AI-samenvatting
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of het Verenigd Koninkrijk na Brexit als derde land moet worden beschouwd voor belastingdoeleinden. De conclusie is dat het EU-recht van toepassing blijft op navorderingsaanslagen voor feiten die zich hebben voorgedaan vóór Brexit.
Kennisgroepstandpunt
IBR 2119 Brexit envoortvarendheid
1 Feiten envraagstelling
Indeze analyse kan worden uitgegaan vandevolgende feiten enomstandigheden
o
O
O
o
67Awr
o
o
BedragDatum
2632004 £ 510 000
4122009 £ 659 555
lOS2010 £ 6S0 979
1332015 £ 593 208
4122017 £ 474 117
o
o67Awr
Per 1februan 2U2U ishetVerenigd Koninkrijk met demwerkingtreding van net
Terugtrekkingsakkoord^formeel geen lidmeet van deEuropese Unie Op basiso
^Aldus HvJ EU14September 2017 nrC646 15 ECLI EUC2017 682 ro3
^Aldus HvJ EU14September 2017 nrC646 15 ECLI EUC2017 682 ro4
^httDs eur lex ejropa ejleaal content NLTXT HTML uri CELEX 12019W TXTf02Wrom NL dle5714 ll
1788166 00136
van hetTerugtrekkingsakkoord goldtot 31december 2020 een overgangsperiode
Tijdens deovergangsperiodewas het recht van deUnie open inhetVerenigd
Koninkrijkvan toepassing
o Per 1januari 2021 geldt dehandels ensamenwerkingsovereenkomst^ tussen de
EU enhetVK hierna Brexit
Rechtsvraag
IshetVerenigd Koninkrijk bijhetopleggen van belastingaanslagen naBrexit een derde land
waarvoor dezgn voortvarendheidseis niet langer geldt HvJ EU15februari 2017 nrC317 15 of
isbepalend dat met diebelastingaanslagen een materiele belastingschuld wordt geformaliseerd die
isontstaan voor Brexit
2Analyse
S7Awr
67Awr
InIBR 1712 isingegaan opdeUnierechtelijke status van onder meer Jersey Deconclusie was dat
Jersey destatus van derde land heeft Deanalyse ten aanzien van deKanaaleilanden waaronder
Jersey luidde alsvoIgt
6Tot slot deKanaaleilanden enhet eiland Man
Devraagsteller refereert tevens aan RBHaarlem 27februari 2007 nrs 053761 en
054354
In ro441en442oordeelt deRBdatGuernsey voor detoepassing van art 13 1
VPB [oud] kwalificeert als een derde land
Datoordeel strookt met detoenmalige visie indeBosalnotitie enhoudt verband met
detekst van art 355 lid5onderdeel cVWEU voorheen art 299 lid6onderdeel
cEU
Diebepaling luidt
5Inafvijkingvan artikel 52 van hetVerdrag betreffende deEuropese Unie ende
leden 1tot enmet 4van ditartikel
czijn debepaiingen van deVerdragen opdeKanaafeilanden enophet eifand
Man slechts van toepassing voor zover noodzakelijk terverzekering van de
^HANDELS ENSAMENWERKINGSOVEREENKOMST TUSSEN DEEUROPESE UNIE ENDEEUROPESE
GEMEENSCHAP VOORATOOMENERGIE ENERZIJDS ENHET VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT
BRITTANIE ENNOORD IERLAND ANDERZIJDS PBL444 van 31122020 biz 141462
ECLI NLRBHAA 2007 BA1518
De casus betrof een 9999 deelneming opGuernsey DeRBoordeelde dat devrijheid van
vestiging van toepassing ismaar zonder gevolgen blijft geen derdenwerking Achteraf bezien
rijst devraag ofRIGLO IItot een andere conclusie noopt isart 13VPB generiek
1788166 00136
toepassingvan deregeling die voor deze eitanden isvastgesteid inhet op22januari
1972 ondertekende Verdrag betreffende detoetredingvan nieuwe lidstaten totde
Europese Economische GemeenschapendeEuropese Gemeenschapvoor
Atoomenergie
Evenals Gibraltar vallen deKanaaleilanden en naar ikvermoed ook het eiland Man
onderart 355 lid3VWEU
Zie wat betreft Jerseyindie zinHvJ 8november 2005 C293 02Jersey Produce
Marketing
43Jersey maakt geen dee uit van hetVerenigd Koninkrijk Het isindezin van
artikei 299 lid4EG eengrondgebied welker buitenlandse betrekkingen door
voornoemde lidstaat warden behartigd
Anders dan Gibraltar vallen deKanaaleilanden enhet eiland Man echter onder delex
specialisvan art 355 lid5onderdeel cVWEU
ZieookAGSzpunarinde algememoreerde conclusie indezaak GBGA
48 Net alsGibraltar maakt Jersey geen dee uit van hetVerenigd Koninkrijk Het Hof
heeftimmers zelfbevestigd dat het indezin van artikei 355 lid3VWEU eengrondgebied
iswaarvan debuitenlandse betrekkingen door voornoemde lidstaat worden behartigd 25
Het enige verschil inwettelijke behandeling tussen Gibraltar enJersey isdat voor
iaatstgenoemde artikei355 lid5onder cVWEU geldt dat een lexspecialis
vormt met betrekking tot artikei 355 lid3VWEU Tengevolgevan deze bijzondere
bepaling zijn deVerdragsbepalingen niet volledig maar slechts ten dele van toepassing op
Jersey binnen degrenzen diezijn vastgeiegd bijdevoor diteiland vastgestelde bijzondere
regeiing Indatopzichtisdealgemene wettelijke situatie betreffende Jersey identiek aan
die van het eiland Man
De inart 355 lid5onderdeel cVWEU vermelde regeling die voor deze eilanden is
vastgesteid ishetprotocol nr3betreffende deKanaal eilanden enhet eiland Man^Dit
protocol behelst een regeling
om ervoor tezorgen dat deze eilanden stapsgewijs onderdeel gingen uitmaken van de
douane unie
voor landbouwproducten
Inartikei 2van hetprotocolisbepaald
Aan derechten diedeonderdanen van deze gebieden inhetVerenigd Koninkrijk hebben
verkregen wordt geen afbreuk gedaan doorde Akte van toetreding Decommunautaire
bepalingen betreffende het vrije verkeer van personen endiensten zijn echter niet ophen
van toepassing
Inartikei 4van hetprotocolisbepaald
Deautoriteiten van deze gebieden behandelen alle natuurlijke ofrechtspersonen van de
Gemeenschap opdezelfde wijze
Hetvoorgaande betekentdat
■voor deonderdanen van deze gebieden geregeld isdat zijhun oude rechten
jegens hetVerenigd Koninkrijk geldend kunnen blijven maken maar geen recht
hebben opvrij verkeer van personen endiensten jegens deoverige EG
IidStaten
natuurlijke personen enrechtspersonen uitde rest van deEUopdie eilanden
alleen recht hebben opnon discriminatoire behandeling Deze bepalingisaldus
geformuleerd dat het eilandbestuur deze EGonderdanen gelijk moet behandelen
aan VKonderdanen Zijmogen dus geen verschil maken tussen verschillende
EGonderdanen Verder impliceert deze regeling dat inhet verleden aan
^Vindplaats Publicatieblad L73van 27maart 1972 bladzijde 164
1788166 00136
onderdanen van hetVKtoegekende rechten mede toekomen aan alle EG
onderdanen
Het protocol behelst dus geen vrij verkeer van personen diensten ofkapitaal
Conclusie
DeUnierechtelijk status van deKanaaleilanden enhet eiland Man wijktinzoverre af
van die van Gibraltar dat deverdragsvrijheden
wel van toepassing zijninderelatie tussen Gibraltar eneen andere lidstaat
niet zijnde hetVK
maar niet ofslechts inbeperkte mate inderelatie tussen deKanaaleilanden
resp het eiland Man eneen andere lidstaat
Gibraltar heeft indatopzicht niet destatus van derde land maar van [onderdeel
van lidstaat hetVK
DeKanaaleilanden enhet eiland Man hebben indatopzicht wel destatus van derde land
21ToepasseHjkbeid van devoortvarendheidseis
Omdat G7Awr
nooit gegolden De tJrexit isdaarop met van invioed geweestopJersey gevestigdisheeft dezgn voortvarendheidseis
3 Besluit
DeKGconcludeert dat hetantwoord opdevraag ofbijopieggen van een navorderingsaanslag ter
zake van feiten die zich hebben voorgedaan v66r Brexit het EUrecht van toepassing blijft 66k als
dienavorderingsaanslag pas wordt opgelegd naBrexit voor deonderhavige casus niet relevant is
1788166 00136
Geef een reactie