1707543

AI-samenvatting

Bedrijf X is sinds 2009 ingedeeld in sector a voor loonheffingen, maar verzocht medio 2014 om met terugwerkende kracht in een goedkopere sector ingedeeld te worden. Dit verzoek werd door de Belastingdienst niet opgevolgd. De vragen die aan de orde zijn, betreffen of dit verzoek ook als een verzoek om ambtshalve vermindering van loonheffingen kan worden gekwalificeerd, of een correctie van de sectorpremie alleen via een correctiebericht kan plaatsvinden, en of er nog recht bestaat op ambtshalve vermindering over de jaren 2009 tot en met 2011. De antwoorden zijn als volgt: een verzoek om indeling in een andere sector kwalificeert als een verzoek om ambtshalve vermindering; een correctie kan ook zonder correctiebericht plaatsvinden; en er kan ambtshalve vermindering worden verleend over de volledige periode vanaf 2009, gezien de tijdigheid en de omstandigheden van het verzoek. De wettelijke kaders en uitvoeringsvoorschriften zijn hierbij van belang.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

AI-samenvatting

Bedrijf X is sinds 2009 ingedeeld in sector a voor loonheffingen, maar verzocht medio 2014 om met terugwerkende kracht in een goedkopere sector ingedeeld te worden. Dit verzoek werd door de Belastingdienst niet opgevolgd. De vragen die aan de orde zijn, betreffen of dit verzoek ook als een verzoek om ambtshalve vermindering van loonheffingen kan worden gekwalificeerd, of een correctie van de sectorpremie alleen via een correctiebericht kan plaatsvinden, en of er nog recht bestaat op ambtshalve vermindering over de jaren 2009 tot en met 2011. De antwoorden zijn als volgt: een verzoek om indeling in een andere sector kwalificeert als een verzoek om ambtshalve vermindering; een correctie kan ook zonder correctiebericht plaatsvinden; en er kan ambtshalve vermindering worden verleend over de volledige periode vanaf 2009, gezien de tijdigheid en de omstandigheden van het verzoek. De wettelijke kaders en uitvoeringsvoorschriften zijn hierbij van belang.

**Documenttitel: 1707543**

**Belastingdienst**

**MEMO**

**Onderwerp**
Correctie sectorpremie en verzoek om ambtshalve vermindering

**Casus**
Bedrijf X (hierna: X) is met ingang van 2009 ingedeeld in sector a. Dit is destijds bij voor bezwaar vatbare beschikking vastgesteld. In de periode van 2009 tot medio 2014 doet X dan ook aangifte loonheffingen op basis van sector a. Medio 2014 dient X echter een gemotiveerd verzoek in om met terugwerkende kracht tot 1 januari 2009 ingedeeld te worden in een andere en goedkopere bedrijfssector. [GEANONIMISEERD] bepaalt dat belanghebbende met ingang van 1 januari 2009 ingedeeld wordt in de andere (goedkopere) bedrijfssector. De Belastingdienst geeft geen follow up aan de betreffende uitspraak. Er wordt ambtshalve niets teruggegeven. Ook wordt er geen correctieverplichting of enige andere verplichting opgelegd.

**Vragen**
1. Kwalificeert een verzoek om met terugwerkende kracht in een andere sector ingedeeld te worden tevens als een verzoek om ambtshalve vermindering van loonheffingen?
2. Kan een correctie van de sectorpremie uitsluitend gedaan worden door middel van een correctiebericht als bedoeld in artikel 28a van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB)?
3. Wordt in casu in verband met tijdsverloop nog wel toegekomen aan een ambtshalve vermindering van loonheffingen over de jaren 2009 tot en met 2011?

**Antwoorden**
1. Ja. Een verzoek om indeling in een andere sector zal allereerst op grond van artikel 97 van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) aangemerkt dienen te worden als een verzoek om een nieuw indelingsbesluit. De beslissing van de inspecteur op dat verzoek is voor bezwaar vatbaar. Een dergelijk verzoek om met terugwerkende kracht ingedeeld te worden in een andere (goedkopere) bedrijfssector raakt – omdat de heffing van premies werknemersverzekeringen plaatsvindt door middel van afdracht van de ingehouden loonheffingen waarvoor de werkgever één gecombineerde aangifte indient – tevens de over de oude jaren ingediende aangiften/afdrachten loonheffingen. Een dergelijk verzoek om met terugwerkende kracht in een andere bedrijfssector ingedeeld te worden, kan dan ook tegelijkertijd beschouwd worden als een verzoek om ambtshalve vermindering van loonheffingen op basis van artikel 65 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR). De inspecteur kan die teruggave overigens ook ambtshalve verlenen indien enig feit de conclusie rechtvaardigt dat belanghebbende hier redelijkerwijs voor in aanmerking komt. Dergelijke verzoeken zullen uiteraard nog wel getoetst dienen te worden aan de uitvoeringsvoorschriften welke opgenomen zijn in paragraaf 23 van het Besluit Fiscaal Bestuursrecht (BFB). Genoemde paragraaf 23 bevat naast het tijdigheidsaspect nog wel één andere belangrijke voorwaarde. Te weten dat er géén ambtshalve teruggave verleend kan worden voor de situatie waarin er een correctiebericht moet of kan worden ingediend om de onjuistheden te herstellen (zie paragraaf 23, onderdeel 8d, BFB en artikel 28a van de Wet LB).

2. Nee. In het eerdergenoemde beleidsbesluit van 8 maart 2010 nr. DGB2010/565M, Stcrt. 2010, 3990 (hierna ook: het Besluit) zijn een aantal situaties beschreven waarin er afgezien mag worden van het herstellen van onjuistheden in eerder ingediende aangiften loonheffingen via aanpassing van de polisadministratie middels correctieberichten. Voor deze gevallen is het indienen van een correctiebericht dan ook géén harde bestaansvoorwaarde voor een eventuele ambtshalve vermindering loonheffingen. Onderdeel 8d van paragraaf 23 van het BFB staat in die situaties een ambtshalve teruggave niet in de weg.

3. Ja. Belanghebbende heeft reeds medio 2014 verzocht om met terugwerkende kracht vanaf 2009 ingedeeld te worden in een andere sector. Een dergelijk verzoek kan – zie antwoord op vraag 1 – vanwege het gecombineerde karakter van de aangifte loonheffingen tevens aangemerkt worden als een verzoek om ambtshalve vermindering loonheffingen. Belanghebbende is in 2016 in het gelijk gesteld door het Hof inzake de sectorindeling. In 2016 heeft de Staatssecretaris van Financiën desgevraagd een nadere uitleg gegeven aan het Besluit en beslist dat een onjuiste sectorindeling onder de reikwijdte van het Besluit valt. Het rechttrekken van de onjuiste sectorindeling hoeft dan ook niet te geschieden via zogenoemde correctieberichten. Toetsing aan paragraaf 23 van het BFB levert op dat het verzoek in relatie tot de periode 2009 tot en met 2014 tijdig is. Omdat tevens vastgesteld is dat er géén sprake is van een situatie waarin belanghebbende de teruggave redelijkerwijs had dienen te realiseren middels het indienen van correctieberichten over de periode 2009 tot en met 2014, kan de teruggave loonheffingen met andere woorden ambtshalve verleend worden over de volledige periode en wel vanaf 2009.

**Beschouwing (interne toelichting; maakt geen onderdeel uit van het antwoord)**
Wettelijk kader
Voor een goed begrip wordt gestart met een korte uitleg van de wetgeving met betrekking tot de sectorindeling. Daarna wordt ingegaan op een aantal met de vragen samenhangende deelonderwerpen. De aansluiting bij een sector is geregeld in de artikelen 96 Wfsv en volgende. Artikel 96, eerste lid, Wfsv bevat de volgende hoofdregel: een werkgever is van rechtswege aangesloten bij de sector waartoe de werkzaamheden behoren die hij als werkgever laat verrichten. De vraag rijst wat de betekenis is van aansluiting ‘van rechtswege', mede tegen de achtergrond van artikel 97, tweede lid, Wfsv waarin is bepaald dat de inspecteur de werkgever bij voor bezwaar vatbare beschikking meedeelt bij welke sector en vanaf welke datum hij op grond van artikel 96 Wfsv is aangesloten. Het begrip ‘aansluiting van rechtswege' bestaat al sinds 1953. Van dat jaar tot 1997 was een werkgever van rechtswege aangesloten bij een bedrijfsvereniging. De aansluiting van rechtswege houdt in dat een natuurlijke persoon of een rechtspersoon die op enig ogenblik werkgever in de zin van de werknemersverzekeringswetten wordt, vanaf dat ogenblik ook aangesloten is bij een sector (in de vroegere terminologie: lid is van een bedrijfsvereniging). De rechten en plichten die daaraan zijn verbonden gelden daarom vanaf de eerste dag ook voor hem.

Een van die plichten is om binnen twee weken van deze aansluiting melding te maken bij de inspecteur (artikel 97, eerste lid, Wfsv). De melding kan zowel toezien op het starten als ook op het stoppen als werkgever. Door deze melding zet de werkgever een administratief proces in werking dat tot doel heeft de ontstane rechtsverhouding tussen hem en de inspecteur (en via deze, het UWV) te formaliseren. Als gevolg hiervan zullen de bestuursorganen van hem verlangen dat hij de aan zijn status van werkgever verbonden verplichtingen, met name op het vlak van loonaangifte en betaling van premie en belasting, nakomt. Om deze situatie te formaliseren bepaalt artikel 97, tweede lid, Wfsv dan ook dat de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking vaststelt bij welke sector een werkgever is aangesloten en vanaf welke datum dat het geval is. Op basis van deze indeling betaalt de inhoudingsplichtige de premies werknemersverzekeringen. Deze worden niet ingehouden op het loon van de werknemer maar worden apart berekend en periodiek samen met de ingehouden loonbelasting op de aangifte loonheffingen aangegeven en afgedragen.

De aard van een onderneming kan vervolgens in de loop van de tijd veranderen en de aard van de daarin verrichte werkzaamheden kan (geleidelijk aan) verschuiven naar werkzaamheden die behoren tot een andere sector dan de sector waarbij de onderneming is aangesloten. Dat kan dan aanleiding geven om de onderneming in te delen in een andere sector. Dat laatste kan gebeuren:
(a) op verzoek van de werkgever zelf (via artikel 97, eerste en tweede lid, Wfsv) waarin deze de inspecteur meldt dat hij is opgehouden bij een sector aangesloten te zijn en dat hij gelet op de werkzaamheden van rechtswege (zie artikel 96, eerste lid, Wfsv) onder een andere sector is komen te vallen. De inspecteur beslist hier wederom op bij voor bezwaar vatbare beschikking;
(b) of eventueel ambtshalve met inachtneming van de voorwaarden van artikel 97, vierde lid, Wfsv. De inspecteur stelt dit eveneens vast bij voor bezwaar vatbare beschikking.

De vraag is vervolgens op welke termijn dit gebeurt? De wijziging in de aard van de bedrijfsuitoefening moet immers een bepaalde mate van bestendigheid hebben voordat tot herindeling bij een andere sector wordt overgegaan om een jojo-effect te vermijden. De wet stelt deze bestendigheidseis in de bepaling (artikel 96, tweede lid, Wfsv) dat het moet gaan om werkzaamheden waarvoor de werkgever in de regel het grootste bedrag aan premieplichtig loon betaalt of vermoedelijk zal betalen. Dit wordt als volgt ingevuld. De ‘in-de-regelbepaling' houdt in dat voor de werkzaamheden die ressorteren onder de andere sector, eerst gedurende een periode van ongeveer drie jaar een groter bedrag verloond moet zijn dan voor de werkzaamheden die oorspronkelijk, gelet op de daaraan verbonden premieloonsom, bepalend waren voor de aanwijzing van de bevoegde sector. Bij een plotselinge en duurzame verandering in de bedrijfsuitoefening van een samengestelde onderneming geldt de driejaarseis niet. Uit de toelichting bij de wijziging van de Regeling Wfsv van 7 januari 2009, Stcrt. 2009, 9, blijkt dat ook het Ministerie van SZW zich op het standpunt stelt dat een wijziging in de bedrijfsuitoefening drie jaar effect moet hebben gehad. Indien er is vastgesteld (op basis van een verzoek van de belanghebbende dan wel ambtshalve) dat er aanleiding bestaat om een onderneming in te delen bij een andere sector, dan rijst de vraag op welke datum die herindeling moet ingaan. Het UWV (Lisv) heeft hierover in 1998 beleidsregels (‘datumbeleid indelingen’) gepubliceerd. Deze beleidsregels zijn formeel niet meer van kracht, omdat zij ingevolge artikel 43 Invoeringswet Wfsv geacht worden hun gelding te hebben verloren. In afwachting van nieuwe beleidsregels van het Ministerie van Financiën paste de Belastingdienst aanvankelijk de oude beleidsregels van het UWV toe. Daarin was een herziening van sectorindeling uitsluitend per 1 januari of per 1 juli mogelijk. Sinds medio 2012 heeft de Belastingdienst deze benadering overigens laten varen en wordt via artikel 59 van de Wfsv het BFB toegepast.

**Deelaspecten**
In de huidige casus wordt de vraag gesteld of een verzoek om indeling in een andere bedrijfssector tevens kan kwalificeren als een verzoek om ambtshalve vermindering voor door de werkgever te veel afgedragen/betaalde premies werknemersverzekeringen over de betreffende jaren. Daarbij speelt nog de achterliggende vraag of een dergelijk verzoek om teruggaaf van te veel betaalde premies (over eerdere tijdvakken) indachtig de wettelijke systematiek van artikel 28a Wet LB slechts middels een correctiebericht ex artikel 28a van de Wet LB gedaan kan worden of dat een dergelijk verzoek mogelijk ook op een andere wijze gedaan kan worden (buiten het correctiebericht om). Tot slot komt de vraag aan de orde of in casu door tijdsverloop nog wel wordt toegekomen aan een ambtshalve vermindering over de periode 2009 tot en met 2011.

**Deelonderwerp-1: Vallen beschikkingen op basis van de Wfsv onder de werking van de AWR?**
Het bovenstaande roept allereerst de vraag op of dergelijke beschikkingen onder de reikwijdte van de AWR vallen. Het antwoord vinden we in de MvT, Tweede Kamer, vergaderjaar 2003-2004, 29 529, nr. 3, blz. 85 en 36:
"De werknemersverzekeringen kennen in tegenstelling tot de loonbelasting niet het begrip inhoudingsplichtige, maar werkgever. De overeenkomstige toepassing van de regels voor de loonbelasting brengt mee dat waar in die regels sprake is van inhoudingsplichtige de werkgever in de zin van de werknemersverzekeringen (onder omstandigheden ook een buitenlandse werkgever) wordt bedoeld. De beschikkingen die de inspecteur op grond van deze wet zal nemen (bijvoorbeeld m.b.t. de sectorindeling: § 1 van afdeling 3 van hoofdstuk 7, en het eigen risicodragen: zie afdeling 5 van hoofdstuk 3) vallen onder het rechtsbeschermingsregime van de AWR. Hieruit volgt dat hiervoor ook het gesloten systeem geldt: alleen tegen de in de Wfsv opgenomen – door de inspecteur genomen – beschikkingen die voor bezwaar vatbaar zijn verklaard, staat de fiscale rechtsgang open.”

**Deelonderwerp-2: toepassing artikel 65 AWR bij herzieningsverzoeken met betrekking tot eerder afgegeven beschikkingen sectorindeling (artikel 97 Wfsv).**
Diverse beschikkingen rondom de sectorindeling – zie ook onderdeel 1 – zijn voor bezwaar en beroep vatbaar. Indien het bezwaar met betrekking tot de sectorindeling als niet ontvankelijk beschouwd moet worden, kan artikel 65 van de AWR (jo paragraaf 23 van het BFB) nog als vangnet dienen. Voor dat laatste moet er overigens wel sprake zijn van een financiële beschikking aangezien artikel 65 AWR sec toeziet op verminderingen en/of teruggaven ten gevolge van een onjuiste belastingaanslag of beschikking (dan wel op te veel betaalde belasting uit hoofde van voldoenings- of afdrachtsbelastingen). Aan deze voorwaarde wordt in casu voldaan.

Vervolgens komt in de aan de orde gestelde casus de vraag op of een herzieningsverzoek (met terugwerkende kracht) naar aanleiding van een eerder foutief vastgestelde sectorindeling tevens/tegelijk gezien kan worden als een (te laat ingediend) bezwaar, dan wel als een verzoekschrift om ambtshalve teruggave over in het verleden te veel afgedragen loonheffingen. Voor wat betreft dat laatste geldt dat de Belastingdienst naast de loonheffing ook nog premies werknemersverzekeringen heft. Al deze heffingen worden aangegeven en afgedragen middels één gecombineerde aangifte loonheffingen. De premies voor de werknemersverzekeringen (onder meer berekend op basis van de sectorindeling) komen volledig voor rekening van de werkgever. Omdat een in het nadeel van de werkgever verkeerd vastgestelde sectorindeling in beginsel leidt tot onjuiste aangiften en afdrachten loonheffingen, is het aannemelijk en verdedigbaar dat een verzoek om een herziening van de sectorindeling tegelijkertijd ook als een verzoek om ambtshalve vermindering loonheffingen beschouwd kan worden. Daarbij komt nog dat artikel 65 van de AWR jo. paragraaf 23 van het BFB feitelijk géén harde vormvoorschriften formuleren inzake de vraag waaraan een ambtshalve verzoek dient te voldoen. Deze mate van ‘laagdrempeligheid’ voor wat betreft het indienen van een dergelijk verzoek of het initiëren van een dergelijke actie blijkt ook uit onderdeel 7 van paragraaf 23 van het BFB:
“7. Vermindering of teruggaaf van belasting kan worden verleend:
a. Uit eigen beweging:
De inspecteur verleent ambtshalve de vermindering of teruggaaf van belasting waarvoor de belanghebbende redelijkerwijs in aanmerking komt indien enig feit de conclusie rechtvaardigt dat belanghebbende hiervoor in aanmerking komt.
b. Op verzoek:
De inspecteur verleent ambtshalve de vermindering of teruggaaf van belasting waarvoor de belanghebbende redelijkerwijs in aanmerking komt indien belanghebbende een verzoek hiertoe indient.
c. Naar aanleiding van een niet-ontvankelijk bezwaarschrift of verzoek:
De inspecteur behandelt een bezwaarschrift of in de wet voorzien verzoek dat wegens termijnoverschrijding of andere redenen van formele aard niet-ontvankelijk is, als een verzoek om ambtshalve verminderen of teruggeven van belasting. De inspecteur verleent ambtshalve de vermindering of teruggaaf van belasting waarvoor belanghebbende redelijkerwijs in aanmerking komt bij de uitspraak waarin de niet-ontvankelijkheid wordt uitgesproken.”

Niet goed valt met andere woorden dan ook in te zien waarom in de onderhavige situatie het betreffende verzoek (om de eerder afgegeven beschikking sectorindeling te herzien) niet tevens en tegelijkertijd ook beschouwd zou kunnen worden als een te laat ingediend bezwaarschrift, dan wel als een verzoek aan de inspecteur om de daardoor te veel aangegeven en afgedragen loonheffingen ambtshalve te herzien. Naar de mening van de kennisgroep kan een verzoek om met terugwerkende kracht vanaf een oud tijdvak ingedeeld te worden in een andere bedrijfssector dan ook tevens aangemerkt worden als een verzoek om ambtshalve teruggaaf van te veel aangegeven en afgedragen loonheffingen. Een dergelijk verzoek valt (zie ook artikel 59 van de Wfsv) onder de werking van artikel 65 van de AWR maar zal vervolgens nog wel getoetst dienen te worden aan paragraaf 23 van het BFB in samenhang met het Besluit.

**Deelonderwerp-3: de verhouding tussen de Wfsv, de Wet LB (met name artikel 28a Wet LB) en het Besluit**
Hoofdregel (zie ook artikel 59, eerste lid, Wfsv) is dat de premies voor de werknemersverzekeringen geheven worden met overeenkomstige toepassing van de voor de heffing van de loonbelasting geldende regels. Herstelacties op dat onderdeel dienen in beginsel dan ook doorgevoerd te worden met inachtneming van de bepalingen van de Wet LB. Artikel 28a Wet LB bepaalt in dat verband dat de inhoudingsplichtige gegevens in verband met onjuistheden of onvolledigheden in de aangifte moet verwerken middels een correctiebericht. Dat laatste is gebaseerd op de kwaliteitseisen welke gesteld worden aan de informatiehuishouding in de polisadministratie waaraan werknemers rechten op mogelijke toekomstige uitkeringen kunnen ontlenen. Als het gaat om het toepassen van de hoofdregel (fouten herstellen via correctieberichten) wordt géén onderscheid gemaakt tussen onjuist

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *