1695753

AI-samenvatting

Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of dividendbelasting verschuldigd is over een terugbetaling van agio zonder omzetting in nominaal aandelenkapitaal. De conclusie is dat dit alleen het geval is indien er sprake is van zuivere winst, anders is er geen dividendbelasting verschuldigd.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

**Belastingdienst**
Kennisgroep
Dividendbelasting
VERTROUWELIJK

**Voorzitter**
**Secretaris**

**Helpdeskvraag**
Kennisgroep Dividendbelasting
Postbus

**Dividendbelasting artikel Wet DB, inhouding bij agio-uitkering**
**Datum inbreng**: 14 oktober 2019

**Vraag**
Is over een terugbetaling van agio zonder de agioreserve eerst om te zetten in nominaal aandelenkapitaal dividendbelasting verschuldigd over de gehele terugbetaling ongeacht de hoogte van de aanwezige zuivere winst?

**Versienummer**
**Datum vaststelling**: 11 november 2019
**Auteur**

**Antwoord**
Nee, over een agio-uitkering is slechts dividendbelasting verschuldigd indien en voor zover er sprake is van zuivere winst.

**Bijlagen**
Geen

**Beschouwing**
In art. eerste lid aanhef letter Wet DB is bepaald dat tot de opbrengst behoren gedeeltelijke teruggaaf van hetgeen op aandelen is gestort indien en voor zover er zuivere winst is, tenzij tevoren de algemene vergadering van aandeelhouders tot deze teruggaaf heeft besloten en de nominale waarde van de desbetreffende geplaatste aandelen bij statutenwijziging met een gelijk bedrag is verminderd.

Uit de grammaticale interpretatie van de wettekst kan worden afgeleid dat voor de toepassing van de dividendbelasting een kapitaalterugbetaling slechts als opbrengst wordt beschouwd voor zover er zuivere winst is. Indien geen zuivere winst aanwezig is, is er geen dividendbelasting verschuldigd. In de gevallen waarin de uitkering de zuivere winst overtreft, bestaat slechts aanleiding tot heffing van dividendbelasting tot het bedrag van de aanwezige zuivere winst. Met een andere lezing van aangehaalde bepaling zou aan de woorden "en voor zover" geen betekenis meer toekomen.

Deze grammaticale uitleg komt overigens overeen met de bedoeling van de wetgever, te weten het voorkomen van uitstel van dividendbelastingheffing door uitkeringen te vervangen door terugbetalingen van kapitaal en/of agio. In dit verband kan worden verwezen naar de conclusie van Wattel bij HR 17 oktober 2014, waarin hij ingaat op de wetsgeschiedenis van deze bepaling. Wattel stelt daarbij vast dat art. eerste lid letter Wet DB afstamt van art. Wet DTB 1917. De toenmalige bepaling bepaalde dat als uitdeling van winst wordt beschouwd de terugbetaling van kapitaal indien en voor zover er zuivere winst is. Onder zuivere winst dient ook eventuele winstanticipatie te worden verstaan.

Conclusie Wattel 20 februari 2014 ECLI NL PHR 2014 84
HR 17 oktober 2014 zaaknummer 13 03922 ECLI NL HR 2014 2976
Conclusie Wattel 20 februari 2014 ECLI NL PHR 2014 84 en

**VERTROUWELIJK**
Pagina van 1695753 00055

Een escape middels een aandeelhoudersbesluit gevolgd door een statutenwijziging bestond destijds nog niet. De bijbehorende Memorie van Toelichting vermeldt dat met de bepaling werd beoogd te voorkomen dat belastingheffing voor onbepaalde tijd werd uitgesteld door winstuitkeringen de gedaante van terugbetalingen te geven. Belastbaar zou daarom voortaan zijn de terugbetaling van kapitaal indien en voor zover er winst is, indien en voor zover de terugbetaling niet het bedrag van de winst overtreft.

Pas na kritiek van het parlement is voor mogelijke overkill alsnog een escape gecreëerd. Deze escape mogelijkheid heeft zich gedurende de periode daarna ontwikkeld tot de eis van de aanwezigheid van een aandeelhoudersbesluit en een statutenwijziging. Dit neemt echter niet weg dat sedert de invoering van deze bepaling de wetgever de bedoeling heeft gehad terugbetalingen te belasten voor zover er zuivere winst is. Uit niets blijkt dat de wetgever nadien dit uitgangspunt heeft losgelaten.

Dit uitgangspunt kan tevens worden afgeleid uit de uitspraak van Rechtbank Noord-Holland van juli 2013. Gelet op het voorgaande is er op het moment van terugbetaling zuivere winst aanwezig en overtreft het bedrag van die zuivere winst het bedrag van de terugbetaling vanuit de agioreserve. Derhalve is de terugbetaling terecht tot het volle bedrag in de heffing van dividendbelasting betrokken.

Deze conclusie doet ook recht aan de basisconceptie die ten grondslag ligt aan de Wet DB. Deze wet beoogt namelijk winstuitkeringen te belasten en niet daadwerkelijke terugbetalingen van kapitaal.

De vraagsteller vraagt zich af in hoeverre van HR 17 oktober 2014 tot een andere conclusie kan leiden. De kennisgroep ziet in deze rechtsoverweging geen onderbouwing voor een belastingheffing op de volledige terugbetaling in de gevallen waarin de aanwezige zuivere winst de terugbetaling niet overtreft. Dat in deze casus uiteindelijk de agioterugbetaling volledig in de heffing wordt betrokken, is vanwege de aanwezigheid van zuivere winst en het feit dat deze zuivere winst de terugbetaling overtreft.

Ook HR 12 september 2008 kan niet tot een andersluidende conclusie leiden. In die casus, die zich afspeelde in de IB-sfeer (Wet IB 64), was ondanks de afwezigheid van zuivere winst in geschil of ook voor agioterugbetalingen de formele route bewandeld diende te worden. Belanghebbende betoogde namelijk noodgedwongen dat agioterugbetalingen niet kwalificeerden als terugbetalingen van kapitaal. Volgens art. 20b eerste lid letter Wet IB 64 (inmiddels art. 13 eerste lid letter Wet IB 2001) kwalificeert elke terugbetaling van kapitaal als een regulier voordeel, tenzij de teruggaaf niet meer bedraagt dan de verkrijgingsprijs van de aandelen en tevoren de AvA tot teruggaaf heeft besloten en de nominale waarde van de aandelen bij statutenwijziging wordt verminderd. Ingaande 1997 bevat deze bepaling echter, anders dan art. eerste lid letter Wet DB, niet meer "indien en voor zover zuivere winst is" als voorwaarde. De verwijzing naar dit arrest is dan ook niet relevant voor de toepassing van artikel lid onderdeel van de Wet op de dividendbelasting 1965.

Conclusie Wattel 20 februari 2014 ECLI NL PHR 2014 84 en
Rechtbank Noord-Holland 04-07-2013 nr. HAA 12 4670 11
HR 17 oktober 2014 13 03922 ECLI NL HR 2014 2976
HR 12 september 2008 43366 ECLI NL HR 2008 BA6417

1695753 00055

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *