1769297

AI-samenvatting

Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of de bestemmingswijziging van landbouwgrond naar woningbouwgrond valt onder box 3. Het oordeel is dat er geen sprake is van meer dan normaal vermogensbeheer, waardoor de wijziging in box 3 kan worden behandeld.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

Geachte mevrouw, heer,

Hierbij vragen wij graag uw aandacht voor de volgende casus. Onze cliënt ontvangt van zijn ouders een schenking. Deze schenking betreft een onverdeeld aandeel in een perceel landbouwgrond ter grootte van [GEANONIMISEERD] m². Onze cliënt ontvangt deze schenking samen met zijn twee [GEANONIMISEERD]. Het aandeel van onze cliënt is dus [GEANONIMISEERD] in dit perceel landbouwgrond.

In de periode [GEANONIMISEERD] wordt dit perceel landbouwgrond ontwikkeld tot woningbouwgrond. In [GEANONIMISEERD] vindt de verkoop plaats van deze grond. Tot de verkoop van de grond hebben op dit perceel paarden gelopen. Onze cliënt heeft geen specifieke deskundigheid in de onroerendgoedbranche. De ontwikkeling van landbouwgrond tot woningbouwgrond is door hen volledig uitbesteed aan een makelaar. Onze cliënt heeft geen werkzaamheden aan deze bestemmingswijziging besteed.

Wij zijn van mening dat er voor onze cliënt geen sprake is van meer dan normaal vermogensbeheer en dat de bestemmingswijziging van landbouwgrond naar woningbouwgrond zich voor hem afspeelt binnen box [GEANONIMISEERD]. Graag vernemen wij of u zich met onze mening kunt verenigen. In afwachting van uw reactie verblijven wij.

In [GEANONIMISEERD] is het navolgende overeengekomen. De VBO Makelaar/Taxateur zal in opdracht van de opdrachtgever de huidige bestemming van de percelen onderzoeken en deze bestemming in het door de gemeente deels omzetten naar woonbestemming. De werkzaamheden die de VBO Makelaar/Taxateur verricht, zullen onder andere bestaan uit het voeren van gesprekken met de gemeente Bernheze, het inschakelen van een architect en het laten maken van een situatietekening en schetsplan door de architect om de gemeente Bernheze zodoende inzicht te kunnen geven over de eventuele toekomstige invulling van de percelen indien deze deels de bestemming wonen krijgen.

De kosten die in verband hiermee door de VBO Makelaar/Taxateur gemaakt worden, zijn voor rekening van de opdrachtgever. Verrekening van deze kosten zal halfjaarlijks plaatsvinden middels facturering door de VBO Makelaar/Taxateur aan de opdrachtgever. De in rekening te brengen kosten moeten door de VBO Makelaar/Taxateur op verzoek van de opdrachtgever worden aangetoond.

In de bijlage bevindt zich de overeenkomst waarbij belastingplichtige en [GEANONIMISEERD] ook onderzoek te verrichten naar de huidige bestemming van de percelen. Ook wordt opdracht gegeven om onderzoek te verrichten naar de mogelijkheden om deze bestemming in het door de gemeente [GEANONIMISEERD] om te zetten naar woonbestemming. Uit de overige toegezonden documenten blijkt dat de correspondentie steeds heeft plaatsgevonden met de makelaar aan wie de opdracht is gegeven.

Uit bovenstaande blijkt dat het initiatief voor de bestemmingswijziging uitgaat van belastingplichtige en zijn [GEANONIMISEERD]. In de laatste alinea van de overeenkomst is echter opgenomen dat deze overeenkomst voortvloeit uit de overeenkomst die [GEANONIMISEERD] aangegaan tussen de makelaar en [GEANONIMISEERD]. Belastingplichtige heeft zich later gevoegd bij de eerder opgestarte procedure door het mede ondertekenen van deze overeenkomst waarbij als opdracht onderzoek naar de mogelijkheid van bestemmingswijziging is overeengekomen.

Gelet op de uitspraak HR 2002 ECLI NL HR 2002 AE2260, verzoeken tot wijziging van de op perceel rustende bestemming aan het normale kader van werkzaamheden van particulier vermogensbeheer te buiten. Dit kan leiden tot andere inkomsten uit arbeid.

In datzelfde arrest wordt een voorbehoud gemaakt onder verwijzing naar HR juni 2001 BNB 2001 346. Er is geen sprake van ROW indien de opbrengst niet haar verklaring vindt in die werkzaamheden. Daar lijkt hier geen sprake van te zijn. De verzoeken worden niet zelf door belastingplichtige ingediend maar door de makelaar. Het feit dat ze zich hebben laten vertegenwoordigen doet hier niet af.

Naar mijn mening is hier sprake van meer dan normaal vermogensbeheer en is de bij verkoop behaalde winst belast in box [GEANONIMISEERD] op grond van artikel 91 lid [GEANONIMISEERD] onderdeel Wet IB 2001. Delen jullie deze conclusie?

