AI-samenvatting
In deze belastinguitspraak wordt de toepassing van de vrijstelling voor taakoverdracht tussen woningbouwcorporaties met ANBI-status besproken. De ruling concludeert dat de vrijstelling niet van toepassing is indien de totale koopprijs hoger is dan de totale boekwaarde van de overgedragen activa.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
**Belastingdienst**
**VERTROUWELIJK**
**Memo Kennisgroepstandpunt 20-052-03 taakoverdracht**
**art. 5d UBBR**
**Feiten/casus**
Woningbouwcorporatie verkrijgt van een andere woningbouwcorporatie (beide ANBI) twee complexen sociale huurwoningen. Van de totale koopprijs van € [GEANONIMISEERD] voor deze complexen, heeft € [GEANONIMISEERD] betrekking op complex A en € [GEANONIMISEERD] op complex B. De koopprijs van € [GEANONIMISEERD] bestaat uit aan overgenomen leningen waarmee verkoper de beide complexen heeft gefinancierd en een bedrag van € [GEANONIMISEERD] in contanten. Aan de voorwaarde dat alle activa en passiva die op de taak betrekking hebben is in dit geval voldaan. De koopprijs is hoger dan de boekwaarde, zijnde de historische kostprijs minus afschrijvingen. De boekwaarde van complex B bedraagt € [GEANONIMISEERD] en is daarmee hoger dan de koopprijs van € [GEANONIMISEERD].
**Vraag**
Is voor complex B de vrijstelling vanwege taakoverdracht van toepassing, omdat op zichzelf bezien de koopprijs lager is dan de boekwaarde?
**Antwoord**
De 5d UBBR vrijstelling (taakoverdracht ANBI’s) dient te worden beoordeeld voor het totaal aan vermogen dat bij de akte van levering wegens taakoverdracht wordt verkregen (en dus niet per verkregen onroerende zaak of woningcomplex).
**Beschouwing/Toelichting (interne toelichting, maakt geen onderdeel uit van het antwoord)**
De gepresenteerde feiten kunnen als volgt worden samengevat.
**Situatie 1**
WOCO A (met ANBI-status) draagt in het kader van een taakoverdracht in één notariële akte van levering € [GEANONIMISEERD] woningcomplexen over aan WOCO B (met ANBI-status). De kostprijs (historische kostprijs minus afschrijvingen) van de te onderscheiden woningcomplexen is als volgt:
– Totaal: € [GEANONIMISEERD]
De koopprijs voor alle onroerende zaken tezamen bedraagt € [GEANONIMISEERD]. De koopprijs per woningcomplex bedraagt: € [GEANONIMISEERD].
Het antwoord van de kennisgroep betekent dat WOCO B geen recht heeft op de 5d UBBR vrijstelling (ook niet voor de woningcomplexen 1 en 4), omdat de totale koopprijs hoger is dan de totale boekwaarde.
**Situatie 2**
WOCO C (met ANBI-status) draagt in het kader van een taakoverdracht in één notariële akte van levering onroerende zaken over aan WOCO D (met ANBI-status). De kostprijs (historische kostprijs minus afschrijvingen) van de te onderscheiden woningcomplexen is als volgt:
– Totaal: € [GEANONIMISEERD]
De koopprijs voor alle onroerende zaken tezamen bedraagt € [GEANONIMISEERD]. De koopprijs per woningcomplex bedraagt: € [GEANONIMISEERD].
Het antwoord van de kennisgroep betekent dat WOCO D volledig recht heeft op de 5d UBBR vrijstelling (ook voor de woningcomplexen 5 en 7), omdat de totale koopprijs lager is dan de totale boekwaarde.
De nadere onderbouwing voor de antwoorden luidt als volgt.
Artikel 15 lid 1: Onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden is van de belasting vrijgesteld de verkrijging: (…) h. bij fusie, splitsing, interne reorganisatie en taakoverdracht tussen verenigingen als bedoeld in artikel 6.33, onderdeel c, van de Wet inkomstenbelasting 2001 of algemeen nut beogende instellingen.
De wettekst rept van de verkrijging bij een taakoverdracht (enkelvoud). Wat zegt de bij algemene maatregel van bestuur?
Artikel 5d (tekst vanaf 2016):
1. De in artikel 15, eerste lid, onderdeel h, van de wet bedoelde vrijstelling is op een verkrijging door een vereniging als bedoeld in artikel 6.33, onderdeel c, van de Wet inkomstenbelasting 2001 of een algemeen nut beogende instelling van toepassing:
a. bij een juridische fusie tussen twee of meer van deze verenigingen of instellingen, indien in het kader daarvan alle activa en passiva van één of meer van de verdwijnende verenigingen of instellingen onder algemene titel overgaan op de verkrijgende vereniging of instelling of op een in het kader van de fusie nieuw opgerichte dergelijke vereniging of instelling, mits bij de overgang commerciële factoren geen rol spelen;
b. bij een taakoverdracht tussen twee of meer van deze verenigingen of instellingen, indien in het kader daarvan alle activa en passiva die betrekking hebben op de overgedragen taak aan de verkrijgende vereniging of instelling worden overgedragen, mits bij de overdracht commerciële factoren geen rol spelen.
2. De vrijstelling is niet van toepassing op de verkrijging indien de overdracht uitsluitend de exploitatie van onroerende zaken inhoudt of de afzonderlijke overdracht van onroerende zaken betreft of als de onroerende zaken niet worden aangewend voor de overgedragen taak.
De woorden “fusie” en “taakoverdracht” uit de wet zijn ingevuld in 5d UBBR. De KG leest “alle activa en passiva” in het kader van een overgang (juridische fusie) of (taak)overdracht voor de verkrijging van de vrijstelling. Het is de KG niet duidelijk of “uitsluitend” in lid 2 ook betrekking heeft op de afzonderlijke overdracht en/of niet-aanwending van de onroerende zaak voor de overgedragen taak.
Door de nadruk op “alle activa en passiva” en gebruik van het woord “uitsluitend” in lid 2 acht de KG de opvatting van de vragensteller om nadruk te leggen op “alle” op grond van de grammaticale interpretatie verdedigbaar.
In het Besluit van 23 december 2009 tot wijziging van enige fiscale uitvoeringsbesluiten en enkele andere besluiten (Staatsblad 2009, 615) staat bij de artikelsgewijze toelichting o.a. het volgende: “De vrijstelling geldt uitsluitend voor de verkrijging van onroerende zaken in het kader van een juridische fusie of taakoverdracht en derhalve niet voor de verkrijging van «losse» onroerende zaken. Een dergelijke verkrijging verschilt immers feitelijk niet van een verkrijging van die onroerende zaken op grond van bijvoorbeeld een koopovereenkomst met een willekeurige derde. (…) Bij de juridische fusie of taakoverdracht mogen commerciële factoren geen rol spelen. Dit betekent dat de verdwijnende ANBI’s of verenigingen geen uitkeringen uit hun vermogen mogen doen. Daarnaast mogen zij in geval van een taakoverdracht geen koopsom of andere prestaties bedingen.”
De door de KG geaccentueerde woorden wijzen ook op “alle activa en passiva in het kader van een (taak)overdracht voor de verkrijging van de vrijstelling”. Is dat in strijd met de wets- en besluitgeschiedenis? De vrijstellingen van juridische fusie en idem splitsing stonden tot de invoering van 5d UBBR niet open voor stichtingen en verenigingen. 5d UBBR en het voorafgaande hardheidsclausulebeleid heeft een invulling gegeven aan het vrijstellen van dergelijke fusies en splitsingen tussen stichtingen en verenigingen. 5d dient met die achtergrond te worden bezien.
Bij een juridische fusie en een juridische splitsing gaat het vermogen onder algemene titel over op de verkrijgende vennootschap. Er is geen sprake van de individuele verkrijging van de vermogensbestanddelen, deze behoeven ook niet separaat (in juridische zin) geleverd te worden. Het voorwerp van overdracht/overgang/verkrijging is dan het geheel van ‘alle activa en passiva’ en niet ieder ‘los’ vermogensbestanddeel daarvan. De taakoverdracht is een variant op de fusie tussen twee verenigingen of ANBI’s en te vergelijken met een juridische afsplitsing van een deel van het vermogen van de ene ANBI naar de andere ANBI. De strekking is, overeenkomstig de rechtsfiguren ‘juridische fusie’ en ‘juridische splitsing’ dat het vermogen in zijn geheel overgaat op de verkrijger. Ondanks dat de taakoverdracht in civielrechtelijke zin niet inhoudt dat het geheel van ‘alle activa en passiva’ onder algemene titel overgaat, dient de taakoverdracht overeenkomstig te worden beschouwd.
De vragensteller heeft een aantal opmerkingen uit de parlementaire geschiedenis geciteerd (Nota van toelichting, antwoord Staatssecretaris op Kamervragen). Die opmerkingen zijn niet strijdig met de tekst van de wet- en het besluit.
Artikel 5d UBBR kent een soort voorganger in het inmiddels vervallen besluit van 24 juni 2009, nr. CPP2009/773M. De staatssecretaris deelde daarin o.a. het volgende mee (citaat): “Een verkrijging van onroerende zaken door een juridische fusie of bij een taakoverdracht tussen algemeen nut beogende instellingen of daarmee gelijk te stellen verenigingen zal veelal een belastbaar feit opleveren voor de overdrachtsbelasting. In een aantal situaties acht ik het echter ongewenst dat overdrachtsbelasting wordt geheven. (…) Met toepassing van de hardheidsclausule keur ik goed dat op verzoek geen overdrachtsbelasting wordt geheven bij de verkrijging van onroerende zaken door een fusie of een taakoverdracht tussen ANBI's of tussen verenigingen, als bedoeld in artikel 6.33, eerste lid, onderdeel c, van de Wet inkomstenbelasting 2001.
**Voorwaarden**
– Het gehele vermogen van de verdwijnende ANBI of vereniging gaat onder algemene titel over op de verkrijgende ANBI of vereniging. Bij een taakoverdracht worden alle activa en passiva die betrekking hebben op de overgedragen taak aan de verkrijgende ANBI of vereniging overgedragen.
– De verkrijgende ANBI of vereniging zet de activiteiten van de verdwijnende of overdragende ANBI of vereniging voort en de verkregen onroerende zaken blijven dienstbaar aan deze activiteiten.
– Bij de overgang of overdracht spelen commerciële factoren geen rol.
De goedkeuring ziet uitsluitend op de verkrijging van de onroerende zaken die voor werkzaamheden in het kader van het algemeen nut of voor de verenigingsactiviteiten worden aangewend. Tot deze onroerende zaken kan ook het eigen kantoorpand worden gerekend. De goedkeuring geldt niet voor andere onroerende zaken, bijvoorbeeld beleggingspanden. (…) De goedkeuring geldt uitsluitend voor de verkrijging van onroerende zaken door een fusie of taakafsplitsing en derhalve niet voor de verkrijging van ‘losse' onroerende zaken. Dit geldt ongeacht of deze onroerende zaken binnen het kader van het algemeen nut of de verenigingsactiviteiten worden aangewend. Een dergelijke verkrijging verschilt feitelijk niet van een verkrijging op grond van een koop en verkoop van die onroerende zaken tegen een koopsom. Het bovenstaande brengt met zich mee dat, in geval van een afsplitsing van een taak, de goedkeuring niet geldt voor zover deze taak uitsluitend de exploitatie van onroerende zaken inhoudt. Een dergelijke, al dan niet op winst gerichte exploitatie van onroerende zaken, waaronder de terbeschikkingstelling bij overeenkomst van verhuur, is geen taak in de sfeer van het algemeen nut of verenigingsactiviteit.” (einde citaat)
De voorwaarden uit dit inmiddels vervallen besluit leggen ook de nadruk op de overgang/overdracht van “alle activa en passiva” en op de koppeling daarvan aan de “taak” (inclusief eigen kantoorpand, exclusief beleggingspanden). Dat ondersteunt de interpretatie om niet per onroerende zaak of complex woningen de 5d UBBR vrijstelling te beoordelen. Is een dergelijke beoordeling in strijd met een redelijke besluittoepassing? Bij een “ja” zou sprake moeten zijn van een niet-voorzien gewenst rechtsgevolg. Er zou dan sprake moeten zijn van een rechtstekort, een strijd met doel en strekking van het besluit. De KG ziet geen rechtstekort en/of heffingslek. Let op dat de beoordeling voor het totaal aan onroerende zaken die bij de akte van levering wegens taakoverdracht worden verkregen ook in het voordeel van verkrijgers uit kunnen werken.
Geef een reactie