AI-samenvatting
Deze belastinguitspraak behandelt de impact van EU-recht op de oprichtingseis van een tussenmaatschappij. Het besluit bevestigt dat een vennootschap die naar het recht van een derde land is opgericht en wordt omgezet, kan worden beschouwd als een vennootschap naar het recht van een lidstaat.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
**GEACCEPTEERD ANTWOORD**
Betreft IBR21 38 Oprichtingseis tussenmaatschappij omzetting
28 jan 2022
Onderslaande vraag is door de KG IBR als volgt beantwoord:
Nee. De richtlijn grensoverschrijdende omzettingen, fusies en splitsingen gaat over (onder meer) grensoverschrijdende omzetting tussen twee lidstaten. De richtlijn bevat geen aanwijzingen dat een vennootschap die primair is opgericht naar het recht van een derde land en na omzetting wordt beheerst door het recht van een lidstaat, niet kan worden aangemerkt als een overeenkomstig de wetgeving van een lidstaat opgerichte vennootschap. Wel bevat de richtlijn een aanwijzing die de eerdere conclusie bevestigt dat grensoverschrijdende omzetting in de lidstaat van ontvangst leidt tot de oprichting van een vennootschap naar het recht van die lidstaat. Artikel 86ter Definities bepaalt namelijk: Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder omgezette vennootschap een vennootschap die in een lidstaat van bestemming wordt opgericht ten gevolge van een grensoverschrijdende omzetting.
Afgezien van het voorgaande gaat IBR 16 16 voor wat betreft de vraag of een vennootschap in overeenstemming met de wetgeving van een lidstaat is opgericht over de uiting van primair EU-recht. Artikel 54 VWEU in combinatie met artikel 49 VWEU bepaalt welke vennootschappen zich kunnen beroepen op de vrijheid van vestiging. Een richtlijn kan de toegang tot het VWEU niet beperken. Wel kunnen onderwerpen uitputtend worden geharmoniseerd en moet een nationale maatregel in die gevallen volgens vaste rechtspraak niet meer rechtstreeks aan de verkeersvrijheden worden getoetst, maar aan de betrokken richtlijn die dan verdragsconform pleegt te worden uitgelegd. Die vaste rechtspraak gaat niet over toegang tot het EU-recht, maar over de wijze van toetsing daaraan, hetgeen toegang veronderstelt. Bovendien is bij de richtlijn grensoverschrijdende omzettingen, fusies en splitsingen van volledige harmonisatie van toegang tot het EU-recht geen sprake.
Met vriendelijke groet,
[GEANONIMISEERD]
Bijlagen:
Antwoord vraag IBR 16 16 doc (42 kB)
—
Van: [GEANONIMISEERD]
Aan: [GEANONIMISEERD]
Datum: 07-12-2021 17:16
Onderwerp: Antwoord vraag IBR 16 16
Ten aanzien van het eerdere antwoord van KG komt nog wel de vraag op of de richtlijn grensoverschrijdende omzettingen, fusies en splitsingen (EU 2019/2121) tot een andere conclusie leidt. Is dat nog iets waar de KG IBR naar kan kijken?
Hoor het graag. Alvast dank voor de moeite.
Met vriendelijke groet,
[GEANONIMISEERD]
—
Van: [GEANONIMISEERD]
Aan: [GEANONIMISEERD]
Datum: 29-11-2021 13:18
Onderwerp: Fw: Oprichtingseis bij tussenmaatschappij
Hoi [GEANONIMISEERD],
Zie bijgaand document waarin ik eerder een vergelijkbare vraag heb beantwoord.
Met vriendelijke groet,
[GEANONIMISEERD]
Bijlagen:
Van Veen Omzetting.pdf (172 kB)
Antwoord vraag IBR 16 16 21.doc (42 kB)
—
Beste [GEANONIMISEERD],
Eerder heb ik al eens kort gesproken over een casus waarbij de vraag opkomt wat de impact van het EU-recht is bij de oprichtingseis die is opgenomen in art. 15 lid van de Wet Vpb bij een tussenmaatschappij. Ondertussen is de casus in vooroverleg aan ons voorgelegd en heeft de KG FFE een eerste blik erop geworpen. Bijgevoegd treffen jullie een document aan met daarin de relevante feiten en omstandigheden en een eerste aanzet tot een antwoord door de KG FFE. Het betreft een situatie waarbij een vennootschap naar het recht van haar feitelijke leiding verplaatst naar Luxemburg en gelijktijdig zichzelf omzet in een vennootschap naar het recht van Luxemburg. De aandelen in de omgezette vennootschap worden gehouden door een NL NV en de omgezette vennootschap houdt nadien aandelen in een NL BV. NV en NL BV willen graag gevoegd worden in een Papillon FE.
Volgens onze eerste bevindingen is op basis van de letterlijke wettekst in casu niet voldaan aan de wettelijke voorwaarden. Wel wordt uiteraard gewezen op het EU-recht en de vraag of deze vennootschap, omdat zij nu als een vennootschap van een van de lidstaten is aangemerkt, een beroep kan doen op de EU-vrijheden, waarbij het volgens ons slechts om de vrijheid van vestiging kan gaan. Wij zijn daarom erg benieuwd naar jullie gedachten over dit onderwerp. Mocht men toegang hebben tot de EU-vrijheden, dan zou de strikte wettelijke oprichtingseis naar onze mening strijdig zijn met het EU-recht. En het bijzondere is dat we voor een puur nationale fiscale eenheid slechts kijken naar de vestigingsplaats en de oprichting van het lichaam niet relevant is.
Hopelijk hebben jullie met het document en deze mail voldoende informatie om de vraag in behandeling te nemen. Zo niet, dan hoor ik het uiteraard graag.
Met vriendelijke groet,
[GEANONIMISEERD]
Geef een reactie