AI-samenvatting
Een niet in Nederland gevestigde entiteit die zich als vrijwillige inhoudingsplichtige heeft aangemeld, kan de inhoudingsplicht volgens artikel 6, tweede lid, onderdeel b, Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB 1964) niet eenzijdig beëindigen. De wet biedt geen mogelijkheid voor beëindiging van de inhoudingsplicht, ook niet als de entiteit de ingehouden loonheffing niet afdraagt. De inhoudingsplicht eindigt pas wanneer niet langer aan de voorwaarden van de wet wordt voldaan, en de ex-inhoudingsplichtige moet dit binnen een maand aan de inspecteur melden. Totdat deze mededeling is gedaan, blijft de ex-inhoudingsplichtige verplicht om nihil-aangiften in te dienen.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
AI-samenvatting
Een niet in Nederland gevestigde entiteit die zich als vrijwillige inhoudingsplichtige heeft aangemeld, kan de inhoudingsplicht volgens artikel 6, tweede lid, onderdeel b, Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB 1964) niet eenzijdig beëindigen. De wet biedt geen mogelijkheid voor beëindiging van de inhoudingsplicht, ook niet als de entiteit de ingehouden loonheffing niet afdraagt. De inhoudingsplicht eindigt pas wanneer niet langer aan de voorwaarden van de wet wordt voldaan, en de ex-inhoudingsplichtige moet dit binnen een maand aan de inspecteur melden. Totdat deze mededeling is gedaan, blijft de ex-inhoudingsplichtige verplicht om nihil-aangiften in te dienen.
**Documenttitel: 1707547**
**Belastingdienst**
Naam dienstonderdeel: Kennisgroep Formeel Recht
Contactpersoon: 5.1.2e | 5.1.2e TE @belastngdienst.nl
Datum: 25 januari 2019
Versienummer: 19-206-0001
Onderwerp: Eenzijdig beëindigen vrijwillige inhoudingsplicht
**Casus**
In de praktijk komt het voor dat een niet in Nederland gevestigde entiteit, die zich conform artikel 6, tweede lid, onderdeel b, Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB 1964) als inhoudingsplichtige heeft gemeld, de arbeidskosten laat drukken door de ingehouden en aangegeven loonheffing niet af te dragen, terwijl de (Nederlandse) werknemer de ingehouden loonheffing wel als voorheffing in de aangifte inkomstenbelasting in aanmerking neemt.
De Wet LB 1964 kent wél criteria als het gaat om de aanmelding als vrijwillige inhoudingsplichtige, maar niet als het gaat om beëindiging. Ook biedt de Wet LB 1964 géén titel om de inhoudingsplicht als bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel b, Wet LB 1964 eenzijdig te beëindigen.
**Vraag**
Is het mogelijk om de (vrijwillige) inhoudingsplicht in de zin van artikel 6, tweede lid, onderdeel b, Wet LB 1964 eenzijdig te beëindigen?
**Antwoord**
Nee.
**Beschouwing (interne toelichting, maakt geen onderdeel uit van het antwoord)**
Voor de loonheffingen is de aangifteplicht onlosmakelijk verbonden met de inhoudingsplicht. Wie inhoudingsplichtige is, is geregeld in artikel 6 Wet LB 1964. Degene die niet in Nederland woont of gevestigd is en hier geen vaste inrichting heeft, wordt als inhoudingsplichtige beschouwd voor zover hij een of meer personen in dienst heeft van wie het loon is onderworpen aan de inkomstenbelasting, met betrekking tot deze personen de loonadministratie in Nederland houdt en zich als inhoudingsplichtige bij de inspecteur heeft gemeld (artikel 6, tweede lid, onderdeel b, Wet LB 1964). Met het woord ‘beschouwd’ in artikel 6, tweede lid, Wet LB 1964 wordt bedoeld dat een buitenlandse werkgever, hoewel deze van inhoudingsplicht kan zijn vrijgesteld, niet de status verliest van inhoudingsplichtige als bedoeld in artikel 6, eerste lid, Wet LB 1964 (vergelijk HR 20 juni 2008, nr. 44076, ECLI:NL:2008:BC4763).
De melding als inhoudingsplichtige geschiedt met het formulier ‘Registratieformulier buitenlandse ondernemingen’. Door de melding wordt de inhoudingsplichtige uitgenodigd tot het doen van aangifte (artikel 6, tweede lid, Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR)). Op het moment dat de werkgever zich bij de inspecteur heeft gemeld wordt een aangiftebrief uitgereikt. In de aangiftebrief staat onder meer over welke tijdvakken de inhoudingsplichtige aangifte moet doen. De inhoudingsplichtige is dan ook gehouden aangifte te doen (artikel 8 AWR).
Indien de inhoudingsplicht eindigt, omdat de inhoudingsplichtige bijvoorbeeld niet langer voldoet aan de voorwaarden in artikel 6, tweede lid, onderdeel b, Wet LB 1964, is de inhoudingsplichtige op grond van artikel 28, eerste lid, onderdeel h, Wet LB 1964 juncto artikel 7.7 Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011, gehouden hiervan mededeling te doen aan de inspecteur. De mededeling geschiedt binnen een maand na afloop van het tijdvak, gerekend vanaf het einde van het tijdvak waarin de inhoudingsplichtige voorziet dat hij ten minste 12 maanden geen inhoudingsplichtige zal zijn. De aangifteverplichting voor de toekomstige tijdvakken wordt dan ingetrokken, door de ‘Mededeling intrekking aangiftebrief’. In deze mededeling staat per wanneer de ex-inhoudingsplichtige geen aangifte meer hoeft te doen. Zolang de mededeling niet is ontvangen, dient de ex-inhoudingsplichtige nihil-aangiften in te dienen.
Op het moment dat niet langer wordt voldaan aan de vereisten van artikel 6 Wet LB 1964, eindigt de inhoudingsplicht. Uit artikel 6, eerste lid, AWR volgt indirect dat de inspecteur de werkgever niet langer uitnodigt tot het doen van aangifte als de inhoudingsplicht eindigt. De inspecteur kan dit doen door het stoppen met het uitreiken van de aangiften. Echter, dit is pas het geval indien de inspecteur niet langer het vermoeden heeft dat sprake is van inhoudingsplicht. Dit vermoeden wordt niet ingegeven door het wél inhouden, maar niet afdragen van loonheffingen, zoals in de casus wordt geschetst. Dat een buitenlandse werkgever de ingehouden loonheffingen niet afdraagt wil niet zeggen dat geen sprake is van een inhoudingsplichtige.
De geschetste situatie in de casus is dat de werknemers loon genieten, de inhoudingsplichtige aangiften van de ingehouden loonheffing indient, maar de aangegeven loonheffing vervolgens niet afdraagt, terwijl de werknemers de ingehouden loonheffing wel verrekenen met de verschuldigde inkomstenbelasting. De AWR biedt geen mogelijkheden om de inhoudingsplicht om deze redenen te beëindigen. De Algemene wet bestuursrecht (Awb) evenmin.
Geef een reactie