AI-samenvatting
Dit bindend advies behandelt de vraag of de verpanding van aandelen in silo-BV's leidt tot de verbreking van een concern met F BV, wat gevolgen zou hebben voor de vrijstelling van overdrachtsbelasting. Het antwoord stelt dat verpanding geen verbreking van het concern met zich meebrengt.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
**1774326**
Kantoor Maastricht
Postbus 5750
6202 MB Maastricht
Telefoon
Kennisgroep overdrachtsbelasting
Datum: 5 augustus 2015
Behandeld door: 15-052-06
Betreft: Bindend advies
Geachte heer,
U hebt de kennisgroep overdrachtsbelasting een vraag voorgelegd over de verpanding van aandelen en de verbreking concern. Hieronder treft u het antwoord (bindend advies) aan.
**Casus.**
Projectontwikkelaar F BV verkeert in staat van faillissement en de banken als belangrijkste schuldeisers sturen aan op verkoop van het onroerend goed dat F BV in bezit heeft. F BV richt een Tussenholding op, per deelnemende bank. F BV en de Tussenholding vormen een concern in de zin van artikel 5b, lid 2 Ubbr. Het onroerend goed wordt door F BV overgedragen aan de Tussenholding met gebruikmaking van de interne reorganisatievrijstelling van artikel 15, lid 1, onderdeel h Wbr, juncto artikel 5b, lid 1 Ubbr. Kort na de overdracht zijn de aandelen in de Tussenholding verpand aan de banken.
**Vraag.**
Leidt verpanding van de aandelen in de Tussenholding tot verbreking van het concern met F BV, waardoor de vrijstelling overdrachtsbelasting moet worden teruggenomen op grond van artikel 5b, lid 3, onderdeel b Ubbr (verbreking concern binnen drie jaren)?
**Antwoord.**
Bij verpanding van aandelen is er geen sprake van de overgang van het belang bij de aandelen van de pandgever naar de pandhouder. Verpanding leidt dus niet tot verbreking van het concern.
**Beschouwing.**
Het pandrecht (BW Boek 3, artikel 227 e.v.) is een beperkt zakelijk zekerheidsrecht waarmee een roerende zaak of een vordering als onderpand bezwaard kan worden. Het recht wordt gevestigd om voorrang te verkrijgen boven andere schuldeisers voor verhaal van een geldsom voor geleverde diensten of goederen. Is het recht op een registergoed gevestigd, dan is het een recht van hypotheek; is het recht op een ander goed gevestigd, dan is het een recht van pand. Aandelen zijn roerende zaken en kunnen worden onderworpen aan een pandrecht. Een pandhouder mag zich een goed niet toe-eigenen indien de schuldenaar verzuimt de op hem rustende betalings- of aflossingsverplichting te voldoen. Het goed blijft eigendom van de pandgever. Wel heeft de pandhouder de bevoegdheid (het recht van parate executie), om zonder executoriale titel en zonder executoriaal beslag over te gaan tot executoriale verkoop van het goed om uit de opbrengst de vorderingen te voldoen.
Onder een concern in de zin van artikel 5b, lid 2 UB wordt verstaan een vennootschap waarin niet een andere vennootschap het gehele of nagenoeg gehele belang heeft, samen met alle andere vennootschappen, waarin zij het gehele of nagenoeg gehele belang heeft. Bij de vestiging van een pandrecht op aandelen wordt het belang niet verbroken. Het pandrecht is een zekerheidsrecht en kent hooguit een afgeleid indirect belang. Daarom leidt de vestiging van een pandrecht niet tot de verbreking van een concern. Het al of niet voorwaardelijk overdragen van (bepaalde) stemrechten aan de pandhouder maakt dit niet anders, omdat volgens de wetsgeschiedenis voor de uitleg van het begrip belang vooral betekenis moet worden toegekend aan het economische oftewel het financiële belang bij de aandelen. En dat blijft berusten bij de pandgever.
**Aandachtspunt.**
In de praktijk kan er echter sprake zijn van aan het pandrecht of aan de vorderingen verbonden aanvullende rechten, zoals opties e.d., waardoor er mogelijk toch sprake is van de overgang van het belang of de verkrijging van economische eigendom. Of hiervan in de onderhavige casus sprake is, vergt nader onderzoek door de inspecteur.
Ik hoop u hiermee naar genoegen geïnformeerd te hebben.
Geef een reactie