AI-samenvatting
Deze belastinguitspraak behandelt de toepassing van het overgangsrecht in het belastingverdrag met Duitsland. Het bevestigt dat belastingplichtigen die voor 2016 in Duitsland of Nederland woonden, geen gebruik kunnen maken van het overgangsrecht als het oude verdrag niet eerder van toepassing was.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
**Publicatiedatum**
14 04 2016
**Geldigheidsperiode**
**Kennisgroep**
IBR IB niet winst LB
**Categorie**
Verdragen
**Rubriek**
overig
**Sub rubriek**
Niet van toepassing
**Toepassing overgangsrecht in het belastingverdrag met Duitsland**
**Vraag**
Moet er om gebruik te kunnen maken van het overgangsrecht sprake zijn van een geldelijk voordeel? Is het overgangsrecht alleen van toepassing op belastingplichtigen die ook onder de toepassing van het oude verdrag vielen?
**Antwoord**
Vanuit Nederland zal de keuze om gebruik te maken van het overgangsrecht worden gerespecteerd ongeacht de vraag of er sprake is van een financieel voordeel. Aannemelijk is dat de keuze van de belastingplichtige in verreweg de meeste gevallen gebaseerd is op de hoogte van de verschuldigde belasting. De keuze hoeft voor de Belastingdienst niet onderbouwd te worden met een schaduwberekening waarin wordt aangetoond dat er daadwerkelijk sprake is van een geldelijk voordeel. Nederland zal de Duitse fiscus informeren over de keuze die de belastingplichtige gemaakt heeft door middel van gegevensuitwisseling.
Ja, belastingplichtigen die pas in 2016 in Duitsland of Nederland zijn gaan wonen kunnen geen gebruik maken van de overgangsregeling. Het overgangsrecht is alleen van toepassing als eerder in 2015 het belastingverdrag uit 1959 van toepassing is geweest. Het maakt daarbij niet uit waarom het oude verdrag van toepassing is geweest.
**Beschouwing**
In de Nederlandse verdragstekst staat dat er gebruik kan worden gemaakt van het overgangsrecht van jaar indien een persoon uit hoofde van het oude verdrag recht zou hebben op grotere voordelen dan uit hoofde van het nieuwe verdrag. Hierbij zou gedacht kunnen worden aan zowel geldelijke voordelen als administratieve voordelen. In de Duitse tekst is er sprake van Vergunstigungen, wat een meer geldelijk voordeel zou impliceren. In de praktijk zal het voor de fiscus echter onuitvoerbaar zijn om na te gaan of de keuze voor het overgangsrecht daadwerkelijk leidt tot een geldelijk voordeel.
In de tekst staat dat het oude verdrag van toepassing blijft indien er gekozen wordt voor het overgangsrecht. Dat zou erop duiden dat het oude verdrag op een persoon van toepassing moet zijn geweest wil die persoon gebruik blijven kunnen maken van het oude verdrag. Zouden verdragsluitende partijen gewild hebben dat ook personen waarop het oude verdrag niet van toepassing was gebruik kunnen maken van het overgangsrecht, dan zou men "blijft" hebben kunnen vervangen door "is". Het woord "blijft" zou echter ook kunnen doelen op het van toepassing blijven van het oude verdrag.
Als de verdragsluitende partijen gewild zouden hebben dat alleen bestaande gevallen gebruik kunnen maken van het overgangsrecht, dan zou men dat expliciet als voorwaarde moeten opnemen. Ook de Duitstalige tekst biedt geen verdere aanknopingspunten. In die tekst staat "weiterhin in vollem Umfang auf diese Person anzuwenden", wat zoiets betekent als "blijft [het verdrag] onverkort van toepassing op deze persoon". De ratio achter het overgangsrecht is dat de bestaande gevallen niet ineens met een veel hogere heffing geconfronteerd worden. In het geval een persoon pas in 2016 in Nederland of in Duitsland komt wonen, is er geen sprake van een netto inkomensdaling door de invoering van het nieuwe verdrag. Het niet van toepassing laten zijn van de overgangsregeling voor deze groep past dan ook binnen de gedachte achter de overgangsregeling.
Het lijkt wel in de ratio van bovenstaande conclusie te passen dat het verdrag uit 1959 van toepassing moet zijn geweest in 2015. Immers, als het verdrag in dat jaar niet van toepassing is geweest, lijkt er geen reden te zijn om een overgangsregeling toe te passen.
**Voorbeeld**
Belastingplichtige woont al jaren in Duitsland en ontvangt geen Nederlands inkomen. Op hem is het verdrag niet in 2015 of eerder van toepassing geweest, alleen de Duitse fiscale wetgeving. Vanaf maart 2016 krijgt hij een privaatrechtelijk pensioen uit NL. Hij kan geen gebruik maken van het overgangsrecht omdat hij in 2015 geen gebruik kon maken van het verdrag.
**Voorbeeld**
Belastingplichtige woont al jaren in Duitsland en ontvangt sinds 2012 Nederlandse lijfrente-uitkeringen. Vanaf maart 2016 krijgt hij ook een privaatrechtelijk pensioen uit Nederland. Het verdrag was in 2015 wel al van toepassing, zij het alleen op de lijfrente. Hij kan wel gebruik maken van het overgangsrecht dat ook geldt voor het pensioen dat pas ingaat in 2016.
Geef een reactie