennisgroep geen volledigheid. De bijlage bevat bijvoorbeeld geen voorbeeldvragen in het kader van de spoedreparatiemaatregelen fiscale eenheid (artikel 13d, leden negen en tien, Wet Vpb 1969), de beperking aftrek latent liquidatieverlies na voeging (artikel 15ad, tweede lid, Wet Vpb 1969) en de fusie- en splitsingsproblematiek (artikelen 13i, 13j en 13k Wet Vpb 1969). De samenloop met deze onderwerpen is veelal zeer casus specifiek en leent zich niet voor meer algemene voorbeeldvragen. Uiterst wordt aanbevolen gerichte vragen in een vragenbrief op te nemen als een dergelijke samenloop zich voordoet.
**Bijlage Voorbeeldvragen liquidatieverliesregeling**
**Algemeen**
In de aangifte is een bedrag van € XXXX opgenomen als liquidatieverlies. Ik verzoek u een gespecificeerde berekening van dit bedrag te verstrekken, alsmede een omschrijving van de door het ontbonden lichaam voorafgaande aan de staking van de onderneming uitgevoerde activiteiten.
**Vaststelling opgeofferde bedrag:**
1.a. Wanneer heeft de belastingplichtige haar belang in het ontbonden lichaam verworven? Wat was de kostprijs (incl. de niet aftrekbare aankoopkosten) van dit belang en wat zijn de verdere relevante mutaties (incl. uitkeringen van meegekocht dividend, informele kapitaalstortingen, terugbetalingen van kapitaal en onzakelijke leningen) daarvan tot de voltooiing van de vereffening?
1.b. Indien er voorafgaande aan de staking resp. ontbinding kapitaalstortingen zijn gedaan, waarvoor zijn deze dan gebruikt? Graag relevante documenten bijvoegen.
2. Doen zich bijzondere situaties voor als bedoeld in artikel 13d, tweede lid, onderdeel a, b, c of d, Wet Vpb 1969? Zo ja, dan ontvang ik graag een toelichting hierop.
3. Indien de deelneming is verkregen van een verbonden lichaam (waaronder bijzondere verkrijgingen zoals een fusie) ontvang ik graag een uitgebreide toelichting inzake de hoogte van het door het verbonden lichaam voor die deelneming opgeofferde bedrag en de waarde in het economisch verkeer van die deelneming ten tijde van de overdracht aan de belastingplichtige, onder bijvoeging van de relevante stukken.
4. Heeft het ontbonden lichaam ooit deel uitgemaakt van een fiscale eenheid met de belastingplichtige? Zo ja, hoe is bij de ontvoeging het opgeofferde bedrag bepaald?
5. Zijn er ooit opgeofferde bedragen bij beschikkingen als bedoeld in artikel 13d, twaalfde en dertiende lid, Wet Vpb 1969 vastgesteld? Zo ja, dan ontvang ik graag een kopie van deze beschikkingen.
**Vaststelling liquidatie-uitkering:**
6. In welk jaar is de onderneming van de ontbonden deelneming gestaakt of overgedragen? Welke liquidatie-uitkering(en) is (zijn) ontvangen? Ik ontvang graag de bewijsstukken hieromtrent.
7. Zijn in het jaar van staking van de onderneming door de deelneming, de vijf daaraan voorafgaande jaren of volgende jaren positieve deelnemingsvoordelen genoten (bijvoorbeeld dividenden of waardestijgingen)? Zo ja, dan ontvang ik graag een opgaaf van deze voordelen onder bijvoeging van relevante bescheiden.
8. Zijn er in het zesde tot en met het tiende jaar voorafgaand aan de staking positieve deelnemingsvoordelen genoten (bijvoorbeeld dividenden of waardestijgingen)? Zo ja, dan ontvang ik graag de commerciële jaarstukken van de deelneming over die jaren.
**Beperkingen (moment) aftrek verlies:**
10. Hebben er, in de periode dat de belastingplichtige een deelneming in het ontbonden lichaam hield, tot het vermogen van dat ontbonden lichaam (on)middellijk één of meerdere deelnemingen behoord die zijn vervreemd, ontbonden, of die deel uitmaken van de liquidatie-uitkering? Zo ja, dan ontvang ik graag een overzicht van deze deelnemingen, inclusief naar adres/woonplaats gegevens en het fiscale nummer. Tevens ontvang ik in dat geval graag een opgave van de waarde in het economisch verkeer ten tijde van de verkrijging en vervreemding (of uitkering bij ontbinding of waarde bij liquidatie) per deelneming. Kunt u daarbij aangeven wat volgens u de financiële gevolgen zijn van artikel 13d, vierde en/of vijfde lid, Wet Vpb 1969 op het uiteindelijk in aanmerking te nemen liquidatieverlies? Graag een berekening en bewijsstukken toevoegen.
11. Is sprake van een recht op enigerlei tegemoetkoming voor verliezen die bij het ontbonden lichaam onverrekend zijn gebleven? Kan bijvoorbeeld een ander dan het ontbonden lichaam gebruik maken van deze nog onverrekende verliezen?
12. Ik verzoek u daarbij tevens de vraag te beantwoorden of bij de te liquideren deelneming sprake is, of is geweest, van een buitenlandse group relief regeling op grond waarvan de verliezen zijn of hadden kunnen worden overgedragen aan een ander (concernlichaam).
13. Is de onderneming van de ontbonden deelneming geheel of gedeeltelijk voortgezet door de belastingplichtige of een met de belastingplichtige verbonden lichaam? Graag ontvang ik een omschrijving van wat er met de activa, de personeelsleden en de klanten van het ontbonden lichaam is gebeurd.
14. Ik ontvang graag het (de) document(en) waaruit de datum van voltooiing van de vereffening blijkt.
15. Indien sprake is van een langlopende liquidatie als bedoeld in onderdeel 5.11.1.1. van het Besluit van 13 februari 2019, nr. 2019-0000012049 ontvang ik graag het aldaar genoemde verzoek, voorzien van de documentatie en de verklaring.
**Ter afsluiting:**
Wellicht ten overvloede wijs ik u erop dat voor de toepassing van artikel 13d Wet Vpb 1969 de verzwaarde bewijslast van ‘blijken’ geldt.
Geef een reactie