1771565

AI-samenvatting

Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of de toetreding van mevrouw D als aandeelhouder van H B.V. leidt tot de verschuldigdheid van overdrachtsbelasting. De conclusie is dat deze toetreding niet leidt tot een dergelijke verplichting, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan.

Kennisgroepstandpunt

Kennisgroepvraag 18-052-01 Aandelen
Feiten:
H B.V. betreft een besloten vennootschap welke ten doel heeft het houden van aandelen in andere
vennootschappen en beheren van deze vennootschappen. H B.V. beschikt over een 100%
deelneming, te noemen als V&R B.V.. De activiteiten van V&R B.V. omvatten het enerzijds in
opdracht van klanten verbouwen en renoveren van onroerende zaken en anderzijds het in eigen
beheer verbouwen en renoveren en vervolgens doorverkopen van onroerende zaken.
Aandeelhouder van H B.V. is de heer P. Mevrouw D is fiscaal partner van de heer P. Het
voornemen bestaat mevrouw D als aandeelhouder te laten toetreden tot H B.V.. Daartoe zullen de
gewone aandelen worden uitgegeven aan de heer P en mevrouw D. Voorafgaand aan deze uitgifte
zullen de bestaande aandelen worden gewijzigd in cumulatief preferente aandelen. Deze cumulatief
preferente aandelen (zonder stemrecht) komen volledig toe aan de heer P. Aangegeven is dat geen
wijziging in de gerechtigdheid van het huidige vermogen zal plaatsvinden. In de statuten zalworden vastgelegd dat de per 1 januari anbanwerge onroerende zaken zullen worden
gekoppeld aan de cumulatief preferente aandelen.
Vraag:
Leidt de toetreding van mevrouw D als aandeelhouder van H B.V., tot verschuldigdheid van
overdrachtsbelasting?
Antwoord:
De toetreding van mevrouw D. leidt niet tot verschuldigdheid van overdrachtsbelasting. Voor zover
al sprake is van de verkrijging van een belang in de zin van artikel 4, derde lid, WBR, kan op grond
van artikel 6.3 van het Besluit 15 oktober 2015, nr. BLKB 2015/794M een tegemoetkoming worden
verleend voor de verschuldigde overdrachtsbelasting.
Beschouwing:
Vooreerst dient te worden vastgesteld of V&R B.V. kwalificeert als een onroerendezaak-
rechtspersoon (Ozr). Daartoe is van belang vast te stellen of aan de bezits- en doeleis wordt
voldaan (artikel 4, eerste en tweede lid WBR)
1. Bezitseis. Aan de bezitseis wordt voldaan indien de bezittingen van die vennootschap op
het tijdstip van de verkrijging van de aandelen of op enig tijdstip in het daaraan
voorafgaande jaar grotendeels (hebben) bestaan uit onroerende zaken, en tegelijkertijd
moet tenminste 30% van de bezittingen bestaan of hebben bestaan uit in Nederland
gelegen onroerende zaken. Op basis van de verstrekte gegevens wordt verondersteld dat
aan dit vereiste wordt voldaan.
2. Aan de doeleis wordt voldaan als de onroerende zaken van het lichaam als geheel genomen
op het tijdstip van de verkrijging van aandelen of op enig tijdstip in het daaraan
voorafgaande jaar geheel of hoofdzakelijk dienstbaar zijn of waren aan het verkrijgen,
vervreemden of exploiteren van die onroerende zaken. Uit de voorgelegde gegevens blijkt
dat de activiteiten van de vennootschap omvatten het (al dan niet in opdracht van derden)
verbouwen, renoveren en verkopen van onroerende zaken. Op basis van de verstrekte
gegevens wordt verondersteld dat aan dit vereiste wordt voldaan.
V&R B.V. kwalificeert daarmee als Ozr.
1771565 00026

Vervolgens is van belang vast te stellen of aan de belangeis wordt voldaan. Heffing van
overdrachtsbelasting is aan de orde indien een bepaald belang in de zin van artikel 4, derde lid
WBR wordt verkregen.
In de parlementaire geschiedenis wordt geen nadere concretisering van het begrip belang of een
nadere omschrijving van de aandelen die een belang vertegenwoordigen gegeven. De wetgever
heeft aangegeven dat de invulling van het begrip belang afhankelijk is van feiten en
omstandigheden en dat de exacte invulling van deze open norm uiteindelijk zal plaatsvinden door
de praktijk en jurisprudentie. Wel is aangegeven dat het begrip belang alleen betrekking heeft op
een door aandelen vertegenwoordigd direct dan wel indirect belang in een Ozr en in beginsel niet
ziet op opties of converteerbare obligatieleningen. Aandelen die worden verkregen bij het
uitoefenen van een optierecht of in het kader van een converteerbare obligatielening kunnen
uiteraard wel een belang vormen.
Uit in de parlementaire geschiedenis gegeven voorbeelden kan worden afgeleid dat voor het begrip
belang beoordeeld moet worden of de waarde van de verkregen aandelen afhankelijk is van de
waardeontwikkeling van de onroerende zaken van de Ozr (waardecriterium) of dat de verkregen
aandelen (in)directe zeggenschap over de onroerende zaken van de Ozr representeren
(zeggenschapscriterium). Uit de wetsgeschiedenis blijkt overigens niet of voor het begrip belang
aan beide criteria voldaan dient te zijn. In de literatuur wordt met name betwijfeld of de mate van
zeggenschap relevant is voor het begrip ‘belang’.
Centraal staat dan ook de vraag of mevrouw D met de verkrijging van de aandelen in H B.V. een
belang, in voormelde zin, tot de onroerende zaken in V&R B.V. verkrijgt.
De intrekking van de bestaande aandelen van H B.V., gevolgd door de uitreiking van cumulatief
preferente aandelen aan de heer P en de uitreiking van gewone aandelen aan de heer P en
mevrouw D van H B.V. leidt in beginsel toe dat sprake is van een belastbare verkrijging voor
mevrouw D. Met het verkrijgen van aandelen in H B.V. wordt een ‘bepaald belang’ (bij de
waardeontwikkelingen) van de onroerende zaken in V&R B.V. verkregen. Aan aandelen zijn immers
in beginsel gelijke rechten verbonden. Bij de statuten kunnen evenwel aan aandelen specifieke
zeggenschapsrechten en economische rechten worden toegekend, dan wel worden onthouden,
waardoor in voorkomende gevallen geen materieel belang bij de onroerende zaak, wordt
verkregen.
In dit kader is tevens het Besluit van 15 oktober 2015, nr. BLKB 2015/794M, Overdrachtsbelasting
Belastbaar feit van belang. Onder 6.3. van dit Besluit is een goedkeurende regeling omtrent inkoop
van eigen aandelen en uitgifte van aandelen door een Ozr opgenomen. Deze goedkeuring luidt:
1 Artikel 2:201, eerste lid, BW luidt:
“Voor zover bij de statuten niet anders is bepaald, zijn aan alle aandelen in verhouding tot hun bedrag gelijke
rechten en verplichtingen verbonden.”
Artikel 2:201, derde lid, BW luidt:
“De statuten kunnen bepalen dat aan aandelen van een bepaalde soort of aanduiding
bijzondere rechten als in de statuten omschreven inzake de zeggenschap in de
vennootschap zijn verbonden.”
Artikel 2:216, zevende lid, BW bepaalt voorts:
“Bij de statuten kan worden bepaald dat aandelen van een bepaalde soort of aanduiding
geen of slechts beperkt recht geven tot deling in de winst of reserves van de vennootschap.”
1771565 00026

1771565“De inkoop van eigen aandelen, dan wel de uitgifte van aandelen door een Ozr kan een belastbaar
feit vormen voor de overdrachtsbelasting. Ik acht het niet in alle gevallen gewenst dat
overdrachtsbelasting wordt geheven. Daarom keur ik het volgende goed.
Goedkeuring
Ik keur onder een voorwaarde goed dat op verzoek een tegemoetkoming wordt verleend voor het
bedrag van de verschuldigde overdrachtsbelasting bij:
-de verkrijging door een Ozr van eigen aandelen als gevolg van een inkoop, direct gevolgd door
intrekking van de ingekochte aandelen; en,
– de uitgifte (toekenning) van aandelen door een Ozr.
Voorwaarde
Voor deze goedkeuringen geldt de voorwaarde dat de onderlinge gerechtigdheid van de
aandeelhouder(s) tot het vermogen niet wijzigt. Met de term ‘gerechtigdheid’ wordt bedoeld het
materiële belang bij de waardeontwikkeling van de (fictieve) onroerende zaken, dat door de
aandelen wordt vertegenwoordigd. Als er in de onderlinge gerechtigdheid wel een wijziging
optreedt, dan is belast hetgeen meer wordt verkregen ten opzichte van de oorspronkelijke
verhouding.”
Uit de overgelegde gegevens komt naar voren dat met de uitgifte van de cumulatief preferente
aandelen en gewone aandelen niet wordt beoogd een wijziging in de gerechtigdheid tot het huidige
vermogen van V&R te bewerkstelligen. Statutair zal worden vastgelegd dat de per 1 januari 2017
aanwezige onroerende zaken zullen worden gekoppeld aan de cumulatief preferente aandelen.
Voor zover al sprake is van de verkrijging van een belang in voormelde zin door mevrouw P kan
een tegemoetkoming worden verleend voor de verschuldigde overdrachtsbelasting op basis van het
bepaalde in onderdeel 6.3 van het voornoemde Besluit. Aan de betreffende in het Besluit
opgenomen voorwaarden wordt voldaan. De onderlinge gerechtigdheid (het materiële belang bij de
waardeontwikkeling van de (fictieve) onroerende zaken, dat door de aandelen wordt
vertegenwoordigd) van de aandeelhouder(s) tot het vermogen wijzigt niet.
00026

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Belang: