1774330

AI-samenvatting

Deze belastinguitspraak behandelt de maatstaf van heffing bij erfpachtconversie door de gemeente Amsterdam. De afkoop van de canon wordt niet als zodanig beschouwd, waardoor de maatstaf van heffing de tegenprestatie volgens artikel 9 WBR bedraagt.

Kennisgroepstandpunt

1774330Kantoor Maastricht
6401 CZ Heerlen
Kennisgroep overdrachtsbelasting
‘ Doorkiesnummer, _ 512e |
5.1.2e
Datum
22 januari 2016
Behandeld door
5.1.2e
Vraag
15-052-11
Betreft
Erfpachtconversie gemeente Amsterdam.
Vraag 1.
Geachte 5.[5.1.2e |
U heeft de kennisgroep een vraag gesteld omtrent de toepassing van de artikelen 9 en 11 Wet op
belastingen van rechtsverkeer (hierna WBR).
Hieronder treft u het antwoord (bindend advies) aan.
Uw casus.
De gemeente geeft een nieuw erfpachtrecht uit (onbepaalde tijd). Volgens de obligatoire
erfpachtovereenkomst is geen koopsom verschuldigd maar is wel een jaarlijkse canon
verschuldigd van, 67 Awr |De canon kan echter eeuwiadurend worden afgekocht. De koper maakt
hierbij gebruik van de mogelijkheid de canon 67 Awr voor eeuwig af te kopen. De
overeengekomen afkoopsom bedraagt) 67 Aur Het feit dat de canon voor eeuwig is afgekocht
wordt in de akte van vestiging opgenomen.
De vraag.
Welke is de maatstaf van heffing? 67 Awr
Antwoord.
De maatstaf van heffing bedraagt| s7Aw |
Beschouwing.
De afkoop van de canon is civielrechtelijk en fiscaalrechtelijk geen afkoop. Het recht is immers
nog niet gevestigd, zodat van afkoop van een canonverplichting geen sprake kan zijn, Wapartijen (per saldo) zijn overeengekomen is dat de gemeente tegen een koopsom var] 67 Aur |
een canonloos erfpachtrecht vestigt. Daarom wordt niet toegekomen aan de toepassing van deSr Aur |Awr tabelfactoren en beloopt de maatstaf van heffing de tegenprestatie conform art. 9,
eerste lid, WBR. Dit geldt dus ook als die tegenprestatie hoger is dan de waarde in het
Bezoekadres
In uw antwoord datum en kenmerk van deze brief vermelden Kloosterweg 22
HEERLEN
00008

Kenmerk 2
15-052-11
economische verkeer van de zaak waarop het recht betrekking heeft; het plafond van art. 11,
eerste lid WBR komt niet in beeld omdat geen bijtelling van een schuldplichtigheid plaatsvindt.
Ik hoop u hiermee naar genoegen geïnformeerd te hebben.
5.1.2¢
5.1.2e
1774330 00008

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Belang: