1774106

AI-samenvatting

In deze belastinguitspraak wordt geconcludeerd dat de vrijstelling van artikel 15, eerste lid, letter b, Wbr niet van toepassing is. Dit komt doordat de onroerende zaak van Vastgoed BV niet dienstbaar is aan een materiële onderneming, waardoor de voorwaarden voor de vrijstelling niet zijn vervuld.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

**1774106**

**Feiten**
De uitgangssituatie is als volgt:
Artikel 15-1-b Wbr, Toepassing doorkijkarresten
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
Vader Holding BV verhuurt de onroerende zaak aan Werk BV die het aanwendt ten behoeve van de door haar gedreven materiële onderneming.
Vanuit deze uitgangssituatie vindt er een afsplitsing plaats. Vader Holding BV splitst naar nieuw opgerichte Vastgoed BV het belang van Air in Services BV en het verhuurde bedrijfspand. De structuur wordt dan als volgt:
[GEANONIMISEERD]

**Artikel 15-1-b Wbr, Toepassing doorkijkarresten**
**Rechtshandeling**
Vader draagt alle aandelen in Vastgoed BV over aan Dochter.

**Vraag**
Is de vrijstelling van artikel 15, eerste lid, letter b, Wbr van toepassing?

**Antwoord**
De onroerende zaak van Vastgoed BV is geheel niet dienstbaar aan een (door consolidatie toe te rekenen) materiële onderneming van Vastgoed BV zodat de vrijstelling van artikel 15, eerste lid, letter b, Wbr niet van toepassing is.

**Wet- en regelgeving en jurisprudentie**
Wet- en regelgeving — artikel 15, eerste lid, letter b, Wbr
Vrijgesteld is de verkrijging door een of meer kinderen (…) van een ondernemer van (fictieve) onroerende zaken die behoren tot en dienstbaar zijn aan de onderneming van de ouder die wat de bedrijfsvoering betreft, in haar geheel (al dan niet in fasen) door de verkrijger(s) wordt voortgezet.

Jurisprudentie — ECLI:NL:HR:2018:2110 – rechtsoverwegingen
Onder “in haar geheel door de verkrijger wordt voortgezet” wordt mede verstaan de verkrijging van OZR-aandelen, doch uitsluitend!:
a) indien de aandelen worden gehouden in een vennootschap die een materiële onderneming drijft en voorts;
b) doordat alle aandelen worden verkregen;
c) de volledige zeggenschap in die onderneming van de ouder op het kind overgaat.
De vrijstelling is van toepassing voor zover?:
d) de onroerende zaken dienstbaar zijn aan de onderneming in de vennootschap van de ouder,
e) welke onderneming wat bedrijfsvoering betreft, door overname van alle aandelen van de ouder, door het kind wordt voortgezet.

**Beschouwing**
**Wet- en regelgeving**
Vader draagt OZR-aandelen over aan Dochter. Beide zijn kwalificerende natuurlijke personen als bedoeld in artikel 15, eerste lid, letter b, Wbr.
Op grond van artikel 4, vierde lid, Wbr wordt het belang van Air in Services BV niet geconsolideerd bij Vastgoed BV. De activa en passiva alsmede de activiteiten van Services BV worden niet toegerekend aan Vastgoed BV. Wanneer Services BV niet geconsolideerd kan worden kan de middellijk gehouden Avis-deelneming in Werk BV tevens niet geconsolideerd worden. De binnen Werk BV gedreven materiële onderneming wordt dan geheel niet toegerekend aan Vastgoed BV.
De onroerende zaken van Vastgoed BV zijn geheel niet dienstbaar aan een (door consolidatie toe te rekenen) materiële onderneming van Vastgoed BV zodat de vrijstelling van artikel 15, eerste lid, letter b, Wbr niet van toepassing is.

**Jurisprudentie**
Rechtsoverweging 2.2.2.
Rechtsoverweging 2.3.3.

**Artikel 15-1-b Wbr, Toepassing doorkijkarresten**
Onder “in haar geheel door de verkrijger wordt voortgezet” wordt mede verstaan de verkrijging van OZR-aandelen?:
a) indien de aandelen worden gehouden in een vennootschap die een materiële onderneming drijft en voorts;
Vastgoed BV drijft geen materiële onderneming en er kan door consolidatie ex artikel 4, vierde lid, Wbr, ook geen materiële onderneming aan Vastgoed BV worden toegerekend.
b) doordat alle aandelen worden verkregen;
Alle aandelen in Vastgoed BV worden verkregen, aan dit criterium is voldaan.
c) de volledige zeggenschap in die onderneming van de ouder op het kind overgaat.
Wanneer Vastgoed BV geen materiële onderneming drijft kan de (volledige) zeggenschap in die onderneming niet overgaan van de ouder op het kind. In indirecte zin gaat wellicht een deel van de zeggenschap al over van ouder op kind maar de doorkijkarresten gaan niet zover dat de volledige structuur van vennootschappen louter voor de toepassing van de Wet BRV moet worden genegeerd.
De vrijstelling is van toepassing voor zover?:
d) de onroerende zaken dienstbaar zijn aan de onderneming in de vennootschap van de ouder,
De onroerende zaak van Vastgoed BV (de vennootschap van de ouder) is niet dienstbaar aan een materiële onderneming van Vastgoed BV ook niet na toepassing van de consolidatieregeling.
e) welke onderneming wat bedrijfsvoering betreft, door overname van alle aandelen van de ouder, door het kind wordt voortgezet.
De overname van alle aandelen in Vastgoed BV door Dochter van Vader leidt niet tot het voortzetten van een materiële onderneming die voorheen werd gedreven in de vennootschap van Vader. Er is dan ook geen sprake van de voortzetting, wat bedrijfsvoering betreft, van een onderneming van de ouder door het kind.
Ook op basis van de doorkijkarresten is de vrijstelling van artikel 15, eerste lid, letter b, Wbr niet van toepassing en dan met name vanwege het feit dat in de verkregen BV geen materiële onderneming wordt uitgeoefend en daaraan ook niet wordt toegerekend op grond van de consolidatieregeling.
Rechtsoverweging 2.2.2.
Zie: ECLI:NL:RBNHO:2018:1049, gevolgd door ECLI:NL:HR:2018:2399.
Rechtsoverweging 2.3.3.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Belang: