1703748

AI-samenvatting

In deze belastinguitspraak wordt bevestigd dat notarissen verplicht zijn om aangifte te doen van de verkrijging van onroerende zaken onder algemene titel bij fusies en splitsingen. Dit is in lijn met de bepalingen van artikel 21a van de Uitvoeringsregeling AWR en artikel 18 van de WBR.

Kennisgroepstandpunt

Belastingdienst
VERTROUWELIJK
Belastingdienst/
memoKennisgroepstandpunt 21-052-22 Aangifte bij fusie
en splitsing
Feiten
« Op 67 Awr lwordt bij notaris A een akte van splitsing opgemaakt.
* Op 67 Awr Vindt de splitsing plaats van X B.V. in de twee bij de
splitsing nieuw op te richten vennootschappen Y B.V. en Z B.V.
« Het betreft een zuivere splitsing als bedoeld in artikel 2:334a, tweede lid,
BW.
e YB.V. verkrijgt ten gevolge van de splitsing onder algemene titel aandelen
en Z B.V. verkrijgt ten gevolge van de splitsing onder algemene titel
onroerende zaken.
e Notaris A weigert aangifte overdrachtsbelasting te doen ten behoeve van
de verkrijging van onroerende zaken door Z B.V.
e _ Notaris A is van mening dat verkrijging onder algemene titel pas een dag
na de akte van splitsing plaatsvindt.
« NB. Notaris A geeft aan dat hij – mocht hij aangifte doen – sowieso de
splitsingsvrijstelling niet zou toepassen.
Vraag
Is de notaris verplicht aangifte te doen van de verkrijging van onroerende zaken
onder algemene titel ten gevolge van de splitsing? M.a.w.: Geldt de regeling van
artikel 21a Uitvoeringsregeling AWR ook voor akten van juridische fusie en
splitsing, indien deze bewerkstelligen dat onroerende zaken onder algemene titel
worden verkregen?
Antwoord
Ja, de notaris is verplicht aangifte te doen van de verkrijging van onroerende
zaken onder algemene titel ten gevolge van de splitsing. M.a.w.: De regeling van
artikel 21a Uitvoeringsregeling AWR geldt ook voor akten van juridische fusie en
splitsing, indien deze bewerkstelligen dat onroerende zaken onder algemene titel
worden verkregen.
Beschouwing (interne toelichting, maakt geen onderdeel uit van het antwoord)
4.1 Wettelijk kader
Artikel 18 WBR luidt:
VERTROUWELIJKCorporate Dienst
Vaktechniek
Croeselaan 14
3521 CA Utrecht
Pastbus 18280
3510 CG Utrecht
www.belastingdienst.nl
Contactpersoon
5.1.2e
5.1.2e
Datum
8 november 2021
Versienummer
0.99
Behandeld door
5.1.2e
Kopie aan
5.1.2e
Bijlage
Pagina 1 van 4
00093

1703748Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld welke ertoe strekken, dat de belasting
ter zake van een verkrijging waarvan een notariële akte is opgemaakt, wordt voldaan ter
gelegenheid van de aanbieding van die akte ter registratie.
Artikel 21a Uitvoeringsregeling AWR luidt:
Met betrekking tot de overdrachtsbelasting ter zake van een verkrijging van andere
goederen dan de goederen, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op
belastingen van rechtsverkeer, waarvan een notariële akte is opgemaakt, wordt door de
notaris namens de verkrijger aangifte gedaan, door het aanbieden ter registratie van de akte
en het aanbieden van de gegevens, bedoeld in artikel 4 van de Uitvoeringsregeling
Registratiewet 1970, op de wijze, bedoeld in dat artikel. In de akte wordt tevens vermeld of
in verband met de verkrijging van de onroerende zaak of zaken tevens een of meer roerende
zaken zijn verkregen. Indien dat het geval is, wordt in de akte voorts vermeld voor welk
totaalbedrag deze roerende zaak of zaken werd of werden verkregen en of dat bedrag is
begrepen in de in de akte vermelde tegenprestatie voor de onroerende zaak of zaken. De in
de vorige volzin bedoelde roerende zaak of zaken worden in de akte of in een annex die bij
de minuut is opgemaakt opgenomen. De inspecteur kan de notaris om een kopie van de
annex verzoeken. In de akte worden alle gegevens opgenomen waarvan kennisneming van
belang is of kan zijn voor de heffing van overdrachtsbelasting.
Artikel 15, negende lid, WBR luidt:
9. Indien terzake van een verkrijging een vrijstelling als bedoeld in het eerste of
zesde lid wordt toegepast, wordt met betrekking tot die verkrijging aangifte
gedaan. Indien met betrekking tot die verkrijging een notariële akte wordt
opgemaakt, wordt, in afwijking in zoverre van de vorige zin, aangifte gedaan met
overeenkomstige toepassing van artikel 18.
Artikel 2:318 BW luidt:
1. De fusie geschiedt bij notariële akte (…).
4. (…) Gaat door de fusie een registergoed op de verkrijgende rechtspersoon over,
dan is deze verplicht binnen deze termijn aan de bewaarder van de openbare
registers, bedoeld in afdeling 2 van titel 1 van Boek 3, de voor de inschrijving van
de fusie vereiste stukken aan te bieden.
Artikel 2:334n BW luidt:
1. De splitsing geschiedt bij notariële akte (…).
4. (…) Gaat door de splitsing een registergoed op een verkrijgende vennootschap
over, dan is de gesplitste rechtspersoon of, zo deze bij de splitsing is opgehouden
te bestaan, elk van de verkrijgende rechtspersonen in zijn plaats verplicht binnen
deze termijn aan de bewaarder van de openbare registers, bedoeld in afdeling 2
van titel 1 van Boek 3, de voor de inschrijving van de splitsing vereiste stukken aan
te bieden.
4.2 Wetsgeschiedenis
Artikel 79 Registratiewet 1917 beperkte de heffing van overdrachtsbelasting (‘op
akte’) tot gevallen van verkrijging krachtens overdracht onder bezwarende titel.
Onder vigeur van de Registratiewet 1917 zou verkrijging onder algemene titel
krachtens fusie en splitsing dus geen belastbaar feit geweest zijn, laat staan dat
de aangifte door het aanbieden van de akte ter registratie diende plaats te vinden.
De fusie en splitsing zijn voor de overdrachtsbelasting echter pas na 1972 in de
wet opgenomen. Bij de registratie werden ‘lichte’ en ‘zware’ notariële akten
onderscheiden. De fusie- en splitsingsakten werden als lichte akten aangemerkt
en op die akten zelf werd niet geheven, maar er werd in voorkomend geval van
een belastbaar feit een aangifteformulier uitgereikt.
Bij invoering van de WBR is het uitgangspunt dat sprake dient te zijn van een
‘overdracht onder bezwarende titel’ expliciet verlaten en aangesloten bij
‘verkrijging’:*
00093

1703748De overdrachtsbelasting komt in grote lijnen overeen met het evenredige registratierecht dat
thans wordt geheven op akten, houdende overdracht onder bezwarende titel van hier te
lande gelegen of gevestigde onroerende zaken. Het wetsontwerp noemt als belastbaar feit
echter de verkrijging van dergelijke zaken. De aanwezigheid van een akte is dus niet langer
vereist, terwijl ook het vereiste van bezwarende titel niet meer wordt gesteld.
Het thans geldende registratierecht op de overdracht van onroerende zaken wordt geheven
op de akte, houdende overdracht onder bezwarende titel van onroerende zaken. In het
ontwerp wordt voorgesteld de overdrachtsbelasting te heffen ter zake van de verkrijging van
onroerende zaken.
Met ingang van 1 januari 2013 is de Registratiewet 1970 ingrijpend gewijzigd. ?
Daarbij werd de verplichting tot aanbieding ter registratie van de (originele)
notarieel verleden akte bij de Belastingdienst, vervangen door registratie langs
elektronische weg bij de KNB.
De registratie van notarieel verleden akten vindt plaats bij de Koninklijke Notariële
Beroepsorganisatie (KNB). Als bij het verlijden van de akte een verkrijging voor
de overdrachtsbelasting plaatsvindt, rust op de notaris bovendien de verplichting
om aangifte te doen.
Met ingang van 2021 is een nieuw negende lid aan artikel 15 WBR toegevoegd.
In het geval waarop bij de verkrijging een vrijstelling wordt toegepast zoals
opgenomen in artikel 15, eerste lid en zesde lid, geldt de verplichting tot het doen
van aangifte. In de situatie dat dan weliswaar geen overdrachtsbelasting is
verschuldigd dient toch aangifte te worden gedaan. Met deze aangifteverplichting
is het voor de Belastingdienst inzichtelijk wanneer een vrijstelling is toegepast en
kan deze desgewenst controleren of dit terecht is geschied.
4.3 Conclusie
Als bij het verlijden van een notariële akte een belastbaar feit voor de
overdrachtsbelasting ontstaat, wordt op grond van artikel 18 de akte onderdeel
van de aangifte overdrachtsbelasting. Het doen van deze aangifte is gekoppeld
aan het digitaal registratieproces. In de akte waarbij onroerend goed wordt
verkregen moeten alle gegevens zijn opgenomen die van belang zijn voor de
heffing van overdrachtsbelasting. In een afzonderlijk elektronisch bericht doet de
notaris melding van de verschuldigdheid van overdrachtsbelasting. Het
elektronisch afschrift van de akte en het elektronisch bericht vormen samen de
aangifte overdrachtsbelasting, die de KNB vervolgens ‘onverwijld’ doorstuurt naar
de Belastingdienst.
Fusie en splitsing geschiedt volgens de wet bij notariële akte. Daarnaast vindt er
bij het verkrijgen van onroerende zaken onder algemene titel ten gevolge van de
fusie of splitsing een belastbaar feit voor de overdrachtsbelasting plaats. Dit
maakt dat artikel 18 WBR juncto artikel 21a Uitvoeringsregeling AWR ook geldt
voor akten van juridische fusie en splitsing. Het feit dat eventueel de vrijstelling
van artikel 15, eerste lid, onderdeel h, WBR op de fusie of splitsing van toepassing
is, doet hier ingevolge artikel 15, negende lid, niet aan af. Bovenstaande is alleen
anders als door de fusie of de splitsing artikel 4-lichamen worden verkregen.
Hoewel notarissen vertrouwen zouden kunnen ontlenen aan de bestendige
gedragslijn dat notariële akten van fusies en splitsingen worden aangemerkt als
‘lichte’ notariële akten waarbij geen aangifte overdrachtsbelasting door de notaris
dient te worden gedaan en de gelijkluidende werkinstructie, blijkt uit de
1 MvT, Kamerstukken II, 1969-1970, 10 560, nr. 3.
2 Wet elektronische registratie notariële akten, Stb. 2012, 648 en MvT, Kamerstukken II,
2012-2013, 33 406, nr. 3.
3 Kamerstukken II, 2020-2021, 35 576, nr. 3.
00093

wetsgeschiedenis en het aansluiten van de wet bij het belastbare feit van de
‘verkrijging’ dat bij een fusie en splitsing wel door de notaris aangifte
overdrachtsbelasting dient te worden gedaan.
NB. Voor juridische fusies en splitsingen naar buitenlands recht wordt niet altijd
een Nederlandse notariële akte opgemaakt. Indien bij dergelijke juridische fusies
en splitsingen sprake is van een verkrijging voor de overdrachtsbelasting en deze
verkrijging aldus niet geschiedt via notariële akte, zal de verkrijger om aangifte te
kunnen doen eerst moeten verzoeken om een uitnodiging voor het doen van
aangifte (artikel 17 WBR in combinatie met artikel 6, tweede en derde lid, AWR en
artikel 3, eerste lid, Uitv. reg. AWR).
1703748 00093

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Belang: