1707549

AI-samenvatting

Dit memo van de Belastingdienst behandelt de samenloop van boetebepalingen uit artikel 4.7 van de Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl) en artikel 67b lid 2 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR). Het bevestigt dat een onterecht Wtl-verzoek ook als een onjuiste aangifte onder de AWR kan worden beschouwd, en dat er een anti-cumulatieregel bestaat. Boetes voor het niet tijdig indienen van aangiften en voor onjuiste of onvolledige aangiften kunnen afzonderlijk worden opgelegd, met een wettelijk maximum dat één keer van toepassing is. De maximumboete bedraagt € 1.319 per overtreding. De wetgever heeft aangegeven dat samenloop van overtredingen niet wenselijk is, maar beide gedragingen kunnen wel apart worden beboet.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

AI-samenvatting

Dit memo van de Belastingdienst behandelt de samenloop van boetebepalingen uit artikel 4.7 van de Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl) en artikel 67b lid 2 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR). Het bevestigt dat een onterecht Wtl-verzoek ook als een onjuiste aangifte onder de AWR kan worden beschouwd, en dat er een anti-cumulatieregel bestaat. Boetes voor het niet tijdig indienen van aangiften en voor onjuiste of onvolledige aangiften kunnen afzonderlijk worden opgelegd, met een wettelijk maximum dat één keer van toepassing is. De maximumboete bedraagt € 1.319 per overtreding. De wetgever heeft aangegeven dat samenloop van overtredingen niet wenselijk is, maar beide gedragingen kunnen wel apart worden beboet.

**Documenttitel: 1707549**

**Belastingdienst**
Naam dienstonderdeel: Kennisgroep Formeel Recht
Contactpersoon: [GEANONIMISEERD]
Datum: 25 januari 2019
Versienummer: 19-206-0004
Onderwerp: Samenloop boetebepalingen artikel 4.7 Wtl en artikel 67b lid 2 AWR

**Vooraf**
Dit memo is de nieuwe versie van het memo met nummer 18-206-0010. Verschil met de vorige versie van 20 juli 2018 is dat in de onderhavige versie ook nieuwe vragen en antwoorden (6 tot en met 9) zijn opgenomen.

**Inleiding**
Artikel 4.7 van de Wet tegemoetkomingen loondomein (verder: Wtl) bevat een dubbele boetegrondslag waarvoor boetebeleid moet worden geformuleerd. Deze nieuwe boetegrondslag overlapt deels met bestaande boetegrondslagen. Dit leidt tot onderstaande vraagpunten.

**Vragen**
1. Is een onterecht Wtl-verzoek in de zin van artikel 4.7 lid 1 Wtl ook een onjuiste/onvolledige aangifte in de zin van artikel 67b lid 2 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR)?
2. Zo ja, bestaat er dan (ook) een anti-cumulatieregel voor deze mogelijke samenloop?
3. Is het mogelijk om, op grond van artikel 67b lid 2 AWR, eerst een boete op te leggen voor het niet tijdig doen van aangifte, en later óók nog een boete op te leggen voor het onjuist of onvolledig doen van die (alsnog) ingediende aangifte (op grond van artikel 67b lid 2 AWR)?
4. Zo ja, is het wettelijk maximum dan 1 of 2 keer van toepassing?
5. Zo nee, is het dan nog mogelijk/opportuun een boete op te leggen op grond van artikel 4.7 Wtl?
6. Als de inspecteur de onjuistheden in de aangifte wil beboeten met toepassing van artikel 4.7 lid 1 of lid 2 Wtl, welke boetemaxima zijn dan van toepassing?
7. Is samenloop binnen artikel 67b AWR, maar vooral tussen artikel 67b AWR en artikel 4.7 Wtl, mogelijk als een aangifte die aanvankelijk ‘niet’ wordt ingediend en, nadat daarvoor een boete is opgelegd, ‘onjuist of onvolledig’ wordt ingediend?
8. Welke boetemaxima gelden als in een kalenderjaar voor één of meer aangiften boeten zijn opgelegd voor het te laat of zelfs onjuist indienen van de aangifte (artikel 67b lid 2 AWR)?
9. Is het toereikend om in het boetebeleid op te nemen dat, voorzover van toepassing, ‘rekening wordt gehouden’ met een boete die op grond van artikel 67b AWR is opgelegd voor het te laat indienen van de aangifte, of is het beter om dit te kwantificeren door op te nemen dat in een dergelijk geval de eerder opgelegde boete wordt verrekend?

**Antwoorden**
1. Ja.
2. Ja.
3. Ja.
4. 1 keer.
5. Niet van toepassing.
6. Het wettelijk maximum genoemd in art. 4.7 lid 1 of lid 2 Wtl.
7. Ja.
8. De maximumboete zoals genoemd in artikel 67b lid 2 AWR geldt per aangiftetijdvak.
9. Volgens de kennisgroep is dergelijk beleid niet nodig, nu het om aparte gedragingen handelt.

**Toelichting**
Uit de wetshistorie blijkt dat de wetgever samenloop van de overtredingen genoemd in artikel 4.7 lid 2 Wtl en (onder andere) artikel 67b lid 2 AWR niet wenselijk acht. Nu beide overtredingen uit artikel 4.7 Wtl echter leiden tot een onjuiste of onvolledige aangifte in de zin van artikel 67b lid 2 AWR valt niet in te zien waarom eenzelfde samenloop tussen artikel 4.7 lid 1 Wtl en artikel 67b lid 2 AWR niet vermeden zou moeten worden.

Het niet tijdig doen van aangifte en het doen van een onjuiste of onvolledige aangifte zijn verschillende gedragingen, en kunnen dus apart worden beboet. Het wettelijk maximum is daarbij één keer van toepassing. Voor het niet tijdig doen van de aangifte is het wettelijke maximum van artikel 67b lid 2 AWR (€ 1.319) toepasbaar naast het wettelijk maximum genoemd in artikel 4.7 lid 1 of lid 2 Wtl (€ 1.319).

**Beschouwing (interne toelichting, maakt geen onderdeel uit van het antwoord)**
1. **Inleiding**
Met ingang van 1 januari 2017 is de Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl) van kracht. In deze wet zijn drie nieuwe tegemoetkomingen in de loonkosten voor werkgevers geïntroduceerd om mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt in dienst te nemen of te houden. Werkgevers worden met de instrumenten in de Wtl gestimuleerd om mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt deze kans te geven. De Wtl vervangt de premiekortingen arbeidsgehandicapte werknemer en oudere werknemer door een loonkostenvoordeel (LKV) voor deze groepen. Daarnaast bestaat de Wtl uit het lage-inkomensvoordeel (LIV) en het jeugd-LIV. De tegemoetkomingen zijn losgekoppeld van de verschuldigde premies werknemersverzekeringen. Door het financiële voordeel gewoon uit te laten betalen door de Belastingdienst, profiteren de werkgevers die er recht op hebben volledig van de tegemoetkomingen.

2. **Ne bis in idem**
Zowel in internationale verdragen, als in de Nederlandse (bestuursrechtelijke) wetgeving zijn bepalingen opgenomen die invulling geven aan het beginsel dat niemand tweemaal voor eenzelfde feit mag worden vervolgd of gestraft. Voor een uitgebreide uiteenzetting van deze regelgeving wordt verwezen naar het antwoord van de kennisgroep met nummer 2017-206-0001.

3. **Boetebepalingen Wtl**
De Wtl kent in artikel 4.7 de volgende boetebepalingen:
“1. Indien de werkgever een verzoek als bedoeld in artikel 2.1 heeft gedaan met betrekking tot een werknemer die niet voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in de artikelen 2.2, 2.6, 2.10 of 2.14, vormt dit een verzuim waarvoor de inspecteur hem een bestuurlijke boete van ten hoogste € 1.319 per verzoek per jaar kan opleggen.
2. Indien de werkgever in de loonaangifte onjuiste gegevens heeft opgenomen waarvan de juistheid voor de toepassing van deze wet van belang is, vormt dit een verzuim waarvoor de inspecteur hem een bestuurlijke boete van ten hoogste € 1.319 per gegeven per werknemer per jaar kan opleggen.”

De wetgever heeft in de Memorie van Toelichting verduidelijking gegeven voor wat betreft de reikwijdte van deze twee bepalingen.

4. **Relevante boetebepaling in de AWR**
Artikel 67b lid 2 AWR luidt als volgt:
“Indien de inhoudingsplichtige de aangifte loonbelasting niet, niet binnen de in artikel 10 bedoelde termijn, dan wel onjuist of onvolledig heeft gedaan, vormt dit, in afwijking van het eerste lid, een verzuim terzake waarvan de inspecteur hem een bestuurlijke boete van ten hoogste € 1.319 kan opleggen.”

Aan voorgaande bepaling is nader uitvoering gegeven in paragraaf 22a van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst (BBBB).

5. **Samenloop artikel 67b lid 2 AWR (de onjuiste of onvolledige aangifte) en artikel 4.7 Wtl**
Uit de wetshistorie blijkt dat de wetgever beboeting op grond van artikel 4.7 lid 2 Wtl (onjuiste gegevens in aangifte) achterwege wenst te laten als deze onjuiste gegevens reeds een sanctie zijn toegepast.

6. **Samenloop niet tijdig en onjuist of onvolledig doen van aangifte ex artikel 67b lid 2 AWR.**
De kennisgroep stelt voorop dat het ne bis in idem-beginsel niet in de weg staat aan het beboeten van beide gedragingen.

7. **Maximumboete van artikel 67b lid 2 AWR geldt per aangiftetijdvak**
De kennisgroep is van mening dat de maximumboete zoals genoemd in artikel 67b lid 2 AWR per aangiftetijdvak geldt.

8. **Samenvattend**
Uit de wetshistorie blijkt dat de wetgever samenloop van de overtredingen genoemd in artikel 4.7 lid 2 Wtl en (onder andere) artikel 67b lid 2 AWR niet wenselijk acht.

**Einde document**

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *