1695749

AI-samenvatting

Deze belastinguitspraak behandelt de toepassing van de step up regeling in artikel 3a van de Wet op de dividendbelasting bij grensoverschrijdende juridische fusies. De conclusie is dat de regeling materieel terugwerkende kracht heeft, waardoor deze ook van toepassing is op fusies die voor 1 januari 2016 hebben plaatsgevonden.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

**Belastingdienst**
Kennisgroep
Dividendbelasting
VERTROUWELIJK

**Vraag**
Is de step up van artikel 3a lid derde volzin van de Wet op de dividendbelasting 1965 (hierna Wet DB) bij het vaststellen van het gestorte kapitaal van toepassing indien de betreffende juridische fusie heeft plaatsgevonden voor de inwerkingtreding van die bepaling?

**Datum**
30 September 2019

**Versienummer**
Refarentianummer 190240019
Datum 31 januari 2020

**Antwoord**
Ja, vanaf januari 2016 wordt in geval de verdwijnende rechtspersoon niet in Nederland is gevestigd als gestort kapitaal op de door de verkrijgende rechtspersoon in het kader van de juridische fusie toegekende aandelen aangemerkt de waarde in het economische verkeer van het vermogen dat als gevolg van deze fusie overgaat op de verkrijgende rechtspersoon, voor zover het vermogen niet bestaat uit aandelen in een in Nederland gevestigde vennootschap, tenzij de juridische fusie in overwegende mate is gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing. Dit geldt ook voor juridische fusies die hebben plaatsgevonden voor januari 2016.

**Beschouwing**
Voor de bepaling van het gestorte kapitaal op de door de verkrijgende rechtspersoon in het kader van een juridische fusie toegekende aandelen is ter behoud van fiscale claims in art 3a vijfde lid van de Wet DB een regeling getroffen. Deze regeling bepaalde tot januari 2016 dat het gestorte kapitaal bij een juridische fusie ten hoogste het op de aandelen van de verdwijnende rechtspersoon gestorte kapitaal bedraagt en maakte geen onderscheid tussen binnenlandse en grensoverschrijdende juridische fusies. Er werd aldus ten aanzien van aandelen die werden uitgereikt in het kader van een juridische fusie geen zogenoemde step up verleend.

Per januari 2016 is echter de regeling voor grensoverschrijdende juridische fusies aangepast en is aan deze bepaling een nieuwe volzin toegevoegd. Daar waar voor een binnenlandse juridische fusie nog steeds het gestorte kapitaal ten hoogste het op de aandelen van de verdwijnende rechtspersoon gestorte kapitaal bedraagt, wordt voor een grensoverschrijdende juridische fusie, voor zover het vermogen niet bestaat uit een in Nederland gevestigde vennootschap, ten aanzien van de door de verkrijgende vennootschap in het kader van de juridische fusie uitgegeven aandelen de waarde in het economische verkeer van het vermogen van de verdwijnende rechtspersoon dat als gevolg van de juridische fusie overgaat op de Nederlandse verkrijger als het gestorte kapitaal aangemerkt. Deze step up is niet van toepassing indien de juridische fusie in overwegende mate is gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing.

De vraagsteller vraagt zich af of de step up ook geldt voor grensoverschrijdende juridische fusies die voor januari 2016 hebben plaatsgevonden. De wettekst verschaft geen absolute duidelijkheid over de vraag of de step up ook verleend moet worden indien de juridische fusie voor januari 2016 heeft plaatsgevonden. Ook uit de parlementaire geschiedenis blijkt niet duidelijk of de wetgever met deze aanpassing terugwerkende kracht beoogde.

Art 3a Wet DB kent wel een vergelijkbare anti-claimverliesbepaling voor aandelenfusies, waarbij sinds 2008 wettelijk is vastgelegd dat een step up wordt verleend bij grensoverschrijdende aandelenfusies. Voor die wettelijke vastlegging werd die step up bij aandelenfusies overigens al verleend op basis van de opstapresolutie DGB2005 3722. In dat besluit keurde de staatssecretaris niet alleen het verlenen van een step up goed, maar verklaarde hij dat deze goedkeuring ook gold voor grensoverschrijdende aandelenfusies die in het verleden hadden plaatsgevonden.

In het geval van grensoverschrijdende juridische fusies kan een parallel worden getrokken met de regeling inzake grensoverschrijdende aandelenfusies. Dit kan omdat in de NnavV 30 322 nr biz 30 31 bij het wetsvoorstel waarin de codificatie van de step up op basis van de opstapresolutie is opgenomen, is opgemerkt dat in het geval van een grensoverschrijdende juridische fusie nader zal worden bezien hoe hiermee moet worden omgegaan. Daarmee lijkt de wetgever de mogelijkheid van een step up niet te willen uitsluiten.

**Conclusie**
Op grond van het voorgaande meent de kennisgroep, na afstemming met FJZ, dat de wetgever met de invoering van de step up per januari 2016 materieel terugwerkende kracht heeft beoogd. Artikel 3a vijfde lid derde volzin van de Wet DB is dus vanaf inwerkingtreding van toepassing, ongeacht wanneer de fusie heeft plaatsgevonden.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *