AI-samenvatting
De kosten van paramedische behandelingen door artsen zijn aftrekbaar als deze plaatsvinden op voorschrift en onder begeleiding van een arts, volgens artikel 6.17, negende lid, onderdeel b, Wet IB 2001. In de besproken casus biedt een praktijk alternatieve zorg aan, maar deze valt niet onder reguliere behandelingen zoals gedefinieerd in de Wet BIG. De behandelende arts hoeft niet de huisarts van de belastingplichtige te zijn, maar er moet wel een voorschrift en begeleiding van de behandelend arts zijn voor aftrekbaarheid. Aangezien de alternatieve behandelingen niet als voorbehouden handelingen worden beschouwd, kunnen de kosten alleen worden afgetrokken als ze op voorschrift van de behandelend arts zijn uitgevoerd.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
AI-samenvatting
De kosten van paramedische behandelingen door artsen zijn aftrekbaar als deze plaatsvinden op voorschrift en onder begeleiding van een arts, volgens artikel 6.17, negende lid, onderdeel b, Wet IB 2001. In de besproken casus biedt een praktijk alternatieve zorg aan, maar deze valt niet onder reguliere behandelingen zoals gedefinieerd in de Wet BIG. De behandelende arts hoeft niet de huisarts van de belastingplichtige te zijn, maar er moet wel een voorschrift en begeleiding van de behandelend arts zijn voor aftrekbaarheid. Aangezien de alternatieve behandelingen niet als voorbehouden handelingen worden beschouwd, kunnen de kosten alleen worden afgetrokken als ze op voorschrift van de behandelend arts zijn uitgevoerd.
**Documenttitel: 1694041**
**Belastingdienst**
**VERTROUWELIJK**
**MEMO**
Zijn de kosten van een paramedische behandeling door een arts aftrekbaar?
**Casus**
Belastingplichtige is in verband met ziekte onder behandeling bij een praktijk die alternatieve zorg aanbiedt ([GEANONIMISEERD] hierna: de praktijk). De praktijk wordt gerund door twee artsen die in het BIG-register staan ingeschreven als arts. De praktijk fungeert niet als een huisartsenpraktijk. Op de website van de praktijk staat namelijk dat zij geen huisarts kunnen worden van hun patiënten. De praktijk biedt zowel preventieve zorg als zorg bij ziekte. De zorg bestaat voornamelijk uit alternatieve behandelingen, zoals orthomoleculaire geneeskunde en fytotherapie.
Belastingplichtige is onder behandeling bij de praktijk omdat hij een ziekte heeft. De therapie die hij bij de praktijk ondergaat is gericht op het remmen van tumoren door gezonde voeding en voedingssupplementen. Volgens de website van de praktijk moet de patiënt daarnaast een reguliere behandeling blijven ondergaan.
**Vraag**
Zijn de paramedische behandelingen indien deze worden gedaan door een arts aftrekbaar als uitgaven voor specifieke zorgkosten?
**Antwoord**
De paramedische behandelingen zijn aftrekbaar als deze behandelingen plaatsvinden op voorschrift en onder begeleiding van een arts (artikel 6.17, negende lid, onderdeel b, Wet IB 2001). In het geval de behandelend arts, die de paramedische handelingen verricht, ook de (huis)arts van belastingplichtige is, wordt ervan uitgegaan dat aan de eis van voorschrift en begeleiding van een arts wordt voldaan.
**Wettelijk kader**
Artikel 6.17, eerste lid, onderdeel a en negende lid, Wet IB 2001 (tekst 2021):
1. Uitgaven voor specifieke zorgkosten zijn de uitgaven die wegens ziekte of invaliditeit zijn gedaan voor:
a. genees- en heelkundige hulp, met uitzondering van ooglaserbehandelingen ter vervanging van bril of contactlenzen;
9. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, wordt onder genees- en heelkundige hulp verstaan:
a. een behandeling door een arts;
b. een behandeling op voorschrift en onder begeleiding van een arts door een paramedicus;
c. een behandeling door een bij ministeriële regeling aan te wijzen paramedicus, mits voor de behandeling een verklaring door de paramedicus is afgegeven die voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden.
**Beschouwing**
Met ingang van 1 januari 2012 is in artikel 6.17, negende lid, Wet IB 2001 gecodificeerd wanneer sprake is van genees- en heelkundige hulp in de zin van artikel 6.17, eerste lid, onderdeel a, Wet IB 2001. Het betreft een codificatie van vaste jurisprudentie waarin is bepaald dat voor het recht op aftrek bepalend is dat een behandeling door een arts wordt uitgevoerd of dat een behandeling door een paramedicus op voorschrift en onder begeleiding van een arts wordt uitgevoerd.
**Behandeling door een arts (negende lid, onderdeel a)**
De vraag is wat wordt verstaan onder ‘een behandeling door een arts’. Nu artikel 6.17, negende lid, onderdeel a, Wet IB 2001 een codificatie van vaste jurisprudentie betreft, kan aangesloten worden bij deze jurisprudentie. Uit gewezen jurisprudentie (o.a. Rechtbank Haarlem 26 oktober 2006, ECLI: NL:RBHAA: 2006: BA5546) blijkt dat voor het begrip ‘arts’ wordt aangesloten bij de Wet BIG. De Wet BIG noemt in artikel 3 en 14 de specialismen die als arts kunnen worden aangemerkt (BIG Arts).
In de Wet BIG zijn handelingen omschreven die voorbehouden zijn aan artsen (hoofdstuk IV Wet BIG), de zogenoemde voorbehouden handelingen. Enkel artsen met een BIG-registratie mogen deze voorbehouden behandelingen uitvoeren. Voorbeelden van voorbehouden behandelingen zijn het voorschrijven van geneesmiddelen, het toedienen van narcose en het verrichten van heelkundige handelingen. Voorbeelden van niet voorbehouden handelingen zijn het voorschrijven van voedingssupplementen, acupunctuur en voedingsadviezen. Ook anderen dan BIG-geregistreerde artsen mogen deze handelingen verrichten.
Met ingang van 1 januari 2012 geldt een herregistratieplicht voor de arts, waarvoor de vereisten in het Besluit periodieke registratie en de Regeling periodieke registratie Wet BIG (Stcrt. 2011, 23181) nader zijn uitgewerkt. De arts moet daartoe 2.080 uren per vijf jaar (omgerekend één dag per week à acht uur) werkzaamheden hebben verricht binnen de individuele gezondheidszorg en deze werkzaamheden moeten vallen binnen het deskundigheidsgebied van het beroep, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet BIG, waarvoor betrokkene is ingeschreven (artikel 3, tweede lid, Besluit periodieke registratie juncto artikel 3, eerste lid, Regeling periodieke registratie Wet BIG).
In de ‘Bijlage 2b Artsen, versie 1.0’ bij het Beoordelingskader, Algemeen deel, versie 2.1 staat het volgende vermeld:
“9,2 Casus: niet-reguliere behandelwijzen (bijvoorbeeld acupunctuur en homeopathie)
Het verlenen van zorg die niet tot de reguliere gezondheidszorg behoort, zoals acupunctuur of homeopathie, telt in beginsel niet mee. Artsen die niet-reguliere behandelwijzen toepassen zijn gehouden aan de gedragsregel ‘De arts en niet-reguliere behandelwijzen’ van de KNMG. In deze gedragsregel staat onder andere dat elke arts de noodzakelijke behandeling, begeleiding, adviezen en beoordelingen dient te verlenen aan eenieder die zich tot hem wendt in zijn hoedanigheid als arts. De hulpverlening dient tevens van goede kwaliteit te zijn en het is de arts niet toegestaan geneeswijzen toe te passen met voorbijgaan aan methoden ter diagnostiek en behandeling welke algemeen in de medische wereld zijn aanvaard. Artsen die zowel reguliere als niet-reguliere behandelwijzen toepassen kunnen in het kader van herregistratie alleen werkzaamheden meetellen die tot de reguliere gezondheidszorg behoren. Dit betekent dat alleen uren voor diagnostiek en algemeen aanvaarde medische behandelingen mee kunnen tellen (binnen het deskundigheidsgebied van een arts)”
Uit voorgaande blijkt dat voor de herregistratie alleen de uren besteed aan algemene aanvaarde medische behandelingen binnen het deskundigheidsgebied van de arts meetellen. Ondanks dat het niet duidelijk uit de wettekst blijkt, ligt het in de rede – nu voor het begrip arts aangesloten wordt bij de Wet BIG – ook voor de behandeling aan te sluiten bij de Wet BIG. Voor de herregistratie tellen alleen de uren voor medische handelingen binnen het deskundigheidsgebied mee. Deze medische handelingen binnen het deskundigheidsgebied zijn dan de voorbehouden handelingen (hoofdstuk IV Wet BIG). Hieruit leiden wij af dat als een arts niet-reguliere behandelwijzen of alternatieve zorg aanbiedt dit niet onder een behandeling door een arts in de zin van artikel 6.17, negende lid, onderdeel a, Wet IB 2001 valt.
Aangezien de behandeling van belastingplichtige niet in de hoedanigheid als arts wordt verricht en ook geen sprake is van een aangewezen paramedicus als bedoeld onder artikel 6,17, negende lid, onderdeel c, Wet IB 2001, moet worden nagegaan of de behandeling door een paramedicus op voorschrift en onder behandeling van een arts zijn.
**Behandeling op voorschrift en onder begeleiding van een arts door een paramedicus (negende lid, onderdeel b)**
Artikel 6.17, negende lid, onderdeel b, Wet IB 2001 vereist dat sprake moet zijn van een voorschrift van en begeleiding door een arts. Indien de arts die de alternatieve behandelingen uitvoert ook de behandelend arts is van belastingplichtige, dan is het niet nodig om een voorschrift van een andere arts te vragen. Nu de uitvoerder van de alternatieve zorg zelf een arts is en tevens de behandelend arts van belastingplichtige, is niet vereist dat de patiënt van de arts voor de alternatieve zorg zich tot een andere praktiserend arts moet wenden voor het voorschrift en de begeleiding. De kosten zijn in dat geval aftrekbaar op grond van artikel 6.17, eerste lid, onderdeel a, en negende lid, Wet IB 2001.
Indien de arts niet de behandelend arts is van belastingplichtige, dan dient de eigen/behandelend arts van belastingplichtige te zorgen voor het voorschrift en de begeleiding. Het is in dat geval niet voldoende dat de behandelingen (niet zijnde voorbehouden behandelingen) worden uitgevoerd door een arts. Indien wordt voldaan aan het vereiste van het voorschrift en de begeleiding zijn ook in dit geval de kosten aftrekbaar op grond van artikel 6.17, eerste lid, onderdeel a, en negende lid, Wet IB 2001.
**Toepassing casus**
In casu worden de alternatieve behandelingen verricht in de hoedanigheid van paramedicus aangezien het geen voorbehouden handelingen betreffen. De paramedicus is tevens arts, maar hoeft niet de behandeld arts van belastingplichtige te zijn. De behandeld arts is namelijk de huisarts dan wel de oncoloog (of andere specialisten in het ziekenhuis), die belastingplichtige regulier behandelt in verband met zijn ziekte. Daarom kan belastingplichtige de uitgaven slechts in aftrek brengen als de behandelingen op voorschrift en onder begeleiding van de behandeld (huis)arts zijn gedaan.
**VERTROUWELIJK**
Geef een reactie