1703537

AI-samenvatting

In deze belastinguitspraak wordt geconcludeerd dat artikel 15 lid 1 letter b WBR niet van toepassing is op de verkrijging van certificaten, omdat de certificaathouders niet de gehele onderneming voortzetten. Dit heeft implicaties voor de overdrachtsbelasting in situaties waarin slechts economische belangen worden overgedragen.

Kennisgroepstandpunt

Belastingdienst
MERLEVUM FEL K Corporate Dienst
Belastingdienst/MKB/Noordoost/kantoor Almere Vaktechniek
5.1.2e
Croeselaan 14
3521 CA Utrecht
Postbus 18280
3510 CG Utrecht
www.belastingdienst.nl
Contactpersoon
| | el] | lO Kennisgroepstandpunt 20-052-04 toepassing art. 5.1.2e
15 lid 1 letter b Wbr
5.1.2e
Feiten/casus
Datum
17 september 2020
Versienummer
1.0
67 Awr Behandeld door
5.1.2e
Kopie aan
5.1.2e
Bijlage
67 Awr
67 Awr
VERTROUWELIJK Pagina 1 van 7
1703537 00065

67 Awr
67 Awr
67 Awr
67 Awr
Vraag
1. Is artikel 15 lid 1 letter b WBR op de verkrijging van de certificaten van
toepassing?
2. Zoja, geldt dat dan ook voor de waarde van het vastgoed dat zich bevindt in de
kleindochter van X BV waarin X BV een (middellijk} belang heeft van 50%?
Antwoord
1. Artikel 15 lid 1 letter b WBR is niet op de verkrijging van de certificaten van
toepassing, omdat van voortzetting van de gehele onderneming door de
certificaathouders geen sprake is. Via de certificaten gaat slechts het
economisch belang bij de onderneming over (via de gecertificeerde aandelen),
niet de zeggenschap over de onderneming (via de gecertificeerde aandelen).
Daardoor is niet voldaan aan de eis dat de onderneming wat de bedrijfsvoering
betreft in zijn geheel wordt voortgezet door de verkrijgers.
De kennisgroep spreekt zich niet uit over de vraag of in deze casus is voldaan aan
de eis dat een materiële onderneming overgaatbuiten verzoek
buiten verzoek
1703537 00065

17035372. Wat betreft de waarde van het vastgoed dat zich bevindt in de kleindochter van
X BV waarin X BV een (middellijk) belang heeft van 50% kan artikel 15 lid 1
letter b WBR geen toepassing vinden, omdat door de verkregen certificaten van
aandelen X BV niet (middellijk) de gehele onderneming van deze kleindochter
wordt verkregen noch voortgezet.
Beschouwing/Toelichting (interne toelichting, maakt geen onderdeel uit van
het antwoord)
Opgewekt vertrouwen?
67 Awr
Artikel 15 lid 1 letter b WBR van toepassing?
HR 30 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2110, overwoog:
Zi
In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
Ald
Belanghebbende heeft op 27 februari 2015 een bedrag van € 141.360 aan
overdrachtsbelasting op aangifte voldaan in verband met de verkrijging van alle
aandelen in [A] Holding B.V. (hierna: Holding). De aandelen Holding zijn aan
belanghebbende geschonken door zijn moeder.
Buds
Hoiding en haar dochtermaatschappij [C] B.V. (hierna: Vastgoed) exploiteren
onroerende zaken en drijven beide een onderneming als bedoeld in artikel 3.2 van
de Wet IB 2001, De aandelen Holding waren ten tijde van de verkrijging fictieve
onroerende zaken als bedoeld in artikel 4, lid 1, aanhef en letter a, van de Wet op
belastingen van rechtsverkeer (hierna: WBR).
220d.
00065

1703537Voor het Hof was in geschil of belanghebbende recht had op toepassing van de
vrijstelling van overdrachtsbelasting voor bedrijfsopvolging (artikel 15, lid 1,
aanhef en letter b, WBR).
NL
Het Hof heeft die vraag bevestigend beantwoord. Daartoe heeft het Hof
overwogen dat de wetsfictie van artikel 4, lid 1, aanhef en letter a, WBR geen
verdere strekking heeft dan te voorkomen dat door middel van het tussenschuiven
van rechtspersonen de heffing van overdrachtsbelasting wordt ontgaan. Met de
wetsfictie is niet beoogd een daaraan tegenovergesteld resultaat te
bewerkstelligen door in een geval waarin vanwege de onderhavige
vrijsteilingsbepaling de verkrijging van de onroerende zaak zelf in het kader van
de voortzetting door een kind van een door een ouder gedreven onderneming
buiten de heffing zou blijven, een belastingplicht in het leven te roepen omdat de
verkrijging niet de onroerende zaak zelf betreft maar de aandelen die de
onroerende zaak vertegenwoordigen.
In het licht daarvan moet volgens het Hof onder “in haar geheel door de verkrijger
wordt voortgezet” in artikel 15, lid 1, aanhef en letter b, WBR mede worden
verstaan de verkrijging van de aandelen die als gevolg van de hiervoor bedoelde
wetsfictie als onroerende zaken worden aangemerkt, doch uitsluitend indien de
aandelen worden gehouden in een vennootschap die een materiële
onderneming drijft en voorts, doordat alle aandelen worden verkregen,
de volledige zeggenschap in die onderneming van de ouder op het kind
overgaat. Aan deze beide voorwaarden is voldaan zodat de vrijstelling van
toepassing is, aldus het Hof.
(…)
235,
In deze zaak is niet gesteld dat de onroerende zaken zijn ondergebracht in
Holding of Vastgoed teneinde de heffing van overdrachtsbelasting te ontgaan.
Verder figt in de vaststellingen van het Hof besloten dat belanghebbende
na de verkrijging van de aandelen de onderneming voortzet wat de
bedrijfsvoering betreft. Dan is er, gelet op de hiervoor in 2.3.2 vermelde
omstandigheden, geen rechtvaardiging om de strekking van de vrijstelling van
artikel 15, lid 1, aanhef en letter b, WBR te kort te doen door die vrijstelling aan
belanghebbende te onthouden. Anders dan het middel kennelijk tot uitgangspunt
neemt, behoefde het Hof in de omstandigheid dat de onderneming in dit geval
wordt gedreven in de vorm van een besloten vennootschap geen verhindering te
zien om te oordelen dat de zoon heeft voldaan aan het voortzettingsvereiste van
artikel 15, lid 1, aanhef en letter b, WBR.
Bovenstaand arrest had betrekking op de verkrijging van 100% van de aandelen in
een BV die 100% van de aandelen in het kapitaal van een dochter BV hield. Beide
BV’s dreven een materiële onderneming. Voor die situatie heeft de Hoge Raad
beslist:
dat de vrijstelling van artikel 15 lid 1 letter b WBR van toepassing kan zijn op de
verkrijging van de aandelen in en onroerendezaakrechtspersoon, ook voor zover
het het vastgoed betreft van de dochter (dat immers via art. 10 in de heffing wordt
betrokken: middellijk door de verkregen aandelen vertegenwoordigd vastgoed).
De onderhavige zaak verschilt in twee opzichten:
00065

1. er worden geen aandelen verkregen, maar certificaten van aandelen;
2. via de verkregen certificaten wordt mede een belang verkregen bij het vastgoed
van een kleindochter waarin de onroerendezaakrechtspersoon (X BV) een belang
houdt van 50%.
Er is geen reden het arrest toe te passen in andere gevallen dan die aan de orde
van het arrest.
1703537 00065

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Belang: