AI-samenvatting
Dit document behandelt de belastingheffing van ontslagvergoedingen in het kader van buitenlandse dienstreizen. Het stelt dat het heffingsrecht toekomt aan het land waar de werkzaamheden zijn uitgevoerd, ongeacht de locatie van de dienstreis.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
**Begeleidend formulier helpdesk en rechtsvragen**
Nummer: 1769491
Datum vraagstelling: januari 2015
Uiterste datum afdoening: 19 februari 2015
Datum afdoening: 30 januari 2015
Inhoudsindicatie: De invioed van dienstreizen in derde land op het heffingsrecht onder het vernieuwde OESO commentaar
Relevante bepalingen: Art 15 OESO modelverdrag
In behandeling bij: 2e
Is de vraag al eerder gesteld: Nee
Te raadplegen overige Kennisgroepen of Externen: Nee
Inlichten van landelijke vaco contactpersonen:
Herziening Standpunt:
Voortschrijdend Inzicht of Nieuwe Jur of Beleidsbesluit:
Op Vakportaal:
**Vraag van**
Afdoeningstermijn is maand bij stemmen met andere kennisgroepen of externe organisaties. Is de termijn maanden?
Geef een korte omschrijving: Bij een nieuwe vraag dient altijd bespreking in het desbetreffende materie overleg plaats te vinden. Er dient door de behandelaar een conceptvoorstel te worden geschreven zodat de besluitvorming in het overleg sneller kan verlopen. Is de vraag al eerder gesteld dan is het niet gewenst dat deze in het materie overleg inhoudelijk wordt besproken.
—
**Vraag en antwoord niet opgenomen in agenda**
**Vraag Feitencomplex:**
Hoe moeten buitenlandse dienstreizen in de referentieperiode van 12 maanden, punt van het vernieuwde OESO commentaar, voorafgaand aan het ontslag meegenonnen worden in de beoordeling in welk land de ontslagvergoeding is belast? Gelet op het feit dat tijdens deze dienstreizen per definitie geen sprake is van het verrichten van werkzaamheden in Nederland.
**Antwoord Kennisgroep:**
Het is niet van belang of werkzaamheden daadwerkelijk worden uitgevoerd in een ander land. Doorslaggevend is welk land het heffingsrecht had gedurende de 12 maanden over de beloning ter zake van deze werkzaamheden, zoals in de casus de dienstreizen.
**Beschouwing:**
In de update van het OESO modelverdrag van 15 juli 2014 is bij ontslaguitkeringen (severance payments) maar ook bij de andere vergoedingen die onderdeel uitmaken van een ontslaguitkering, zoals compensatie voor verlof of ziektedagen, overal het standpunt ingenomen dat het land mag heffen waar de employment activities were exercised.
**Punt OESO commentaar:**
Any remuneration paid after the termination of employment for work done before the employment was terminated (salary or bonus for the last period of work or commissions for sales made during that period) will be considered to be derived from the State in which the relevant employment activities were exercised.
**Punt OESO commentaar:**
A different situation is that of severance payment, also referred to as redundancy payment, which an employer is required by law or by contract to make to an employee whose employment has been terminated. Such payment is often, but not always, calculated by reference to the period of past employment with the employer. Absent facts and circumstances indicating otherwise, such severance payment should be considered to be remuneration covered by the Article for the last 12 months of employment allocated on a pro rata basis to where the employment was exercised during that period, as such it constitutes remuneration derived from that employment for the purposes of the last sentence of paragraph.
Deze terminologie sluit aan bij art 15 lid onderdeel OESO modelverdrag en ook hier wordt de physical presence test toegepast. Dit heeft tot gevolg dat het heffingsrecht over de ontslagvergoeding toekomt aan het land dat op basis van artikel 15 OESO modelverdrag het heffingsrecht heeft over de betreffende inkomsten.
De stelling dat men een dienstreis maakte naar een derde land en daarom voor die dag een evenredig deel van de ontslagvergoeding belast is in het land waar men de korte dienstreis maakte, is niet verdedigbaar. Indien artikel 15 in zijn geheel wordt toegepast, komt het deel van de ontslagvergoeding dat ziet op de dienstreis in het derde land vrijwel altijd toe aan de woonstaat. Heeft de staat waar men de dienstreis maakte geen heffingsrecht over het reguliere loon, dan heeft deze staat ook geen heffingsrecht over het deel van de ontslagvergoeding dat ziet op de periode dat men deze dienstreis maakte.
Geef een reactie