Reactie van de kennisgroep:

Belastingplichtige heeft op [GEANONIMISEERD] een schenking van zijn ouders ontvangen. De schenking betreft een onverdeeld aandeel in een perceel landbouwgrond ter grootte van [GEANONIMISEERD] m². Belastingplichtige heeft de schenking dus samen met zijn [GEANONIMISEERD] ontvangen. Het eigendomsaandeel is dus van dit perceel landbouwgrond. In de periode [GEANONIMISEERD] wordt dit perceel landbouwgrond ontwikkeld tot woningbouwgrond. In [GEANONIMISEERD] vindt de verkoop van de grond plaats. Tot de verkoop van de grond hebben op dit perceel paarden gelopen. De ontwikkeling van landbouwgrond tot woningbouwgrond is volledig uitbesteed aan een makelaar. Belastingplichtige heeft geen werkzaamheden aan deze bestemmingswijziging besteed.

Getoetst moet worden of voldaan is aan de bekende vereisten waarbij het voordeel verkregen moet zijn uit de opbrengst van een dienst of het werkzaamheidsvereiste in het economische verkeer waarbij het voordeel wordt beoogd en redelijkerwijs te verwachten is. In deze casus gaat het met name om de vraag of aan het werkzaamheidsvereiste is voldaan. De voordeelsveroorzakende activiteit kan op zichzelf beschouwd zeer gering zijn, maar het is wel noodzakelijk dat er een oorzakelijk verband is tussen de activiteit en het behaalde voordeel. De bewijslast hiervan ligt bij de inspecteur. Ook is van belang om vast te stellen dat er sprake was van een redelijke voordeelsverwachting.

De inspecteur zal in deze casus dan ook aan de hand van feiten en omstandigheden aannemelijk moeten maken dat er een oorzakelijk verband is tussen de activiteiten van belanghebbende en het uiteindelijk behaalde voordeel en dat er sprake was van een voordeelsverwachting. Het is dus een feitelijke toets.

Als een of meer personen bij de transactie zijn betrokken, is het niet relevant wie de daadwerkelijke activiteiten heeft verricht om het voordeel voor allen belast te doen zijn.

We schetsen hierna eerst enige jurisprudentie die gewezen is omtrent bestemmingswijziging en de vraag of aan het werkzaamheidsvereiste is voldaan. Daarna gaan we in op de feiten en omstandigheden die in deze casus mogelijk relevant zijn voor de beoordeling of aan het werkzaamheidsvereiste en de redelijke voordeelsverwachting is voldaan.

Jurisprudentie bestemmingswijziging:

Uit HR mei 2002 ECLI NL HR 2002 AE2260 blijkt dat werkzaamheden als hier aan de orde, te weten het indienen van verzoeken tot wijziging van de op een perceel grond rustende bestemming, naar hun strekking en in omvang het normale kader van werkzaamheden verbonden aan particulier vermogensbeheer te buiten gaan. Zij kunnen derhalve leiden tot op de voet van evenvermelde wetsbepaling te belasten opbrengst. Dat is weliswaar niet het geval indien die opbrengst niet haar verklaring vindt in die werkzaamheden.

Wij leiden hieruit af dat activiteiten die gericht zijn op bestemmingswijziging van een perceel tot ROW kunnen leiden, maar dat dat niet zo is indien de opbrengst niet haar verklaring vindt in die werkzaamheden. Het blijft dus steeds van belang om het oorzakelijk verband vast te stellen.

Feiten en omstandigheden die in deze casus relevant zijn:

Uit de feiten en omstandigheden die tot nu toe bekend zijn, lijkt het niet mogelijk om een oorzakelijk verband vast te stellen tussen de activiteiten van belanghebbende en de behaalde opbrengst. Voorts is het van belang om meer duidelijkheid te krijgen over het moment van het ontstaan van een eventuele voordeelsverwachting.

De kennisgroep raadt aan om in eerste instantie in beeld te krijgen hoe cijfermatig uitwerkt. Wat is bijvoorbeeld het uiteindelijke voordeel? Het zal met name gaan om de relatie tussen de arbeid en het behaalde voordeel. Is bijvoorbeeld bij het verstrekken van de opdracht aan de makelaar reeds een voordeel te verwachten? Of ontstaat een voordeelverwachting in een later stadium? En wat is dan de waarde van de grond op de verschillende momenten?

Het feit dat belastingplichtige niet zelf de verzoeken tot bestemmingswijziging heeft ingediend, maar zich heeft laten vertegenwoordigen door een makelaar, staat een ROW-standpunt in beginsel niet in de weg. Het werk van een derde kan worden toegerekend aan belastingplichtige.

Om tot een oordeel te kunnen geven over de ROW-vraag zal aldus een nader feitenonderzoek plaats moeten vinden, met name wat betreft de voordeelsverwachting en de relatie tussen de verrichte arbeid en het behaalde voordeel.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *