AI-samenvatting
In deze belastinguitspraak wordt geconcludeerd dat de netvrijstelling van artikel 15, eerste lid, onderdeel y WBR niet van toepassing is op de verkrijging van de eigendom van de grond of de vestiging van het opstalrecht. Dit geldt zowel voor de verkrijging vóór als na de realisatie van de leidingen.
Kennisgroepstandpunt
Belastingdienst
MERLEVUM FEL K Corporate Dienst
Belastingdienst/MKB/kantoor Arnhem Vaktechniek
5.1.2e
Croeselaan 14
3521 CA Utrecht
Postbus 18280
3510 CG Utrecht
www.belastingdienst.nl
Contactpersoon
| | el] | lO Kennisgroepstandpunt 19-052-26 Toepassing 15 lid
1 letter y WBR 5.1.2e
Feiten
– De belanghebbende verkrijgt de eigendom van onroerende zaken of
opstalrechten daarop voor het leggen van ondergrondse kabels en Datum
leidingen voor het transport van elektriciteit of gas, alsmede voor BAE EEA
transformatoren, gasstations, elektriciteitskasten of schakelstations. Versienummer
= De verkrijging van de eigendom van de grond of de vestiging van het 1.0
opstalrecht vindt zowel voor als na de realisatie van de leidingen e.d. Behandeld door
plaats.
Vragen Kopie aan
1 Geldt de netvrijstelling van art. 15, eerste lid, onderdeel y WBR voor de | 5.1.2e |
verkrijging van de eigendom van de grond of de vestiging van het
opstalrecht? Maakt het daarbij uit of de verkrijging voor of na de realisatie Biilage
van de leidingen plaatsvindt?
2. Geldt de cultuurgrondvrijstelling van art. 15, eerste lid, onderdeel q WBR
voor de verkrijging van de eigendom van de grond of de vestiging van het
opstalrecht?
3. Geldt de samenloopvrijstelling van art. 15, eerste lid, onderdeel a WBR
voor de verkrijging van de eigendom van de grond of de vestiging van het
opstalrecht?
Antwoorden
ds Nee, de netvrijstelling geldt zowel niet voor de verkrijging van de
eigendom van de grond als voor de vestiging van het opstalrecht. Daarbij
maakt het niet uit of de verkrijging voor of na de realisatie van de
leidingen plaatsvindt.
2. Nee, de cultuurgrondvrijstelling geldt zowel niet voor de verkrijging van de
eigendom van de grond als voor de vestiging van het opstalrecht.
3. De vraag of de samenloopvrijstelling van toepassing is, wordt separaat
beantwoord door de kennisgroep omzetbelasting ‘Overheid, Vrijstellingen
en Internationaal’.
Beschouwing/Toelichting (interne toelichting, maakt geen onderdeel uit van
het antwoord)
Netvrijstelling
Ingevolge de netvrijstelling van art. 15, eerste lid, onderdeel y WBR is vrijgesteld
de verkrijging:
VERTROUWELIJK Pagina 1 van 3
1774101 00071
1774101y. van een net gelegen in, op of boven de grond, bestaande uit een
of meer kabels of leidingen, bestemd voor transport van vaste,
vloeibare of gasvormige stoffen, van energie, of van informatie.
Zoals volgt uit de parlementaire behandeling, wordt de begrenzing van een net
bepaald door de verkeersopvatting (conform art. 3:4 BW). De in de
sectorspecifieke wetten opgenomen definities van verschillende soorten netten
geven in beginsel uitdrukking aan de heersende verkeersopvatting. Uit de
Elektriciteitswet en Gaswet volgt de volgende afbakening.
De Elektriciteitswet 1998 geeft in art. 1 onderdeel i de volgende definitie van een
elektriciteitsnet:
“net: één of meer verbindingen voor het transport van elektriciteit en de
daarmee verbonden transformator-, schakel-, verdeel- en onderstations
en andere hulpmiddelen, behoudens voor zover deze verbindingen en
hulpmiddelen liggen binnen de installatie van een producent of van een
afnemer.”
De Gaswet geeft in art. 1 onderdelen c en d de volgende definitie van een gasnet:
“c. gasproductienet: een of meer pijpleidingen die onderdeel uitmaken van
een olie- of gaswinningsproject of die worden gebruikt voor het transport
van gas rechtstreeks van een gaswinningsproject naar een
verwerkingsinstallatie, een opslagplaats of een aanlandingsplaats;
d. gastransportnet: niet tot een gasproductienet behorende, met elkaar
verbonden leidingen of hulpmiddelen bestemd of gebruikt voor het
transport van gas, met inbegrip van hulpmiddelen en installaties waarmee
ondersteunende diensten voor dat transport worden verricht, behoudens
voor zover deze leidingen en hulpmiddelen onderdeel uitmaken van een
directe lijn of gelegen zijn binnen de installatie van de afnemer;”
Zowel een gasnet als een elektriciteitsnet worden in de betreffende bijzondere wet
afgebakend, zodat hierbij kan worden aangesloten omdat dit wordt geacht aan te
sluiten bij de verkeersopvatting.
Verkrijging van de eigendom van de grond of vestiging van het
opstalrecht vóór het aanleggen van het net
Uit voornoemde definities volgt niet dat de grond tot het net behoort, terwijl ook
art. 15, eerste lid, onderdeel y WBR het enkel heeft over het net en niet over de
grond waarin, op of boven het net is gelegen.
Op de verkrijging van de eigendom van de grond waarop of waarin zich nog geen
net bevindt is de netvrijstelling dan ook niet van toepassing. Dit is niet anders
voor de verkrijging van een opstalrecht op deze grond.
Verkrijging van de eigendom van de grond of vestiging van het
opstalrecht ná het aanleggen van het net
In het geval het opstalrecht zou zijn gevestigd op grond waarin of waarop zich al
een gas- of elektriciteitsnet bevindt, menen wij dat de netvrijstelling evenmin van
toepassing is. Het net omvat immers noch de grond noch een opstalrecht op die
grond. Daarbij wijzen wij erop dat de verkrijging van de grond of het opstalrecht
ook niet de verkrijging van de eigendom van het net bewerkstelligt, aangenomen
dat het net is aangelegd door een ‘bevoegde aanlegger’. Alsdan vindt immers een
horizontale splitsing van de eigendom plaats, waarbij niet de grondeigenaar maar
de aanlegger de eigenaar is van het net als zelfstandige zaak krachtens art. 5:20,
tweede lid BW. Dit betekent dat de verkrijging van de eigendom van de grond of
VERTROUWELIJK Pagina 2 van 3
00071
1774101het opstalrecht niet mede betrekking heeft op de eigendomsverkrijging van het
net, zodat de verkrijging ook niet gedeeltelijk is vrijgesteld op grond van art. 15,
eerste lid, onderdeel y WBR.
Nu met de verkrijging van de eigendom van de grond en/of de vestiging van het
opstalrecht – nádat het net is aangelegd – niet de eigendam van het net wordt
verkregen, is de netvrijstelling niet van toepassing.
Bevoegdheid aanlegger
Overigens kan de bevoegdheid van de aanlegger van privaat- en van
publiekrechtelijke aard zijn. Bij een privaatrechtelijke bevoegdheid tot aanleg kan
worden gedacht aan eenzijdige toestemming van de grondeigenaar, een
overeenkomst, een kwalitatieve verplichting, een erfdienstbaarheid en een recht
van opstal.
Een publiekrechtelijke bevoegdheid kan bestaan op grond van een concessie, een
vergunning, de Belemmeringenwet privaatrecht of een sectorale wet zoals de
Telecommunicatiewet. De bevoegde aanlegger zal volgens de parlementaire
geschiedenis meestal de opdrachtgever zijn van de feitelijke fysieke aanlegger van
het net.
Geen ruimere uitleg
Gezien de bedoeling van de wet- en regelgeving, waaronder het loskoppelen van
de eigendom van het net ten opzichte van de (eigendom van de) grond, ligt het
ons inziens ook niet in de rede een ruimere uitleg te geven aan de netvrijstelling
in de WBR.
Dit wordt niet anders als een beperkt recht, zoals een opstalrecht, wordt gebruikt
om de aanlegger bevoegd te maken tot de aanleg van het netwerk. De
opstalrechtovereenkomst vervult alsdan enkef de functie dat de aanlegger
bevoegd wordt tot de aanleg, waardoor de eigendom van het horizontaal van de
grond gesplitste net bij de aanlegger komt te rusten krachtens art. 5:20, tweede
lid BW. Het opstalrecht vervult hier dus niet zijn gebruikelijke functie, ingevolge
waarvan de opstaller de eigendom van de opstal verkrijgt.
Cultuurgrondvrijstelling
Vraag is of de cultuurgrondvrijstelling van art. 15, eerste lid, onderdeel q WBR
geldt indien voor een reeds aangelegde of aan te leggen kabelnet een opstalrecht
wordt gevestigd op cultuurgrond van een boer, die deze grond bedrijfsmatig
agrarisch blijft gebruiken.
Blijkens de wettekst geldt deze bepaling slechts voor twee beperkte rechten, te
weten het erfpachtrecht en recht van beklemming. De vrijstelling mist derhalve
toepassing bij de verkrijging van een opstalrecht. Dit ligt ook voor de hand omdat
de vrijstelling enkel ziet op de grond en niet op opstallen (zelfs niet bij
glasopstallen).
Daarnaast is slechts sprake van cultuurgrond indien de grond is bestemd voor
veeteelt, akker-, weide-, tuin- en bosbouw, waaronder mede begrepen de
ondergrond van glasopstanden (Kamerstukken II 2005/06, 30 572, nr. 9, p. 17).
Mogelijk is dit ook nog het geval als enkel leidingen in de grond liggen, die niet in
de weg staan aan de primaire functie als cultuurgrond. Voor de andere opstallen
die worden gerealiseerd ten behoeve van het netwerk is echter sprake van
bebouwing die niet geldt als glasopstand zodat geen sprake is van cultuurgrond
(zie het arrest van de Hoge Raad van 19 december 2014, nr. 13/06088, BNB
2014/243).
VERTROUWELIJK Pagina 3 van 3
00071
Geef een reactie