AI-samenvatting
Dit bindend advies betreft de toepassing van artikel 14 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer. De conclusie is dat de verkrijging van een woonzorg-complex belast is tegen het normale tarief van 6%, aangezien het gebouw is ontworpen als verzorgingsinstelling en de oorspronkelijke aard niet is gewijzigd.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
**1774390**
Postbus 4486
6401 CZ Heerlen
Telefoon
Datum: 16 mei 2017
Behandeld door: 5.1.2e
Vraag: 17 – 052 – 02
Betreft: Toepassing art. 14 WBR.
Bindend advies.
Geachte | 5.1.2e |
U heeft de kennisgroep een vraag gesteld omtrent de toepassing van artikel 14 Wet op belastingen van rechtsverkeer (hierna WBR). Hieronder treft u het antwoord (bindend advies) aan.
1. **Feiten.**
Bij akte van [GEANONIMISEERD] leveren [GEANONIMISEERD] (zorg)panden [GEANONIMISEERD]. In het woonzorg-complex zijn onzelfstandige woonruimtes [GEANONIMISEERD] zelfstandige woonruimtes [GEANONIMISEERD] en diverse gezamenlijke ruimtes, verkeersruimtes en kantoorruimte. De zelfstandige woonruimtes bestaan uit een woonkamer en slaapkamer en beschikken over een keukenblok en sanitaire voorzieningen alsmede over een eigen afsluitbare voordeur, adres en brievenbus. Het woonzorg-complex is in juridische zin niet gesplitst in appartementsrechten en is na de bouw ervan niet verbouwd om het geschikt te maken voor een ander gebruik dan het gebruik als woonzorg-complex.
2. **Vraag.**
Is de verkrijging van een woonzorg-complex (in zijn geheel) belast tegen het normale tarief van 6% of tegen het lage tarief van 2% voor woningen?
3. **Antwoord.**
Er is sprake van een onroerende zaak die in zijn geheel bezien is ontworpen en gebouwd als verzorgings- en verpleeginstelling (onder de AWBZ of WLZ). De oorspronkelijke aard van het gehele bouwwerk is ‘niet-woning’, deze oorspronkelijke aard is niet gewijzigd door latere verbouwingen. Ten aanzien van de verkrijging van een woonzorgcomplex is het algemene tarief van 6% van toepassing.
4. **Beschouwing.**
Dit pand is [GEANONIMISEERD]. Met de invoering van de WLZ werd het voor [GEANONIMISEERD] mogelijk de appartementen los te verhuren. Ieder appartement is voorzien van woonkamer en slaapkamer, keukenblok en sanitaire voorzieningen en beschikt verder over een eigen afsluitbare voordeur, adres en brievenbus. Het lijkt erop dat het gebouw in juridische zin niet verdeeld is in appartementsrechten.
4.2 **Beschouwing**
Vooraf: de contractuele relatie gebruikers — eigenaar is niet relevant. Of er een zorgindicatie vereist is, is dan ook niet relevant. Tevens is niet relevant of er in de huurprijs kosten in rekening worden gebracht ten aanzien van zorg, schoonmaak of andere diensten.
1. Kenmerken bouwwerk — oorspronkelijke kenmerken ontwerp en bouw
Dit bouwwerk is ontworpen en gebouwd (onder de AWBZ) als verzorgings- en verpleeginstelling. Het bouwwerk is dus oorspronkelijk ontworpen en gebouwd als niet-woning (althans een dergelijk gebouw is, blijkens de parlementaire geschiedenis, uitgezonderd van het lage tarief). De oorspronkelijke aard van het bouwwerk is niet-woning, in beginsel normale tarief: 6%.
2. Kenmerken bouwwerk — latere verbouwingen
Het is de kennisgroep niet bekend of het bouwwerk is verbouwd; daar lijkt het niet op. Wat we gewijzigd is, is de mogelijkheid tot verhuur. Door de invoering van de WLZ werd het voor [GEANONIMISEERD] mogelijk de appartementen los te verhuren (zonder zorg). Dit wijzigt echter niet de aard (kenmerken) van de onroerende zaak.
3. **Twijfel over kenmerken bouwwerk — publiekrechtelijke bestemming van belang**
In deze zou twijfel kunnen bestaan over de kenmerken van het bouwwerk omdat de kenmerken / aard van het bouwwerk ‘gemengd’ zijn. Volgens de BAG-viewer heeft het gehele gebouw een ‘gezondheidszorgfunctie’. Volgens ruimtelijkeplannen.nl is de publiekrechtelijke bestemming: maatschappelijk.
4.3 **Conclusie tarief**
De onroerende zaak heeft als oorspronkelijke aard niet-woning dan wel is oorspronkelijk een gebouw dat blijkens de parlementaire geschiedenis is uitgezonderd van het lage tarief. Niet bekend is of er verbouwingen hebben plaatsgevonden die de aard van de onroerende zaak hebben gewijzigd. Voor zover er nog twijfel is, dan wijst de publiekrechtelijke bestemming op niet-woning, de bestemming is ‘maatschappelijk’ en het gebruiksdoel (BAG) is ‘gezondheidszorgfunctie’. De onroerende zaak is een niet-woning waarop het normale tarief (6%) van toepassing is.
4.5 **Beschouwing**
Vooraf: de contractuele relatie gebruikers — eigenaar is niet relevant. Of er een zorgindicatie vereist is, is dan ook niet relevant. Tevens is niet relevant of er in de huurprijs kosten in rekening worden gebracht ten aanzien van zorg, schoonmaak of andere diensten.
1. Kenmerken bouwwerk — oorspronkelijke kenmerken ontwerp en bouw
Het bouwwerk is dus, naar de kennisgroep aanneemt, oorspronkelijk ontworpen en gebouwd als niet-woning (althans een dergelijk gebouw is, blijkens de parlementaire geschiedenis, uitgezonderd van het lage tarief). De oorspronkelijke aard van het bouwwerk is niet-woning, in beginsel normale tarief: 6%.
2. Kenmerken bouwwerk — latere verbouwingen
Het is de kennisgroep niet bekend of het bouwwerk is verbouwd; daar lijkt het niet op. Wat we gewijzigd is, is de mogelijkheid tot verhuur. Door de invoering van de WLZ werd het voor [GEANONIMISEERD] mogelijk de appartementen los te verhuren (zonder zorg). Dit wijzigt echter niet de aard (kenmerken) van de onroerende zaak.
3. **Twijfel over kenmerken bouwwerk — publiekrechtelijke bestemming van belang**
In deze zou twijfel kunnen bestaan over de kenmerken van het bouwwerk omdat de kenmerken / aard van het bouwwerk ‘gemengd’ zijn. Volgens de BAG-viewer heeft een deel van het gebouw (er is sprake van nummering met letters) een ‘gezondheidszorgfunctie’ en andere delen een ‘woonfunctie’. Volgens ruimtelijkeplannen.nl is de publiekrechtelijke bestemming: maatschappelijk.
4.6 **Conclusie tarief**
De onroerende zaak heeft als oorspronkelijke aard niet-woning dan wel is oorspronkelijk een gebouw dat blijkens de parlementaire geschiedenis is uitgezonderd van het lage tarief. Niet bekend is of er verbouwingen hebben plaatsgevonden die de aard van de onroerende zaak hebben gewijzigd. Voor zover er nog twijfel is, dan wijst de publiekrechtelijke bestemming op niet-woning, de bestemming is ‘maatschappelijk’ en het gebruiksdoel (BAG) is deels ‘gezondheidszorgfunctie’ en deels ‘woonfunctie’. De onroerende zaak is een niet-woning waarop het normale tarief (6%) van toepassing is.
5. **Deels naar zijn aard bestemd voor bewoning?**
Nadere beschouwing a.d.h.v. het Hospice-arrest.
In het Hospice-arrest overweegt de Hoge Raad het volgende:
2.1.2 De vergunning voor de bouw van het pand is in 2006 verleend en vermeldt als bestemming “hospice (thuis voor mensen in hun laatste levensfase)”. In de bouwvergunning is vermeld dat het bouwplan in overeenstemming is met het bestemmingsplan, waarbij het terrein is bestemd voor “woningen (W10)”.
2.1.3 Het pand bestaat uit vier bouwlagen. In de kelder bevinden zich verkeersruimten (trappenhuis, liften hal), twee logeerkamers met elk een doucheruimte, de pompput, de wasruimte, de badkamer voor mindervaliden en technische ruimten. Op de begane grond zijn verkeersruimten gelegen (de entree, de hal, het trappenhuis, de lift en de garderobe), alsmede de gemeenschappelijke woonkamer met serre, twee toiletten, de bibliotheek en de koosjere keuken (bestaande uit een aparte zuivelkeuken en een aparte vleeskeuken). Hier zijn tevens werkruimten gelegen, zoals het kantoor van de leiding, de berging, de werkkast en de voorraadkamer. Op de eerste en de tweede verdieping van het gebouw zijn, naast de verkeersruimten, in totaal zes woonunits gelegen, elk met een keuken/pantry, een bed en kastruimte. Op de eerste verdieping zijn twee doucheruimten gelegen en op de tweede verdieping is één doucheruimte gelegen.
2.3.1 De hiervoor in 2.1.3 weergegeven kenmerken van het pand laten geen andere slotsom toe dan dat het naar zijn aard is bestemd om dienst te doen als een verzorgingsinstelling en dus niet als woning in de zin van artikel 14, lid 2, Wbr kan worden aangemerkt. Daaraan doet niet af dat de benodigde zorg niet is begrepen in de huurprijs die aan de bewoners in rekening wordt gebracht en dat er geen artsen, verpleegkundigen, schoonmakers en ander gekwalificeerd personeel in dienst van belanghebbende en [A] zijn, en evenmin dat het hospice geen ‘verpleeginrichting’ is. Beslissend is de aard van het pand, gemeten naar zijn objectieve kenmerken. De contractuele relatie van de bewoners met de exploitant van het pand is daarvoor, anders dan het Hof tot uitgangspunt heeft genomen, niet bepalend.
Een woonzorg-complex is (in zijn geheel) ontworpen en gebouwd als een verzorgingsinstelling, de oorspronkelijke aard van het gehele gebouw is dan ‘niet-woning’. Aangezien het gehele gebouw is aan te merken als verzorgingsinstelling is het normale tarief ook van toepassing op de woongedeeltes die bestemd zijn voor privégebruik.
6. **Conclusie.**
Wanneer het gehele (ongesplitste) gebouw wordt verkregen dan geeft de oorspronkelijke aard van het bouwwerk (een onder de AWBZ of WLZ gebouwd zorgcomplex) aanleiding te veronderstellen dat het normale tarief van toepassing is. Aangezien er geen verbouwingen hebben plaatsgevonden (althans dat is niet bekend) is deze oorspronkelijke staat ongewijzigd. Het Hospice-arrest geeft geen aanleiding om de woongedeeltes in het gebouw aan te merken als naar zijn aard bestemd voor bewoning. Ik hoop u hiermee naar genoegen geïnformeerd te hebben.
Geef een reactie