AI-samenvatting
Dit bindend advies behandelt de vraag of de vrijstelling van art. 15-1-i WBR van toepassing is op verkrijgingen door E BV en X BV. De conclusie is dat de vrijstelling in beide gevallen niet van toepassing is.
Kennisgroepstandpunt
1774329Kantoor Maastricht
Postbus 4486 6401 CZ Heerlen Telefoon
Kennisgroep overdrachtsbelasting
5.1.2e | 5.1.28 |
5.1.2 Datum
28 oktober 2015
Behandeld door
5.1.2e
Vraag
15-052-10
Betreft
Bindend advies.
U hebt de kennisgroep overdrachtsbelasting een vraag voorgelegd over de toepassing van art. 15 lid 1
onderdeel i Wet op belastingen van rechtsverkeer (hierna: WBR).
Hieronder treft u het antwoord (bindend advies) aan.
Casus
1: eigen grond
E BV sticht voor eigen rekening en risico op eigen grond een| S7Aur | E BV richt X BV op in het
kader van de afsplitsing van he 67 Awr X BV verkrijgt derhalve (onder algemene titel) het
67 Awr inclusief ondergrond). Art. 15-I-h WBR jo art. 5c Ubbr vindt geen toepassing: aan de
voorwaarden wordt niet voldaan.
Vraag: kan op deze verkrijging de vrijstelling van art. 15-1-i WBR worden toegepast wat betreft de
waarde van de door E BV gestichte opstal?
2: gehuurde grond
E BV sticht voor eigen rekening en risico op gehuurde grond eer 67 Awr waarvan de juridische
eigendom krachtens natrekking toekomt aan de verhuurder en de economische eigendom toekomt aan
BV op in het kader van de afsplitsing van (de economische eigendom vanls7 Awr
67 Awr p de verkrijging (onder algemene titel) door X BV van (de economische eigendom van)
e 67 Awr indt de vrijstelling van art. 15-1-h WBR jo art. 5c Ubbr geen toepassing: aan de
voorwaarden wordt niet voldaan.
Vraag: kan op deze verkrijging de vrijstelling van art. 15-1-i WBR worden toegepast?
Conclusie
In beide gevallen is de vrijstelling van art. 15-1-i WBR niet van toepassing.
Bezoekadres
In uw antwoord datum en kenmerk van deze brief vermelden Kloosterweg 22
HEERLEN
00004
1774329Kenmerk 2
15-052-10
Beschouwing
Art. 15-1-i WBR luidt:
1. Onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden is van de belasting vrijgesteld de
verkrijging:
i. vaneen zaak die is aangebracht door of in opdracht en voor rekening van de verkrijger of zijn
rechtsvoorganger onder algemene titel;
De wetgever had met art. 15-1-i WBR het oog op de verkrijging van een onroerende zaak door een
aanbrenger (iemand, geen eigenaar van een onroerende zaak zijnde, door wie, of in wiens opdracht, en
voor wiens rekening, derhalve een economisch belanghebbende, de onroerende zaak van een ander
—kort gezegd- was verbeterd) én door een rechtsopvolger onder algemene titel van deze aanbrenger.
Dat wil zeggen: de vrijstelling geldt niet alleen voor de aanbrenger zelf, maar ook voor zijn of haar
rechtsverkrijgers onder algemene titel. De toevoeging ‘of zijn rechtsvoorganger onder algemene titel’
strekt er volgens de kennisgroep uitsluitend toe te bewerkstelligen dat de vrijstelling niet verloren gaat
door rechtsopvolging onder algemene titel: als X bij verkrijging een beroep op art. 15-1-i WBR toekomt,
komt dat beroep ook toe aan de rechtsopvolgers onder algemene titel van X. Voor de rechtsopvolgers
onder algemene titel is de vrijstelling van art. 15-1-i WBR dus een (van hun rechtsvoorganger) afgeleide
vrijstelling. Anders gezegd: als aan X een beroep op art. 15-1-i WBR niet toekomt, komt die vrijstelling
ook niet toe aan zijn rechtsopvolgers onder algemene titel.
Die laatste situatie doet zich voor in casus 1: E BV is immers eigenaar van het|__e7Awm __beworden
krachtens natrekking (onbelast). Voor toepassing van art. 15-1-i WBR ten behoeve van E BV is dan geen
plaats. Daarmee mist de vrijstelling ook toepassing op de verkrijging door X BV. In die zin ook Rechtbank
Breda, 26-07-2007, ECLI:NL:RBBRE:2007:BB2242, NTFR 2007/1965.
Deze redenering gaat niet op waar het de verkrijging van een op gehuurde grond gesticht
67 Awr betreft. E BV (als huurder en aanbrenger) is in deze gevallen niet krachtens natrekking
eigenaar van de opstal geworden, maar wel economisch eigenaar. Zou de (juridische) eigendom van het
67 Awr laan E BV zijn overgedragen (door overdracht van de grond of door vestiging van een
recht van opstal) dan zou de vrijstelling van art. 15-1-i WBR op die verkrijging wel van toepassing zijn
eweest. Ook een rechtsopvolger onder algemene titel aan wie de juridische eigendom van het
67 Awr wordt overgedragen valt dan de vrijstelling ten deel.[eran BV in zijn hoedanigheid van rechtsopvolger onder algemene titel van E BV echter niet
de juridische eigendom, maar de economische eigendom. Gelet op het hiervoor weergegeven doel en de
strekking van art. 15-1-i WBR is de vrijstelling voor dat geval niet geschreven. Deze situatie laat zich heel
wel vergelijken met die van casus 1 en Rechtbank Breda, 26-07-2007, ECLI:NL:RBBRE:2007:BB2242,
NTFR 2007/1965. Alleen als X BV nadat hij E BV onder algemene titel is opgevolgd vervolgens de
juridische eigendom verkrijgt, komt aan X BV een beroep op art. 15-1-i WBR toe.
Ik hoop u hiermee naar genoegen geïnformeerd te hebben.
5.1.2e
5.1.2e
00004
Geef een reactie