1707436

AI-samenvatting

Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of er sprake kan zijn van dividendstripping in het kader van een duurzame reorganisatie. De Kennisgroep Dividendbelasting concludeert dat er in deze specifieke situatie geen misbruik is, mits voldaan wordt aan de relevante substance eisen.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

**Documenttitel: 1707436**

**Betreft: 210240005 Duurzame reorganisatie met superdividend stripping**

Dag allemaal,

Afgelopen dinsdag heb ik de vraagsteller conform onderstaande mail geïnformeerd. De vraag kan hiermee voorlopig worden gesloten.

**Van:**
**Aan:**
**Datum:** 20 juni 2021, 15:38
**Onderwerp:** Dividend aan tussengeschoven Belgische BVBA

Beste,

Zoals afgelopen dinsdag afgesproken zou ik per mail een korte terugkoppeling geven van wat wij hebben besproken. De vraag die aan de Kennisgroep Dividendbelasting is voorgelegd is of nog sprake kan zijn van dividendstripping (artikel leden en Wet DB) indien geen sprake is van misbruik in de zin van artikel derde lid onderdeel Wet DB, daarbij in aanmerking nemende wat is opgenomen in onderdeel van het verzamelbesluit dividendbelasting van 14 juni 2019. Jullie zijn van mening dat in deze casus geen sprake is van een misbruiksituatie als bedoeld in artikel derde lid onderdeel Wet DB omdat wordt voldaan aan de objectieve toets: geen kunstmatige constructie.

Op basis van de informatie die aan de Kennisgroep is verstrekt, vragen wij ons af of artikel goed is toegepast. Het gaat hier om de toepassing van artikel juncto 12 Wet DB en artikel bis Uitvoeringsbeschikking dividendbelasting. In artikel bis zijn de substance-eisen opgenomen waaraan een opbrengstgerechtigde (in dit geval BVBA) moet voldoen, waarmee aannemelijk wordt gemaakt dat BVBA is tussengeplaatst op grond van geldige zakelijke redenen die de economische realiteit weerspiegelen. De substance-eisen gelden niet als een absolute waarheid, maar verdelen de bewijslast; zowel de inspecteur als de inhoudingsplichtige kan tegenbewijs leveren.

Voldoet BVBA aan de relevante substance-eisen, dan wordt geacht te zijn voldaan aan de subjectieve en objectieve toets. Het is dan aan de inspecteur om het tegendeel aannemelijk te maken. In de situatie dat niet wordt voldaan aan de relevante substance-eisen, is het aan de opbrengstgerechtigde om aannemelijk te maken dat aan de objectieve of subjectieve toets wordt voldaan.

Het gaat in deze casus met name om de onderdelen loonkosten en kantoorruimte. Er moeten loonkosten van 100.000 zijn die een vergoeding vormen voor de werkzaamheden in het kader van de economische activiteiten van de opbrengstgerechtigde in het licht van zijn belang in de in Nederland gevestigde vennootschap. Verder moet de opbrengstgerechtigde over kantoorruimte beschikken voor de uitoefening van de werkzaamheden.

Wij begrijpen dat het management van de BV vanuit BVBA gaat plaatsvinden, de directeursfunctie. Hier gaat het echter niet om in onderdeel. Onderdeel ziet op werkzaamheden in BVBA als aandeelhouder van de BV in het licht van zijn belang in de vennootschap en dus niet op werkzaamheden die zien op de dagelijkse leiding van de BV (management fee). Aan BVBA moeten voldoende loonkosten worden toegerekend ten aanzien van relevante werkzaamheden ten behoeve van de inhoudingsplichtige.

Van relevante werkzaamheden is bijvoorbeeld geen sprake indien de werkzaamheden louter ondersteunend zijn of ondergeschikt aan de houdsterwerkzaamheden. Hierbij kan ook gebruik worden gemaakt van de mogelijkheid van een zogenoemde salary split, mits de loonkosten die worden toegerekend aan BVBA betrekking hebben op de houdsterwerkzaamheden. Hierbij dienen de houdsterwerkzaamheden te worden uitgeoefend in het land waar de tussenhoudster is gevestigd. De werkzaamheden die zien op de investeringen in het vastgoed tellen ook niet mee bij deze voorwaarde.

Onze indruk is dat er te veel substance wordt meegenomen bij de toepassing van de onderdelen. Het lijkt erop dat niet wordt voldaan aan de substance-eisen zoals bedoeld in artikel Ibis. Toetsing ligt bij de inspecteur. Dit betekent dat de inhoudingsvrijstelling niet kan worden toegepast, tenzij de inhoudingsplichtige aannemelijk maakt dat hier sprake is van geldige zakelijke redenen.

Zoals besproken zouden jullie dit punt nader onderzoeken. Aan de voorgelegde vraag wordt in dit geval nog niet toegekomen. De behandeling van de vraag beëindigen wij daarom. Mocht de vraag in de toekomst weer relevant worden, dan zullen we die als Kennisgroep weer oppakken.

Als over de terugkoppeling van ons gesprek of tijdens de verdere behandeling van de casus nog vragen opkomen, aarzel dan niet om contact op te nemen met mij of een collega van de Kennisgroep.

Met vriendelijke groet,

[GEANONIMISEERD]
Belastingdienst
Kantoor Hoofddorp
Capellalaan 17
2132 JK Hoofddorp
Postbus 58944
1040 EE Amsterdam
[GEANONIMISEERD]
www.belastingdienst.nl

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *