AI-samenvatting
In deze belastinguitspraak wordt de vraag behandeld of de vrijstelling van artikel 15-1-b WBR van toepassing is op de verkrijging van aandelen door de zonen van de moeder. De conclusie is dat de vrijstelling niet van toepassing is, omdat niet aan de voorwaarden wordt voldaan.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
**Documenttitel: 1703539**
**Belastingdienst**
VERTROUWELIJK Corporate Dienst
Arnhem Vaktechniek
Croeselaan 14
3521 CA Utrecht
Postbus 18280
3510 CG Utrecht
www.belastingdienst.nl
**Contactpersoon**
Kennisgroepstandpunt 20-052-06 toepassing art. 5.1.2€ lid 1 letter b WBR
Datum: 26 oktober 2020
Versienummer: 1.0
Behandeld door: 5.1.2e
Kopie aan: 5.1.2e
Bijlage: [GEANONIMISEERD]
Zie voor een vervolg van de feiten de volgende pagina.
—
**Vraag**
Is op de verkrijging van de aandelen Beheer M1 door Zoon 1 en van de aandelen Beheer M2 door Zoon 2 van hun moeder de vrijstelling van artikel 15-1-b WBR van toepassing, uitgaande van de vennootschappelijke structuur nadat Beheer M is gesplitst?
—
**Antwoord**
Zoon 1 verkrijgt (rechtstreeks van moeder) 100% van de aandelen Beheer M1, een ozr, hetgeen, behoudens vrijstelling, op de voet van de artikelen 4 en 10 WBR leidt tot heffing van overdrachtsbelasting over de waarde van het vastgoed dat middellijk en/of onmiddellijk door de verkregen aandelen wordt vertegenwoordigd. Beheer M1 bezit zelf geen vastgoed. De twee werkmaatschappijen bezitten ook geen vastgoed. Vastgoed, een 50%-dochter van Beheer M1, bezit wel een onroerende zaak. Ingevolge artikel 10 wordt daarom geheven over 50% van de waarde van deze onroerende zaak.
**Beschouwing/Toelichting (interne toelichting, maakt geen onderdeel uit van het antwoord)**
Toepassing 15-1-b
**Bespreking**
Van toepassing van artikel 15-1-b WBR kan alleen sprake zijn als het in de heffing betrokken vastgoed deel uitmaakt van (en dienstbaar is aan) een onderneming en die onderneming door de verkregen aandelen voor 100% wordt vertegenwoordigd (100%-eis). In casu wordt aan deze voorwaarde niet voldaan (elke grond afzonderlijk kan de conclusie dragen):
1. Vastgoed heeft geen materiële onderneming;
2. De verkregen aandelen in Beheer M1 vertegenwoordigen slechts 10% van de ondernemingen van de twee werkmaatschappijen (aan de eis dat een onderneming via de verkregen aandelen voor 100% wordt voortgezet wordt daarom niet voldaan, ook niet als de verkrijgingen van beide zonen samen worden genomen).
3. Het vastgoed maakt geen deel uit van de ondernemingen van de twee werkmaatschappijen.
**Conclusie:** artikel 15-1-b WBR is niet van toepassing.
Geef een reactie