1770381

AI-samenvatting

Deze belastinguitspraak behandelt de toepasselijkheid van de Nederlandse socialezekerheidswetgeving voor werknemers die in Nederland werken maar gedetacheerd zijn vanuit een andere lidstaat. Het document concludeert dat de Nederlandse wetgeving niet van toepassing is als aan specifieke voorwaarden van de Europese regelgeving wordt voldaan.

Kennisgroepstandpunt

Publicatiedatum
1082019
Geldigheidsperiode
Kennisgroep
IBR IBniet winst LB
Categorie
Volksverzekeringen Zorgverzekeringwet
Rubriek
Verzekeringsplicht
Sub rubriek
Verordening EG883 2004
Detacheringnaar Nederland enwerken inmeer lidsfafen
1Algemeen
Volgens vaste jurisprudentievan het HvJ EU vormen debepalingenvan titel IIvan
Verordening EG nr883 2004 {hierna V883 2004 een volledigeneenvormigstelsel
van conflictregels dat totdoel heeft dewerknemers die zich binnen deEuropese Unie
hierna EU verplaatsen onder desocialezekerheidswetgeving van een lidstaatte
brengen teneinde tevoorkomen datmeerdere nationale wettelijke regelingenvan
toepassing zijnendat daaruit complicaties kunnen voortvioeien
Waar inditmemo wordt gesprokenover deEUworden tevens deEER landen IJsland
Liechtenstein enNoonA^egenenZwitserland bedoeld
Voor meer informatie wordt hier verwezen naar deel 1van depraktische gids van
december 2013 over detoepasselijke wetgeving
Inditmemo wordt ingegaan opdehandelwijze indien iemand werkzaamheden in
Nederland verricht endaarbijstelt desalniettemin niet aan deNederlandse
socialezekerheidswetgevingtezijnonderworpenDit ogvartikel 12ofartikel 13V
883 2004 Ditmemo besteedt met name aandacht aan desituatie waarin de
toepasselijke wetgeving nogniet isvastgesteld door het daartoe bevoegde orgaan
2Artikel 12en13V883 2004
Indien wordt voldaan aan devoorwaarden van artikel 12 lid 1V883 2004 wordt
afgeweken van dehoofdregel dat dewerknemer onderworpen isaan dewetgeving van
delidstaat waarhijzijn werkzaamheid inloondienst verricht lex loci laboris
Artikel 12 lid 1V883 2004 bepaalt datdegene diewerkzaamheden inloondienst
verricht ineen lidstaat voor rekeningvan dewerkgeverdie daarzijn werkzaamheden
normaliter verricht endie door deze werkgever wordt gedetacheerd om voor zijn
rekening werkzaamheden ineen andere lidstaat teverrichten onderworpen blijft aan de
wetgevingvan deeerstbedoelde lidstaat mits deteverwachten duur van die
werkzaamheden niet meer dan 24maanden bedraagtendebetrokkene niet wordt
uitgezonden om een andere gedetacheerde persoon tevervangen dezgn
detacheringsbepaling
Artikel 12 lid2V883 2004 kent een zgn detacheringsbepaling voor werkzaamheden
anders dan inloondienst
1770381 00116
Artikel 13V883 2004 kent een aantal aanwijsregels voor personen die inmeerdere
lidstaten van deEUwerkzaamheden plegen teverrichten
3Uitgezonden om een andere gedetacheerde persoontevervangen
Zoals uitartikel 12 lid 1V883 2004blijktkan deze aanwijsregelniet worden toegepast
indien dedesbetreffende werknemer wordt uitgezonden om een andere gedetacheerde
werknemer tevervangen
Inzijn arrest van EU060918 zaak C527 16punt 47Alpenrind GmbH heeft hetHvJ
EUoverwogen dat dedetacheringsbepalingvan artikel 12 lid 1V883 2004 een
afwijking vormtvan dealgemene regeldiegeldtom vast testellen welke wetgevlngvan
toepassingisoppersonen die aldan niet inloondienst werkzaamheden ineen lidstaat
verrichten {lexloci laboris Dedetacheringsbepaling dient daarom striktte worden
uitgelegd
Indien een werknemer wordt uitgezonden om een andere gedetacheerde werknemer te
vervangenisopeerstgenoemde werknemer dedetacheringsbepalingniet van
toepassing
Het feit datdewerkgeversvan detwee betrokken werknemers indezelfde iidstaat zijn
gevestigd ofhet feit dat zijmogelijk oppersoneels oforganisatorisch vlak banden
hebben isinditopzichtniet relevant
Ook indien ergeen enkele band bestaat tussen deopeenvolgende werkgeversis
toepassingvan dedetacheringsbepaling dus niet mogelijk
4Artikelen 15en16V987 2009 enverbindendheid van Alverklaring
Hetmoge duidelijk zijn dat indien niet dewetgevingvantoepassingisvan delidstaat
waar dewerkzaamheden feitelijk worden verricht het voor alle partijen wenselijkisdat
ditzosnel mogelijk duidelijkishet liefet alvoordat een dergelijkesituatie zich zal
voordoen
Vandaar dat artikel 15V987 2009 voor zover hier van belang bepaalt dat indatgeval
dewerkgever ofbijtoepassingvan artikel 12 lid2V883 2004 debetrokkene zelf het
bevoegd orgaan van delidstaat wiens wetgeving volgens dewerkgever ofbetrokkene
zelf van toepassing blijft daarvan inkennis stelt
Artikel 16V987 2009 bepaalt kortgezegd datdegene die inmeer lidstaten van deEU
zijn werkzaamheden verricht zich moet meldenbiJhetbevoegd orgaanvan zijn
woonplaats Hetbevoegd orgaan dient ervervolgensvoor tezorgen dat detoepasselijke
wetgevingwordt vastgesteld
Hetbevoegd orgaan kan dan aan dewerkgever ofbetrokkene een zgn verklaring
toepasselijke wetgeving {Al verstrekken zie artikel 19 lid2V987 2009
Indien ineen concreet geval een Alverklaringisafgegeven dan isdie voor deorganen
van deandere lidstaten bindend zolang die niet door delidstaat diehem heeft
afgegevenisingetrokken ofongeldig verklaard zie artikel 5lid 1V987 2009
1770381 00116
DeA1verklaring isook bindend voor rechterlijke instanties indeandere lidstaten zie
mnHvJ EG260106 zaak C205{Herbosch Kiere NV enmeer recent het hiervoor al
genoemdearrest Alpenrind GmbH ro47
Uitjurisprudentievan diverse Nederlandse belastingrechters komt naar voren dat een
Alverklaring ook bindend isvoor debetrokken organenenrechterlijke instanties van de
lidstaat van afgifte zolang die niet iningetrokken ofongeldig isverklaard Ditgeldt ook
voor deAlverklaringdienogniet onherroepelijkvaststaat Ziemet name het arrest van
deHoge Raad van 051018 zaaknummer 1801619 ECLI NLHR2018 1725
Indeoverige bepalingenvan artikel 5staat hoe tehandelenbijoaturijfelover de
juistheidvan defelten die aan deafgiftevan deAltengrondslag hebben gelegen
Dat deze handelwijzestrikt moet worden nageleefd blijkt onder meer uithet arrest van
hetHvJ EU van 270417 zaak C620 15ARosa Flussschiff GmbH enhet hiervoor
genoemde arrest indezaak Alpenrind GmbH
Iklaat hier zgn Altun achtige zaken bewezen fraude edbuiten beschouwing
5Artikel 15ofartikel 16V987 2009 niet toegepast
Indien detoepasselijke wetgevingniet isvastgesteldenbetrokkene stelt dathi]
weliswaarzijn werkzaamheden inNederland verricht maar ingevolgeartikel 12 lid 1V
883 2004 deNederlandse wetgeving niet ophem van toepassing ismaar dewetgeving
van dezendstaat dient ondanks het feit ditniet explicietuitartikel 15V987 2008 blijkt
naar het oordeel van dekennisgroephetvolgendetegelden
Links ofrechtsom zalbijdebetrokkene diegebruik maakt van hetvrijeverkeer van
werknemers toteen exclusieve aanwijzingvan dewetgevingvan een lidstaat moeten
worden gekomen
Het inartikel 4lid3van hetVerdrag betreffende deEuropese Unie opgenomen
beginsel van loyale samenwerking enerzijds enhetgeen inartikel 2lid2V987 2009 is
bepaald mbtinformatie uitwisselingtussen organen onderlingbetekent dat de
inspecteur dezaak alsnog {dtvdeSVB dient aftestemmen met hetbevoegd orgaan
van dezendstaat
Ook uitonderdeel 10van depreambule bijV987 2009 voIgt datdeorganen van de
betrokken lidstaten indatgeval defeitelijke situatie van debetrokkene alsnog moeten
onderzoeken Ditmet name om tevoorkomen dat debetrokkene die niet conform artikel
15of16V987 2009 heeft gehandeld wordt benadeeld zieonderdeel 9van de
preambule
Indien sprake isvan werken inmeerdere lidstaten enbetrokkene hetbevoegd orgaan
van zijnwoonplaats daarvan niet inkennis heeft gesteld {met alsgevolg dat de
toepasselijke wetgeving nogniet isvastgesteld dan dient deBelastingdienstditte
melden aan deSVB zie artikel 16 lid6V987 2009 DeBelastingdienst dient indat
geval deSVB inkennis testellen van desituatie van betrokkene Indien betrokkene niet
inNederland woont zaldeSVB vervolgens contact opnemen met hetorgaan van de
lidstaat waar betrokkene woont Ditalles om ervoor tezorgen dat detoepasselijke
wetgeving alsnogwordt vastgesteld
1770381 00116
Indien vervolgens een A1verklaring met terugwerkende kracht wordt afgegeven isdeze
{eveneens metterugwerkende kracht bindend zie ro77van eerder genoemd arrest
Alpenrind GmbH enverder onderdeel 6van ditmemo
Wellicht ten overvloede wordt hier nogopgemerktdat ook deBelastingdiensteen orgaan
isals hier bedoeld zie daarvoor artikel 1aanhef enonderdeel pV883 2004 ism
artikel 1lid 1aanhef enonderdeel cV987 2009
6Gevolgenvoor depremieenbijdrageheffing
Zoals bekend isdehoofdregel datopiemand diewerkzaamheden aldan niet in
loondienst verricht dewetgevingvan dewerkstaat vantoepassingiszie artikel 11 lid3
aanhef enonderdeel aV883 2004
Deinspecteurstelt vast datwerkzaamheden inNederland worden verricht maar kan op
moment niet beoordelen ofdedoor betrokkene gestelde feitelijke situatie juistisenof
dat totgevolg heeft dat deNederlandse wetgevingniet van toepassingis
Ikveronderstel dat het enkele feit dat betrokkene een beroep doet opeen van deinde
artikelen 12en13opgenomen bijzondere bepalingenaltotgevolgheeft dat de
verantwoordelijke organentotnader onderzoek moeten overgaan
Hetligtm iechter inderede dat betrokkene diestelling opdatmoment nader moet
onderbouwen
Hijisimmers demeest gerede partij om alle feiten enomstandigheden die aan zijn
stelling tengrondslag liggenaan deinspecteur kenbaar temaken zodat deinspecteur
vervolgens kan bepalen ofmogelijkerwijs sprake kan zijnvan een situatie alsbedoeld in
artikel 12of13van V883 2004 met mogelijk hetgevolg dat deNederlandse sv
wetgevingniet van toepassingis
Hierbijisook van belang dat uitJurisprudence van het HvJ EU blijkt dat met afwijkingen
van dehoofdregel toepassing lex loci laboris strikt moet worden omgegaan
Ook dient hier teworden gewezen opdeverplichtingvan betrokkene om hetbevoegde
orgaanalle informatie documenten enbewijsstukkenteverstrekken dienodig zijnvoor
devaststelling van zijnsituatie zie artikel 3lid2V987 2009 Hoewel de
Belastingdienstindeze niet hetbevoegde orgaanismaar wel een orgaan dat isbelast
met deuitvoering van een deel van dewetgeving zie ikniet waarom een dergelijke
verplichtingniettegenoverdeBelastingdienstzou bestaan indienzijals eerste orgaan
met destellingvan betrokkene wordt geconfronteerd Een dergelijke verplichting
tegenover deBelastingdienst past m ibinnen het doel van artikel 3lid2V9872009 en
daarmee binnen degeest van debepaling Een juiste toepassing van het Unierecht
vereist hier immers een inspanningsverplichtingvoor alle betrokken partijen Ook
onderdeel 10van depreambule past bijdeze benadering daar wordt immers gesproken
over onderzoek door deorganen Daarnaast bledt ook hetgeenisbepaaldinartikel 16
lid6V987 2009 steun voor deze interpretatie zieook onderdeel 5van ditmemo
Het bovenstaande neemt echter nietweg dat erniet aan voorbij kan worden gegaan dat
devraag ofdefeiten enomstandigheden dusdanig zijn datuberhauptaan detoepassing
van een van diebijzondere bepalingen wordt toegekomenenzojawat dat dan
1770381 00116
betekent voor deprocedure mbthet vaststellen van detoepasselijke wetgeving op
datmoment nog onbeantwoord is
Kortom opdatmoment kan niet met zekerheid detoepasbaarheidvan dehoofdregel
van delex loci laboris endaarmee dus detoepasbaarheidvan deNederlandse
wetgeving worden uitgesloten
Depraktijkleert datdergelijke situaties zich regelmatig voordoen opeen moment
waarop devoor heffing geldende wettelijke termijnen dreigenteverjaren voordat de
toepasselijke wetgeving kan worden vastgesteld
Debepalingenvan V987 2009 lijken hier gelet ophun bewoordingen niet inte
voorzien Artikel 5V987 2009 kent voor zover hier van belang bepalingen die
betrekking hebben opderechtskracht van deAlverklaring
Artikel 6V987 2009 voorziet alleen indesituatie dattussen deorganen ofautoriteiten
van twee ofmeer lidstaten een meningsverschil bestaat over detoepasselijke
wetgeving Devraagisechter hoe een dergelijke interpretatie zich verhoudt totde
slotzin van onderdeel 10van depreambule bijV987 2009 Ikzie hier toch een risico
omdat daar isbepaald dat om ervoor tezorgen dat betrokkene gedurende deze
noodzakelijke uitwisselingen tussen deorganen verzekerd ishijofzijvoorlopig
moet worden aangesloten bijeen van desociale zekerheidsstelsels Vooralsnog ga
ikhierna uitvan voornoemde interpretatiedus een situatie waarin artikel 6V987 2009
niet voorziet Ikstavervolgens wel stil bijdesituatie dat hier artikel 6V987 2009 wel
moet worden toegepast
Zoals hiervoor onder 5alaangegeven voIgt uitonderdeel 9van depreambule bijV
987 2009 onder meer dat moet worden voorkomen dat debetrokkene die nietvolgens
degeldendevoorschriften heeft gehandeldwordt benadeeld
Ditkan m iook worden voorkomen indien deinspecteur vooralsnog uitgaatvan de
toepasbaarheidvan delex loci laboris envervolgens overgaattothet heffen van de
premies enbijdragen die bijtoepassing van deNederlandse wetgeving verschuldigd zijn
Indien betrokkene zich nog steeds opeen voor deinspecteur niet opJuistheid te
toetsen wijze ophetstandpuntstelt dat deNederlandse wetgeving niet van toepassing
isdan dient wellicht zonder het stellen van zekerheden enzonder het inrekening
brengen van rente uitstel van betaling teworden verleend dus inwezen slechts heffing
deJureenniet defacto
Opdeze wijze wordt m ieen voldoende evenwicht bereikt tussen enerzijds debelangen
van debetrokkene zoals deexclusieve aanwijzingvan dewetgeving van een lidstaat
enanderzijdshetbelangvan het overeenkomstigdiens wetgeving bijdragenaan de
financiering van het sociaal zekerheidsstelsel van een lidstaat indien diens wetgeving
alstoepasselijk wordt aangewezen anderzijds
Een dergelijke handelwijze lijktmij evenmin een belemmering opteleveren met het
primaire Unierecht endan met name met een van deverkeersvrijhedenalsbedoeld in
hetVWEU Ikzie hier een parallel met HvJ EU 11maart 2004 zaak C902Hughes de
Lasterie duSaillant
Verder merk ikopdat ikniet zou weten wat met hetoog opdevereiste loyale
samenwerking opdatmoment redelijkerwijs meer mag worden gevraagd van de
inspecteur
1770381 00116
1ndien betrokkene aannemelijk maakt dat een andere lidstaat van tnening isdat
gedurende dedesbetreffende periode zijnwetgevingvantoepassingisendeinspecteur
datstandpunt vooralsnogniet deeltlijkt mijtoepassingvan artikel 6V987 2009 de
voorgeschreven weg indien nodig gevolgd door toepassing van artikel 73V987 2009
Indien uitdehiervoor genoemdesiotzin van onderdeei 10van depreambuie bijV
987 2009 eveneens tottoepassing van artikei 6V987 2009 zou moeten ieiden
gedurende deperiodedat desituatie van betrokkene nogwordt onderzocht door de
organenvan een ofmeer iidstaten geldt m ihetvolgende
Indiegevallenleidtbijeen gesteide detachering hetgeenisbepaaldinartikei 6eerste
iidaanhef enonderdeei atoteen voorlopige aanwijzingvan deNederiandse wetgeving
Nederiand isimmers deenige iidstaat waar werkzaamheden worden verricht
Indien betrokkene stelt inmeer Iidstaten tewerken kan voornoemde bepaling
desalniettemin worden toegepast zolang niet isgeblekenvan werken inmeer Iidstaten
maar slechts van werken inNederland
Uiteindelijk kan dus zowelbijeen meningsverschilalsbijeen nog lopend onderzoek
naar desituatie van betrokkene voorlopig worden uitgegaan van toepassing van de
Nederiandse wetgeving
Naar ikveronderstel ten overvloede merk iknog opdat hetdevoorkeur heeft dat dete
nemen stappeningoed overleg met betrokkene worden genomen
maart april 2019 512ef12e
1770381 00116

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Belang: