1774099

AI-samenvatting

Dit document behandelt de vraag of het buitenvennootschappelijk ondernemingsvermogen vereist is voor de inbrengvrijstelling bij een besloten vennootschap. De ruling concludeert dat dit niet noodzakelijk is, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

**Documenttitel: 1774099**

**Belastingdienst**
**VERTROUWELIJK**
Belastingdienst Grote Ondernemingen Midden/kantoor Utrecht
| 5.1.2e

**Memo Kennisgroepstandpunt 19-052-05 Inbreng (buitenvennootschappelijk)ondernemingsvermogen**

**Vraag**
1. Is voor toepasselijkheid de inbrengvrijstelling van artikel 15, eerste lid, letter e, ten tweede, Wet belastingen van rechtsverkeer vereist dat bij de inbreng in een besloten vennootschap van een persoonlijke onderneming, bestaande uit een deelgerechtigdheid in een maatschap, vennootschap onder firma of commanditaire vennootschap, mede het buitenvennootschappelijk ondernemingsvermogen van de inbrenger wordt ingebracht?
2. In hoeverre is de inbrengvrijstelling van artikel 15, eerste lid, letter e, ten tweede, Wet belastingen van rechtsverkeer mede van toepassing op de verkrijging van buitenvennootschappelijk vermogen?

**Antwoord**
1. Voor toepassing van de inbrengvrijstelling van artikel 15, eerste lid, letter e, ten tweede, Wet belastingen van rechtsverkeer is niet vereist dat mede het buitenvennootschappelijk ondernemingsvermogen van de inbrenger wordt ingebracht. Volstaan mag worden met inbreng van de deelgerechtigdheid in de maatschap, vennootschap onder firma of commanditaire vennootschap.
2. Ook op de verkrijging krachtens inbreng van buitenvennootschappelijk vermogen kan de inbrengvrijstelling van artikel 15, eerste lid, letter e, ten tweede, Wet belastingen van rechtsverkeer van toepassing zijn, mits tevens een persoonlijke onderneming, bestaande uit een deelgerechtigdheid in een vennootschap, wordt ingebracht. Op inbreng van uitsluitend het buitenvennootschappelijke vermogen is de vrijstelling dus niet van toepassing.

Voor beide antwoorden gelden de volgende voorwaarden:
– de oprichters van de besloten vennootschap dienen in het aandelenkapitaal geheel of nagenoeg geheel in dezelfde verhouding gerechtigd te zijn als in het vermogen van de omgezette onderneming;
– alle tot het ondernemingsvermogen van de inbrenger behorende activa en passiva die een functie vervullen in de onderneming moeten worden ingebracht tegen toekenning van aandelen.

**Beschouwing / Toelichting (interne toelichting, maakt geen onderdeel uit van het antwoord)**

**Wet- en regelgeving**
Artikel 15, eerste lid, letter e, Wet belastingen van rechtsverkeer
Onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden is van de belasting vrijgesteld de verkrijging: bij omzetting van een niet in de vorm van een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid gedreven onderneming in een wel in zodanige vorm gedreven onderneming, mits de oprichters van de vennootschap in het aandelenkapitaal geheel of nagenoeg geheel in dezelfde verhouding gerechtigd zijn als in het vermogen van de omgezette onderneming.

Artikel 5, eerste lid, Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer
De bedoelde vrijstelling bij omzetting, waaronder mede wordt verstaan de onderneming bestaande in een deelgerechtigdheid in een maatschap, vennootschap onder firma of commanditaire vennootschap is van toepassing indien alle tot het ondernemingsvermogen behorende activa en passiva die een functie vervullen in de onderneming worden ingebracht.

**Wetsgeschiedenis**
Nota naar aanleiding van het verslag — TK, 2000-2001, 27 030, nr. 6.
In de memorie van toelichting is aangegeven dat het vanuit het oogpunt van bestrijding van constructies wenselijk is de inbrengvrijstelling voor personenvennootschappen te beperken tot de inbreng van een onderneming. Inbreng van een «losse» onroerende zaak zal niet (meer) kunnen leiden tot toepassing van de vrijstelling. Aldus krijgt de inbrengvrijstelling voor personenvennootschappen een reikwijdte die overeenstemt met die van de inbrengvrijstelling voor de aandelenvennootschappen NV en BV. Voor laatstgemelde vrijstelling geldt eveneens een beperking tot de inbreng van een lopende onderneming.

**i** Zie ook de wetsgeschiedenis zoals weergegeven in rechtsoverweging 4.3 van ECLENL:RBARN:2011:BP5078.
**Ï** Pagina 5.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Belang: