1769274

AI-samenvatting

In deze belastinguitspraak heeft het Hof geoordeeld dat het aandeel van belanghebbende in het ondernemingsgedeelte van een pand volledig tot zijn privévermogen behoort. Er is geen sprake van een terbeschikkingstelling aan de echtgenote, aangezien beide echtgenoten bestuursbevoegd zijn en het pand gezamenlijk gebruiken.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

**Documenttitel: 1769274**

**1. Samenvatting**
Belanghebbende drijft samen met zijn echtgenote een onderneming in de vorm van een vof. Tot dat huwelijksgemeenschap behoort een pand waarin de onderneming wordt uitgeoefend. Beide echtgenoten zijn voor 50% eigenaar van het pand. Het Hof oordeelt dat iedere partner het eigen aandeel in het ondernemingsgedeelte in de eigen onderneming gebruikt en dat daarom geen sprake is van een terbeschikkingstelling door belanghebbende van 50% van het ondernemingsgedeelte aan zijn echtgenote en omgekeerd. Het aandeel in het ondernemingsgedeelte valt bij belanghebbende volledig in box.

**2. Vraag aan kennisgroep**
Aan de kennisgroep is de vraag gesteld of het wenselijk is om in cassatie te gaan.

**3. Reactie kennisgroep**
De kennisgroep kan zich vinden in het oordeel van het Hof. Er is sprake van een echtpaar dat in algehele gemeenschap van goederen is gehuwd en niet in geschil is dat beide echtgenoten bestuursbevoegd zijn ten aanzien van het pand. Bij het Hof is niet meer in geschil dat het pand terecht tot keuzevermogen behoort en dat belanghebbenden in redelijkheid het pand tot hun privévermogen mochten rekenen. Ook is duidelijk dat er een 50/50 winstverdeling is in de vof.

**4. Gerechtshof**
**4.1 Feiten**
Belanghebbende is in algehele gemeenschap van goederen gehuwd met zijn echtgenote. Belanghebbende is samen met de echtgenote vennoot in een vof. De echtgenote is de enige andere vennoot in de vof. Belanghebbende is gerechtigd tot 50% van de winst van de vof. De activiteiten van de vof bestaan uit de exploitatie van een bedrijf in blanke thiakkers. Belanghebbende en de echtgenote zijn ieder voor 50% eigenaar van een pand. Het pand is in 2004 gekocht en bestaat uit een winkelpand met werkplaats en een bovenwoning. Het pand is kadastraal niet gesplitst. De bovenwoning wordt per kamer aan studenten verhuurd. Belanghebbende en zijn echtgenote hebben het gehele pand als keuzevermogen aangemerkt en tot het privévermogen gerekend.

**4.2 Geschil**
In hoger beroep is in geschil of de tbs-regeling van toepassing is op het ondernemingsgedeelte van belanghebbendes aandeel in het pand en meer in het bijzonder of het Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 21 februari 2014 nr. BLKB 2014 28GM van toepassing kan vinden.

**5. Toerekening en etikettering van het pand**
Voor de toerekening van een vermogensbestanddeel dat behoort tot de huwelijksgemeenschap is in beginsel de bestuursbevoegdheid over dat vermogensbestanddeel bepalend. Belanghebbende en zijn echtgenote bezitten ieder de helft van de onverdeelde eigendom van het pand. Op grond van het voorgaande moet het pand fiscaalrechtelijk voor de helft worden toegerekend aan belanghebbende en voor de helft aan zijn echtgenote.

**6. TBS-regeling van toepassing?**
Op grond van de tbs-regeling van artikel 91, eerste lid, onderdeel IB 2001 wordt onder ter beschikking stellen verstaan het beschikbaar maken van vermogensbestanddelen aan een met de belastingplichtige verbonden persoon. Belanghebbende en de echtgenote zijn bestuursbevoegd ten aanzien van het pand. Gelet hierop stelt belanghebbende niet een deel van het ondernemingsgedeelte ter beschikking aan de echtgenote.

**7. Conclusie**
De tbs-regeling is niet van toepassing. Het arrest van de Hoge Raad van mei 2003 betreft een situatie waarin slechts een van de echtgenoten bestuursbevoegd was. In dit geval zijn beide echtgenoten bestuursbevoegd ten aanzien van het pand, waardoor er geen sprake is van een terbeschikkingstelling.

**Einde document**

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *