1694064

AI-samenvatting

In casus I is de belastingplichtige overleden na twee jaar, waardoor de periodieke gift eindigde. De erfgenamen kunnen het legaat van € 150.000 aan de ANBI niet als gift aftrekken van hun inkomen, omdat de uitkering uit de nalatenschap niet drukt op hun inkomen. In casus II blijft de verplichting tot de periodieke gift bestaan na het overlijden van de belastingplichtige, omdat de buurvrouw nog leeft. De erfgenamen kunnen de uitgekeerde termijnen van de periodieke gift wel in mindering brengen op hun inkomen, aangezien deze verplichting overgaat op hen en zij deze voldoen. Het verschil tussen beide casussen ligt in het feit dat in casus I de verplichting eindigt bij overlijden, terwijl deze in casus II voortduurt.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

AI-samenvatting

In casus I is de belastingplichtige overleden na twee jaar, waardoor de periodieke gift eindigde. De erfgenamen kunnen het legaat van € 150.000 aan de ANBI niet als gift aftrekken van hun inkomen, omdat de uitkering uit de nalatenschap niet drukt op hun inkomen. In casus II blijft de verplichting tot de periodieke gift bestaan na het overlijden van de belastingplichtige, omdat de buurvrouw nog leeft. De erfgenamen kunnen de uitgekeerde termijnen van de periodieke gift wel in mindering brengen op hun inkomen, aangezien deze verplichting overgaat op hen en zij deze voldoen. Het verschil tussen beide casussen ligt in het feit dat in casus I de verplichting eindigt bij overlijden, terwijl deze in casus II voortduurt.

**Belastingdienst**
**Memo Periodieke gift en legaat.**

**Casus I**
Een belastingplichtige is een periodieke gift als bedoeld in artikel 6.34 van de Wet IB 2001 overeen gekomen met een ANBI. Er is overeengekomen dat belastingplichtige gedurende 5 jaren een bedrag van € 50.000 zal schenken. De verplichting eindigt na 5 jaren of bij eerder overlijden van de belastingplichtige. De overeenkomst voldoet ook aan alle andere eisen die daar aan gesteld worden. Belastingplichtige heeft in zijn testament opgenomen dat wanneer hij komt te overlijden voor het einde van de overeengekomen periode van de periodieke gift de resterende termijnen als legaat ineens aan de ANBI toekomen. Belastingplichtige komt na twee jaar te overlijden. Overeenkomstig de bepalingen in zijn testament wordt het resterende bedrag ad € 150.000 ineens als legaat uitgekeerd aan de ANBI.

**Vraag**
Kunnen de erfgenamen het bedrag van € 150.000 als (eigen) gift op hun inkomen in mindering brengen? Is hierbij van belang of het resterende bedrag ineens wordt uitgekeerd of dat de erfgenamen het resterende bedrag, overeenkomstig de oorspronkelijke overeenkomst, periodiek uitkeren?

**Antwoord**
Nee.

**Beschouwing**
De erflater is een overeenkomst met betrekking tot de periodieke gift aangegaan, waarbij voldaan is aan het onzekerheidsvereiste doordat is overeengekomen dat de periodieke gift eindigt bij zijn overlijden. Verder is in een testament bepaald dat een legaat wordt toegekend aan de ANBI, indien en voor zover nog niet alle termijnen van de overeengekomen periodieke gift zijn voldaan. In artikel 4:117, eerste en tweede lid van het Burgerlijk Wetboek is bepaald dat een legaat een uiterste wilsbeschikking is waarin de erflater aan een of meer personen een vorderingsrecht toekent en, tenzij het aan een of meer bepaalde erfgenamen of legatarissen is opgelegd, ten laste van de gezamenlijke erfgenamen komt. Dit betekent dat de erfgenamen het legaat moeten uitkeren uit hun eigen erfdeel.

Door de aard van de overeenkomst en de daarbij geldende voorwaarde dat de overeenkomst van periodieke gift eindigt bij het overlijden van de schenker, kan geen sprake zijn van een periodieke gift voor het restant van het bedrag wat nog niet is uitgekeerd ten tijde van het overlijden. Voor de erfgenamen die uitvoering geven aan het testament kan derhalve geen sprake zijn van een periodieke gift, noch in de situatie dat de resterende termijnen periodiek worden uitgekeerd, noch in de situatie dat de resterende termijnen ineens worden uitgekeerd. Dit standpunt is bevestigd in de Parlementaire behandeling:
“Over het volmaken van de vijfjaarseis in de periodieke giftenaftrek bij het onverhoopt voortijdig overlijden van de schenker, merk ik in reactie op een vraag daarnaar van de leden van de fractie van het CDA op dat de erfgenamen niet gebonden zijn de door de erflater op zich genomen verplichting tot het jaarlijks voldoen van de schenking voort te zetten. Het stopzetten van de giften heeft geen fiscale repercussies voor de in eerdere jaren genoten giftenaftrek. Die verplichting is immers aangegaan onder voorwaarde van in leven zijn van die schenker. (…) Indien de donateur het «overlijdensrisico» niet bij die instelling wil leggen, kan de donateur bij testament bepalen dat die instelling eventuele nog niet ontvangen maar wel reeds vastgelegde periodieke giften als legaat uit zijn of haar nalatenschap ontvangt. De uitkeringen uit legaat zijn niet aftrekbaar als gift in de IB.”

Voor de erfgenamen die uitvoering geven aan het testament kan ook geen sprake zijn van een andere gift als bedoeld in artikel 6.35 van de Wet IB 2001. De giftenaftrek is een onderdeel van de persoonsgebonden aftrek. Als voorwaarde voor persoonsgebonden aftrek geldt op grond van artikel 6.1 van de Wet IB 2001 dat de uitgaven moeten drukken. Nu de uitkering van het legaat wordt voldaan uit hetgeen de erfgenamen uit de nalatenschap ontvangen, drukt de uitkering niet op het inkomen of vermogen van de erfgenamen.

Indien de erfgenamen de verplichting met betrekking tot het legaat op zich nemen en als een nieuwe periodieke gift gaan vormgeven kan ook geen recht op aftrek ontstaan. Ook in die situatie geldt dat de termijnen met betrekking tot die periodieke gift niet op hen drukken.

**Casus II**
Een belastingplichtige is een periodieke gift als bedoeld in artikel 6.34 van de Wet IB 2001 overeen gekomen met een ANBI. Er is overeengekomen dat belastingplichtige gedurende 5 jaren een bedrag van € 50.000 zal schenken. De verplichting eindigt na 5 jaren of bij eerder overlijden van de langstlevende van belastingplichtige en zijn buurvrouw. De kans dat beide overlijden binnen de overeengekomen termijn van 5 jaren is groter dan 1%. De overeenkomst voldoet ook aan alle andere eisen die daar aan gesteld worden.

De belastingplichtige komt na twee jaar te overlijden en de buurvrouw blijft in leven. De erfgenamen blijven de overeengekomen periodieke gift gedurende de rest van de looptijd voldoen.

**Vraag**
Kunnen de erfgenamen de uitgekeerde termijnen met betrekking tot de periodieke gift in mindering brengen op hun eigen inkomen?

**Antwoord**
Ja.

**Beschouwing**
De erflater is een overeenkomst met betrekking tot de periodieke gift aangegaan, waarbij voldaan is aan het onzekerheidsvereiste (i.c. 1% gezamenlijke sterftekans). Door het overlijden van de erflater eindigt de verplichting met betrekking tot de periodieke gift echter niet. Immers, de verplichting eindigt pas als zowel de erflater als zijn buurvrouw zijn overleden. De verplichting met betrekking tot de periodieke gift loopt gewoon door na zijn overlijden en gaat over op zijn rechtsopvolgers, de erfgenamen.

De verplichtingen van de erflater gaan onder algemene titel over op de erfgenamen. Deze krijgen een eigen verplichting om de overeengekomen termijnen uit te keren. Deze eigen verplichting kan bij voldoening als periodieke gift op hun inkomen in mindering komen. De verplichtingen gaan onder algemene titel over en worden een eigen verplichting voor de erfgenamen uit de overeenkomst die door de erflater is aangegaan. Nu dit een eigen verplichting van de erfgenamen is, komt deze verplichting niet in mindering op hun erfdeel of op de nalatenschap.

Opgemerkt wordt dat er niet een nieuwe periodieke gift ontstaat, de oorspronkelijke periodieke gift loopt gewoon door omdat (nog) niet voldaan is aan de voorwaarden van beëindiging van de overeenkomst. De erfgenamen kunnen, voor zover zij de verplichting voldoen, de resterende termijnen op hun inkomen in mindering brengen ook. Er ontstaat voor hen geen nieuwe looptijd van ten minste 5 jaren omdat de oorspronkelijke overeenkomst doorloopt.

**Opmerking**
Er bestaat een wezenlijk verschil tussen de situatie van casus I en casus II. In casus I eindigt de verplichting met betrekking tot de periodieke gift door het overlijden van de belastingplichtige. In casus II eindigt de verplichting echter niet door het overlijden van de belastingplichtige. De verplichting loopt door op basis van de oorspronkelijke overeenkomst met betrekking tot de periodieke gift, doordat de tweede persoon (de buurvrouw) niet is overleden. Hierdoor gaat de verplichting met betrekking tot de periodieke gift in casus II over op de erfgenamen, terwijl in casus I deze verplichting niet overgaat omdat deze verplichting is geëindigd door het overlijden. In casus I ontstaat een nieuwe verplichting, namelijk het uitkeren van een legaat.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *