AI-samenvatting
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of de vrijstelling van artikel 15, eerste lid, letter b, WBR van toepassing is op de verkrijging van aandelen door een kind van een ouder. Het besluit concludeert dat de commanditair vennoot als ondernemer wordt aangemerkt, waardoor de vrijstelling van toepassing is.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
**Belastingdienst**
**VERTROUWELIJK**
Corporate Dienst
Vaktechniek
Croeselaan 14
3521 CA Utrecht
Postbus 18280
3510 CG Utrecht
www.belastingdienst.nl
**Contactpersoon**
Kennisgroepstandpunt 19-052-28 Schenking aandelen OZR Ouder aan Kind (Artikel 15-1-b WBR)
Datum: 13 maart 2020
Versienummer: 1,0
Behandeld door: [GEANONIMISEERD]
Kopie aan: [GEANONIMISEERD]
Bijlage: [GEANONIMISEERD]
—
**Vraag**
Is de vrijstelling van artikel 15, eerste lid, letter b, WBR van toepassing op de verkrijging van de aandelen Ouder BV door Kind? Meer specifiek is de vraag of een commanditair aandeel in een CV voor de bedrijfsopvolgingsregeling in de overdrachtsbelasting kan worden aangemerkt als een (subjectieve) onderneming. Daarnaast kan in casu nog de vraag opkomen of er sprake is van een overdracht van een onderneming in fasen.
**Antwoord**
De commanditair vennoot is voor artikel 15, eerste lid, letter b, WBR aan te merken als ‘ondernemer’; het commanditaire aandeel (deelgerechtigdheid in een CV) is een ‘subjectieve onderneming’. De door Ouder BV in eigendom zijnde onroerende zaak behoort alsdan, als buitenvennootschappelijk ondernemingsvermogen, tot de subjectieve onderneming. De vrijstelling van artikel 15, eerste lid, letter b, WBR is van toepassing op de verkrijging van de aandelen in Ouder BV door het kind.
Voor het begrip ‘ondernemer’ in artikel 15, eerste lid, letter b, WBR dient namelijk aansluiting te worden gezocht met het ten tijde van de invoering van artikel 15, eerste lid, letter b, WBR bestaande ondernemingsbegrip uit de Wet Inkomstenbelasting 1964. Ter gelegenheid van de invoering van de Wet Inkomstenbelasting 2001 heeft de wetgever voor artikel 15, eerste lid, letter b, WBR niet expliciet aangegeven dat het begrip ‘ondernemer’ of het begrip (subjectieve) ‘onderneming’ overeenkomstig de Wet inkomstenbelasting wijzigt of is gewijzigd.
—
**Beschouwing/Toelichting**
1. **Kwalificeert een commanditair aandeel als een subjectieve onderneming?**
1.1 **Ondernemer — algemeen (IB)**
Het in art. 3.2 genoemde winstbegrip / ondernemersbegrip wordt nader ingevuld in art. 3.4 IB 2001. Ondernemer is ‘de belastingplichtige voor rekening van wie een onderneming wordt gedreven en die rechtstreeks wordt verbonden voor de verbintenissen van de onderneming’. In art. 3.5, lid 1 wordt ook 'de beoefenaar van een zelfstandig beroep’ als ondernemer aangemerkt.
Slechts degenen die aan het ondernemersbegrip voldoen (zie art. 3.4) kunnen de ondernemersfaciliteiten genieten.
**Achtergrond en opzet van de nieuwe Wet inkomstenbelasting 2001 vragen om een fiscaal ondernemersbegrip dat recht doet aan de economische en maatschappelijke werkelijkheid.**
1.2 **Ondernemer – beherend en commanditair vennoot in een commanditaire vennootschap (IB)**
De regering heeft toegelicht dat onder het regime van de Wet IB 2001 slechts de beherend vennoten, maar niet de commanditaire vennoten als ondernemers in de zin van artikel 3.4 Wet IB 2001 kunnen worden aangemerkt.
1.3 **De commanditair vennoot in de BOR (Successie en IB)**
Medegerechtigdheid in een onderneming, een commanditair aandeel in een CV, kwalificeert niet als onderneming in de zin van artikel 3.2 IB. Daarop is, behoudens een specifieke uitzondering, de bedrijfsopvolgingsregeling van artikel 4.17c IB niet van toepassing.
1.4 **De commanditair vennoot in de WBR**
Wettekst artikel 15-1-b WBR: De verkrijging door een kind van een ondernemer van goederen die behoren tot en dienstbaar zijn aan diens onderneming die wat de bedrijfsvoering betreft in haar geheel door het kind wordt voortgezet.
1.5 **BOR IB / SW versus BOR WBR**
Door verschillende fracties is gevraagd te onderbouwen waarom ik geen voorstander ben om de faciliteit voor bedrijfsopvolging in de overdrachtsbelasting te stroomlijnen met die van artikel 3.63 Wet inkomstenbelasting 2001 door een uitbreiding van de vrijstelling naar opvolging door werknemers en medeondernemers.
—
**2. Overdracht onderneming in fasen?**
[GEANONIMISEERD]
—
**Einde document**
Geef een reactie