1694068

AI-samenvatting

Een belastingplichtige die rolstoelgebonden is, kan de kosten van de aanpassing van een auto als specifieke zorgkosten aftrekken, ook als de auto op naam van zijn vader staat. Dit is mogelijk mits aan de voorwaarden van de Wet IB 2001 wordt voldaan, zoals dat de kosten op de belastingplichtige drukken en hij zich redelijkerwijs gedrongen voelt tot deze uitgaven. De economische eigendom van de auto kan bij de belastingplichtige blijven, afhankelijk van gemaakte afspraken en wie de kosten draagt. Het is ook relevant om te onderzoeken of er een aanvraag bij het WMO-loket is gedaan, aangezien andere beschikbare voorzieningen de aftrekbaarheid kunnen beïnvloeden.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

AI-samenvatting

Een belastingplichtige die rolstoelgebonden is, kan de kosten van de aanpassing van een auto als specifieke zorgkosten aftrekken, ook als de auto op naam van zijn vader staat. Dit is mogelijk mits aan de voorwaarden van de Wet IB 2001 wordt voldaan, zoals dat de kosten op de belastingplichtige drukken en hij zich redelijkerwijs gedrongen voelt tot deze uitgaven. De economische eigendom van de auto kan bij de belastingplichtige blijven, afhankelijk van gemaakte afspraken en wie de kosten draagt. Het is ook relevant om te onderzoeken of er een aanvraag bij het WMO-loket is gedaan, aangezien andere beschikbare voorzieningen de aftrekbaarheid kunnen beïnvloeden.

**Belastingdienst**
**MEMO**
**Aanpassing aan auto ouder aftrekbaar als hulpmiddel?**

**Casus**
Een belastingplichtige uit 1966 is gehandicapt en rolstoelgebonden. Hij koopt een auto voor € [GEANONIMISEERD] die hij vervolgens voor € [GEANONIMISEERD] laat aanpassen om de auto geschikt te maken voor het vervoer van een rolstoel. De auto wordt echter op naam gezet van de vader van de belastingplichtige, omdat de belastingplichtige zelf geen auto kan rijden en de auto niet verzekerd kan worden omdat hij geen rijbewijs bezit. De vader vervoert de zoon als hij daar behoefte aan heeft. Vader en zoon wonen niet op hetzelfde adres.

**Vraag**
Zijn de kosten van de aanpassing van de auto bij de zoon aftrekbaar, dit ondanks het feit dat de auto op naam komt van de vader?

**Antwoord**
Ja, het feit dat de auto op naam staat van de vader vormt geen beletsel voor het in aanmerking nemen van de afschrijving op het hulpmiddel als specifieke zorgkosten, mits aan de andere voorwaarden is voldaan.

**Beschouwing**
Op grond van artikel 6.17, eerste lid, onderdeel d, Wet IB 2001 worden uitgaven die wegens ziekte of invaliditeit zijn gedaan voor andere hulpmiddelen, voor zover deze hulpmiddelen van een zodanig aard zijn dat zij hoofdzakelijk door zieke of invalide personen worden gebruikt, aangemerkt als uitgaven voor specifieke zorgkosten. Op grond van artikel 6.1, eerste lid, onderdeel a moeten de kosten op belanghebbende drukken. Daarnaast moet belanghebbende op grond van artikel 6.1, derde lid, zich redelijkerwijs gedrongen voelen tot het doen van die uitgaven.

Over het algemeen geldt dat de afschrijving ter zake van de aanpassing aan een auto in verband met een handicap aftrekbaar is als specifieke zorgkosten. In dit specifieke geval gaat het om de vraag of dit ook mogelijk is als de auto op naam van een ander staat. De vragensteller gaat ervan uit dat de vader de eigenaar wordt van de auto, omdat het kenteken op diens naam is gezet. Het feit dat de eigendom van het hulpmiddel bij een ander dan de belastingplichtige berust zou een eventuele aftrek in de weg kunnen staan. Het is echter ook goed verdedigbaar dat de economische eigendom van de auto nog steeds bij de zoon berust. Dit is afhankelijk van de afspraken die hierover zijn gemaakt. Als de zoon alle kosten betaalt voor de auto en een eventuele waardevermindering ook voor zijn rekening komt, is hij nog steeds de economische eigenaar.

In artikel 6.17 is bovendien niet de voorwaarde opgenomen dat het hulpmiddel eigendom is van de belastingplichtige. In vraag KG 08-202-0023, inzake de aftrek van de kosten van de aanpassing van de woning van de dochter van de gehandicapte, heeft de kennisgroep het standpunt ingenomen dat een aanpassing van een woning van een derde, aangebracht vanwege een functiebeperking van de belastingplichtige in beginsel voor aftrek in aanmerking kan komen, mits voldaan is aan de andere voorwaarden.

Verder is het logisch dat de belastingplichtige de kosten voor zijn rekening heeft genomen, hij is degene die de voorziening nodig heeft in verband met zijn handicap. In die zin heeft de belastingplichtige zich redelijkerwijs gedrongen kunnen voelen tot het doen van de uitgave.

Of wordt voldaan aan de andere voorwaarden moet nog nader worden bezien. Zo zou nog moeten worden nagevraagd of er een aanvraag is gedaan bij het WMO-loket van de gemeente. Indien er een andere voorziening beschikbaar is, is geen sprake van drukkende kosten.

**Datum**: 19 maart 2019
**Belastingjaar**: 2019
**Versienummer**: 1
**Auteur**: [GEANONIMISEERD]
**Behandeld door**: [GEANONIMISEERD]
**Kopie aan**: Kennisgroepleden
**Pagina 1 van 2**

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *