1774095

AI-samenvatting

Dit document behandelt de toepassing van de vrijstelling van artikel 15, eerste lid, letter b, Wbr op de verkrijging van aandelen in Kind 1 Holding BV en Kind 2 Holding BV. De ruling concludeert dat de vrijstelling van toepassing is, omdat de onroerende zaak als buitenvennootschappelijk ondernemingsvermogen wordt beschouwd.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

**Belastingdienst**
**VERTROUWELIJK**
Corporate Dienst
Vaktechniek 5.1.2e
Croeselaan 14
3521 CA Utrecht
Postbus 18280
3510 CG Utrecht
www.belastingdienst.nl

**Contactpersoon**
Kennisgroepstandpunt 19-052-24 artikel 15-1-b
WBR 5.1.2e

**Feiten**
Datum: 13 maart 2020
Versienummer: 1.0
Behandeld door: 5.1.2e
Kopie aan: 5.1.2e
Bijlage: [GEANONIMISEERD]

**Vraag**
Is op de verkrijging van de aandelen Kind 1 Holding BV en Kind 2 Holding BV de vrijstelling van artikel 15, eerste lid, letter b, Wbr van toepassing?

**Antwoord**
De vrijstelling van artikel 15, eerste lid, letter b, Wbr is bij verkrijging van de aandelen Kind 1 Holding BV door Kind 1 van toepassing aangezien de onroerende zaak (door consolidatie Vader OZ BV en transparantie Werk VOF) als buitenvennootschappelijk ondernemingsvermogen behoort tot een subjectieve onderneming en er derhalve met de overdracht van de aandelen een subjectieve onderneming overgaat van ouder naar kind. Voor de verkrijging van de aandelen Kind 2 Holding BV door Kind 2 geldt hetzelfde.

**Beschouwing/Toelichting**
Wet- en regelgeving — artikel 15, eerste lid, letter b, Wbr
Vrijgesteld is de verkrijging door een of meer kinderen (…) van een ondernemer van (fictieve) onroerende zaken die behoren tot en dienstbaar zijn aan de onderneming van de ouder die wat de bedrijfsvoering betreft, in haar geheel (al dan niet in fasen) door de verkrijger(s) wordt voortgezet.

**Jurisprudentie – ECLI:NL:HR:2018:2110 – rechtsoverwegingen**
Onder “in haar geheel door de verkrijger wordt voortgezet” wordt mede verstaan de verkrijging van OZR-aandelen, doch uitsluitend:
a) indien de aandelen worden gehouden in een vennootschap die een materiële onderneming drijft en voorts;
b) doordat alle aandelen worden verkregen;
c) de volledige zeggenschap in die onderneming van de ouder op het kind overgaat.

De vrijstelling is van toepassing voor zover:
d) de onroerende zaken dienstbaar zijn aan de onderneming in de vennootschap van de ouder,
e) welke onderneming wat bedrijfsvoering betreft, door overname van alle aandelen van de ouder, door het kind wordt voortgezet.

**Voorgenomen rechtshandeling (a) afsplitsing OZR aandelen**
In beginsel maakt de fiscale analyse ten aanzien van de rechtshandeling onder (a) geen deel uit van de vraagstelling. Desalniettemin geldt ten aanzien van de afsplitsing als aandachtspunt het navolgende. Het is discutabel of deze afsplitsing onder de door de Staatssecretaris gedane toezegging valt. Er vindt niet enkel (af)splitsing ondernemingsvermogen/beleggingsvermogen plaats maar de afsplitsing is ook gericht op het creëren van een holdingstructuur. Waar eerst één holding was zijn er nu twee/drie.

**Voorgenomen rechtshandeling (b) schenking aandelen Kind 1 Holding**
Vader draagt OZR-aandelen (aandelen Holding Kind 1 BV) over aan Kind 1. Beiden zijn kwalificerende natuurlijke personen als bedoeld in artikel 15, eerste lid, letter b, Wbr.

De onroerende zaak is na consolidatie en met inachtneming van de transparantie aan te merken als buitenvennootschappelijk ondernemingsvermogen van Holding Kind 1 BV. De gerechtigdheid in de VOF tezamen met de onroerende zaak vormen dan de subjectieve onderneming van Holding Kind 1 BV. De verkrijging van subjectieve onderneming valt, indien ook aan de overige voorwaarden is voldaan, onder de vrijstelling van artikel 15, eerste lid, letter b, Wbr.

**Jurisprudentie — uitwerking criteria**
Onder “in haar geheel door de verkrijger wordt voortgezet” wordt mede verstaan de verkrijging van OZR-aandelen:
a) indien de aandelen worden gehouden in een vennootschap die een materiële onderneming drijft en voorts;
b) doordat alle aandelen worden verkregen;
c) de volledige zeggenschap in die onderneming van de ouder op het kind overgaat.

De (volledige) zeggenschap in de objectieve onderneming van de ouder gaat, ten gevolge van de verkrijging van de aandelen Kind 1 Holding BV, niet over van de ouder op het kind. Wel gaat de zeggenschap in de subjectieve onderneming over van ouder naar kind.

**Zeggenschap subjectieve onderneming**
De (volledige) zeggenschap in de subjectieve onderneming van de ouder gaat, ten gevolge van de verkrijging van de aandelen Kind 1 Holding BV, over van de ouder op het kind.

De aan Kind 1 Holding BV ingevolge consolidatie toe te rekenen onroerende zaak is dienstbaar aan de materiële (subjectieve) onderneming die door consolidatie en transparantie aan Kind 1 Holding BV wordt toegerekend.

De vrijstelling is dan in beginsel van toepassing op de waarde van de aan Kind 1 Holding BV toe te rekenen onroerende zaken.

Aangezien de onroerende zaak als buitenvennootschappelijk ondernemingsvermogen deel uitmaakt van de subjectieve onderneming is de onroerende zaak dienstbaar aan de overgedragen subjectieve onderneming.

De overname van alle aandelen in Kind 1 Holding BV door Kind 1 van Vader leidt tot het voortzetten van een subjectieve onderneming die voorheen werd gedreven in de vennootschap van Vader. Er is dan ook geen sprake van voortzetting, wat bedrijfsvoering betreft, van een objectieve onderneming van de ouder door het kind. Er is wel sprake van het voortzetten van een subjectieve (materiële) onderneming die voorheen werd gedreven in de vennootschap van Vader.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *