AI-samenvatting
Dit document behandelt de vrijstelling van overdrachtsbelasting bij de juridische fusie tussen Ontwikkeling BV en Verhuur BV. De conclusie is dat de fusie vrijgesteld is op basis van artikel 15 WBR in combinatie met artikel 5b Ubbr, ondanks dat het concern ophoudt te bestaan.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
**1771569**
Limburg/kantoor Maastricht
Postbus 4486
6401 CZ Heerlen
Telefoon
Kennisgroep overdrachtsbelasting
Doorkiesnummer 5.1.2e
Datum 25 juni 2018
Behandeld door 5.1.2e
**Vraag**
18 – 052 – 07
**Betreft**
Toepassing art. 5b Ubbr.
Bindend advies.
Geachte,
U heeft de kennisgroep een vraag gesteld omtrent de toepassing van artikel 5b Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer. Hieronder treft u het antwoord (bindend advies) aan.
**Casus.**
Een gemeente heeft alle aandelen in Ontwikkeling BV. Ontwikkeling heeft alle aandelen in Verhuur BV. De gemeente is eigenaar van de gronden en Verhuur is erfpachter en opstaller van het sportcomplex dat op de gronden is gebouwd. De overige aandelen van de aandelen in Verhuur zijn in bezit van L. L is een derde, een ondernemer die het sportcomplex exploiteert middels Exploitatie BV. L is praktisch enig aandeelhouder van Exploitatie BV, op een preferent aandeel na dat in bezit is van Ontwikkeling. Verhuur verhuurt het pand aan Exploitatie en is daardoor een artikel 4 WBR-lichaam. Deze situatie is ontstaan. Het contract tussen Exploitatie en Verhuur loopt per [GEANONIMISEERD]. Exploitatie wil niet verder als exploitant omdat het sportcomplex verliesgevend is. De gemeente zoekt een andere exploitant. Er is het volgende afgesproken wat voor [GEANONIMISEERD] wordt uitgevoerd:
a. L verkoopt haar aandelen in Verhuur aan Ontwikkeling.
b. Verhuur en Ontwikkeling gaan juridisch fuseren waarbij Verhuur de verdwijnende vennootschap is.
c. Ontwikkeling wordt geliquideerd waardoor de onroerende zaak (het sportcomplex) in eigendom van de gemeente komt.
**Vraag.**
Is de juridische fusie tussen Ontwikkeling en Verhuur vrijgesteld op grond van artikel 15, eerste lid, letter h, Wet op belastingen van rechtsverkeer (WBR) juncto artikel 5b, eerste lid, Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer (Ubbr)?
**Beschouwing.**
Ad a.
De verkrijging van de aandelen in Verhuur is een verkrijging die op grond van artikel 2 juncto artikel 4 WBR is belast. Na deze verkrijging is er sprake van een concern als bedoeld in artikel 5b, tweede lid Ubbr. De vennootschappen zijn Ontwikkeling en Verhuur.
Ad b.
De fusie tussen Ontwikkeling en Verhuur betekent een verkrijging van een onroerende zaak door Ontwikkeling die op zich onder de vrijstelling van artikel 5b, eerste lid Ubbr valt. Ten gevolge van de fusie verdwijnt echter het concern. Is de aanhoudingseis van lid 3 van toepassing? Op basis van de tekst van het besluit is de conclusie dat, nu er geen eerste vennootschap is die zowel een belang in Ontwikkeling als in Verhuur heeft, artikel 5b, derde lid, sub a Ubbr niet van toepassing is. In de Toelichting bij de wijziging van het Uitvoeringsbesluit staat echter dat de overdrachtsbelasting alsnog is verschuldigd indien de bij de interne reorganisatie betrokken vennootschappen niet gedurende een periode van drie jaar na de interne reorganisatie in een voorgeschreven verhouding tot elkaar blijven staan! Gelet op de Toelichting kan de gevolgtrekking zijn dat de interne-reorganisatievrijstelling, na de juridische fusie, meteen op grond van artikel 5b, derde lid Ubbr wordt teruggenomen.
Kan het derde lid buiten toepassing worden verklaard? Nu het concern van rechtswege ophoudt te bestaan wordt op grond van artikel 5b, derde lid, onderdeel a Ubbr de vrijstelling teruggenomen. Toepassing van het vijfde lid van artikel 5b Ubbr leidt er echter toe dat het derde lid buiten toepassing wordt verklaard. In het voorgelegde geval is artikel 5b, vierde lid Ubbr ook niet van toepassing.
Ad c.
De verkrijging door de gemeente is vrijgesteld op grond van artikel 15, eerste lid, sub c WBR.
**Conclusie.**
In het geval van een concern dat bestaat uit twee vennootschappen die fuseren waardoor een onroerende zaak onder algemene titel overgaat van de dochtervennootschap naar de moedervennootschap en dat concern als gevolg van de fusie van rechtswege ophoudt te bestaan, is de vrijstelling als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel h WBR in samenhang met artikel 5b, eerste lid Ubbr van toepassing. Op grond van artikel 5b, derde lid, onderdeel a Ubbr kan in het bovengenoemde geval weliswaar worden gesteld dat de belasting alsnog is verschuldigd omdat het concern van rechtswege ophoudt te bestaan. Echter op grond van artikel 5b, vijfde lid Ubbr wordt het bepaalde in het derde lid, onderdeel a Ubbr buiten toepassing verklaard. Tot slot wordt in het voorgelegde geval de vrijstelling ook niet op grond van artikel 5b, vierde lid Ubbr teruggenomen.
Ik hoop u hiermee naar genoegen geïnformeerd te hebben.
Geef een reactie