AI-samenvatting
De fiscale gevolgen van de verkoop van een hulpmiddel, zoals gedefinieerd in artikel 8.17, eerste lid, onderdeel d, van de Wet inkomstenbelasting 2001, zijn afhankelijk van de verhouding tussen de verkoopprijs en de restwaarde. Indien de verkoopprijs hoger is dan de restwaarde, moet het verschil als negatieve persoonsgebonden aftrek worden aangegeven, met een maximum gelijk aan het eerder in aftrek gebrachte bedrag. Is de verkoopprijs lager dan de restwaarde, dan kan het verschil als uitgaven voor het hulpmiddel in aftrek worden gebracht. Dit is relevant voor de aftrekbaarheid van specifieke zorgkosten, waarbij aan bepaalde voorwaarden moet worden voldaan.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
AI-samenvatting
De fiscale gevolgen van de verkoop van een hulpmiddel, zoals gedefinieerd in artikel 8.17, eerste lid, onderdeel d, van de Wet inkomstenbelasting 2001, zijn afhankelijk van de verhouding tussen de verkoopprijs en de restwaarde. Indien de verkoopprijs hoger is dan de restwaarde, moet het verschil als negatieve persoonsgebonden aftrek worden aangegeven, met een maximum gelijk aan het eerder in aftrek gebrachte bedrag. Is de verkoopprijs lager dan de restwaarde, dan kan het verschil als uitgaven voor het hulpmiddel in aftrek worden gebracht. Dit is relevant voor de aftrekbaarheid van specifieke zorgkosten, waarbij aan bepaalde voorwaarden moet worden voldaan.
**Belastingdienst**
**Datum:** 3 februari 2022
**Referentienummer:** [GEANONIMISEERD]
**Wat zijn de fiscale gevolgen van de verkoop van een hulpmiddel wanneer de verkoopprijs niet gelijk is aan de restwaarde?**
**Casus**
Belastingplichtige koopt een hulpmiddel in de zin van artikel 8.17, eerste lid, onderdeel d, van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001). Hij wenst de kosten van dit hulpmiddel dan ook in aftrek te nemen als uitgaven voor specifieke zorgkosten. De aanschafkosten van het hulpmiddel brengt hij niet in één keer in aftrek. Er wordt gedurende een periode van 5 jaar op het hulpmiddel afgeschreven, rekening houdend met een restwaarde van 10%. De aftrek bedraagt gedurende 5 jaar dan 1/5e van 50% van de aanschafwaarde. De restwaarde per jaar is dan als volgt:
– Na 1 jaar: 82%
– Na 2 jaar: 84%
– Na 3 jaar: 46%
– Na 4 jaar: 28%
– Na 5 jaar: 10%
**Vraag**
Wat zijn de fiscale gevolgen van de verkoop van een hulpmiddel in de zin van artikel 8.17, eerste lid, onderdeel d, Wet IB 2001, wanneer de verkoopprijs niet gelijk is aan de restwaarde van het hulpmiddel?
**Antwoord**
Wanneer de verkoopprijs hoger is dan de restwaarde van het hulpmiddel, moet het verschil in het jaar van verkoop worden aangegeven als negatieve persoonsgebonden aftrek als bedoeld in artikel 3.139, onderdeel b, Wet IB 2001. Daarbij geldt dat de in aanmerking te nemen negatieve persoonsgebonden aftrek is gemaximeerd op het bedrag dat eerder voor het hulpmiddel in aftrek is gekomen.
Wanneer de verkoopprijs lager is dan de restwaarde van het hulpmiddel, mag het verschil in het jaar van verkoop worden aangegeven als uitgaven voor het hulpmiddel in de zin van artikel 6.17, eerste lid, onderdeel d, Wet IB 2001.
—
**Beschouwing**
**Wettelijk kader**
Uitgaven voor specifieke zorgkosten zijn uitgaven die wegens ziekte of invaliditeit zijn gedaan voor de in artikel 6.17, eerste lid, Wet IB 2001 opgenomen categorieën. Artikel 6.17, eerste lid, onderdeel d, Wet IB 2001 bevat een categorie voor de uitgaven aan andere hulpmiddelen. Indien de aanschaf van het hulpmiddel direct verband houdt met ziekte of invaliditeit en het hulpmiddel van een zodanige aard is dat deze hoofdzakelijk door zieke of invalide personen wordt gebruikt, kunnen de uitgaven hiervoor kwalificeren als aftrekbare specifieke zorgkosten.
Met betrekking tot deze uitgaven dient op grond van artikel 6.1, eerste lid, onderdeel a, Wet IB 2001 te worden voldaan aan het zogeheten ‘drukken-criterium’. Ook dient belastingplichtige zich redelijkerwijs gedrongen te voelen tot het doen van die uitgaven op grond van artikel 6.1, derde lid, Wet IB 2001.
In artikel 3.139 Wet IB 2001 is een regeling opgenomen die erin voorziet dat in bepaalde situaties een negatieve persoonsgebonden aftrek in aanmerking wordt genomen. Op grond van artikel 3.135, onderdeel b, Wet IB 2001 wordt door een belastingplichtige als negatieve persoonsgebonden aftrek in aanmerking genomen:
“hetgeen door hem is ontvangen als teruggave van of nagekomen betaling ter zake van uitgaven voor specifieke zorgkosten die op grond van afdeling 8.5 in aanmerking zijn genomen, ten hoogste tot het bedrag van de uitgaven die in aftrek zijn gekomen.”
**Afschrijven van een hulpmiddel**
Voor bepaalde (kostbare) hulpmiddelen kan de aanschafwaarde niet in één keer volledig in aftrek worden gebracht als uitgaven voor specifieke zorgkosten. Op 12 november 2010 heeft de Hoge Raad in een arrest over de buitengewone uitgavenregeling geoordeeld dat op de aanschafwaarde van een scootmobiel dient te worden afgeschreven (ECLI:NL:HR:2010:803029).
Indien een hulpmiddel wordt verkocht tegen een verkoopprijs die op dat moment niet gelijk is aan de restwaarde na afschrijving van het hulpmiddel, is de vraag hoe het verschil tussen de verkoopprijs en de restwaarde fiscaal moet worden behandeld. Daarbij kan een onderscheid worden gemaakt tussen de situatie waarin de verkoopprijs hoger is dan de restwaarde en de situatie waarin de verkoopprijs lager is dan de restwaarde.
**Verkoopprijs hoger dan de restwaarde van het hulpmiddel**
Indien een hulpmiddel wordt verkocht en op dat moment het ontvangen bedrag hoger is dan de restwaarde van het hulpmiddel na afschrijving, dient de vraag te worden beantwoord of het verschil tussen de verkoopprijs en de restwaarde kan worden aangemerkt als een negatieve persoonsgebonden aftrek als bedoeld in artikel 3.135, onderdeel b, Wet IB 2001.
**Verkoopprijs lager dan de restwaarde van het hulpmiddel**
Wanneer bij de verkoop een lager bedrag is ontvangen dan de restwaarde van het hulpmiddel, kan het verschil in het jaar van de verkoop als uitgaven voor het hulpmiddel in de zin van artikel 6.17, eerste lid, onderdeel d, Wet IB 2001 in aftrek worden gebracht. In dit geval is het waardeverminderende effect bij gebruik van het hulpmiddel groter geweest dan van tevoren ingeschat en waarvoor is afgeschreven.
Geef een reactie