AI-samenvatting
In deze belastinguitspraak wordt geconcludeerd dat een naar België verplaatste BV niet meer belastingplichtig is voor de vennootschapsbelasting in Nederland. Dit is gebaseerd op de beoordeling van de feitelijke leiding en de toepasselijke verdragsbepalingen.
Kennisgroepstandpunt
Memo verplaatSeBV naar Be[gie enaangifteplTcTit
Vraagi
1 Aaneencoll^van
bffliuitvan 19maart Z019 nr7019 30576 Stcrt 2019 nr17207 hierna besluit
_zetelverplaat3ng ■^rGorselesd om aan een naar Belgie verplaatste BVvanaf hetboekjaar
67 aargrtenvennootschapsbelasting meer utte relien Devragg die indtmemo
aan deordeiwordtgesteldisofaar ditverLoek kan iworden t^emoetgekomen57T2ehetvenoek □ndefvenrijzingnaar het
Feiien
2 Indeze casus dent uitgegaan teworden jan het^iolgende feitenmaterlaal
aDe[betrokken BVheeft op67AWf laarzetelverpfeaftst naar Befeie
bNadeverp laatsingisdebebstb are vin3 steeds opnihil vastg esteld
cOpdebailans van deBVstaan nadezetelverplaatsiig aleen nog vordefingen p7AWf
67Awr
letopeen ^ordering diedeBVhe^7 A^T
■jprdie vorderrg vjordt een jaarlijkse rente vergoed67Awrduegrootste vorder rg
67
67Awrvancirc^
67Awr
67Awr
Hetalgemene lurid ische kader
3 Alsdewerkelijke leiding van een naar Nederfends recht opgerfcht Ifchaam isverplaaid bljft
ditIfchaam bela^iingplfchtigvoor devennootsihapsbefesting Voor detoepasangvan deWet
Vpb vjordt een naar Nederlands recht opgericht lichaam krachtens artikel 24Wet Vpb
namelijk atidgeacht rNederland tezijngevestid Alsbelastingplicht^e kan het Ifchaam
□ok navertrek vjorden uitgenodigd tot hetdoen van aargifte krachtensartl el5van de
AWR Het Ichaam isgehouden deaangiftete doenvolgens ale vettel ker^efc zoafe
artikel evandeAWR dusmet opgave van allegevraagde gelevens entoezending van alle
gevraagde beaiheiden zieHRBNB lWfi 350
4 Opgrond van hetbedut zetelverplaatsing kan deinspecteur beduten orm aftezien van het
uitreiken van een aangifte mfcs nade verplaSangvar dewerkeijke leiding g^n t^jrrffs o
jjTvojTderirrg5eiojTg meer aanv ezgis
3 Ofgeen heffJngijeJang meer aanv ezigUzalbeoordeeld moet vorden aan dehand van
demaatstaf diedeHoge Raad heeftgeformuleerd inHRBNB 1994 163 Slechts voor zover
hetverdrag hetheffriga echt aan Nederland toev jstisdeverplaaHe vennootathap nog
objectief belaaingplfchtigriNederland
1
1788148 00129
Hetverdragsrechtefijke kader
Utgaande iandeactiviteiten inkonnsten van deBVkomt incasu enkel belang toe aan de
vjjze vjaarop door artikel 11 het interestartikel deheffing tussen Nederbnd enBels ie
wordt verdeeldS
Indatkader vjordt abeerste verv eennaar deparagrafen 1tm3van artlkelll van het
verdrag7
§1 Interestafkomstig uteen venlragsluitendeStaaterrfrefcrcn daan een iniwjref
van deaniiere verdragsiuitende Staat mag indieamiere Staat warden beiast
52 Deie infeneif mag echterook indeverdragsluitendeStaat waamit hij
afkomstsg i5oveneenkOin75fi3 dewetgeving van dieStaat womien befasi maar
indien deuiteindeSijk gerechtigde fordeinfenesf inivonerij vandeandere
verdragsiuitende Staat^ mag deaidus gefteven beiasting niefbogerzHn dan
10percent van bet bnjtobedrag vande tnteres f
53 Inafwijking van tefbEpaaidejhparagraaf2 mag inferesT inde
verdragsiustende Srejf waarwit bijafkamstig is^nref iwnden f^eiaJf^
aindien deuiteindEiijk gerecbtigdetotdie interest eenondernEining van de
andere verdiagslitstende Srtrcrr iieninef nief ittrndeilf om infeieif van door
ej^ectenaan toonder vertegenwoordigdeieningen ofgeiddepo^to s
S Inpunt 16van hetprotocol isdevo^ende aanvulingop artikel 11van hetverdrag
opge nomen
YlIndien eenEEG ricbtUsnj loais deieeventueei kan warden gew^iigd^ ifetre i^nde
eengemeenscbappei^ke beiastingregeiing iniake betaiingenvan rente enroyaltys
fussen onderneminffeniron kracbt wordt^ dan geldt watbetreftinterest^ inajwifking
inzoirejre iron betbepaaldein artikel 1fporO gra en2en3betbepaalde mdie
ncbtlijn
buiten verzoek 9 Watvjordt met deze jrotocobepaling bedoeld
□ient deze protocolbepaling zoopgevattevjorden datderiihtlijnbepalhgen indepbats
komenvan deparagrafen 2en3teneindete bepalen ofhetheffingsrecht van debronstaat
vjordt beperkt ofdient debepaingzogelezentev orden dat derichtijn voorrang heeft
cqkrijgt opdein paragraaf 2en3opgenomentoevjijzingsr^el5 afcgevoig vraarvan wordt
toegekomenaan hetbepaaldeindeze paragrafen alsde rchtlijn niet reedsverplichttothet
afzienvan bebstingheffing’
10 UtdeKamerstukken ijktafgeleld tekunnen vjorden datdetvreede lezrg dejuldieiszijnde
delezing dieook veruit hetbeste aansLii bijdegangbarefiscale praktijk Zie indatverband
devolgende passgeuit hetgezamenlijke artikebgevrijzecommentaar b|artikel 11van het
verdrag’
Ttwrfsis inpunt 16 iron ProtocoiI neergeiegd datdebepalingeniron deOnfirtrerp
ncfffili nnente spaartegoeden endeOntwerp ricbtiijn nenfe ^rojroifir ^{ nadat
deze noeventuele wijziging inwerking zijngetreden invoorkomend aeval
voorranab ebb enopdebepaling envandeparagrafen 2enSindien rtodi^ zullen de
^TKiarnaarizaaizaai zaaizaisi nfa[iaizi™iii|iiziila
2
1788148 00129
ierdjTJ55i uiiferttteSfofer door middd van eenprotocoi fofwipiging van tefverdrag
debepaiingan vandeparagrafen 2en3 van artikei 11 jjtoiereerrsfemmjrrjbrengen
met debepalingst vandeonderbavige Ontwe pricbtlijnen
buiten verzoek 11
bJiten verzoek
tijde voGrrang opnet°een ineen bateraal verargg isseregeld^immer^net unjerecnt neente aJien
Qjncrete toetsi ng
12 Omte beoordelen erfdeverplaatste BVnogobjeaief belastingplichte inNederland iwordt
hierna alseerste getoetst ofhetNederlandse heffingsrechtirordt beperkt door de
interea enrovaltyrichtijn 2003 4§EC en bijeen ontkennende beantv oording van die
vraeg ofeninhoeverre hetheffingsrecht over devorderingen enNederland^e
bankt^oeden wordt beperkt door hetverdrag
13 □einterest enrovatvrichtijn 1^ Nederland incasugeen beperkin^en opomdat de
rentebaten geen verband houden nnetvorderrgen opverbonden ondernemingen rdezin
van derkhtlijn lieartlkell 7en3bvan derichitijn
14 □an isdevoigendevraag vjat deinvloed van artikelll ophetNederlandse heffingsrecht is
Opgrondvan artikel 11Zvanhetverdrag behoudt Nederbnd incasu wel eenbeperkt
heffingsrecht opderentebaten dieverband houden met devordering opdeNederbndse
overnameholding endeNederlandse bankt^oeden Deze rentebaten zijnimmers
afkomstig uitNederland Anders gef ormuleerd het Nederlandse heffhgs echt op
voormeldevermogensbestanddelen bliftalszodane intact^ zijhet datdegeheven belaarg
niet hoger magzjndan 1051 van hetbrutobedrag van deinterea
IS Daarv anuitgaand edient alslaatste beo ordeeld tevjord enofhetNederlandse heffingsrecht
vordt beperkt door hetgeeninartl elll3avanhetverdragisbepaald Opgrond
van diebepallng komt aan Nederland geen enkel heffingsrecht toe indien ldeuiteindelijk
gerechtigdetot deinterest Zeenonderneming vandeandereverdragdutendestaat isen
3het niet handelt om interest van door effecten aantoonder vert^envjoordgdeleningen
ofgeWdeposito sOp ditmoment bestaat ergeen aanv jzing datdeverpbatste BVniet de
uiteindelijk gerechtidetot derentebaten eHierna vordt erdaarom vanuitgegaan dat aan
ditcriterLim wordt voldaan
16 Ten aanzien Vandetvjeede voonr aQrde[deondern emingseis ishetessentieelom vast te
stellen hoe [ruin ditb^ripgeduid moetvjorden Inhetverdrag wordt hetb^rip
onderneming atvoigt omschreven zie artikel 3ldvanhetverdrag
betekenen deuitdrukking onderneming van eenverdragsluitende Staa en
onderneming van de andereverd ragout endeStaat onderscheidenlijk een
onderneming gedreven door een invjoner van eenverdrag^uitendeStaateneen
onderneming gedreven door een rv oner vandeandereverdr^dutendeStaat
17 Opgrondvan bovenvermeVJeomschrijving dient inbeglnseluitgegaantevjorden van een
autonoom verdrags echteijk ondernemingsbegrp datmaterieel van aard eDaarvan
uitgaand everkt deondernemingsfbtieinartkel Z[SWet Vpb niet zonder meer door naar
hetverdrag
lie FJXEigeenJVggeerLenT MVerigauKMerv 6elasLingverdr^nen™jiraiigvaii rthnlijnenoplieLgejiedvai dinocle jeaiLngai
Wtdtblad ZQlSi^SZ^ondendedZ loideahdaar aangdiaakJerec[Tla |aeek
3
1788148 00129
le InhetDeiamenlijke artike^evj ijiecommemtaar Ishet vqfeende opsemerkt over het
□ndern eming5b^ rip^
Jiovereenstemming met hetOESO Motfelvenlrag 1992 1997 bepaatt paragraaf 1
itibparagraufii dcrt teniii tiecorrfe ffvanhet versitag trrvders ierejstfie
uitsirak^ngen aondememing van een verdragsiuitende Sfatrfw enfrondernemingvan
deandere verdrag^iaitende Staat iteertondememing gslreven door ear jrrworrer van
een verdragsiuitende Stoat nespectievehjk eenoniternemjn^ ged reven door een
inwoner vandeandere vetdrags utende Staat betekenen
19 Kortonn hetondernemingsb^i] rhetverdrgg NLBelge ZOOl dient aante sluten bijhet
ondernemingsbegrip indesin van hetOESOnzomnnentaar 199Z 1997
ZO InhetOESO comnnentaar vordt hetvofeende opgemerktover hetb^rip enterprisei
Tjfre quest ion ivftef tenoneetivify isperformed ivifirin anenterprise oris deemed
tocons fitute initseif onenferpn seitersalways been interpreted according tothe
provisions ofthedomestic ioivs offiteCOnfnrcfing Sfofes Noexhaustive definition
ofthe term ^enterprise has therefore been attempted jtfitis ^rticie HoHrekren ifrs
provided that fire term‘enterprise oppires totheearring onoonyftusrness Since
fite term frusiness jsetfpressij definedtoinciude theperformance ofprof^sionai
services andofother activities ofanindependent character^ fitis cienfies fiwf fire
perforrtwnce ofprofessioneri services orofrteroefivifies ofanindependent character
must beconsidered tocons fitufe onenferpn se^regardless ofthemeaning ofthat
term under domestic law Sfofes wPicit consider tha tsuch clarification isunnecessary
arefree toomit fitedefnrfion offite term “enterprise from their bilateral
conventions
Hetb^rip business oftev elbedrijf wordtals vofetto^elichtin hetOESO comnnentaar^
The Convention does not contain anexhaustive definition oftheterm business
which under pragraph 1schould generallv have themeaning which ithasunder the
domestic law ofthe State that applies theConventionZl
ZZ Van eenonderneming indezri vanhetverdrag ebijgevoigsprake alsdoor deverpbaitsce BV
eenbedrijfwordtutgeoefend waarh|hetb^rip hedrijf moetwordenuitgel^dnaar
Nederbndse maatstaven
Z3 Indakader lijkthetnuttg enaangev ezen om tekijken hoe hetb^rip bedrjf verdgeduid
onder dewetgev ing die tot 1janu ariZOl 6vantoep asing wasopdirecte overheiddicham en
reievanter referentiematereal ijkt tinmers niet [direct voorhandenteiijn Opgrondvan
die vetgevingv aseen direct overheidsichaam bebstingplichtigvoorzover het een indewet
omschreven bedrijf uitoefende Uitvoormelde vetgeving kanworden afgeleid dat er^n
reievant Verschil bestaat tussen deb^rippen bedrjfenonderneming Daar vaargeen
sprake kanzijnvan eenmaterieleonderneming alseen vinaareven ontbreekt kanzonder
deaarw e2lgheidvan een dergelijkstrevenvel^rake zijn van een bedrijf Voorhetoverlge
bestaan ergeen verschillen^
■TK19 maarL Zmi 2001 200^ Z8Z59 nrSnJL
ZiepunlJvan h«lOtSr oimineiiLaar bijarLikelS P117|
’Zm punL 102 van heLOESO aamiTKnlaar VijarLikelS |2ai7|
‘He SJX Slieiwns BfllasLingpith lindevenrooLsdiaiBPelasling 20® pllSeii JNfcijwman MJCaev Wcgwijsinde
voinKrtschaisbelasLing VBlicidedmk pH
4
1788148 00129
24 □aarvan ult^aande ijkt deconclusie gerechtvaardgd datdeverplaatSeBV geen
□ndernerring deir vanhaverdrag utoefent DeactMitehen lijken imnners niet meer te
beheten danpasief vernnogensbeheer
Hetvoorgaande impliceert dat deverplaatste BVooknaverdragstoepassiigj nqgaeeds
objectief belaaingplfchtig rNederland ^aldu5 ongeachthetantv oord opdederde vraag
voorv aarde ofhet incaau velof niiet handett om interest van door effecten aan toonder
vert^ envoordigdelenrigenofgelddep osito s25
26 Met betrekkingtotde derde voorv aarde Ishetvolgende opgemerkt rhetartikelsgevjize
comnnentaari’
Met verdrag bevat dne nadere bepaSingen mef betrekking fofde irtparagraaf2
vooniene irjogekjkbeidfofbetbeffervanbeiastingjftdeihTonsftraf frrde eersfe
plaats bevat paragraafSiooreen aantal geuaSen een vr^stellsng vtrn
beiastingbeffing iftdeverdragsluitende Staat waanjit deinterest afkonjstig jsDeze
vrijsteilingJijjtbetbijzondervanbeiang voorbet bedr^fsieven Metgaat bietb^ om
jjTfejTesf djeiwrdf betaatd aan eenondememjng vandeandere verdragsiuitende
Staat ffjzondere voorwaarden voordeze vrifstdiing geiden datdeond^neming
deuiteindeSijk gereobtigdefofdeJnferesf liendevorderingen waarap dernre ejr
wordt hetaald voor deondenteming feUebjk geen beteggingen vormen
Beleggingen warden inditveiband aanwezig geacbt indien sprake isvan daar
e^eeren aan toander vertegenwaardigde ieningen ofgeiddepasita‘s {subparagraaf
ofJeze niet bel^gingsvaorwaarde geldt njief jndien deondememmg frefbank af
verzekeringsbedr^f uitoefent endedesbetreffende efjecten fen munsfe dne
maanden voarafgaandeaan dedatunj vanbetaaibaarsteiiing vandeinferesf iniferif
beeft isubparagraaf bl fjJ^jrfenesf die ivondf ireftrcryd opbandeSsscbaidvarderingen
wegens term^nbetaiingvaar doar andememingen geieverde kaopwaar^ gaederenaf
diensten’
27 Aan dederdevQorvjaarde lijkt derhalve ook niette worden vokJaan^ reedsomdat de
verplaatste BVnog over 67Awr beschikt
Conclusie
28 Aan hetverzoek van deverplaatste BUomgeen aangiften vennootschapsbelastrg meer ut
tereiken kanbjgevolg niett^emoet vjordengekomen Aan dezecondusie letdepremise
tengronddag dat hetondernemingsbegripinartikel 11van hetverdrag maerieelultgelegd
moet vorden
15april 2021
’Zie iwlnmrt L
5
1788148 00129
Geef een reactie