1774097

AI-samenvatting

Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of de toetreding van een zoon tot een bestaande maatschap leidt tot ontbinding van die maatschap. De conclusie is dat de bestaande maatschap voortgezet wordt en dat de toetreding van de zoon geen ontbinding met zich meebrengt.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

**1774097**

**Belastingdienst**
Belastingdienst/ Corporate
Dienst Vaktechniek
Kennisgroep
Overdrachtsbelasting

**Kennisgroepvraag 19-052-19: art. 15, lid 1, letter 2, ten eerste, WBR (Begin, einde en voortzetting van een maatschap)**

**Contactpersoon**
. 5.1.2e 1.0

**Feiten**
Datum: Vader en zijn BV drijven sinds [GEANONIMISEERD] hun subjectieve ondernemingen in [GEANONIMISEERD]. In [GEANONIMISEERD] wordt een nieuwe maatschapsovereenkomst opgemaakt tussen vader, de BV en de zoon van vader. De zoon verkrijgt economisch eigendom van onroerende zaken. Hij brengt geen onderneming in. In de akte is opgenomen:

Nummer kennisvraag: 19-052-19
[GEANONIMISEERD]

In vergelijkbare andere aangiften wordt in de overeenkomst vermeld dat de bestaande maatschap wordt ontbonden en een nieuwe maatschap wordt aangegaan met inbreng van de bestaande maatschap of dat de maatschapsovereenkomst wordt geactualiseerd, aangevuld en opnieuw vastgelegd. In alle gevallen wijzigen de naam en KvK-nr. van de maatschap niet.

**(Rechts)vragen**
2.1 Is in deze gevallen sprake van:
– het ontbinden van een bestaande maatschap en het aangaan van een nieuwe maatschap/vof
of
– het toetreden van een vennoot tot een bestaande maatschap/vof?

2.2 Is vermelding in de maatschapsovereenkomst dat de bestaande maatschap wordt ontbonden en een nieuwe maatschap wordt aangegaan met inbreng van de bestaande maatschap voldoende of moet een nieuwe inschrijving bij de KvK plaatsvinden en een nieuw RSIN aangevraagd?

1 Dit is de zoon.

**Antwoorden**
3.1 De rechtsvragen van 2.1
In de voorgelegde casus is sprake van een bestaande maatschap die wordt voortgezet. De toetreding van de zoon leidt niet tot ontbinding van de bestaande maatschap (tussen vader en zijn BV), en de aanvang van een nieuwe maatschap.

3.2 De rechtsvragen van 2.2
Als in een maatschapsovereenkomst is vermeld dat de bestaande maatschap wordt ontbonden en een nieuwe maatschap wordt aangegaan met inbreng van de bestaande maatschap, is dat voldoende om het betreffende rechtsfeit, het begin van een nieuwe maatschap, te laten plaatsvinden.

3.3 De vraag van 2.3
Er is geen officieel standpunt van de Belastingdienst over de gestelde vragen.

**Beschouwing**
Artikel 7a:1661 BW luidt als volgt:
“De maatschap begint van het ogenblik der overeenkomst, indien daarbij geen ander tijdstip bepaald is.”
Hieruit volgt dat voor het bestaan van een maatschap enkel een overeenkomst is vereist.

Artikel 7a:1683 BW luidt als volgt:
“Een maatschap wordt ontbonden:
1°. Door verloop van de tijd voor welke dezelve is aangegaan;
2°. Door het tenietgaan van een goed of de volbrenging der handeling, die het onderwerp der maatschap uitmaakt;
3°. Door opzegging van een vennoot aan de andere vennoten;
4°. Door de dood of de curatele van één hunner, of indien hij in staat van faillissement is verklaard dan wel ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard.”

Partijen kunnen echter, in afwijking van artikel 7a:1683, overeenkomen dat de maatschap niet eindigt maar dat deze wordt voortgezet, eventueel aangevuld met een of meer toetredende maten.

Uit de hier besproken wetsartikelen, in samenhang met hetgeen partijen overeenkomen (in de maatschapsakte), kunnen het begin, het einde en de voortzetting van een maatschap worden afgeleid. De inschrijving van de akte is weliswaar een vereiste, zie bijvoorbeeld hetgeen is bepaald in artikel 22 WvK, maar geldt slechts als bewijsmiddel niet als bestaansvoorwaarde.

Uit de inhoud van de akte van de voorgelegde casus blijkt dat de oude maatschap formeel juridisch niet is ontbonden. Er is immers geen sprake van opzegging of van een andere reden waaruit de ontbinding blijkt. Ook het feit dat de naam van de maatschap, evenals de inschrijving niet is gewijzigd, rechtvaardigen deze conclusie. De oude maatschap is derhalve blijven bestaan. Er is enkel een nieuwe maat is toegetreden.

* HR 2 september 2011, JOR 2011/361.
* Zie GS Personenassociaties 1.4.1.1.
* Zie GS Personenassociaties 1.7 en 5.1.3.1.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Belang: