1770376_1

AI-samenvatting

Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of een niet in Nederland wonende commissaris gebruik kan maken van de 30 regeling na de wetswijziging van 1 januari 2017. De Hoge Raad oordeelt dat de commissaris, die eerder als fictief werknemer werkte, nog steeds als werkzaam in Nederland wordt beschouwd, waardoor de 30 regeling van toepassing blijft.

Kennisgroepstandpunt

30 regeling 2®commissariaat optingin 1®geen
opting involdoet aan dewoonplaatseis straal van 150
kilometerOnderwerp
Datum ontvangst KG 17oktober2018
Naam ktrvraagsteller512e
Behandelaar KG 512e
Datum naar secretaris 17oktober2018
Inleiding
Ingaande1januari 2017 isdecommissaris geen fictieve werknemer meer indezinvan de
Wet LBWei kan deze met opting inweer gebruik maken van deloonbelastingfaciliteiten
zoals de30 regeling Wij hebben steeds verdedigd dateen commissaris met de30
regelingniet inaanmerking komt voor deregelingvoor een 2^commissariaat met als
motivering datdeze voor dat 2^commissariaat niet uithet buitenland isaangeworven Met de
woorden van deHR ophetmoment vanbenoeming woonplaats buiten Nederland enniet
anders dan voor stage ofstudie virerkzaam inNederland^
^raag
Heeft dewetswijziging ingaande1januari 2017 gevolgen voor hetantwoord opdevraag of
een niet inNederland wonende commissaris werkzaam isinNederland
fILWUUI U
Nee Dewerkzaamheden van decommissaris zijn door dewetswijziging niet gewijzigd De
commissaris dievoorheen als fictief werknemer werkzaam was inNederland isnadeze
wijziging nog steeds werkzaam inNederland
ipescnouwing
Devraag dieopkomt isofeen commissaris dieslechts enkele dagen perkalenderjaar
feitelijk werkzaam isinNederland gebruik kanmaken van de30 regelingvoor een nieuwe
dienstbetrekking resp optinginsituatie naast hetbestaande commissariaat Indezaak met
kenmerk HR 21032014 ECLI NLHR2014 634 was weliswaar sprakevan een nieuw
commissariaat enwas ook gesteld dat hiervoor de30 regelingniet mogelijk was omdat
belanghebbende ‘werkzaam’ was inNederland edoch deuitkomst indeze zaak voIgt de
route van het niet binnen drie maanden totstand komen van denieuwe
arbeidsovereenkomst Devoorgaande tewerkstellingwas nietbeeindigd Wij hebben daar
net als insidersbijdeadvieskantoren deconclusie aan verbonden dat een bestaand
commissariaat eraan indeweg staat dat een nieuwe benoeming alscommissaris deregeling
deelachtig kan worden alsdevoorgaandeniet isbeeindigd
Inhetvoorgelegde vraagstuk isvoor heteerste commissariaat geen opting in
aangevraagd Deredenen kunnen legio zijn Voor hettweede commissariaat loont
IHR 0712637 opmoment van sluiten arbeidsovk geeninwoner van Nederland 4AWR en
niet anders dan voor stage ofstudie werkzaam zijn inNederland
vglHR28april 2006 nr41084 BNB 2006 262 enHR28april 2006 nr41919 BNB 2006 266
HR
1770376 00104
hetblijkbaar wel om een verzoek tedoen voor opting inmet hetoog opondermeer
de30 regeIing Wijpareren datverzoek metals motivering datbelanghebbende
werkzaam isinNederland endenieuwe benoeming niet totstand isgekomen na
beeindiging van deeerdere tewerkstelling
512e 5126
Een werknemer aan wiede30 regeling was toegekend beeindigt zijn
dienstbetrekking bijzijn Nederlandse werkgever enwordt opdezelfde datumi
benoemd totcommissaris Het commissariaat iseen deeltijdfunctie De30 r^eling
wordt toegekend voor ditcommissariaat
Ruim een jaarlater wordt belanghebbende benoemd totcommissarisbijeenander^
Nederlandse vennootschap DeBelastingdienstweigert de30 regeling toe te
kennen voor dittweede commissariaat omdat geen sprake isvan eenaanwerving
vanuit hetbuitenland
Indeonderhavige casus was sprake van eendoorlopende deeltijddienstbetrekking
waarvoor de30 regeling was afgegeven Omdat diteen deeltijddienstbetrekking
was een commissariaat treedt belanghebbende ook indeeltijddienst bijeen andere
werkgever DeHoge Raad oordeelt datbelanghebbende geen recht heeft opde30°y^
regeling voor deze nieuwe dienstbetrekking Hijwas immers reeds inNederland
werkzaam endeuitzondering waardoor een werknemer gebruik kan blijven maken
van de30 regelingisuitsluitend vantoepassingingevallen waarin een
dienstbetrekking wordt beeindigd enbinnen drie maanden een nieuwe
dienstbetrekking wordt aangegaan dan wel dearbeidstijd bijdezelfde werkgever
wordt uitgebreid Dewerknemer kon verder geen gebruik maken van het
goedkeurende beleid voor desituatie waarin een bestaande dienstbetrekking wordt
verminderd enbinnen drie maanden een nieuwe deeltijddienstbetrekking wordt
aangegaan Zijnsituatie was daarmee onvoldoende vergelijkbaar envoor hetoverige
ivas dedriemaandsperiode alverstreken
HR
1770376 00104

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Belang: