AI-samenvatting
In deze belastinguitspraak wordt geconcludeerd dat de inhoudingsvrijstelling niet kan worden geweigerd op basis van dividend stripping. De kennisgroep stelt dat de structuur van de tussenhoudster niet in strijd is met de wet, ondanks de complexiteit van de transacties. Er wordt gesuggereerd dat er mogelijkheden zijn voor goedkeuring van duurzame reorganisaties.
Kennisgroepstandpunt
Belastingdienst
Kennisgroep
Dividend belasti ngVERTROUWELIJK
Voorzitter
512e
Secretaris
Era
Helpdeskvraag
Kennisgroep
Dlvldendbelastlng_Postbu5Dividendbelasting
Wet opdedividendbelasting 1965 Artikel 4lid4]o lid7
Datum inbreng
1januari 2017
Vraag
Kan ineen situatie alsbeschreven inhet memo van 5l2e kan 23oktober
2017 waarbij een tussenhoudster 5 van deaandelen indeuitkerende
vennootschap houdt deinhoudingsvrijstelling van artikel 4eerste lid
onderdeel avan deWet opdedividendbelasting 1965 worden geweigerd indien de
achterliggende aandeeihouders bijrechtstreekse deelname niet inaanmerking
kwamen voor dedeeinemingsvrijstelling endeinhoudingsvrijsteilingVersienummer
0
Referentienummer
DIV 017 024 026
Datum vaststelling
Vastgesteld door
Naam Achternaam Antwoord
Nee dekennisgroep meent datdevoorgelegde structuur niet kan worden
bestreden met het leerstuk van dividend strippingalsneergelegdinartikel 4
zevende lidvan deWet opdedividendbelasting 1965Auteur
512e
Bijlager
Geen Feiten
Voor defeiten wordt verwezen naar het memo vai 512e|an23oktober
2017
Kort gezegd komt decasus erop neer dat indeuitgangssituatie 5 van het
nominale aandelenkapitaal van deaandelen inBVXinhanden isvan een niet
transparant fonds voor gemene rekening dat wordt beheerd door|67Aw6^^r
Alsonderdeel van een reorganisatie laat het fonds voor gemene rekening het 5
belang uitzakken ineen tussenhoudster BVWwaarin twee nieuwe investeerders
67Awr bile aandelen indeze tussenhoudster houden
Devolgorde waarin dereorganisatie verlooptisniet duidelijk
Beschouwing
Van dividenstrippingisincasu sprake indien
1Detussenhoudster een tegenprestatie heeft verricht alsonderdeel van een
samenstel van transacties waarbij aannemelijk isdat
2 detussenhoudster ineen betere situatie verkeert dan deindirecte
aandeeihouders ten aanzien van detoepassing van de
inhoudingsvrijstelling dan wel deverrekening ofteruggaaf van
dividendbelasting en
VERTROUWELIJK Pagina1van 3
1769175 00022
3 deindirecte aandeelhouder een positie inaandelen BVXbehoudt of
verkrijgt dievergelijkbaarismet zijn positie voorafgaand aan deaanvang
van hetsamenstel aan transacties
Ad 1Samenstei van transacties endeteaenorestatie
Erisonmiskenbaar sprakevan een samenstei van transacties maar devraagis
hoever ditsamenstei indeze casus reikt Inhet memo wordt gesuggereerd dat
dividenden meteen worden dooruitgedeeld door detussenhoudster maar dat
wordt nergens vastgesteld
Vender wijst dekennisgroep eropdatinspecteur zalmoeten aantonen weike
tegenprestatiedetussenhoudster heeft verricht insamenhang met degenoten
opbrengst dedividenduitkering door BVXInhet memo wordt een tegenprestatie
verondersteit opbasis van een zeer ruime uitieg van ditbegrip Feitelijk
verondersteit devraagstelierdat het enkeie feit dat deindirecte aandeelhouders
een beiangindetussenhoudster hebben aieen tegenprestatie verondersteit De
kennisgroep onderschrijft deze zeer vergaande interpretatie niet Het loutere feit
dat detussenhoudster ooit ophaar beurt een dividendbetaling doet is
eveneens onvoidoende om een dergelijke samenhangteonderbouwen^
Ad2een ounstinere situatie
Detussenhoudster isineen gunstigeresituatie dan deindirecte aandeelhouders
alsbedoeld inhetzevende lid Dit isdeenige voorwaarde voor toepassing van de
dividend strippingsregels waaraan onmiskenbaar isvoldaan
Ad3behoud van aandelenpositie
Dekennisgroep kan uithet memo nietopmaken ofdeindirecte aandeelhouders
openig moment rechtstreeks aandelen hebben gehoudeninBVXIndien dat niet
hetgevalisgeweest isreeds om diereden geen sprake van
een behoud van een aandelenpositie diegelijkisaan dieophetmoment
voorafgaandaan hetmoment waarophet samenstei van transacties een aanvang
heeft genomenIndien aan deze voorwaarde niet isvoldaan kunnen ook om die
reden dedividend strippingsregels niet worden toegepast
Tussenconclusie
Dekennisgroep concludeert dat opbasis van het memo niet kan worden
vastgesteld dat isvoldaan aan devoorwaarden van artikel 4zevende liden
meent dan ook dat deinhoudingsvrijstellingniet opdiegrond geweigerdkan
worden
Biikomende overwepinoen
Dekennisgroep constateert verder dat indien deindirecte aandeelhouders nooit
een rechtstreeks beiang hebben gehadinBVXerfeitelijk nooit een
inhoudingsplicht heeft bestaan Het willen weigeren van deinhoudingsvrijstelling
lijkt indie situatie dan vooral neer tekomen ophet willen negeren van de
tussenhoudster terwiji devraagstelier detoepassing van de
deelnemingsvrijstellingvoor devennootschapsbelastingnietlijkttenegerenIn
dat kader merkt dekennisgroep opdat inhet memo wordt gesteld dat de
substance van tussenhoudster terdiscussie gesteld zou kunnen worden opgrond
van het oude DVL besluit Ditlijkt dekennisgroepeenvergaande stellingdie
^Inhetmemo wordt aangegeven datdeindirecte aandeelhouders een prestatie zouden
hebben verricht door detussenhoudster inhet bezit tebrengen van deaandelen inBVX
maar die indirecte aandeelhouders zijn niet departij waarvan hetzevende lideen
tegenprestatie eist voor toepassing van dedividend strippingsregels
1769175 00022
bovendien niet nader isonderbouwd Indergelijke structuren zal naar alle
waarschijnlijkheid wel voldaan worden aan gestelde substance eisen
Dedividendbelastingisweliswaar een tijdstipbelasting maar dat wordt bij
toepassing van dividendstrippingsregeis bijreorganisatiesnujuist enigszins aan
getornd Daarvan uitgaande kan worden opgemerkt dat indien deindirecte
aandeelhouders zeer kortstondigwei rechtstreeks aandeien inBVXhebben
gehoudeneraan dieperiode nauweiijks winst toerekenbaar Dekennisgroep
meent aan dieomstandigheid ook weinig steun teontlenen voor hettoepassen
van dedividend strippingsregeis
Daarbij merkt dekennisgroep verder opdat het vanaf aanvang gebruik maken
van tussenhoudsters instapeistructuren gewoonistoegestaanIncasu isde
kennisgroep verder niets geblekenvan een overeenkomst opbasis waarvan kan
worden gesteld dat dedividenden niet aan detussenhoudster toekomen
Verder meent dekennisgroep dat een beroep opdegoedkeuringvoor duurzame
reorganisaties indevoorgelegde casus kansrijk isDeaandeien worden immers
niet kortstondig verhangen erisgeen sprake van een eenmalig super dividend
en erisniets gebiekenvan een overeenkomst opbasis waarvan dedividenden de
tussenhoudster niet aangaan
Eindconclusie
Alles inoverweging nemende concludeert dekennisgroep dat het inde
voorgeiegde casus weinig kansrijkisom hetstandpunt intenemen dat de
inhoudingsvrijsteliingniet van toepassingisvanwege dividendstripping
Overigens werpt dekennisgroep nog wel devraag opofjeinditsoort situaties
wel zekerheid vooraf wiiverschaffen Dat laatste isterbeoordelingvan de
vraagsteller
1769175 00022
Geef een reactie