AI-samenvatting
In een casus waarin een gehuwd paar tijdelijk op verschillende adressen woont, wordt de vraag gesteld of de man recht heeft op de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) onder de Wet IB 2001. De man voldoet niet aan de inschrijvingseis omdat de kinderen niet op zijn adres staan ingeschreven. Co-ouderschap is een voorwaarde voor de toepassing van artikel 44b van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 (URIB), maar de definitie van co-ouderschap is niet strikt wettelijk vastgelegd. In deze situatie, waar de zorg voor de kinderen door beide ouders wordt gedeeld ondanks de tijdelijke woonomstandigheden, kan er sprake zijn van co-ouderschap. Echter, om recht op IACK te verkrijgen, moet ook worden vastgesteld of de kinderen doorgaans ten minste drie gehele dagen per week in elk van beide huishoudens verblijven. Dit vereist verder feitenonderzoek. De vrouw heeft waarschijnlijk geen recht op IACK, aangezien in geval van partnerschap alleen de ouder met het laagste arbeidsinkomen hiervoor in aanmerking komt.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
AI-samenvatting
In een casus waarin een gehuwd paar tijdelijk op verschillende adressen woont, wordt de vraag gesteld of de man recht heeft op de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) onder de Wet IB 2001. De man voldoet niet aan de inschrijvingseis omdat de kinderen niet op zijn adres staan ingeschreven. Co-ouderschap is een voorwaarde voor de toepassing van artikel 44b van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 (URIB), maar de definitie van co-ouderschap is niet strikt wettelijk vastgelegd. In deze situatie, waar de zorg voor de kinderen door beide ouders wordt gedeeld ondanks de tijdelijke woonomstandigheden, kan er sprake zijn van co-ouderschap. Echter, om recht op IACK te verkrijgen, moet ook worden vastgesteld of de kinderen doorgaans ten minste drie gehele dagen per week in elk van beide huishoudens verblijven. Dit vereist verder feitenonderzoek. De vrouw heeft waarschijnlijk geen recht op IACK, aangezien in geval van partnerschap alleen de ouder met het laagste arbeidsinkomen hiervoor in aanmerking komt.
**Belastingdienst**
**Memo**
**Co-ouderschap als geen sprake is van echtscheiding of beëindiging relatie?**
**Casus**
Man en vrouw zijn gehuwd, hebben één kind en zijn in verwachting van een tweede kind. Wegens omstandigheden vertrekt de vrouw met het kind tijdelijk naar een ander adres. Zij schrijft zich in maart 2015 met het eerste kind in op dat adres en bevalt kort daarna van het tweede kind. In december 2015 trekt de man op dat nieuwe adres bij zijn vrouw en kinderen in. De man en vrouw zijn niet duurzaam gescheiden levend, en wilden zo spoedig mogelijk de samenleving weer hervatten.
De man is ondernemer, heeft recht op zelfstandigenaftrek en heeft een inkomen van nihil. Hij krijgt de algemene heffingskorting en de arbeidskorting uitbetaald op grond van artikel 8.9 van de Wet IB 2001.
De man vraagt om toekenning van de inkomensafhankelijke combinatiekorting van artikel 8.14a van de Wet IB 2001 (hierna: IACK).
**Vraag**
Het kind of de kinderen staan niet op het adres van de man ingeschreven. Hij voldoet derhalve niet aan de inschrijvingseis van artikel 8.14a, eerste lid aanhef en letter b van de Wet IB 2001.
Kan de man, met toepassing van artikel 44b Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 (hierna URIB), in aanmerking komen voor de IACK of is co-ouderschap een voorwaarde voor toepassing van dit artikel?
**Antwoord**
Co-ouderschap is een voorwaarde om met toepassing van artikel 44b URIB voor de IACK in aanmerking te komen. In de onderhavige casus is sprake van co-ouderschap. Voor de vraag of de man recht heeft op IACK moet nog worden beoordeeld of een kind ten minste drie gehele dagen tot zijn huishouden behoort.
**Beschouwing**
**Co-ouderschap als voorwaarde**
In de tekst van artikel 44b URIB is niet vermeld dat voor de toepassing van deze bepaling sprake moet zijn van co-ouderschap. Er wordt slechts geschreven over de voorwaarde dat het kind tegelijkertijd tot het huishouden van de beide ouders behoort en dat aan deze voorwaarde wordt voldaan indien het kind doorgaans ten minste drie gehele dagen per week in elk van beide huishoudens verblijft.
In de officiële toelichting bij artikel 44b URIB wordt echter meerdere malen vermeld dat het gaat om gevallen van co-ouderschap:
“Met het nieuwe artikel 44a van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 wordt uitvoering gegeven aan de in de laatste volzin van artikel 8.14, eerste lid, Wet IB 2001 opgenomen delegatiebepaling. In bepaalde gevallen van co-ouderschap kan worden afgeweken van de voorwaarde dat het kind in de basisadministratie persoonsgegevens op hetzelfde woonadres staat ingeschreven als belastingplichtige.
Dit betreft met name de situatie dat een kind tegelijkertijd tot het huishouden van beide, niet samenwonende, co-ouders behoort. Bij bedoelde co-ouders die de zorg voor hun kind binnen een week verdelen, behoort het kind onder bepaalde omstandigheden tot het huishouden van beide co-ouders. Inschrijving in de basisadministratie persoonsgegevens is echter slechts mogelijk op het woonadres van een van beide ouders. In dat geval zou een van de ouders geen recht hebben op de combinatiekorting omdat deze niet aan de inschrijvingseis kan voldoen. In artikel 44a is daarom bepaald dat bij deze ouder gedurende de periode dat het kind tegelijkertijd tot het huishouden van beide, niet samenwonende, co-ouders heeft behoord, niet aan de inschrijvingseis behoeft te worden voldaan.”
In deze toelichting is vermeld dat kan worden afgeweken van de inschrijvingseis in bepaalde gevallen van co-ouderschap. In verband hiermee moet het er voor worden gehouden dat het aanwezig zijn van co-ouderschap een voorwaarde is om voor de toepassing van artikel 44b URIB in aanmerking te komen.
**Wanneer is sprake van co-ouderschap?**
Co-ouderschap is geen officiële wettelijke term. Co-ouderschap is een situatie dat ouders die niet meer bij elkaar zijn maar wel samen voor de kinderen zorgen. Het heeft in beginsel ook niets te maken met het ouderlijk gezag. Het gezamenlijke ouderlijk gezag blijft gewoon doorlopen (bijvoorbeeld na een echtscheiding), ook in situaties waarin geen sprake is van co-ouderschap.
In de praktijk is co-ouderschap een ouderschapsregeling waarbij ouders de kosten en zorg- en opvoedingstaken gelijk verdelen. Dit houdt o.a. in dat de kinderen ongeveer even vaak bij beide ouders verblijven. Co-ouderschap is in feite de afspraak tussen beide ouders om de dagelijkse zorg voor en opvoeding van de kinderen te verdelen.
**Toepassing van het bovenstaande**
Zoals hiervoor is omschreven is co-ouderschap een situatie dat ouders niet (meer) bij elkaar zijn maar wel samen voor de kinderen zorgen en de kosten gelijk verdelen.
“Doorgaans drie gehele dagen” betekent dat het kind elke week deze drie dagen bij elke ouder doorbrengt, uitzonderingen daargelaten. “Doorgaans drie gehele dagen” is niet (over een langere periode beoordeeld) gemiddeld drie dagen.
Staatscourant, jaargang 2001, nr. 250, gepubliceerd 28 december 2001, WDB 2001/760M, + Bij de invoering van dit artikel per 1 januari 2002, waarbij terugwerkende kracht is verleend tot 1 januari 2001, was dit artikel nog genummerd als artikel 44a URIB. Later is dit vernummerd naar 44b URIB.
Voor deze beoordeling is gebruik gemaakt van meerdere websites van diverse echtscheidingsadviseurs en andere instanties die adviseren over kinderen in relatie tot echtscheiding.
Hiervan zal meestal sprake zijn na het verbreken van de huwelijkse of een niet-huwelijkse relatie. Door de ‘definitie’ van het begrip co-ouderschap kunnen ook andere situaties dan het verbreken van de huwelijkse of een niet-huwelijkse relatie onder dit begrip geschaard worden. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een situatie dat een vrouw een kind krijgt van een zaaddonor en deze donor ook een deel van de zorg en de kosten op zich neemt bijvoorbeeld doordat het kind regelmatig bij hem verblijft.
In de onderhavige casus is sprake van een situatie dat de man en de vrouw tijdelijk niet bij elkaar wonen en niet op een gezamenlijk adres staan ingeschreven. De zorg voor de kinderen blijft voor beide ouders bestaan. Nu de huwelijkse relatie is blijven bestaan en de samenleving weer is hervat kan er van worden uitgegaan dat ook de kosten worden verdeeld. Hierdoor kan er van worden uitgegaan dat sprake is van co-ouderschap.
De vraag of de man recht heeft op IACK kan aan de hand van de beschikbare informatie nog niet worden beantwoord. Naast de vraag of sprake is van co-ouderschap moet ook worden beoordeeld of wordt voldaan aan de eis dat het kind tegelijkertijd tot de huishoudens van beide ouders behoort, d.w.z. dat het kind doorgaans ten minste drie gehele dagen per week in elk van beide huishoudens verblijft. Hiervoor moet feitenonderzoek plaatsvinden.
**Opmerking**
De vrouw heeft in deze casus waarschijnlijk geen recht op IACK. Doordat man en vrouw gehuwd zijn is sprake van partnerschap. In artikel 8.14 a van de Wet IB 2001 is bepaald dat ingeval van partnerschap slechts degene met het laagste arbeidsinkomen voor de IACK in aanmerking kan komen.
Geef een reactie