1694070

AI-samenvatting

Een periodieke gift kan eindigen op basis van aanvullende beëindigingsgronden, zoals faillissement van de ANBI of verlies van de ANBI-status. De vraag of een gift voldoet aan de voorwaarden voor een periodieke gift hangt af van de feiten en omstandigheden, met name of de schenker wezenlijke onzekerheid heeft over de looptijd van de gift. Als de schenker, die tevens bestuurder is van de ANBI, geen invloed heeft op de beëindiging van de gift, kan deze als periodieke gift worden aangemerkt. Echter, als de schenker wel invloed heeft op de looptijd, kan dit gevolgen hebben voor de giftenaftrek. De beoordeling van invloed op de ANBI-status of faillissement dient per geval te worden bekeken, rekening houdend met de specifieke omstandigheden bij het aangaan van de overeenkomst.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

AI-samenvatting

Een periodieke gift kan eindigen op basis van aanvullende beëindigingsgronden, zoals faillissement van de ANBI of verlies van de ANBI-status. De vraag of een gift voldoet aan de voorwaarden voor een periodieke gift hangt af van de feiten en omstandigheden, met name of de schenker wezenlijke onzekerheid heeft over de looptijd van de gift. Als de schenker, die tevens bestuurder is van de ANBI, geen invloed heeft op de beëindiging van de gift, kan deze als periodieke gift worden aangemerkt. Echter, als de schenker wel invloed heeft op de looptijd, kan dit gevolgen hebben voor de giftenaftrek. De beoordeling van invloed op de ANBI-status of faillissement dient per geval te worden bekeken, rekening houdend met de specifieke omstandigheden bij het aangaan van de overeenkomst.

**Documenttitel: 1694070**

**Belastingdienst**
**VERTROUWELIJK**
Kennisgroep IB-niet winst algemeen.

**Contactpersoon**
Datum: 27 mei 2021
Referentienummer KG 19-202-0003

**Aanleiding**
Een periodieke gift is onder andere afhankelijk van het leven van de schenker(s). Het is echter mogelijk aanvullende beëindigingsgronden op te nemen in een overeenkomst tot periodieke schenking. Bijvoorbeeld dat de periodieke gift eindigt als de ANBI failliet gaat of de ANBI-status verliest. Het is niet ongebruikelijk dat een bestuurder schenkt aan de ANBI die hij bestuurt.

**Casus**
De schenker van een periodieke gift is één van de drie bestuurders van een ANBI. In de overeenkomst van periodieke schenking is opgenomen dat de verplichting tot het doen van schenkingen eindigt als:
– De ANBI failliet gaat of als,
– De ANBI haar ANBI-status verliest.

**Vraag**
Voldoet de gift van de schenker aan de voorwaarden voor een periodieke gift, ondanks de aanvullende beëindigingsgronden die in de overeenkomst van schenking zijn opgenomen?

**Antwoord**
Dat is afhankelijk van de feiten en omstandigheden. Een periodieke gift wordt gedefinieerd als gift in de vorm van vaste en gelijkmatige periodieke uitkeringen die eindigen uiterlijk bij overlijden, aan instellingen of verenigingen. Om te kunnen spreken van een periodieke gift is onder meer een wezenlijke onzekerheid vereist. De wezenlijke onzekerheid dient aanwezig te zijn bij het aangaan van de periodieke gift/schenkingsovereenkomst.

De beëindigingsgronden die in de schenkingsovereenkomst zijn opgenomen betekenen niet automatisch dat geen sprake is van een wezenlijke onzekerheid. Wanneer bij het afsluiten van de schenkingsovereenkomst vaststaat dat de bestuurder/schenker niet of nauwelijks invloed heeft (of gaat hebben) op de looptijd van de periodieke gift, wordt voldaan aan de wezenlijke onzekerheidseis. Indien tijdens de looptijd van de periodieke gift een beëindigingsgrond wordt ingeroepen heeft dit in beginsel geen invloed op de reeds verstreken termijnen van de periodieke gift. Tenzij uit de feiten en omstandigheden blijkt dat bij het aangaan van de schenkingsovereenkomst reeds duidelijk was dat de bestuurder/schenker invloed had (of zou gaan hebben) op de looptijd van de periodieke gift. Als dat het geval is, kan dit effect hebben op de verleende giftenaftrek in voorgaande jaren.

**Beschouwing**
Het wettelijk kader van periodieke giften omvat de artikelen 6.34 van de Wet IB 2001 en artikel 6.38 van diezelfde wet. In het beleidsbesluit van 19 december 2014 (BLKB2014/1415M) is het volgende opgenomen over aanvullende beëindigingsgronden:

“2.2 Beëindiging van periodieke giften
De minimale looptijd van een periodieke gift is vijf jaren, tenzij de schenker eerder overlijdt (artikel 6.34 en 6.38 van de Wet IB 2001). Bedongen kan worden dat de verplichting tot het doen van de uitkeringen of verstrekkingen ook op een eerder tijdstip kan worden beëindigd. De schenker mag echter de looptijd niet zelf zodanig kunnen beïnvloeden dat deze korter kan worden dan de minimale looptijd van vijf jaren. Als de schenker die invloed wel heeft, is geen sprake van een wezenlijke onzekerheid terwijl dit juist een kenmerk is van een periodieke gift. Dit vormt daarom een beletsel om de gift als periodieke gift aan te merken. Hetzelfde geldt voor het opnemen van de mogelijkheid om al vervallen termijnen te herroepen. Als de schenker de verplichting tot het doen van uitkeringen of verstrekkingen na vijf jaren kan beëindigen, is dat geen beletsel.

2.2.1 Beëindiging periodieke giften bij arbeidsongeschiktheid en werkloosheid, faillissement van de instelling of verlies van de ANBI-status
De mogelijkheid tot beëindiging van de verplichting tot het doen van uitkeringen of verstrekkingen binnen de periode van vijf jaren bij arbeidsongeschiktheid of werkloosheid van de schenker is geen beletsel voor de kwalificatie als periodieke gift. Dit geldt ook als is bedongen dat de uitkeringen of verstrekkingen eindigen bij faillissement van de begiftigde instelling of als de instelling de ANBI-status verliest. Hierbij geldt als voorwaarde dat de schenker niet of nauwelijks invloed heeft op de hiervoor genoemde situaties. Het vorenstaande geldt alleen als de beëindiging van de verplichting slechts nog niet vervallen termijnen betreft. Als ook vervallen termijnen kunnen worden herroepen, is dit wel een beletsel voor de kwalificatie als periodieke gift.”

Of er sprake is van niet of nauwelijks invloed op het verlies van de ANBI-status of faillissement moet van geval tot geval worden bekeken. Het is maar de vraag of dit het geval is bij een bestuurder van een grote ANBI, bijvoorbeeld CZ geldt in mindere mate ook voor bijvoorbeeld een vereniging waarbij leden van die vereniging per toerbeurt plaatsnemen in het bestuur. Bij bijvoorbeeld meer ‘persoonlijke’ stichtingen is er eerder sprake van een meer dan niet of nauwelijks invloed. Bij de beoordeling of sprake is van niet of nauwelijks invloed moeten ook de feiten en omstandigheden worden meegewogen in hoeverre bij het aangaan van de overeenkomst bekend is dat gedurende de looptijd van de periodieke gift sprake zal zijn van gewijzigde omstandigheden. Bijvoorbeeld de situatie dat de belastingplichtige bij het aangaan van de overeenkomst al weet dat hij tijdens de looptijd van de periodieke gift bestuurder gaat worden en van plan is om handelingen te verrichten die resulteren in het verlies van de ANBI-status.

**VERTROUWELIJK**

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *