AI-samenvatting
Dit document behandelt de vraag of de kosten van internationale schoolgelden als extraterritoriale kosten kunnen worden vergoed voor terugkerende Nederlanders. De ruling concludeert dat deze kosten niet kwalificeren voor belastingvrije vergoeding, aangezien de voorwaarden niet worden vervuld.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
**Publicatiedatum**
12 04 2018
**Geldigheidsperiode**
Kennisgroep
IBR IB niet winst LB
**Categorie**
Wet LB
**Rubriek**
30 regeling
**Sub rubriek**
Niet van toepassing
**Gerelateerde wet en regelgeving**
30 regeling en schoolgelden
**Vraag**
Een bedrijf splitst de kosten van schoolgelden voor internationale scholen als volgt: Van een uitzending in het buitenland terugkerende Nederlanders die op basis van de bedrijfspolicy recht hebben op een vergoeding van schoolgelden als ze in het buitenland voor een jaar of meer een vergoeding voor schoolkosten hebben ontvangen. Uit een deelwaarneming blijkt dat de meeste van deze medewerkers de kinderen onderbrengen op een internationale school in Nederland. Het is mogelijk dat de volgende baan binnen de werkgever voor deze personen weer in het buitenland is.
Werknemers zonder de 30 regeling omdat de 30 regeling gedurende deze uitzending in Nederland is verlopen. Dit betreft personen die al voor een langdurige aaneengesloten periode op de Nederlandse payroll staan. Werknemers zonder de 30 regeling omdat de 30 regeling mede gedurende een eerdere periode in het buitenland inmiddels is verlopen. Deze groep betreft medewerkers waarvoor de nieuwe uitzending in Nederland is gestart in de jaren 2011 – 2017.
**Kwalificeren de kosten van internationale schoolgelden als extraterritoriale kosten die onbelast kunnen worden vergoed voor terugkerende Nederlanders die niet in aanmerking komen voor de 30 regeling?**
Kwalificeren de kosten van internationale schoolgelden als extraterritoriale kosten die onbelast kunnen worden vergoed voor medewerkers waarvoor de volledige looptijd van de 30 regeling is verlopen in de huidige en zelfde uitzendingsperiode naar Nederland?
Kwalificeren de kosten van internationale schoolgelden als extraterritoriale kosten die onbelast kunnen worden vergoed voor medewerkers die op een nieuwe uitzending naar Nederland zijn gekomen maar waarvoor de looptijd van de 30 regeling gedeeltelijk is verlopen door een eerdere uitzendingsperiode naar Nederland?
**Antwoord**
**Uitgangspunten**
Schoolgelden die voldoen aan de definitie in art. UBLB 1965 zijn extraterritoriale kosten. Vergoedingen en verstrekkingen van deze schoolgelden aan extraterritoriale werknemers zijn vrijgesteld als onderdeel van de bewijsregel art. 10ea eerste lid onderdeel UBLB 1965, los van de bewijsregel art. 31a tweede lid onderdeel Wet LB. Voor ingekomen werknemers is de looptijd van de bewijsregel maximaal acht jaar (art. 10ec UBLB). Voor uitgezonden werknemers is de looptijd gelijk aan de duur van de uitzending. Vergoedingen van extraterritoriale kosten die niet onder de bewijsregel vallen zijn alleen vrijgesteld als ze opgeroepen worden door het tijdelijk verblijf van de werknemer buiten het land van herkomst (bewijsregel art. 31a tweede lid onderdeel Wet LB). Voor de uitleg van het begrip tijdelijk sluit de Belastingdienst aan bij de looptijd van de bewijsregel.
De zwakte van deze invulling zit in de flexibiliteit: enige tijd geleden 10 jaar, thans acht jaar en in de nabije toekomst wellicht vijf of zes jaar. In oude parlementaire stukken (geheugen hcv) en voor uitgezonden werknemers (art. 10ec UBLB) is de term ingevuld met de duur van de extraterritoriale werkzaamheden.
Ad. Hoewel de kosten verband houden met de voorbije en mogelijk toekomstige uitzendingen, is dit verband te zwak om de kosten aan die uitzending toe te rekenen. De vergoeding/verstrekking is belast. Desgewenst kan de vergoeding/verstrekking aangewezen worden als eindheffingsloon.
Ad. Het betreft hier werknemers die langer dan acht jaar in Nederland tewerk zijn gesteld. De bewijsregel is niet meer van toepassing en de werknemers verblijven niet tijdelijk meer buiten het land van herkomst. De vergoeding/verstrekking is belast. Desgewenst kan de vergoeding/verstrekking aangewezen worden als eindheffingsloon.
Ad. Voor deze werknemers is de bewijsregel niet van toepassing. De vraag of werknemer tijdelijk verblijft buiten het land van herkomst wordt beoordeeld per tewerkstelling. De vergoeding/verstrekking is op grond van art. 31a tweede lid onderdeel Wet LB gericht vrijgesteld. Voor de beoordeling van het begrip tijdelijk verblijven moeten alle feiten en omstandigheden in aanmerking worden genomen.
Geef een reactie