AI-samenvatting
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag hoe de woonplaats van een werknemer moet worden vastgesteld in het kader van de 30 bewijsregel. De ruling concludeert dat de beoordeling moet plaatsvinden volgens Nederlands nationaal recht, waarbij ook rekening moet worden gehouden met de tiebreaker rule uit belastingverdragen bij dubbele woonplaats. Dit heeft implicaties voor de fiscale behandeling van werknemers die in het buitenland wonen maar in Nederland werken.
Kennisgroepstandpunt
IKennisqroep IBR IBniet winst LB formulier vraqenreqistratiel
Beoordeling dubbele woonplaats 30 bewijsregel Onderwerp
Datum ontvangst KG
Naam ktrvraagsteller512e
Behandelaar KG
Datum naar secretaris
Om inaanmerking tekomen voorde 30 bewijsregel meet een werknemer meer dan 16van de
24maanden voorafgaandaan detewerkstellinginNederland opeen afstand van meer dan 150 km
van deNederlandse grens woonachtig zijn geweest Hoe moet dewoonplaats inzake het 150 km
criterium worden vastgesteld bijde30 bewijsregel
1Moet dewoonplaats worden vastgesteldnaar Nederlands nationaal recht
2 Moet bijdevaststellingvan dewoonplaats het nationale recht van het betreffende derde
land inacht genomen worden
3Wat ishetgevolg van een dubbele woonplaats
Jadewoonplaats moet worden beoordeeld naar Nederlands nationaal recht
conform artikel 4Algemene wet inzake rijksbelastingen
Nee dewoonplaats moet niet worden beoordeeld naar het nationale recht van
het betreffende derde land Het Nederlands nationaalrechtelijke
beoordelingskader dient teworden toegepast opdebuitenlandse situatie
Ingevolge deMemorie van Antwoord zalde tie breaker rule uithet
desbetreffende belastingverdrag uitkomst moeten bieden Omtoegang tekrijgen
tot het betreffende belastingverdrag zal indat geval moeten worden beoordeeld
ofdewerknemer naar het nationale recht van een ofbeide landen opbasis van
fiscaal inwonerschap voor zijn wereldinkomen indebelastingheffing wordt
betrokken Hiervoorkan een woonplaatsverklaring worden opgevraagd^Deze
woonplaatsverklaringistweeledig enerzijds zal moeten worden verklaard ofde
werknemer naar nationaal recht van het betreffende land opbasis van
inwonerschap voor hetwereldinkomen indebelastingheffing zalworden
betrokken art 4lid1van hetbelastingverdrag enanderzijds zalmoeten
worden verklaard ofdewerknemer voor hetbelastingverdrag natoepassing van
detie breaker rule uithet betreffende belastingverdrag alsinwoner van het
betreffende land wordt aangemerkt1
2
3
IR r^i Iwin nl
Achtergrond van devraag
Om inaanmerking tekomen voorde 30 bewijsregel moet een werknemeronder andere voldoen
aan het 150 km criterium exartikel lOe lid2sub bonderdeel 2van hetUitvoeringsbesluit
loonbelasting 1965 Ditcriterium houdt kortgezegd indat dewerknemer aannemelijk dient te
maken dat hijmeer dan 16van de24maanden voorafgaand aan detewerkstelling inNederland op
een afstand van meer dan 150 km van deNederlandse grens woonachtig isgeweest Deze afstand
dient hemelsbreed teworden gemeten zoblijkt uitdeparlementaire toelichting^
Vraagstelling
Door een fiscaal adviseur ishetstandpunt ingenomen dat bijconstateringvan een dubbele
woonplaats de tiebreaker rule dedoorslag moet geveninwelk land dewerknemer woonachtigis
geweest Inde casus heeft dewerknemer inde24maandsperiode zowel banden met Belgie
Duitsland alsFrankrijk gehad Hoe moet indeze situatie worden bepaald waar dewerknemer
woonachtigisgeweest
Relevante passage uithetUitvoeringsbesluit loonbelasting 1965
Indien het een situatie betreft met meer dan een derde land dan zullen ermeerdere
woonplaatsverklarlngen moeten worden opgevraagd
^2december 2011 33003 nrDMemorie van Antwoord
1
1770435 00125
IKennisqroep IBR IBniet winst LB formulier vraqenreqistratiel
Artikel lOe lid2sub bonderdeel 2UBLB
2° die inmeer dan twee derde van deperiodevan 24maanden voorafgaandaan deaanvangvan
detewerks tellinginNederland woonachdgwas opeen afstand van meer dan 150 kilometer van de
grensvan Nederland exdusief deterritoriale zee van Nederland endeexdusieve economische zone
van hetKoninkrijk bedoeld inartikel 1van deRijkswet instelling exdusieve economische zone
Relevante passage uitdeparlementaire geschiedenis
2december 2011 33003 nrDMemorie van Antwoord^
Deleden van defractie van deWD vrageneen reactie ophet commentaar van deNOB van 11
november 2011 opdeconcept AMvB met betrekking totde30 regeiing Deze reactie ishierna
opgenomen DeNOB heeft vragen gesteld over hetbegrip woonachtig endetoepassing van de
30 regeling bijeen dubbele woonplaats Hetgaat erbijditbegrip om waar dewerknemer
woonde indeperiode voorafgaand aan detewerkstelling inNederland Ditbegrip wonen sluit aan
ophetfiscaie woonpiaatsbegrip zoals ditgeidt voor deWet IB2001 Ditkan worden bepaald
volgens dewijze waarop opgrand van artikel 4van deAlgemene wet Inzake njksbelastingen met
debijdat artikel behorende jurisprudentie een fiscale woonplaats wordt vastgesteld Dit isvan
belang omdat voor dewerknemer diebinnen degrens van 150 kilometer woont wordt
verondensteld dat hijgemiddeld lagere extraterritoriale kosten heeft Toepassing van het30
forfait bijdeze werknemers zou leiden tot een niet terechtvaardigen voordeel voor deze
weiitnemer tenopzichte van dewerknemer binnen Nederland met verge jkbare kwaliteiten enin
een vergeiijkbare situatie voor wat betreft dewoon werkafstand Terzake van dedubbele
woonplaats kan worden aangesloten bijhet inveel verdragen opgenomen ardkel 4tweede lid van
hetOESO modeiverdrag waarin voor een dergelijke situatie een opiossing isgegeven
Relevante passage uitdeAlgemene wet inzake rijksbelastingen
Artikel 4lid1Awr
Waar iemand woont en waar een lichaam gevestigdiswordt naar deomstandigheden
beoordeeld
Relevante passages uitdejurisprudentie inzake debeoordeling van dewoonplaats bijde
30 bewijsregel
^Isdeuitspraak van destaatssecretaris gedaanInzijnwetgevende functie Gelet opdejurisprudentie
wekt dat nioaelilk oeen vertrouwen op Hoe kijkt Formeel Recht hier tegenaan
Reactie|512e formeeI recht KECBultenland
Ikneem aan dat deStaatssecretaris deze uitlatingheeft gedaaninzijnrol alsuitvoerde enniet als
[medejwetgever Zouden we hier last van kunnen khjgen JaVoor detoepassingvan de30 bewijsregel gaat
hetomdevraag ofiemand uithet buitenland isaangeworven Ophetmoment dat deconclusie isdat
belastingpllchtigeeen band van duurzame aard met Nederland heeft ishijm iniet meer uithet buitenland
aangeworven Niet relevant zou dan moeten zijn ofdeband met het andere land sterkeris Een enander heeft
deHoge Raad ook totuitdrukking gebracht inzijn arrest van 12april 2013 nr1202980
ECLI NLHR2013 BZ6824 ro322 Gelet opdie arresten heeft deCentrale Raad verderterecht
vooropgesteld dat dieduurzame band met Nederland niet sterker hoeftte zijn dan deband met enig ander
land zodat voor eenwoonplaats hier telande niet noodzakelijkisdat hetmiddelpuntvan iemands
maatschappelijkleven zich inNederland bevindt
Betoogdzou kunnen worden dat weuitvoering moeten gevenaan dejurisprudentievan deHoge Raad endat
we ditalszodanig doen Dat deHoge Raad met het arrest van 12april 2013 deuitlatingvan deStas heeft
overruled Hetlijktmegoeddat erook met het ministerie geschakeld wordt Endan voomamelijkwat de
politieke wens isFeit isdat een tiebreaker analysevoor een nog grotere werkdruk gaat zorgen Enige voordeel
isdat debewijslast datdetiebreaker hetandere land alswoonland aanwijst opbelastingpllchtige rust Inde
lagere jurisprudentie isdestelling dat detiebreaker rule toegepast moet worden ookafgewezen Naar mijn
mening vanuit eenjuridische analyse juist Het isimmers goed mogelijk datiemand een dubbele woonplaats
heeft
Het isdusverdedigbaar Overigensishetgoed om deze vraag even met dekennisgroep formeel recht te
bespreken [
dat ergens wordt opgeschrevendat weenkel beoordelen ofereen band van duurzame aard ismet Nederland
[artikel 4AWR Zeker met Ingangvan het arrest van deHoge Raad van 12april 2013 Een enander ook afte
stemmen met MinFin
Voor beide standpuntenvalt overigenswatte zeggenJuridischlijktme hetstandpuntvan tiebreaker onjuist
Dat zou enkel geimporteerd kunnen woden viahetvertrouwensbeginsel dat wegebonden zijn om het te
toetsen conform deuitlatingvan deStas Een sterk puntiswel datdeHoge Raad opeen later moment heeft
geoordeeld dat een dubbele woonplaats mogelijkisendat hetmiddelpunt niet inNederland hoeftte zijn
gelegen omtoch een woonplaats inML zehebbenBelangrijkste lijktmehoe dan ook 512e
2
1770435 00125
IKennisqroep IBR IBniet winst LB formulier vraqenreqistratiel
Gerechtshof Amsterdam 29oktober 2019 ECLI NLGHAMS 2019 4616
41Waar iemand woont wordt ingevolge artikel 4van deAWR naar deomstandfgheden
beoordeeld Daarbij moet acht warden geslagen opalle inaanmerking komende omstandigheden
van hetgeval Het komt ervolgens deHoge Raad inzijn arrest van 4maart 2011 nr1004026
ECLI NLHR2011 BP6285 BNB 2011 127 volgens vaste rechtspraak opaan ofdeze
omstandigheden van dien aard zijn dat een duurzame band van persoonlijke aard bestaat tussen
debetrokkene enhet desbetreffende land Dieduurzame band hoeft niet sterker tezijn dan de
band met een ander land zodat voor een woonplaats inenig land niet noodzakelijk isdat het
middelpunt van betrokkenes maatschappehjke ieven zlch indat land bevindt Oerder dient geen
bijzondere betekenis tewarden toegekend aan bepaaide categorieen van omstandigheden
zoals bijvoorbeeld iemands sociale ofeconomische binding met een land
Rechtbank Noord Holland 11September 2019 ECLI NLRBNHO 2019 7844
17Derechtbank isvan oordeel dat hetgelijk aan verweerder isBlijkens het arrest van deHoge
Raad van 28april 2006 ECLI NLHR2006 AW4065 moet hetantwoord opdevraag ofeen
werknemer uithet buitenland isaangeworven warden vastgesteld aan dehand van het
woonplaatsbeghp van artikel 4van deAlgemene wetinzake rijksbelastingen hierna AWR Indian
eiser ophetmoment van sluiten van dearbeidsovereenkomst met [ABEDRIJFJ op3juni 2013 zijn
fiscale woonplaats inNederland had indezin van artikel 4van deAWR ishijniet uit een ander
land aangeworven indezin van artikel lOe tweede lidonder bvan hetUBLB
18Ingevolge hetbepaaide inartikel 4eerste lid van deAWR wordt naar deomstandigheden
beoordeeld waar iemand woont Daarbij moet acht worden geslagen opalleomstandigheden van
hetgeval Hetkomt ervolgens vaste rechtspraak opaan ofdeze omstandighedenvan dien aard
zijn dat een duurzame band van persoonlijke aard bestaat tussen debetrokkene enNederland
vergelijk HR20december 1995 ECLI NLHR1995 AA3163 Dieduurzame band hoeft niet
sterker tezijn dan deband met enig ander land zodat voor een woonplaats hier telande niet
noodzakelijkisdat hetmiddelpuntvan iemands maatschappelijke Ieven zich inNederland bevindt
vergelijk HR22december 1971 ECLI NLHR1971 AX4909 Uitde parlementaire geschiedenis
van het fiscale woonplaatsbegrip zoals tveefyegei enindebijiage bijdeconclusie van deAdvacaat
Generaal bijhet arrest van deHoge Raad van 2juni 2006 ECLI NLHR2006 AV1227 voIgt dat de
wetgever geen bijzondere betekenis wilde toekennen aan bepaaide categorieen omstandigheden
zoals bijvoorbeeld iemands sociale ofeconomische binding met een land vergelijk ook HR12april
2013 ECLI NLHR2013 BZ6824
19 Derechtbank isopgrond hiervan van oordeel dat eiser op3juni 2013 alsInwoner van
Nederland dient teworden aangemerktin dezin van artikel 4vandeAWR Alles wat eiser
hiertegenover heeft aangevoerd zoals deaanvankelijk beoogde tijdelljkheid
van zijn verblijfinNederland inhet kader van studie endeaard van zijn eerste contract een
internship contract bij[ABEDRIJF] alsmede het vertlijf van zijn toenmalige vriendin inItalie
enbetter beschikking hebben van een kamer inzijn ouderlijk huis aldaar rechtvaardigen geen
andersluidend oordeel Aldieomstandigheden kunnen hoogstens totdeslotsom leiden dat erook
een duurzame band van persoonlijke aard bestond tussen eiser enItalie zijdoen niets afaan de
aanwezigheid van deduurzame band vanpersoonlijke aard die erbestond tussen eiser en
Nederland Opgrondvan het vorenstaande kan eiser niet worden aangemerkt als uit een ander
land aangeworven werknemer als vereist ingevolge artikel lOe tweede lid onderdeel bvan het
UBLB
Rechtbank Zeeland West Brabant 16auqustus 2018 ECLI NLRBZWB 2018 5471
210 Inartikel 4eerste lid van deAWR isopgenomen dat naar deomstandigheden wordt
beoordeeld waar iemand woont Debepaling van defiscale woonplaats moet aan dehand van de
feitelijke omstandigheden worden bepaald Ditbetekent dat niet het civiele recht enformele
criteria zoals inschrijvingen ingemeentelijke registers beslissend zijn maar demateriele
werkelijkheid Daarbij moeten alleomstandighedenvan hetgeval inaanmerking worden genomen
Erissprake van een woonplaats inNederland als dieomstandigheden van dien aard zijn dat er
een duurzame band van persoonlijke aard bestaat tussen debetrokkene enNederland Dieband
3
1770435 00125
IKennisqroep IBR IBniet winst LB formulier vraqenreqistratiel
hoeft niet sterker tezijn dan met enig ander land zoblijkt uithet arrest van deHoge Raad van 12
apnl2013 ECLI NLHR2013 BZ6824 BNB 2013 123 Inditarrest isvoorts tatuitdrukking
gebracht dat het niet noodzakeiijkisdat hetmiddeipuntvan iemands maatschappelijk leven zich in
Nederland bevindt zodat demogeiijkheid bestaat datiemand zowel inNederland als ineen ander
land vroont indezin van artikel 4van deAWR
2113Naar het oordeel van derechtbank isbelanghebbende ermet alles wat hijinditverband
heeft aangevoerd tegenover degemotiveerde betwisting door deinspecteur niet in
geslaagd aannemeiijk temaken dat hijop[datum] 2013 niet beschikte over een woonpiaats
inNederland Door inditverband voorde bepaiing van dewoonpiaats uit tegaan van de
piaats waarmee depersooniijke enfinancieie betrekkingen het nauwst zijn heeft
belanghebbende een verkeerde toets aangelegd Om teconcluderen tot een woonpiaats in
Nederland hoeft deband met Nederland immers niet sterker tezijn dan deband met enig
ander land zie210 Overigens heeft belanghebbendeinzijn beroepschrift zelfopgemerkt
dat wat hijheeft aangevoerd over zijn sterke reband met Turkije geldt tat29januari 2013
endus naar derechtbank begrijpt niet meer aan deorde isophet latere enhier
relevante moment waarop dearbeidsovereenkomst Isaangegaan
Belanghebbendes steiling datook toegangtotde3CP oregeling bestaat alsbelanghebbende
naast een woonpiaats InNederland ook nog een woonpiaats elders had berust opeen
onjuiste lezingvan het arrest van deHoge Raad van 24oktober 2008
ECLI NLHR200S BD3167 BNB 2008 309
Rechtbank Zeeland West Brabant 16auqustus 2018 ECLI NLRBZWB 2D1S 5470
210Blijkensov 34van het in29genoemde arrest moet devraag ofiemand uithet buitenland
Isaangeworven warden vastgesteld aan dehand van hetwoonplaatsbegrip indezin van artikel 4
van deAWR Derechtbank ziet geen reden om voor dezogeheten 24maandstoets van een
ander woonplaatsbegrip uit tegaan Ditbetekent dat bijdebeantwoording van devoariiggende
vraag het naar het oordeel van derechtbank gaat om dewoonpiaatsindezin van artikel 4van de
AWR Inartikel 4eerste lid van deAWR isopgenomen dat naar deomstandigheden wordt
beoordeeld waar iemand woont Debepaiing van defiscaie woonpiaats moet aan dehand van de
feitelijke omstandigheden warden bepaald Ditbetekent dat niet het civieie recht enformele
criteria zoals inschrijvingen ingemeentelijke registers beslissend zijn maar demateriele
werkelijkheid Daarbij moeten allsomstandighedenvan hetgeval inaanmerking warden
genomen
2113 Adtes watbelanghebbende hlertegenover heeft aangevoerd zoals detijdelljkheld en
onzekerheid van zijn dienstverband bij[naam werkgever 1] deaanwezigheidvan zijn vriendin in
India enhetvastgoedbezit aldaar rechtvaardigen geen andersluidend oordeel Aldie
omstandigheden kunnen hoogstenstotdeslotsom leiden dat erook een duurzame band
van persooniijke aard bestond tussen belanghebbende enIndia zijdoen niets afaan de
aanwezigheidvan deduurzame band vanpersooniijke aard die erbestond tussen
belanghebbende en[woonpiaats ]
Voor belanghebbendes stalling datvoorde toepassing van de30 regeling maatgevend is
met welk land dieduurzame band het sterkst isontbreekt eenjuridische grondslag Voor
zover belanghebbende zich daarbij beroept ophet arrest van deHoge Raad van 24oktober
2008 ECLI NLHR2008 BD3167 BNB 2008 309 berust zijn steiling opeen onjuiste lezing
van het arrest
Rechtbank Haarlem 18december 2012 ECLI NLRBHAA 2012 BZ3870
46 Deleden van defractie van deWD vrageneen reactie ophet commentaar van deNOB
van 11november 2011 opdeconcept AMvB met betrekking totde30 regeling Deze reactie is
hlerna opgenomen DeNOB heeft vragen gesteldover hetbegrip ^woanachtig»ende
toepassing van de30 regeling bijeen dubbele woonpiaats Hetgaat erbij ditbegrip om waar de
werknemer woonde indepehode voorafgaandaan detewerkstellinginNederland Ditbegrip
«wonen» sluit aan ophet fiscaie woonplaatsbegrip zoals ditgeldt voor deWet IB2001 Ditkan
4
1770435 00125
IKennisqroep IBR IBniet winst LB formulier vraqenreqistratiel
warden bepaald votgens dewijze waarop opgrand van artike 4van deAlgemene wet inzake
rijksbelastingen met debijdat artikel behorende junsprudentie een fiscale woonplaats wordt
vastgesteld Dit isvanbelang omdat voor dewerknemer diebinnen degrensvan 150 kilometer
woont wordt verondersteld dat hi]gemiddeld lagere extraterritoriale kosten heeft Toepassing van
het30 forfait bijdeze wed nemers zou leiden tot een niet terechtvaardigen voordeel voordeze
werknemer tenopzichte van dewerknemer binnen Nederland met vergelijkbare kwaliteiten enin
een vergelijkbare situatie voor wat betreft dewoon werkafstand Terzake van dedubbete
woonplaats kan warden aangesloten bijhet inveel verdragen opgenomen ardkel 4tweede lid van
hetOESO modelverdrag waarin voor een dergelijke situatie een opiossing
isgegeven”KamerstukI 2011 2012 33003 nrDbiz 2223
Overzicht algemene jurisprudentie inzake dewoonplaats
Jurisprudentie inzake defiscale woonplaats artikel 4Awr
ECLI NLHR 1971 AX4909
ECLI NLHR1996 AA1836
ECLI NLHR2011 BP1466
ECLI NLHR2011 BP6285
• ECLI NLHR2013 BZ6824
Beoordeli ngswijze
Inartikel lOe lid2sub bonderdeel 2UBLB wordt determ woanachtig gebruikt Binnen het
Nederlandse fiscale recht kennen wijeen fiscaal woonplaatsbegrip Dewettelijke grondslagvoor de
fiscale woonplaatsisneergelegd inartikel 4Awr waar lemand woont wordt naar de
omstandigheden beoordeeld Hieraan iseen nadere invulling gegeven indejurisprudentie op
basis van defeiten enomstandighedenzalmoeten worden beoordeeld ofersprakeisvan een
duurzame band van persoonlijke aard Hetgevoig hiervan isdat het Nederlandse
beoordeiingskader inzake deduurzame band van persooniijke aard ook zaimoeten worden
toegepast opdebuitenlandse situatie Erwordt dan beoordeeld ofdewerknemer naar Nederlands
nationaal recht inwoner isvan het andere land indepraktijk het land van herkomst Deze
beoordelingswijzeisconform detoelichting van deStaatssecretaris indeMemorie van Antwoord
Ook derechtbank Zeeland West Brabanf heeft zonder verwijzing naarde parlementaire
geschiedenis geoordeeid datdewoonpiaats bijhet 150 km criterium naar Nederlands nationaai
recht moeten worden vastgesteld
Desituatie kan zich voordoen datdewerknemer naar Nederlands nationaal recht alsinwoner wordt
beschouwd van zowel Nederland ofeen land binnen het 150 kmgebied als een derde land Wat
betekent deze dubbele woonplaats voor debeoordeling van het 150 km criterium Gelet opde
toepassing van hetNederlands nationaalrechtelijke beoordeiingskader zou deverwachting zijn dat
een dubbele woonplaats inlijnmet dejurisprudentie van deHoge Raad geaccepteerd wordt
Het feit dat dewerknemer dan ook alsinwoner van Nederland dan wel van het land binnen het
150 kmgebied wordt beschouwd zou dan gelet oplagere jurisprudentie doorslaggevend zijn Dit
zou betekenen dat dewerknemer niet voldoet aan het 150 km criterium met alsgevoig datde
werknemer niet inaanmerking komt voor detoepassing van de30 bewijsregel Echter inde
parlementaire toelichting heeft deStaatssecretaris een ander standpunt ingenomen IndeMemorie
van Antwoord heeft deStaatssecretaris aangegeven dat voor situaties waarin tot een dubbele
woonplaatsisgeconcludeerd de tiebreaker rule^inhet tussen delanden overeengekomen
“Rechibsnk Zeeland West Brabant 16augustus 2018 ECLI NLRBZWB 2018 5471
®Uitdebewoordingen het inveel verdragen opgenomen artikel 4tweede lid van het OESO
modelverdrag valt afteleiden dat het eraansluiting moet worden gezocht bijhet tussen beide landen
overeengekomen belastingverdrag Slechts indien ertussen beide landen geen belastingverdragis
overeengekomenzalhetOESO modelverdrag moeten worden toegepastDit zou anderszijn geweest
indien dezinsnede inveel verdragen opgenomenzouzijnweggelaten Dan had tealien tijde moeten
worden aangesloten bijhet OESO modelverdrag
®Hoewel een belastingplichtige bijwoonplaatsofdubbele woonplaatsnaar nationaal recht toegang
Icrijgttot hetbelastingverdrag ontbreekt mijnsinziens defiguurlijke brugtussen detoepassingvan het
Nederlandse nationale recht enhetbelastingverdrag Hetverdrag heeft tot doel om deheffingsrechten te
alloceren De kwalificatie als woonstaet ofbronstaat heeft geen gevolgenvoor denationaalrechtelijke
kwalificatie als inwoner van Nederland Zeker niet nudeHoge Raad een dubbele woonplaats heeft
geaccordeerd M ikom jedeuitspraak van deStaatssecretaris buiten beschouwing gelaten juridisch
5
1770435 00125
IKennisqroep IBR IBniet winst LB formulier vraqenreqistratiel
belastingverdrag uitkomst moet bieden®Indien een belastingverdrag ontbreekt zalde tiebreaker
rule uithetOESO modelverdrag tnoeten worden toegepast
Om toegangtekrijgentot hetbelastingverdrag zaldewerknemer door ten minste een van beide
landen naar het aldaar geldende nationale recht opbasis van inwonerschapvoor zijn
wereldinkomen indebelastingheffing moeten worden betrokken Indien een van detwee landen
Nederland betreft dan zaldewerknemer zonder problemeneen beroep kunnen doen ophet
belastingverdrag tussen Nederland enhetderde land Vervolgens zal erbeoordeeld moeten worden
ofdewerknemer opbasis van het nationale recht van het derde land voor detoepassing van het
verdrageveneens alsinwoner van dat derde land wordt aangemerkt Om ditvast testellen kan
een woonplaatsverklaringinhet derde land worden opgevraagd^Isdewerknemer voorde
toepassingvan hetbelastingverdrag inwoner van beide staten dan zalde tiebreaker rule inhet
belastingverdrag dedoorslag moeten geven®Mochten beide landen ook nadetoepassing van de
tiebreaker rule van mening zijn datdewerknemer inwoner isvan beide landen dan zalde
werknemer een mutual agreement procedure moeten opstarten
Deze beoordelingswijze zal naar analogie dan ook van toepassing zijn bijdebeoordeling van de
woonplaats terzake van deaanwerving van dewerknemer uithet buitenland
Toepassing opdecasus
Inde casus van deadviseur gaat het om een werknemer diezowel banden met Belgie Duistland
alsFrankrijk heeft gehad Opbasis van dehierboven beschreven beoordelingswijze zalhet
Nederlands nationaalrechtelijke beoordelingskader moeten worden toegepast opdesituatie van de
werknemer inBelgie Duitsland enFrankrijk Erzal dan beoordeeld moeten worden ofde
werknemer een duurzame band van persoonlijke aard met Belgie Duitsland enofFrankrijk heeft
gehad
Heeft dewerknemer een duurzame band van persoonlijke aard met twee ofmeer landen gehad
Dan zalde tiebreaker rule inhet tussen delanden overeengekomen belastingverdrag uitkomst
moeten bieden®Alvorens de tiebreaker rule kan worden toegepast zal ermoeten worden
vastgesteld ofdewerknemer toegang heeft tothetbelastingverdrag Aan dehand van
woonplaatsverklaringen zalmoeten worden vastgesteld ofdewerknemer naar het nationale recht
van debetreffende landen alsinwoner voor zijn wereldinkomen indebelastingheffingvan de
betreffende landen wordt betrokken Met andere woorden erzalmoeten worden vastgesteld ofde
werknemer door Belgie Duitsland enofFrankijk alsinwoner voor detoepassing van het
betreffende belastingverdrag ofbelastingverdragen wordt aangemerkt artikel 4lid1van de
belastingverdragen Indien twee ofmeerdere landen van mening zijn dat dewerknemer voor de
toepassingvan hetbelastingverdrag ofbelastingverdragenalsinwoner kan worden aangemerkt
zalopbasis van de tiebreaker rule uithetverdrag ofverdragen moeten worden vastgesteld
gezien dan ook niet toe aan detoepassing van het belastingverdrag Het belastingverdrag heeft geen
gevolgen voor denationaalrechtelijke woonplaatsbeoordeling
Mogelljk dient deMemorle van Antwoord opeen dusdanige wijze teworden gelezen dat erniet moet
worden terugvallen ophet tussen beide landen gesloten belastingverdrag maar ophet OESO
modelverdrag Destapvan een woonplaatsbeoordelingnaar Nederlands nationaal recht naar de
toepassing van hetOESO modelverdragism gemakkelijker gezet Dan blljft het een volledig
nationaalrechtelijke aangelegenheidenwordt de tiebreaker rule uithetOESO modelverdrag toegepast
omalsnog bepaalde werknemers met een dubbele woonplaats demogelijkheldtebleden om In
aanmerking tekomen voor debewijsregel
Hoe verhoudt zich dittot deuitspraak van het Gerechtshof Den Bosch van 15augustus 2019 waarln het
Hof zelf heeft beoordeeld dat belastingplichtige naa rnationaal recht van Roemenieals inwoner van
Roemenie kan worden aangemerkt Mogelljk zal ereen zelfstandige beoordeling moeten worden gedaan
ofdewerknemer naar het nationaal recht van het land van herkomst als fiscaal invifoner kan worden
aangemerkt
®Ook ditkan aan dehand van een woonplaatsverklaring worden vastgesteld Dewoonplaatsverklaringzal
dustweeledig zijn
1Inwonerschap opbasis van het nationale recht van het betreffende land tevens artikel 4lid1
van hetbelastingverdrag
2 Inwonerschapnatoepassingvan de tie breaker rule
^Erzou zich de situatie kunnen voordoen dat zowel hetbelastingverdrag Belgie Frankrijk het
belasfngverdrag Duitsland Frankrijkenhetbelastingverdrag Belgie Duitsland zalmoeten worden
toegepast Detoepassingvan hetbelastingve drag Belgie Duitsland Isniet meer van belang Indien de
werknemer inhet deel van Duitsland woonachtig was dat isgelegen binnen het 150 kmgebied
6
1770435 00125
IKennisqroep IBR IBniet winst LB formulier vraqenreqistratiel
welk land als woonstaat kan worden aangemerkt Ook ditkan worden vastgesteld aan dehand
van een woonplaatsverklaring voorde toepassing van hetbelastingverdrag natoepassing van de
tiebreaker rule Hiermee wordt debeoordeling van dewoonplaats voor debelastingverdragen
belegd bijdebetreffende landen Indien ook natoepassingvan de tiebreaker rule twee ofmeer
landen van mening blijven dat dewerknemer alsinwoner kan worden aangemerktvan de
betreffende landen voor hetbelastingverdrag ofbelastingverdragen dan zaldewerknemer een
mutual agreement procedure moeten opstarten
IArhtflrii id
7
1770435 00125
Geef een reactie